Belijdenis met woord en daad
Een vergelijking tussen het begin en het eind van Johannes zes bezorgt schrik. Een grote tegenstelling valt op. Het begin belooft veel. Duizenden bewonderaars verdringen zich om Jezus. Het eind stelt teleur. Een handjevol mensen is over. We zijn bedroefd over zoveel afval en ontrouw.
Waarom liet de grote massa Jezus in de steek? Door ontevredenheid. De prediking van Jezus vonden ze te hard. Moeilijk om te begrijpen en te aanvaarden. De nalopers hadden een verkeerde voorstelling van het volgen van Jezus. Bewonderaars van Jezus zijn meestal mensen met een bevlieging. Vandaag is de Heere alles en morgen betekent Hij niets. Het is de houding van mensen die voor een poosje Jezus nalopen zonder dat ze werkelijk met Hem verbonden zijn.
In een tijd van ongeloof en schijnvroomheid deed Petrus geloofsbelijdenis: 'Heere, tot Wien zullen wij heengaan? Gij hebt de woorden des eeuwigen levens. En wij hebben geloofd en bekend, dat Gij zijt de Christus, de Zoon des levenden Gods'.
Belijdenis doen is openlijk voor Christus uitkomen en van het geloof in Hem getuigenis afleggen voor de mensen, die deze belijdenis tegenstaan en bedreigen. Het geloof belijden is niet alleen instemmen met de rechte leer. Dat is te mager. Met het ja-woord op de dag van onze belijdenis beloven we Christus te volgen in voorspoed en in tegenspoed.
Wel woorden geen daden
John Bunyan tekent in zijn 'Christenreis' een mondchristen. Mondchristen is de zoon van schoonspreker en woont in de praatstraat. Al wat hij heeft, zit hem op de tong. Maar de godsdienst heeft geen plaats in zijn hart en huis. Wat is de fout bij een mondchristen? Hij doet niets dan praten. Wat hij praat, komt niet voort uit zijn hart en draagt ook geen vrucht in zijn leven. Een geloof in Christus zonder een vernieuwing door de Heilige Geest is een surrogaatbekering. Er zijn wel woorden, maar geen daden. Iemand heeft voor vroom praten een tien op zijn rapport. De andere cijfers zijn met rood ingevuld. Achter handel en wandel staat: Onvoldoende. Voor gedrag en netheid scoort hij niet hoger dan zwaar onvoldoende. Achter liefde voor God en de naaste vinden we niets. Door hiervoor geen waardering te krijgen, blijkt vooral de tegenstelling tussen zijn woorden en daden.
Daders van het Woord
Jacobus kent zondaren die naar het Woord luisteren en zich er totaal niets van aantrekken. Hij noemt ze hoorders van het Woord. Zijn eis is dat deze hoorders veranderen in daders. Dit bevel stemt overeen met wat Jezus in de Bergrede leert. De boodschap in de Bergrede is: Zeggen en doen, spreken en handelen, zijn onafscheidelijk. Het luisteren naar het Woord zonder een uitwerking op het leven van elke dag is een schande. 'En zijt daders des Woords en niet alleen hoorders.' Deze eis staat in de tegenwoordige tijd. Steeds hebben we erop te letten dat we daders van het Woord zijn en niet alleen hoorders. Volgens Jacobus heeft een godsdienst die alleen bestaat in uiterlijke vormen zonder te doen geen waarde voor God.
Persoonlijke omgang met God
De kern van het nieuwe leven is de persoonlijke gemeenschap met God in Christus. Het bevindelijk leven verkrijgen we door de Heilige Geest. Ik spreek over godzaligheid of godsvrucht.
De diepe eerbied voor de Heere is merkbaar bij godvrezende mensen. Hoe komen we tot godzaligheid? Alleen Christus is de weg tot godzaligheid. Het geloof dat met Hem verenigt, brengt tot een andere levenshouding in alle levensverbanden.
Paulus wekt op tot godzaligheid: en oefen uzelven tot godzaligheid' (1 Timotheüs 4 : 7). Deze aansporing gebeurt in een bepaald verband. De apostel waarschuwt Timotheüs voor de zware tijden die zullen aanbreken. De mensen gaan zich begeven tot verleidende geesten en leringen van de duivelen.
'En oefen uzelven tot godzaligheid.' We horen woorden in de gebiedende wijs. Een opdracht. Het Griekse woord voor 'oefenen' heeft te maken met gymnastiek. De verzorging van ons lichaam is niet verkeerd. Het kan zelfs nuttig zijn. De dokter kan ons adviseren: 'Uw conditie is slecht. Doe in belang van uw gezondheid wat aan lichaamsbeweging!'
De training in de godzaligheid is onmisbaar. Bovendien is het niet een eenmalige, maar een voortdurende oefening. Het is absoluut een verkeerd standpunt wanneer we de geloofsbelijdenis als een eindpunt zien. Het bevel tot godzaligheid weerhoudt om op onze lauweren te rusten. Na de door ons afgelegde geloofsbelijdenis zijn we niet klaar. We staan aan het begin. Met Christus begint de oefening van een godzalig leven. Heel ons bestaan wordt opgevorderd voor de dienst van God. Voor Paulus staat het zo vast als een huis, dat het christelijk leven, zal het wat voorstellen, een eigen stijl moet kennen. We laten ons leven van bovenaf leiden. Door het Woord van God en het gebed.
Levensheiliging
Het geloof komt tot uiting in de praktijk van het leven. De wereld herkent de leerlingen van Christus aan de vruchten van het geloof. De christelijke levenswandel is het onderscheidingsteken van de persoonlijke vereniging met Christus. Daarom zijn we geroepen Christus met woord en daad te belijden als Heere en Heiland. De vruchten van het geloof zijn de levenstekenen van het geloof. Ze zijn als het ware de lichtjes op de ruggen van Gods kinderen. Ze verspreiden licht door de verbinding met het Licht der wereld. Wie de naam van Christus belijdt, kan niet anders dan leven en wandelen in Zijn spoor. Een zondaar die door het geloof Christus heeft leren kennen, mag het oude leven niet meer voortzetten. Gods eis is om met de zonde te breken. Maar in eigen kracht kan niemand de zonde laten. We zijn niet in staat één zonde te overwinnen. Door de Geest van Christus gaan we steeds minder zonde doen. De één breekt direct met dingen waarmee we God verdriet doen. Bij een ander is het een proces. Dan verdwijnen langzamerhand zondige dingen uit het leven. We moeten oppassen van de bekering een bepaald schema te maken. Maar Christus maakt levend. En de nieuwe mens heeft een verlangen de Heere met woord en daad te dienen. Zonder bekering en vernieuwing blijven we steken in woorden en zien anderen bij ons geen daden. Christus belijden met woord en daad is een gave en een opgave. Het is een belijden met ons leven zodat anderen kunnen zien dat Christus in ons woont. Zo zijn we een leesbare brief van Christus. Als men ons vraagt wat het geheim van ons leven is, dan moeten we ons niet schamen voor het Evangelie. Als de naam van Gods eniggeboren Zoon gelasterd wordt, is het onze taak Hem aan te prijzen. Wanneer en waar moeten we Christus met woord en daad belijden? Altijd en overal. Zondags en doordeweeks. In de wereld en thuis. Ver weg en dichtbij. Bij familie en bij vreemden.
Niet volkomen
Gelovigen bereiken nooit een punt van volmaaktheid. Ze struikelen nog in vele dingen. We hebben slechts een klein beginsel van het nieuwe leven. Elke dag hebben we te strijden met de zwakheid van het geloof. Bekering is eenmalig. Het is een levenslang proces. Dagelijks moeten we sterven aan onszelf. Dan ontdekken we dat ons belijden doorgaans alleen met woorden is los van daden. Die dagelijkse ontdekking leidt tot verootmoediging. Er komt verdieping in de kennis van de ellende. We roepen met Petrus: 'Heere, ga uit van mij, want ik ben een zondig mens'. Op die manier houden we de begeerte om Christus beter en meer te leren kennen. Zonder Hem kunnen we niets doen. De Heilige Geest geeft toename in het verlossingswerk van Christus. Wij worden steeds minder. En Christus wordt steeds heerlijker. De band met Christus groeit. Want in het geestelijk leven is geen stilstand. We worden hoe langer hoe meer met Christus verenigd. We leren niet alles van Christus op één dag kennen. Waarom niet? We zijn dan niet meer afhankelijk. Juist het besef dat onze kennis van Christus ten dele is en de bereidheid tot eer van God te leven zo minimaal, houdt ons klein. Maar de liefde van Christus verwekt de belijdenis met woord en daad. In eigen kracht onmogelijk. In Christus brengen we vruchten van de dankbaarheid voort. Wie Christus kent, belijdt Hem met woord en daad.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's