De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Christusbelijdenis centraal

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Christusbelijdenis centraal

10 minuten leestijd

Ieder mens heeft diep in zich enige notie van het bestaan van God. Christenen belijden God als Schepper. Maar het loutere waarnemen van de geschapen werkelijkheid roept bij mensen soms de vraag op Wie de bewerker van dat alles wel mag zijn. De Bijbel zelf is daar duidelijk over: vanaf de schepping van de wereld worden Gods onzichtbare dingen verstaan uit datgene wat geschapen is (Rom. 1 : 20). Ingeschapen Godskennis heet dat.

Op grond van dit Schriftwoord in de Romeinenbrief belijdt de Nederlandse Geloofs Belijdenis in artikel 2 ook heel duidelijk, dat er twee manieren zijn om God te kennen. Voorop staat dan (zelfs): door de schepping, die voor onze ogen is als een schoon boek, waarin alle mensen als letters zijn, die ons de onzichtbare dingen van God geven te aanschouwen. Maar duidelijker en volkomener laat God Zich kennen door Zijn Woord.

'Ik kan niet om God heen wanneer ik naar een mens, het beeld, de kunst of de wetenschap kijk', schreef een docent scheikunde. 'Voor mij is wetenschappelijk onderzoek dat atheïstisch is onvoorstelbaar. Wie objectief naar deze wereld kijkt moet een schepper erkennen. Dat kan eenvoudig niet anders.' (Paul Juliën in 'Van oude mensen...', uitgave Ten Have, Baam.)

Die Godskennis kan diep weggedrongen zijn of overwoekerd zijn door allerlei theorieën, die God trachten weg te verklaren uit de wereld. Die verdringing kan zelfs in een tijd als de onze, die gekenmerkt is door diepgaande vervreemding van God, zó ver gaan, dat er helemaal geen Godsbesef meer lijkt te zijn. Dat realiseert men zich wanneer men ziet hoe mensen zich soms op bizarre wijze rekenschap geven van hun gevoelens rondom hun eigen dood of die van anderen. Dood is dood. Alsof geen God hen meer oordelen zal.

Massa's mensen aarzelen echter toch als ze de vraag moeten beantwoorden of ze dan helemaal niets geloven. Er is naar hun besef altijd nog wel iets of Iemand, die achter het mysterie schuil gaat, dat leven heet. Velen hebben in het diepst van hun gedachten toch nog een vermoeden van God. De God echter, waarover ze dan spreken, is niet Diegene, die ons in Zijn heilig Woord - naar de Nederlandse Geloofs Belijdenis: de volmaakte kernbron - laat weten wat nodig is om te leven tot eer van God en tot heil van mensen.

Christus

Wat mensen ook nog aangaande God mogen vermoeden en welk religieus gevoelen ze ook nog hebben vanwege het mysterie van het leven, niemand zal echter toch Christus vermoeden, laat staan kennen uit de geschapen wereld om hem heen. De God, die er nog 'ergens' is, is niet de God en Vader van onze Heere Jezus Christus. Het is met name en alleen de kerk, die het diepe geheimenis aangaande Jezus Christus, Zoon van God en Zoon des mensen, in zich omdraagt, omdat ze Zelf Zijn Lichaam is.

De kerk belijdt niet zó-maar-een-God, ze belijdt God als Vader, God die Zich in deze wereld heeft geopenbaard in het komen van Zijn Zoon. Wie niet in Christus als de Zoon gelooft, houdt ook geen God als Vader over.

Het Johannesevangelie met name is vol van die Vader-Zoon verhouding. Men leze de diepe woorden, die Jezus daarover zegt in Johannes 5.

'Want gelijk de Vader het leven heeft in Zichzelf , zo heeft Hij ook de Zoon gegeven het leven te hebben in Zichzelf.'

'En de Vader die Mij gezonden heeft. Die heeft Zelf van Mij getuigd. Gij hebt noch Zijn stem ooit gehoord, noch Zijn gedaante gezien. En Zijn woord hebt gij niet in u blijvende; want gij gelooft Dien niet. Dien Hij gezonden heeft' (vs. 37, 38).

Geen Vader zonder Zoon! Geen Godsgeloof zonder Christusgeloof. Geen Godsbelijdenis zonder Christusbelijdenis.

Niemand anders

Als mensen zeggen nog wel te geloven, dat er 'Iemand' is, belijdt een christen dat er Niemand anders is dan Christus, die ons de Vader verklaart. Alles wat we over de Vader weten, weten we van Hem. Wie Mij gezien heeft, heeft de Vader gezien, zegt Hij (Joh. 14 : 9). En niemand komt tot de Vader dan door Hem (Joh. 14 : 6). Daarom kan Christus ook zeggen: Wie Mij belijden zal voor de mensen, zal Ik ook belijden voor Mijn Vader, die in de hemelen is (Mt. 10 : 32).

Wanneer het om Hem gaat komen er woorden te voorschijn, waarvan de wereld geen vermoeden of geen notie heeft. Dat ligt al opgesloten in de benamingen van Christus: Zaligmaker, Redder, Verlosser, Heiland. Daarbij komen dan nog al die symbolische naamsaanduidingen voor wat Hij wil zijn: Licht, Zon der Gerechtigheid, Barmhartige Hogepriester, Vrede(vorst). Waar in de wereld of in de wereldgodsdiensten wordt van verzoening gesproken? Waar in de wereld of in de wereldgodsdiensten is er een God, wiens toorn zich ontlaadt op Zijn eigen Zoon, opdat Hij voor mensen een barmhartig Vader kan zijn?

Waar in de wereld of in de wereldgodsdiensten behoeft de mens niet zélf zijn verkeerde daden goed te maken of te compenseren?

Wanneer we alles op ons laten inwerken wat ons de Schrift aangaande Christus openbaart, begint het ons te duizelen. Het is niet te gelóven en daarom alleen maar te geloven en gelovig te belijden. Christus is de Hogepriester van onze belijdenis. Hij is onze hoogste Profeet en Leraar, onze enige Hogepriester en onze eeuwige Koning (vr. en antw. 3I H.C.).

Christgelovig

De kerk grijpt dan ook niet zonder reden heel hoog wanneer ze van zichzelf - de enige, katholieke of algemene kerk - belijdt dat ze een 'heilige vergadering der ware Christ-gelovigen' is, 'al hun zaligheid verwachtende in Jezus Christus, gewassen zijnde door Zijn bloed, geheiligd en verzegeld door de Heilige Geest' (art. 27 N.G.B.).

'Waarom wordt gij een christen genaamd? ' vraagt de Heidelbergse Catechismus. 'Omdat ik door het geloof een lidmaat van Christus en alzo aan Zijn zalving deelachtig ben, opdat ik Zijn Naam belijde, en mijzelf tot een levend dankoffer Hem offere...' (vr. en antw. 32).

Minder dan een christ-gelóvige zal een christen niet heten. Minder dan een Christus-belijder zal hij niet zijn.

Luther zei ooit, dat de Schrift is 'was Christum treibet'. Vanuit elke tekst loopt een lijn naar Christus. Dat lijkt op het eerste gezicht maar ten dele waar. Het gaat immers niet in elke Schriftplaats over Christus? Soms gaat het heel bepaald over God, de Vader of over God, de Schepper. En soms gaat het heel speciaal over God, de Heilige Geest, voor wiens werk juist ook de Reformatoren een eigen plaats hebben gegeven in hun theologie.

Maar dan nog: Christus was er ook al bij de schepping (De Logos uit Joh. 1) en de Heilige Geest neemt het uit Christus (Joh. 16 : 14, 15).

Wanneer God de Vader wordt losgemaakt van de Zoon blijft over een grillige, onberekenbare God, een God zonder liefde en barmhartigheid.

Wanneer de Heilige Geest wordt losgemaakt van Christus, is er het gevaar van een algemene spiritualiteit, met als voedingsbodem ook de menselijke geest.

We belijden Christus ook en niet in het minst als de Kurios, de Heere van de wereld. Hij heeft uit de handen van de Vader de zeggenschap over de wereld ontvangen. Op het kruis heeft Hij er blijk van gegeven in Zijn dood de machten te hebben meegenomen. En Hij komt. Hij komt om de aarde te richten. Dan zal Hij het koninkrijk terug geven in handen van de Vader. Alle knie zal zich voor Hem buigen.

Een christgelovige is ook een Christus-belijder tot de laatste consequentie, tot de definitieve ontknoping van de wereldgeschiedenis toe.

Uitzondering?

Het grootste geding in de wereldgeschiedenis, wat de mens betreft, voltrok zich op Golgotha. Daar voltrok zich het goddelijk gericht over de Zoon des mensen, opdat mensen vrijuit zouden gaan. Maar daar voltrok zich ook de diepste scheiding der geesten, die maar mogelijk is.

Die scheiding had zich al eerder voltrokken, namelijk in de kleine kring van Jezus' intieme vrienden. Na alle indrukwekkende woorden, die Jezus in Johannes 5 en 6 over Zichzelf en Zijn verhouding tot de Vader had gesproken, kwam Petrus tot de belijdenis: 'En wij hebben geloofd en bekend, dat Gij zijt de Christus, de Zoon van de levende God.' Daarop zei Jezus: 'Heb Ik niet u twaalf uitverkoren? En één uit u is een duivel.' En toen waren al 'velen van Zijn discipelen' teruggegaan, ze wandelden niet meer met Hem.

Maar de grote ontknoping kwam op Golgotha. Vanaf dat moment kwam de scheiding openbaar tussen diegenen, die - alle eeuwen door - hebben gezien en beleden, waarvoor Hij was gekomen en al diegenen, die niet van verzoening wilden leven.

Israël

Toen is ook openbaar gekomen, dat Hij gekomen was tot het Zijne maar dat de Zijnen Hem niet hebben aangenomen.

Nochtans kwamen de eerste Christgelovigen en Christusbelijders uit Zijn volk, uit Israël. De apostelen zijn de wereld ingegaan en brachten daar de boodschap, die voor joden een ergernis was en voor Grieken een dwaasheid, maar een kracht Gods tot behoud voor allen, die geloofden.

Diep blijft echter schrijnen, dat joden en christenen door 'hun' testamenten van elkaar gescheiden zijn. Recent kwam dat nog weer eens onverhuld aan het licht rondom de 'vertelbijbel' van de Amsterdamse dominee Nico ter Linden. Hij had Nieuwtestamentische elementen ingevlochten in het Oude Testament. Daarop viel de joodse rabbijn Lilienthal hem fel aan. Nu hebben we er al eerder geen misverstand over laten bestaan, dat we de theologie achter Ter Lindens 'bijbel' niet delen en er óók, dat men het Oude Testament, als het om vertaling gaat, zo zuiver mogelijk moet houden. En daarom wijzen we ook af, dat Ter Linden nieuwtestamentische gegevens invlecht in het Oude Testament en dan de schijn ophoudt de tekst van het Oude Testament te bieden, door hem dan verteld in bevattelijke taal.

Maar feit is, dat christenen een testament méér hebben dan de joden en er niet aan kunnen ontkomen het Oude Testament door de bril van het Nieuwe Testament te lezen. De Christusbelijdenis scheidt hen. Dat weten joden. Ze ontzeggen de christenen hun bijbel en hun Christusbelijdenis niet. Ze verwachten zelfs van hen, dat ze daarvoor opkomen. Maar de testamenten moeten wel zuiver blijven.

Mijn Heere

Vanwege de ferme kritiek van Lilienthal werd in de Amsterdamse Rode Hoed een discussiedag belegd. Iemand schreef: 'Het was zo'n avond, waarop je stiekem hoopt dat een belezen bonder de rug recht en zich verheft uit het' publiek en op hoge toon gaat spreken over het verzoenend bloed van Christus, om vervolgens publiekelijk terecht gewezen te worden' (Willem van der Meiden in Hervormd Nederland). De avond was nu (kennelijk) geen discussie 'vanwege een te hoog gehalte aan christelijk filo-judaïsme', simpel gezegd: vanwege het gebrek aan nieuwtestamentisch getuigenis. En in het Nieuw Israëlisch Weekblad werd van joodse zijde gezegd, dat men liever iets 'echts' tegenover zich had gehad, namelijk 'christendom dat gaat over de koppeling tussen liefde, offer, dood en verlossing'. Moet dat dan alleen uit de rechterflank der kerken komen?

De Christusbelijdenis mag toch ook jegens het volk, dat de stam is, waarop de christgelovigen als wilde takken zijn geënt, niet ontbreken? ! Wie Hem belijden zal voor de mensen, belijdt Hij voor de Vader.

Die Christusbelijdenis is het Christusgetuigenis geweest van alle Christgelovigen van alle tijden en van alle plaatsen en is niet voorbehouden aan een speciale (nog orthodoxe) groep van christenen.

Ieder, die vandaag toetreedt tot de stoet van Christusbelijders mag, nee: heeft de heilige verplichting, om (inderdaad) 'op hoge toon' te spreken over het verzoenend lijden en sterven van Christus. Een verhoogde toon, omdat Christus ook is opgestaan en op een hoge troon is gezeten en Hij daar onze voorspraak is.

Mijn Heere en Mijn God, beleed Thomas oog in oog met de Opgestane. Een hoger belijdenis is er niet.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

De Christusbelijdenis centraal

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's