Torenspitsen-Gemeenteflitsen
MAARTENSDIJK (UTRECHT)
Maartensdijk is een dorp, gelegen tussen Utrecht en Hilversum in een fraai overgangsgebied; in het noorden en oosten begrensd door een uitloper van de Utechtse Heuvelrug, aan de andere kant te midden van polders van een uitgestrekt en zeer gevarieerd weidegebied. De naam Maartensdijk is heel simpel gevormd uit 'de dijk en (Sint) Maarten'.
Voor een goed begrip, het dorp Maartensdijk bestaat (thans) uit een viertal woonkernen, waaronder drie kerkelijk zelfstandige gemeenten: (Blauwkapel-)Groenekan, Westbroek, Maartensdijk(-Hollandsche Rading) en sinds het einde van de jaren zestig kennen we in de kern Maartensdijk ook een deelgemeente (destijds een zorgenoemde 'B.W.J.W.'). We beperken ons hier uiteraard tot de kerkelijke gemeente van Maartensdijk-Hollandsche Rading, kortheidshalve Maartensdijk genoemd.
Ontstaan
Het dorp Maartensdijk heeft haar ontstaan (menselijk gesproken) te danken aan de ontginning van een groot veengebied ten noorden van de stad Utrecht. Deze vervening zou hebben plaatsgevonden tussen de 13e en 16e eeuw, uitgaande van het bisdom Utrecht, waaronder dit gebied in die dagen ressorteerde. Als gevolg daarvan vestigden zich toen veenarbeiders in deze streek en mede hierdoor zijn nederzettingen ontstaan, waaronder omstreeks 1400 Maartensdijk, toentertijd Oostveen geheten. Het bisdom Utrecht heeft in die tijd ter plekke kapellen of kerken laten bouwen, al naar gelang de ontwikkeling van het gebied.
Kerkgebouw
Ons kerkgebouw is een laatromaans bouwwerk, dat in twee fasen tot stand kwam. In de 15e eeuw is men begonnen met het bouwen van een kapel, genaamd de 'Sint Jacobuskapel' en behorend tot de parochiekerk van 'Sint Jacobus Maior' (de huidige Jacobikerk) te Utrecht. In 1555 werd onze Jacobuskapel tot parochie verheven en verkreeg onze kerkelijke gemeente een zekere mate van zelfstandigheid. Hoogstwaarschijnlijk dateert uit dit tijdperk de aanbouw van het kerkschip en de toren, waardoor het geheel een fraaie kruiskerk vormt; sedert lange tijd wordt deze dan ook officieel als historisch monument aangemerkt. Echter, het schutblad van het 'eerste' doopboek maakt melding van een tragisch feit:
'Anno 1692 den 16 Novemb. des Woensdags nacht tusschen twaelf en een uur is een schriklijken brand ontstaen aan het huys van den prae-dicant Zacharias van Eyndhoven waardoor de gehele pastory-huysinge ten (gronde) toe is verbrand, met alle de goederen van den prae-dicant en ook de kerketoorn en alsoo doe-maals de kerke-boeken als van dooplingen, ledematen etc. in de voorn, huysinge (waren) soo sijn die, met alle - boeken etc. van den prae-dicant door den brand omgekomen. Soo ist dat dit boek sich houd een nieuwe aentekeninge van gedoop(ten) nae dat droevig on-geluk.'
Zijn de torenspits en de pastorie in 1693 reeds weer hersteld, de kerkelijke gegevens echter van voor de brand moeten we node missen. De toren en het kerkschip zijn aan de buitenzijde enkele jaren geleden grondig gerestaureerd; ook het interieur heeft verscheidene renovaties ondergaan. De kansel en het zogenoemde 'tuinhek' dateren uit de achttiende eeuw en het zogeheten 'ton-gewelf' is in 1930 aangebracht. Helaas zijn bij de laatste inwendige renovatie de oude 'herenbanken' met luifel verloren gegaan. Wel is een fraaie grafkelder alsmede een aantal oude grafzerken in het kerkgebouw bewaard gebleven. In deze grafkelder uit ± 1770 ligt de vroegere schout van Oostveen (= Maartensdijk) en tevens kerkeraadslid van 'Martensdijk', Johannis Swaving, naar hij hoopt 'ter Tijd toe van de algemeene Opwekking ten Jongsten Dagen'.
Predikanten
Op 26 augustus 1580 hebben de Staten van Utrecht de roomse godsdienst verboden, dus werd de Hervorming voor alle gemeenten verplicht ingevoerd! Maartensdijk ontving rond 1590 in ds. Th. J. Gois haar eerste dominee. Van toen af tot aan de huidige vacaturetijd hebben 47 predikanten onze gemeente gediend. Slechts een enkele naam willen we vanuit historisch oogpunt toch even de revue laten passeren. - Ds. H. Welsingius is in 1619, staande in onze gemeente, uit zijn ambt ontzet. De gedachte ligt voor de hand dat deze predikant is afgezet vanwege remonstrantse gezindheid, omdat immers in dat jaar, als gevolg van de besluiten der Dordtsche Synode, heel wat predikanten dezelfde weg zouden zijn gegaan. Helaas, ons archief uit die tijd, dat deze zaak zou kunnen bevestigen, ontbreekt door de bovenvermelde brand.
Ds. J. H. van der Palm begon in 1785 te Maartensdijk als kandidaat. Deze predikant zou een 'gevierde' kanselredenaar zijn geweest. Echter, hij was een actief patriot (Fransgezinde) en heeft door deze openlijke gezindheid zijn verblijf in onze gemeente op 16 september 1788 door een overhaaste vlucht (op de nadering van de Pruisische troepen) afgebroken. Overigens, vanwege zijn grote gaven is Van der Palm in 1796 hoogleraar te Leiden geworden. (Dat laatste geldt trouwens ook voor ds. J. A. Lotze, maar dan in 1804 teFraneker.)
Ten slotte maken we melding van het feit dat een drietal predikanten een (zeer) lange periode in onze gemeente heeft gestaan, t.w. ds. H. Kroes van 1708 tot aan zijn overlijden in 1749; ds. J. W. Middelburg als kandidaat in 1837 tot aan zijn emeritaat in 1857 (!), overleden in 1887; ds. A. J. Wijnmaalen van 1952 tot aan zijn emeritaat in 1979.
Uit de gemeente
Zoals gememoreerd kunnen we slechts gebruik maken van kerkelijke gegevens over onze gemeente vanaf 1692, het jaar van de brand.
Op grond van de ons ter beschikking staande gegevens hebben we sterk de indruk dat de gemeente in dat tijdvak tot aan de Franse overheersing in 1795 financieel zozeer geen zorgen heeft gekend. Daarna is een opmerkelijke toename van de Maartensdijkse bevolking waarneembaar, zo ook van de kerkelijke gemeente. Uit de stukken blijkt dat het vaak om 'minvermogenden' ging, die zich kennelijk vestigden waar werk te vinden was. Dat lijkt één van de grootste oorzaken van de verarming van onze gemeente te zijn. Bovendien was toentertijd sprake van een algemene verarming van het land (dus ook de kerk), onder andere als gevolg van de door Frankrijk opgelegde zware financiële (oorlogs)lasten. Hóe arm het hier was, moge uit het navolgende, overgenomen stuk blijken:
'De kerk te Maartensdijk is slecht onderhouden en arm. De predikant Tielman Jansz*). is er door translatie geplaatst op last der Staten, en hervormd. Hij heeft er tot groote stichting met meer dan dertig personen het Avondmaal gehouden. Naardien er geen koster is, bij gemis van geld om hem te bezoldigen, moet de predikant de klok luiden. De schoolmeester is er onhandelbaar, en de pastorie bijkans niet te bewonen. De kerkmeester en de schout doen er voorlopig de omgang in de kerk voor de armen. Men klaagt er over zekeren paep, Willem Laurensz., die vroeger te Utrecht een bordeel hield, en zestien jaren geleden hier gekomen, nog 'danserijen ophout, en hem oock onderstaet opentlijck duyvelen uut te jaghen ende 't onttooveren.' (Citaat uit: Geschiedenis der Hervorming in de Nederlanden, door dr. C. G. Montijn; tweede deel, 2e druk, 1868).
Ds. Tielman Jansz. moet als waarnemer naar onze gemeente zijn overgekomen, daar deze niet op onze predikantenlijst voorkomt en in die periode ds. J. W. Middelburg (1837-1857) in onze gemeente zijn standplaats had. Vermoedelijk was de laatste niet meer bekwaam voor het pastorale werk, want hij is, gekomen als kandidaat in 1837, reeds in 1857 met emeritaat gegaan en pas dertig jaar later overleden! Dit was dan de toestand van omstreeks 1850. Gelukkig is in ieder geval de financiële positie van onze gemeente in de huidige eeuw drastisch verbeterd, anders zou bovenstaand citaat mogelijk niet geplaatst zijn geworden.
Het aantal zielen der gemeente is in 1835 zo'n 700, waarvan 301 lidmaten. Tezamen met nog 100 'Roomschen' omvat nagenoeg de gehele bevolking van de kern Maartensdijk 800 personen. In 1846 zou dat aantal zijn opgelopen tot maar liefst 1200 hervormden, waarvan 470 lidmaten. Over mobiliteit van de bevolking gesproken! Ter vergelijking: anno 1997 is dat aantal 2129 tegenover een totale burgerbevolking van ongeveer 5000 zielen.
Ds. W. J. G. Aalders heeft in 1879 het initiatief genomen tot oprichting van de zondagsschool, genaamd 'Het Mosterdzaadje', dat heden ten dage nog steeds een bloeiend bestaan heeft. Dominee werd 'gedrongen om het Godsdienstig onderwijs aan de kinderen gestalte te geven', aldus meldt het jubileumboekje van 1979. Terzijde zij opgemerkt dat deze zondags school vanaf de beginjaren tot in de jaren dertig werd gehouden door zowel hervormde als afgescheidenen, laten gereformeerde leiders en leidsters; daarna is de zondagsschool vanwege geschillen door uitsluitend hervormden voortgezet.
5 april 1892 vermelen de notulen van de erkenraad: '(...) Nietegenstaande het drinend verzoek van 't Class. Best. aan den kerkeraad om hen, die door woord en daad toonen zich van de Ned. Herv. Kerk te hebben afgescheiden, reeds van nu af, en voortaan als zoodanig te behandelen, kunnen de Oud. en Diac. niet besluiten aan dit verzoek gehoor te geven, van welke beslissing des Kerkeraads aan voorn. Best. kennis zal worden gegeven. (...)'
Een en ander illustreert duidelijk de aanvankelijk goede verhouding tussen hervormd en gereformeerd. Overigens, het aantal afgescheidenen was aanvankelijk maar klein en viel vanaf 1836 kerkelijk onder Westbroek; pas in 1889 kreeg Maartensdijk een gereformeerde kerk. Van overlevering is bekend dat er geestelijke banden over en weer bestonden. Nog in de jaren vijftig (van deze eeuw) zou een kind des Heeren, lidmate van de gereformeerde kerk ter plaatse, steeds in gebed zijn gegaan wanneer de toemnalige hervormde predikant een beroep naar elders ontving. Dat was tekenend voor de onderlinge verhouding, waarvan nu echter niets meer te bespeuren is.
Op dezelfde wijze als de zondagsschool is het de School met de Bijbel vergaan. Deze kwam in 1919 tot stand op initiatief van de zijde der gereformeerden; na lang aandringen van onze predikant ds. H. Doornveld was ook onze kerkenraad uiteindelijk bereid. Later zou ook hier weer een scheiding vallen.
We vermelden deze feiten vanwege de betrokkenheid van kerkenraad en predikant bij deze aangelegenheden. Hetzelfde verhaal gaat op voor de oude Jongelings-, thans jeugdvereniging.
De kerkenraadsnotuelen van september 1897 vermelden een verslag van de wijze waarop het éérste orgel werd aangeschaft. In januari 1895 was het voorstel daartoe van ds. W. E. Noordink door de kerkenraad afgewezen, vermoedelijk wegens de financiering ervan. De notulen van 1897 luiden als volgt:
'Daar de wensch der gemeente reeds sedert lang uitging naar een orgel in haar kerkgebouw tot begeleiding van haar kerkelijk gezang, maar zij niet kon verwachten dit ooit uit hare kerkelijke fondsen te zullen verkrijgen en zij zelve alleen ook zulk een instrument niet wel kon bekostigen, is onze leeraar. Ds. W. E. Noordink van 1 Julij tot 1 October bezig geweest om gelden te verzamelen in en buiten de gemeente tot een bedrag van ƒ 2063, 50 waarvoor een voldoend instrument werd aangekocht en geplaatst, geheel buiten bezwaar van de kerkelijke fondsen. Dit instrument, een vocalionorgel, (...), werd Zondag, 10 October tot zijne bestemming in gewijd met eene rede naar Psalm 65 vs. 2a - de lofzang is in stilheid tot U o God, in Sion.'
Tot slot
Het zal duidelijk zijn dat met het bovenstaande slechts een korte schets gegeven is van het reilen en zeilen van onze gemeente. Omdat we de beschikking hadden over een aantal gegevens uit de oudere, kerkelijke historie van Maartensdijk, is voornamelijk daaruit geput. Het gaf voldoende stof voor deze bijdrage.
Niettemin is er ook heden ten dage nog liefde voor de kerk (der vaderen) te vinden, ondanks alle ontwikkelingen daartegenin. Nog maar enkele jaren geleden is ons een tweetal mensen ontvallen met een kennelijke liefde voor onze kerk en gemeente. De één mocht ruim zestig jaar als voorlezer dienstbaar zijn en een kortere tijd tegelijk als diaken, de ander meer dan vijftig jaar als (president-)kerkvoogd en wat korter mede als ouderling. Van beiden is er getuigenis dat ze tot de Kerk met een grote 'K' mochten behoren, vandaar die onnavolgbare liefde voor de gemeente. Het gaat hier niet om mensenwerk, maar om Gods werk!
Als we anno 1997 daarvan uit genade iets mogen (leren) kennen, is er hoop voor de Kerk en ook de kerk.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's