Een volmaakt verlossingsplan
Leerdienst te Bergschenhoek op zondag 26 januari 1997
In een leerdienst in Bergschenhoek werden door ds. W. Markus de door velen aangevochten zondagen 5 en 6 van de Heidelbergse Catechismus als een apologie van Gods verlossingsplan 'bepreekt'. Hiernaast een korte samenvatting daarvan, die aan de kerkgangers werd uigedeeld.
TWEEDE DEEL VAN DE CATECHIS MUS OVER ONZE VERLOSSING
ZONDAG 5 EN 6
Vraag 12: Wanneer wij dus naar het rechtvaardige oordeel van God nu en eeuwig straf verdiend hebben, blijft er dan nog een middel over, waardoor wij deze straf zouden kunnen ontgaan en weer in genade aangenomen worden?
Antwoord: God wil dat aan Zijn gerechtigheid genoegdoening geschiedt; daarom moeten wij of zelf of door middel van een ander volledig genoegdoening geven.
Vraag 13: Kunnen wij zelf genoegdoening geven (voor betaling zorgen)? Antwoord: Volstrekt niet. Wij maken zelfs de schuld nog dagelijks groter.
Vraag 14: Kan iemand die enkel schepsel is in onze plaats voor betaling zorgen?
Antwoord: Nee. Want ten eerste wil God niet aan een ander schepsel de schuld toerekenen die de mens op zich geladen heeft. Ten tweede kan ook niemand die enkel schepsel is de last van Gods eeuwige toorn tegen de zonde dragen en anderen daarvan verlossen.
Vraag 15: Wat voor een Middelaar en Verlosser moeten we dan zoeken?
Antwoord: Een Middelaar, die waarachtig en rechtvaardig mens is en toch sterker dan alle schepselen, dat wil zeggen, die tegelijk waarachtig God is.
Vraag 16: Waarom moet de Middelaar waarachtig en rechtvaardig mens zijn?
Antwoord: Omdat Gods gerechtigheid eist, dat de menselijke natuur, die gezondigd heeft, voor de zonde moet betalen en omdat een mens die zelf zondaar is, voor anderen niet kan voldoen.
Vraag 17: Waarom moet Hij tegelijk waarachtig God zijn?
Antwoord: Om uit kracht van Zijn goddelijke natuur in staat te zijn de last van Gods toorn in zijn menselijke natuur te dragen, voor ons de gerechtigheid en het leven te verwerven en zo ons terug te geven.
Vraag 18: Wie is dan deze Middelaar die teglijk waarachtig God en een waarachtig, rechtvaardig mens is?
Antwoord: Onze Heere Jezus Christus, die ons door God tot wijsheid, gerechtigheid, heiliging en tot volkomen verlossing geschonken is.
Vraag 19: Waaruit weet gij dat?
Antwoord: Uit het heilig Evangelie.
1. Inleiding. Onze Koning verwacht dat wij altijd bereid zullen zijn om verantwoording af te leggen van de hoop die in ons is. Zie 1 Petr. 3 : 15! Dat wordt steeds belangrijker want onze samenleving raakt steeds meer vervreemd van het evangelie. Dan kan het gebeuren dat mensen gaan vragen wat wij nu eigenlijk geloven. Gewoon belangstellende vragen zonder een ondertoon van kritiek. Want de mensen weten het niet meer en vinden echte christenen ergens toch wel interessant. En dan mag u gaan vertellen. Maar zou u ook weten wat? Zou u bijvoorbeeld weten hoe u Gods verlossingsplan kan uitleggen zodat het ook voor niet-christenen begrijpelijk wordt en iets aantrekkelijks krijgt? Ik vrees dat veel christenen hierbij nog veel moeten leren. U kunt de zondagen 5 en 6 en deze leerdienst als een vooroefening beschouwen.
Met name van zondag 6 komt nog heel wat terug in het vervolg van de Heidelbergse Catechismus. Vanavond zullen we daarom alleen op de grote lijn letten.
2. Sommige christenen leven met de gedachte dat de inhoud van hun geloof een soort geheimtaal is waar je eigenlijk niets zinnigs over kunt zeggen. Het Evangelie is tenslotte voor de geleerde Grieken een dwaasheid, volgens Paulus. Dat klopt, maar daarmee bedoelt Paulus niet dat wij met elkaar rationele onzin moeten geloven. Christelijk 'abacadabra'. Die geleerde Grieken begrepen de redelijke argumenten van Paulus voor Gods verlossingsplan helemaal. Het was helder als glas. Maar zij wilden er niet voor buigen en noemden het daarom dwaasheid. Maar dat wil nog niet zeggen dat het Evangelie ook dwaasheid is voor een weldenkend mens! Er zijn heel goede redenen te geven voor wat wij geloven! Wij zijn die redenen alleen vergeten omdat we eeuwenlang verwend zijn door een christelijke samenleving, die ons niet naar redenen vroeg. De grote lijn van Gods verlossingsplan werd in heel West-Europa algemeen aanvaard. Met fundamentele vragen zoals: 'Waarom Christus? Waarom de Bijbel? ' kregen de meeste gelovigen nooit te maken. Maar dat is in 1997 volkomen anders. Nederland is een supermarkt van godsdiensten geworden waar ieder zijn winkelwagentje probeert te vullen. Daarbij hoeven we als christenen werkelijk niet in een bunker weg te kruipen, want wij hebben het beste verhaal te vertellen! We geloven geen onzin, maar wel dat het verlossingsplan van het evangelie wereldwijd het enige is wat werkelijk past bij onze behoeften! Dat passende proberen de zondagen 5 en 6 uit te leggen op een manier die doet denken aan de ontknoping van een goede detectiveroman! Die ontknoping blijft tot het einde toe een verrassing. Dat wel. Jezus Christus, als een Middelaar die tegelijk God en mens is, zouden wij nooit kunnen bedenken. Maar wie goed oplet ziet wel overal sporen die verwijzen naar Hem. En het is zeer de moeite waard dat aan onze niet-gelovige of anders-gelovige buurman uit te leggen. Zo gaan we nu de vragen en antwoorden van zondag 5 en 6 lezen.
3. Onze onbetaalbare ellende, zonde en schuld is het eerste spoor (vr. 12 en 13). Geen weldenkend mens zal de aanwezigheid daarvan ontkennen. Met als gevolg dat velen naar verlossing zoeken. Zelfverlossing is daarbij de meest gekozen vluchtroute. Maar al onze afbetalingsplannen ziijn tot mislukken gedoemd. En ze zijn beslist niet 'redelijker' dan het Evangelie. Denk bijvoorbeeld aan de vele oosterse godsdiensten met als hoofdweg: reïncarnatie. Dat lijkt mooi. Maar daarbij moet je al goed zijn om beter te kunnen worden. Een echte oplossing voor zondegedrag geeft dat niet. Want in een volgend leven krijg je dubbel uitbetaald wat je nu verkeerd deed, zodat alle voorwaarden aanwezig zijn om het er dan nog slechter af te brengen, enz.
Maar ook de verlossingsweg van de islam geeft weinig hoop voor geboren zondaren. Want Allah is alleen genadig voor hen die met hun goede werken zijn genade verdienen. Dat is dus bepaald geen blijde boodschap voor verloren zondaren. Maar het is wel een aanwijzing dat we na vraag en antwoord 12 en 13 iets anders moeten zoeken. Als zelfverlossing onmogelijk is, kan iemand anders dan soms helpen? Na het voorgaande een voor de hand liggende vraag. En een heel mooie vraag, die je bijvoorbeeld ook binnen een bepaalde stroming van het hindoeïsme tegenkomt. Dat is verschrikkelijk boeiend. Want het is een vraag naar echte genade. Blijkbaar heeft God ook daar iets van Zijn licht laten schijnen, zodat het besef kon groeien: We hebben een 'verlosser' nodig! Iemand die bemiddelen kan en wil, anders wordt het nooit wat. Opnieuw een spoor van Gods plan!
Zo'n bemiddelaar-verlosser moet uiteraard het vertrouwen van en vrije toegang tot God en de mensen hebben - anders kan Hij niet bemiddelen. Maar om als middelaar werkelijk te kunnen verlossen moet hij helemaal in onze plaats kunnen staan en tegelijk helemaal in staat zijn om een goddelijk-zware, eeuwige straf te dragen. Wie daar over nadenkt kan er haast niet omheen om te beseffen dat zo'n Middelaar-Verlosser dus wel heel bijzondere eigenschappen moet hebben. Om bij de mensen te komen en hun straf te dragen moet Hij mens zijn. Maar om bij God te komen en die straf ook te kunnen dragen moet Hij God zijn. En hier stopt ons redeneren. Want zo'n uitkomst is ongehoord. Dan zeggen wij met ons mensenverstand: dat kan niet. Maar dan zegt God: dat kan wel. In Mijn Zoon zal Ik zelf mens worden. Want wie is dan deze Middelaar? Onze Heere Jezus Christus. Dat weten we uit het heilig Evangelie. Hij is werkelijk precies Wie we nodig hebben!
4. Onze Heere Jezus Christus. Let op dat 'onze'. Want het is natuurlijk prachtig als we al redenerend beseffen: Gods verlossingplan is volmaakt! Maar het gaat om onze overgave aan de Verlosser. Dat wij leren zeggen: Mijn Jezus!
Al je twijfel af te leggen
en alleen maar 'amen' zeggen,
al is het met gebroken stem.
Dan je hand in Zijn hand leggen
en op weg gaan achter Hem! (Nel Benschop)
Schriftlezingen:
Johannes 1 : 1-14 en Hebreeën 4 : 14-16.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's