De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De verkondiging van het Woord (5)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De verkondiging van het Woord (5)

10 minuten leestijd

Een vorige keer toonde ik aan dat men van de preek iets mag verwachten. De verkondiging van het Woord is een gebeuren. De prediking werkt het een en ander uit. Zij is effectief. Deze effectiviteit hangt niet van de mens af die het Woord verkondigt. Het uitgestrooide zaad der wedergeboorte is alleen maar werkzaam omdat God Zelf er achter staat.

In dit verband is het goed om op te merken dat het Woord niet gebonden is. Men mag niet zeggen dat de effectiviteit van het Woord afhangt van één enkel mens. Ook niet van de kerkelijke gemeenschap waartoe men behoort.

Het Woord is evenmin gebonden aan een volk. Het Woord kan bij een volk blijven, maar het kan ook worden weggenomen. Wat dit laatste betreft denk ik aan de Klein-Aziatische gemeenten. Het Woord heeft er zijn werk gedaan. De plasregens van het Evangelie zijn op die gemeenten gevallen. Maar wat is er nog van over? Het Woord is weg. De kandelaar is er verdwenen. Slechts stukken steen herinneren ons eraan dat er een christelijke kerk is geweest.

Ooit heeft Luther gezegd van de plasregens van het Evangelie dat zij velen tot kennis van de zaligheid kunnen brengen, maar dat het niet onmogelijk is dat de Heere op een bepaald moment die plasregens wegneemt. En dan zegt Luther: 'Weg is weg.' In de Klein-Aziatische gemeenten hebben wij wat dit laatste betreft een voorbeeld.

Met name in onze tijd konden die zeven gemeenten voor ons nog wel eens tot een waarschuwing zijn. Wij zijn er als volk en als kerk niet te goed voor om onder eenzelfde gericht te vallen.

Goddank is het zover nog niet! Ook mag men niet zeggen dat de Geest Gods van ons geweken is. Dit is zeker niet het geval, temeer niet omdat wij toch ook vandaag nog altijd horen dat het welbehagen des Heeren gelukkig en gelukkend door Zijn hand voortgaat. Dat wil intussen niet zeggen dat wij niet alert (waakzaam) behoren te zijn. Want terecht maakt Luther de opmerking dat de plasregens van het Evangelie (de verkondiging van het Woord) eerder weg kunnen zijn dan wij denken.

Wanneer wij als christenen zó gearriveerd raken en menen alle wijsheid in pacht te hebben, kon het wel eens eerder twaalf uur slaan dan wij vermoeden.

Zuivere waarheid

Het bovenstaande brengt mij ook op de gedachte dat wij zeer voorzichtig moeten zijn met te zeggen: 'alleen op die plaats of door die dominee wordt de zuivere waarheid gebracht'. Wanneer men dit zo stelt, bedoelt men meestentijds te zeggen dat er nog niet zoveel plaatsen of voorgangers zijn die de zuivere waarheid uitdragen. Er moet selectief gekeken worden waar die zuivere waarheid wordt gevonden en door wie ze wordt uitgedragen.

Laten wij met dit alles voorzichtig zijn! Ook met het spreken over de 'zuivere waarheid'. Wanneer de waarheid wordt gesproken, wordt er zuiver gesproken. Dat hangt samen met de waarheid. Er behoeft dus geen bijvoeglijk naamwoord 'zuiver' bij.

Maar er is nog iets anders wat ik een moment wil aansnijden. Wij moeten maar niet vergeten dat wij allen ten dele kennen. Ook de dominees op of onder de kansel kennen ten dele. Dat houdt in dat zij de waarheid Gods verkondigen, maar let wel: ten dele. Daarbij komt ook nog dat iedere dienaar des Woords zijn eigen stokpaardjes bezit. Een zekere eenzijdigheid kan ons, dienaren des Woords, niet ontzegd worden. Wie zichzelf kent en deze zaken bij zichzelf onderkent, zal niet de pretentie bezitten, dat hij alléén de waarheid Gods verkondigt.

Laten wij niet vergeten dat de wijsheid Gods veelkleurig is. Welnu, die veelkleurigheid mag in de prediking uitkomen. En dan is dit het mooie dat de ene dienaar van het Woord de andere aanvult.

Nu gebeurt het wel dat men iemand hoort zeggen dat er in zijn of haar kerk de zuivere waarheid wordt gepreekt. Ik sluit het niet uit dat dit gebeurt, hoewel ik het wel wat anders zou formuleren. In plaats van zuivere waarheid zou ik willen zeggen dat in die kerk de Schriften worden geopend en dat er een voorwerpelijk-onderwerpelijke prediking wordt gehouden.

Dat moest eigenlijk in iedere kerk en in iedere gemeente het geval zijn. Maar kan men nu zeggen dat er zoveel meer geestelijk leven is in een kerk of gemeente, waar de 'zuivere waarheid' wordt uitgedragen dan in een kerk of gemeente waar dit niet altijd gebeurt?

Van ds. G. H. Kersten las ik onlangs dat hij op zondagavond nog wel eens zuchtte. Als hij overdacht wat hij had uitgedragen, kon hij niet anders dan zuchten en tot de conclusie komen dat het te kort was geweest. Hij had méér over de waarheid Gods behoren te zeggen. Misschien ook anders, zodat het beter zou hebben kunnen landen bij de hoorders. Ds. Kersten kwam er - om zo te zeggen - steeds met schuld onderuit als hij zag op wat hij had verkondigd.

Met dit alles wil ik maar zeggen dat het wel heel pretentieus is als een dienaar van het Woord zou zeggen de 'zuivere waarheid' te verkondigen. Nog hoogmoediger is het als men zou stellen de 'zuivere waarheid' in pacht te hebben of in de hand te hebben. Wij hebben als dienaren Gods het Woord, de geopenbaarde waarheid, niet in de hand. Het Woord is bij God, het Woord is van God. De waarheid Gods wordt ons geopenbaard door Hem Die zegt: Ik ben de Waarheid. Want ook de waarheid van het Woord Gods is ondenkbaar zonder de Persoon van Jezus Christus, die toch is het vleesgeworden Woord.

Misschien dat de waarheid Gods van de kansel niet altijd zó wordt vernomen als dit behoort. Maar dan troost ik mij nog wel eens met de gedachte dat de Heere met een kromme stok een rechte slag toebrengt. Natuurlijk, men mag daar niet van uitgaan als men als voorganger de kansel beklimt, maar het kan toch wel eens troost geven als men op zondagavond nog eens nadenkt over wat men die dag gezegd heeft.

Hooggestemd

Een vraag die ik al eens eerder in een artikel stelde, maar die ik toen niet heb beantwoord, luidt als volgt: 'Is het niet enigszins te hooggestemd om te zeggen dat de prediking is Gods Woord? '.

Laat de werkelijkheid ons niet iets anders zien en opmerken. Kan men zeggen dat de hoorders het altijd zo beleven?

Ik denk dat wij deze conclusie moeten trekken dat niet iedere hoorder het altijd zo beleeft. ledere dominee zoekt naar een invalshoek om bij de tekst en de context te komen. Zolang hij met de invalshoek in de preek bezig is om zo bij z'n tekst te komen, heeft hij nog wel de aandacht. Vooral is dit het geval als hij een invalshoek uit de actualiteit heeft. Zodra hij echter de invalshoek verlaat en zijn tekst begint te ontvouwen, verdwijnt vaak alle aandacht. De invalshoek was een stuk herkenning, maar wat daarna volgt niet.

Ik moet zeggen dat dit een prediker wel eens kan verlammen als hij bemerkt dat hij de aandacht voor een ogenblik kon vasthouden, maar daarna het contact verloor, toen toch eigenlijk het meest wezenlijke aan de orde kwam.

Dat dit alles te maken heeft met de vertolking van het Evangelie, zal duidelijk zijn. De vraag is: hoe brengen wij het Evangelie aan de man in deze twintigste eeuw? Aan de moderne mens? En let wel: de moderne mens treffen wij niet alleen buiten de kerk aan, maar ook in de kerk. Want ook voor de mens die op zondag in de kerk komt is de leefwereld van maandag tot en met zaterdag een geheel andere dan die ons op zondag in de prediking wordt voorgehouden.

Zonder het Evangelie aan te passen, zullen er toch methoden gezocht moeten worden om het Evangelie te laten landen.

Het is juist dat het landen niet gelegen is in de handen van een dienaar. Maar de Heilige Geest bedient Zich wel van 'mannetjes uit het stof verrezen'. Om die reden mag er gezocht naar een zo adequaat mogelijke vertolking. Dat het zoeken ernaar nog niet zo eenvoudig is en dat vele dienaren des woords daarmee worstelen is duidelijk geworden uit het referaat dat ds. J. Maasland op het contio van predikanten in januari jl. in Driebergen heeft gehouden, alsmede ook in de bespreking die op zijn lezing volgde.

Mij is bovendien in de afgelopen maanden gebleken, dat men ook in andere sectoren van de kerk met de vraag naar de vertolking van het Evangelie bezig is. Wellicht dat wij in de loop der jaren nog wel iets van elkaar kunnen leren.

Intussen doet de preek wel iets, zoals ik eerder schreef. Ik onderstreep graag wat Bullinger zegt: 'De prediking van het Woord Gods is het Woord van God'.

Nu moeten wij er wel goed op letten dat Bullinger het niet heeft over de preek als een min of meer zelfstandig gegeven. Hij spreekt over de prediking. Het gaat hem om het gebeuren dat op zondag in de kerk plaatsvindt. Door de predikant die door de gemeente, mitsdien door de Heere Zelf is geroepen, worden de profeten en de apostelen d.i. de Schriften uitgelegd. Luid wordt door hem verkondigd dat er een weg is tot de zaligheid d.i. Jezus Christus die zegt: Ik ben de weg!

Wanneer de gekruisigde en opgestane Christus wordt verkondigd mogen wij inderdaad spreken over het 'geschieden' van het Woord Gods.

De verkondiging van het Woord en het effect daarvan zijn niet te hooggestemd. Zij mogen hooggestemd zijn. Dat geldt ook voor onze tijd. Preken staat immers in het kader van de belofte: Want waar twee of drie vergaderd zijn in Mijn Naam, daar ben Ik in het midden van hen' (Matth. 18 : 20). Er zouden nog wel meer beloften zijn te noemen, maar ik wil het bij deze belofte laten.

Over deze belofte en andere in het kader van de prediking moet niet gering gedacht worden. Het wil de dienaren des Woords voor moedeloosheid bewaren, doch ze tegelijkertijd aansporen met alle kracht die in hen is het Evangelie te verkondigen. De belofte Gods staat er garant voor dat hun arbeid niet ijdel is in de Heere. Het is voor de volle honderd procent waar als er in de berijming van Psalm 89 staat dat vast en ongebroken blijft wat uit Gods mond voortkomt.

Gesteld dat de belofte Gods op de verkondiging van Zijn Woord er niet zou zijn, dan zou de prediking slechts een mededeling zonder volmacht zijn. Maar dat is nu niet het geval. De Heere geeft ons Zijn belofte én Hij vervult aan ons Zijn belofte. Hij is zo getrouw als sterk. Hij zal Zijn werk, óók in de gemeente voleindigen.

Na lange tijd

Het wil niet zeggen dat de Heere dadelijk Zijn belofte van vrucht op de prediking laat horen of zien. Soms gaan er vele jaren overheen. Men vraagt zich af: zou de Heere Zijn belofte wel waar maken? Zal het zaad der wedergeboorte in een of ander hart wel ontkiemen? En dan plotseling... als men er helemaal niet op rekent, hoort men als dienaar des Woords dat de Heere een preek - waarvan men zelf niet eens meer weet dat men die heeft gehouden - heeft willen zegenen. Ik denk dat iedere dienaar des Woords die al weer wat langer 'meeloopt' in de kerk hiervan wel iets kan vertellen. Dat zijn gouden kleinodiën. Gouden appels op zilveren schalen. (Wordt vervolgd)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

De verkondiging van het Woord (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 13 maart 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's