Dr. Gerardus Kuypers: predikant en hoogleraar (2)
7. Bijzondere gebeurtenis
Op zondag 16 november 1749 preekte dr. G. Kuypers in zijn tweede gemeente, nl. die van Nijkerk, over Psalm 72 vers 16: 'Is 'er een handvol koorn in het lant op den top der bergen, de Vrugt daarvan zal ruyschen als de Libanon'. Ongeveer in die tijd vond in Nijkerk een bijzondere gebeurtenis plaats. De prediking is zo krachtig geweest, 'dat zommige van weedom en elende en smert des harten met weenen en geklag overluyd ruymte zogten voor hun beklemt gemoet'. Al eerder, namelijk op 9 november 1749 was het tijdens een kerkdienst onder leiding van de 'oudste' ds. J. J. Roldanus voorgevallen, dat een oude vrouw 'hart roepende met veel gejammer geluyt maakte en bad tot den Heere; Welk voorval veele beweeging, van weegen de nieuwigheid dier zaake, maakte onder de saamgekoomene meenigte, die door dit geluyt beroerd wierd; terwyl myn Amptgenoot by die gelegentheid met veel bedaartheid en woord op zyn pas dat mensch toespraak om haar te vertoonen dat het woord des leevens nog verkondigd wierd, en dat het nog tyd was om te zoeken 't geen zy noodig had tot zaaligheid'.
De gemeente aldaar stond bekend om haar grote goddeloosheid. Dr. J. C. Kromsigt schreef er over in zijn dissertatie omtrent Wilhelmus Schortinghuis (Groningen 1904). Kromsigt merkte op, dat men in die tijd in Nijkerk wel op een gestrenge wetsprediking gesteld was. Kuypers schreef in zijn bekend geworden 'Getrouw Verhael en Apologie der zaaken, voorgevallen te Nieuwkerk op de Velu we': 'Ik behoore geentzints tot die Leeraars die wel om het doorwonden, maar niet op 't heelen denken, ik weet dat de verbreizeling groot genoeg is, als zy maar na Jezus dreift... Daarom behandelde ik die menschen op deeze wyze, dat daar de wet het hart benauwde, ik hen het Evangelium, dat Christus zonder dekzel voorstelt, verkondigde'.
8. Instelling catechisatie
Kuypers had ervaren, dat in zijn gemeente aandacht werd geschonken aan zijn Evangeliebediening. Daarom stelde hij een geregelde catechisatie in. Deze werd op maandagavond gehouden. Dan sloot hij aan bij de gehouden diensten en behandelde de theologische waarheden. Op die wijze trachtte de predikant het Woordonderzoek te bevorderen.
Op 17 november 1749 is er tijdens de catechisatie voor volwassenen een grote beroering ontstaan. 'Traanenbeeken wierden 'er gestort, en teegen het einde van den Godsdienst wierd veel geween gehoort; ja omtrent of onder het geeven van den zeegen zommige, zeer bevreesd zynde en bevende, vielen neerder voor de voeten, konden niet staan van weegen de beroering, die de levende indrukken hunner zielsnooden in hunne lichaamen werkte. Onder welke alles deeze en geene hunne gezellen toeriepen, spiegel uw aan my, en ziet hoe bitter de zonden vallen'.
9. Over de stokbewaarder
Dr. Kuypers heeft op donderdag 20 november 1749 gepreekt over Handelingen 16 vers 30 en 31: 'En hen buiten gebracht hebbende, zeide hij (Lieve) heeren! wat moet ik doen, opdat ik zalig worde? En zij zeiden: Geloof in den Heere Jezus Christus, en gij zult zalig worden, gij en uw huis'.
De predikant wekte de 'verlegenen' op tot geloof aan de Heere Jezus en bezwoer hen, dat zij door een zodanig geloof zalig konden worden. Tal van mensen voelden de kracht van het Evangelie aan hun verslagen harten en werden erdoor bemoedigd. Zij bewonderden met stille aanbiding Gods liefde en dankten. Onder de ontroerende menigte mensen waren er van allerlei stand, karakter, temperament, leeftijd en levenswijze.
Een en ander heeft in Nijkerk enige weken geduurd. Men hoorde spreken van nieuwe bekommerden, overtuigden en heilbegerigen. Hier was er iemand ontdekt en daar iemand doorgebroken. Er stonden mensen te juichen, maar ook zijn er tranen gevallen. Het ene en het andere gaven Roldanus en Kuypers dagelijks veel arbeid om uit de verwarring orde te herstellen. Volgens A. Ypey en I. J. Dermout kon Kuypers wel het meeste uitwerken. De mensen zagen hem in het bijzonder als het middel in Gods hand tot hun bekering.
9. Prediking op 1 en 7 mei 1750
Kuypers heeft respectievelijk op deze data gepreekt over Handelingen 17 vers 30 en 1 Thessalonicensen 5 vers 19. Zijn prediking heeft vele inwoners van Nijkerk en naaste omgeving naar de kerkdiensten in het stadje getrokken. Het was immers ernst met hun bekering. Dat bleek daar uit de gewijzigde levenswandel. De plaats kreeg toen een andere gedaante.
De oefeningen gingen geregeld door, zowel op zondag als wekelijks, onder leiding van Kuypers of van enkele oefenaars. Vooral Jacob Peterse, een blinde weesjongen uit Amsterdam, maakte veel indruk. Een herberg, waarin het vóórdien weinig stichtelijk was, is door de eigenaar en bewoner vrijwillig afgestaan voor het houden van oefeningen. Daarbij is uiteraard de drankverkoop beëindigd.
In de wintertijd van 1749/1750 werden de plaatselijke herbergen gesloten. Immers werd de bijbel weer gelezen, terwijl kaarten en dobbelspel op de achtergrond raakten. De gemeente kon niet of nauwelijks alle kerkgangers een plaats aanbieden. Het vloeken werd in de gemeente teruggedrongen, terwijl gebed en psalmgezang de overhand verkregen. Liefde en eendracht herleefden in plaats van haat en nijd.
De kerkenraad heeft op voorstel van Kuypers d.d. 19 of 29 oktober 1750 enkele doeltreffende maatregelen getroffen. Voortaan zouden allen, 'die tot de Godsdienststorende uitersten overslaan, 't zy door stuiptrekkingen, vreesselyk schreeuwen en diergelyke lichaamsberoeringen, die de verkondiging des Woords stremmen, terstont op order van den leeraar die predikt, ter Kerke worden uitgedraagen in de consistorie of elders'. Kuypers kon verklaren: 'dat de Heere degene, die Hij op zulk een zonderlijke, schielyke, klare en verbazende wyze heeft toegebragt, tot hiertoe heeft staande gehouden'.
10. Correspondentie
Het is bekend geworden, dat de gebeurtenissen te Nijkerk een levendige pamflettenstrijd hebben ontwikkeld. Het blijkt o.a. uit de bladzijden 416-432 van het Biografisch Woordenboek van protestantse godgeleerden in Nederland (deel V 's-Gravenhage 1943).
De Nederlandse biograaf W. Knuttel uit Amsterdam, sinds 1875 vele jaren werkzaam geweest op de Koninklijke Bibliotheek, catalogiseerde o.a. de pamflettenverzameling. Knuttel heeft de meeste van de geschriften vermeld c.q. opgenomen in de drie bundels Tractaten van 't Nieuwerkerksche Werk ter Universiteitsbibliotheek te Leiden.
Bedoelde strijd is begonnen na de uitgave van door G. Kuypers geschreven brieven. Bij het vervaardigen van afschriften werd afgeweken van de oorspronkelijke tekst.
11. Bezoek en oefeningen in Nijkerk door predikanten van elders
Ds. Bernardus Jacobus Bongardt uit Hoorn heeft met een klein gezelschap een bezoek gebracht aan Nijkerk en daar een gesprek gehad met ds. Gerardus Kuypers. Laatstgenoemde stelde, 'dat de Nieuwkerksche Beroering, over zulks een groot aantal van menschen gelykelyk... overeenstemde met het Werk in Schotland, dat de Rotterdamse ds. Hugh Kennedy in het Duits heeft beschreven'.
Kennedy is in 1737 uit Ierland vertrokken naar de Schotsche Kerk in ons land. Deze theoloog van gereformeerde belijdenis onderhield goede betrekkingen met Alexander Comrie, geborten te Perth in Schotland. Kennedy heeft een tweetal geschriften gepubliceerd ter verdediging van Kuypers.
Gerardus Hemsing, afkomstig uit Groningen en werkzaam geweest als preceptor en proponent aan de Latijnse school te Kampen, interesseerde zich ten opzichte van het kerkenwerk in het stadje Nijkerk. In 1755 is Hemsing predikant geworden van de gemeente Oenkerk ca., waar hij tot zijn emeritaat op 1 juli 1789 heeft gearbeid. Hemsing en anderen gingen naar de Oefening 'te zamen met die beide Dominees, omdat men 'er anders onmogelijk konde inkomen. Onderwegens gingen wy een Oeffening van particulieren voorby, die tot op de straet beneden, en boven op Zolder zaten zy in de Vensters, niet anders alsof 't Boelhuis was; voorts bezig met Psalmen te zingen, dat 't over de geheele straet klonk'.
Ds. Kuypers sprak over Psalm XXV: 'De verborgentheid des Heeren enz'. 'De planken waren boven uit de zolder in 't midden uitgenomen en latten daer weer over gespykert dat de klank, er zou doorgaen; daer was een ongemeene aendagt; nu en dan hoorde men eens zugten; doch de Domine in zyne Toepassing komende, wierd eindelijk 't gekerm, geroep en geschrei zoo hevig, dat de Domine 'r plotzeling moest uitscheiden: 't was niet anders als 't geluid van een' geweldigen gedreven wind, zoo vreeselyk dat 't wel twintig huizen ver konde gehoord worden; de Jonge Domine ging op zolder, daer 't geroep niet minder was als beneden; ik ging hem achterna; boven komende, leidde de eene by de andere 'r neer, en riepen: o Heere Jesus! met onophoudelyke tranen.'
12. Beweging dichtbij en veraf van Nijkerk
In het voorjaar van 1750 is de beweging niet tot Nijkerk beperkt gebleven. Deze openbaarde zich daarna ook in Bameveld, Hoevelaken, Kootwijk, Lunteren, Nunspeet, Putten en Voorthuizen. Al spoedig volgden hierop Amersfoort en Soest, alsmede Huizen en Naarden.
Anno 1821 was er in Nijkerk opnieuw sprake van een geestelijke opwekking. Bernardus Moorrees, die van 1816 tot 1830 daar predikant was, heeft in 1835 geschreven, dat hij in 1821 het onderscheid had leren kennen tussen opwinding en godsdienstige geestdrift enerzijds en het werk van de Heilige Geest anderzijds. Zijn levenseinde kwam op 19 augustus 1860 in Wijk bij Heusden. Hij is heengegaan in de zekerheid van het geloof.
Deze geestelijke opwekking van 1750 sloeg o.a. over tot in het Gooiland. De werking daarvan werd in Naarden, maar vooral in Huizen sterk ervaren. Ds. Johannes Resler, wiens zoon Philippus Jacobus in 1786 werd verbonden aan de gemeente van De Vuursche, stond in Huizen onder verdenking, dat hij de beweging kunstmatig in de hand werkte om zijn zwakke positie ermee te versterken.
Het heeft niet lang geduurd of ook in Aalten, gelegen in de Achterhoek, werden verschijnselen als in Nijkerk waargenomen. Vooral ds. Philippus de Roy heeft in zijn Gelderse gemeente gewerkt als Kuypers op de Veluwe. De Roy was van 1734 tot zijn emeritaat in 1762 herder in de gemeente van Aalten. Tevoren was hij als zodanig werkzaam te Drumpt.
Ph. de Roy heeft in 1750 een Brief... rakende de ongewoone veranderinge en bekeeringe in de gemeinte te Aalten gepubliceerd. In juli van dat jaar verscheen een tweede druk: met eenige ingevoegde Aantekeningen, door een Liefhebber der Waerheyt. Later bleek deze te zijn geschreven door prof. Joh. van den Honert. G. Kuypers kon toen beweren, dat zijn vroegere leermeester nu de strijd tegen hem was begonnen, omdat deze daarin ook over Nijkerk had gehandeld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's