De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Dr. Gerardus Kuypers: predikant en hoogleraar (3)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Dr. Gerardus Kuypers: predikant en hoogleraar (3)

8 minuten leestijd

13. Predikant te Winschoten

Deze Nijkerkse voorganger werd op 9 november 1758 uitgenodigd een predikantsplaats in Winschoten te bekleden. De doopsgezinde dominus en historicus Chr. Sepp vermoedde rond een eeuw later, dat de Groningse prof. M. Bertling er bij de gemeente op aangedrongen zou hebben Kuypers te beroepen. Laatstgenoemde heeft het beroep naar Winschoten aangenomen.

Ds. Joh. Werumeus, die bijna vijftig jaar lang aan die gemeente was verbonden, heeft de 'jongste' predikant op 15 juli 1759 in de morgendienst bevestigd met een preek over 1 Korinthe 4 vers 1: 'Alzoo houde ons een ieder mensch, als dienaars van Christus, en uitdeelers der verborgenheden Gods'.

's Middags deed Kuypers intrede naar aanleiding van de woorden uit Efeze 3 vers 8 en 9: 'Mij, den allerminste van al de heiligen, is deze genade gegeven, om onder de heidenen door het Evangelie te verkondigen den onnaspeurlijken rijkdom van Christus, en allen te verlichten, dat zij mogen verstaan, welke de gemeenschap der verborgenheid zij, die van alle eeuwen verborgen is geweest in God, Welke alle dingen geschapen heeft door Jezus Christus; '

Ds. Albertus Alberthoma uit Nieuwe Pekela heeft na de bevestiging zijn ambtgenoot 'met veel hartelykheid toegesproken'. Deze had met Kuypers in Winschoten op een drietal gestaan. Alberthoma is nog predikant geweest in Groningen van 10 december 1770 tot zijn overlijden op 4 augustus 1801. Hij was de twaalfde en de laatste van het predikantengeslacht Alberthoma.

Dr. G. Kuypers hertrouwde op 16 december 1759 in Winschoten met Jonkvrouwe J. P. Alberda, afkomstig uit Groningen. Zij was gehuwd geweest met de op 24 maart 1756 overleden burgemeester van Appingedam, zijnde E. W. Sichterman, wiens geboorteplaats Houghley in Bengalen was. Reeds op 16 november 1960 heeft Kuypers 'onder een zeer groote Schare van toehoorderen' afscheid van de gemeente in Winschoten genomen met een preek over Lukas 4 vers 42 en 43: 'En als het dag werd ging Hij uit, en trok naar een woeste plaats; en de scharen zochten Hem, en kwamen tot bij Hem, en hielden Hem op, dat Hij van hen niet zou weggaan. Maar Hij zeide tot hen: Ik moet .ook andere steden het Evangelie van het Koninkrijk Gods verkondigen; want daartoe ben ik uitgezonden'.

14. Predikant te Scheemda

Ds. J. S. Themmen, één van de twaalf in de provincie Groningen ter wereld gekomen predikanten van deze naam, werd geboren 17 maart 1722 te Nieuw-Scheemda. Van 10 augustus 1749 tot zijn dood op 29 september 1768 was hij verbonden aan de gemeente van laatstgenoemde plaats. Themmen heeft op 30 november 1760 zijn ambtgenoot Gerardus Kuypers in Scheemda bevestigd. Ds. Themmen preekte over de woorden uit Openbaring 2 vers 10: 'Zijt getrouw tot den dood, en Ik zal u geven de kroon des levens'.

Ds. Kuypers deed 's middags intrede en sprak naar aanleiding van Jesaja 45 vers 8: 'Drupt, gij hemelen! van boven af, en dat de wolken vloeien van gerechtigheid; en de aarde opene zich, en dat allerlei heil uitwasse, en gerechtigheid te zamen uitspruite; Ik de HEERE, heb ze geschapen'. Ds. Joh. Rummerink was zijn voorganger in Scheemda geweest. Deze werd op 6 juli 1760 bevestigd in Groningen, waar hij in 1783 is overleden.

Kuypers' plaats in Winschoten werd ingenomen door de uit Stad afkomstige ds. Joh. Heringa, die van 1772 tot zijn emeritaat op 1 september 1814 de gemeente van 's-Gravenhage heeft gediend. Heringa stierf aldaar op 1 februari 1816.

In het Biografisch Woordenboek van protestantse godgeleerden in Nederland ('s-Gravenhage 1943) is opgemerkt, dat Kuypers in het Oldambt enige gelukkige en stille jaren heeft doorgebracht. Hij roemde de landstreek 'als een ander Gozen', en haar bewoners als 'de beschaafdste van het platteland'; zij waren ijverig en voorbeeldig in het waarnemen van den openlijken Godsdienst; onder hen waren er die blijken gaaven van een levendig geloov werkzaam in de lievde'. Zij hielden Kuypers 'voor eenen welmeenenden zielenvriend' .

In verband met zijn benoeming tot hoogleraar in Groningen op 16 augustus 1765 heeft dr. Kuypers in Scheemda afscheid genomen met een preek over Handelingen 26 vers 22: 'Dan, hulp van God verkregen hebbende, sta ik tot op dezen dag.'...

15. Hoogleraar te Groningen

De zeer begaafde Daniël Gerdes, gekomen uit Bremen, is van 1736 tot zijn overlijden op 2 februari 1765 te Groningen hoogleraar geweest. Dr. Gerardus Kuypers is, vermoedelijk door invloed van prof. dr. M. Bertling, op 16 februari d.o.v. in de vacature-Gerdes benoemd.

Kuypers nam op 20 november 1765 zitting in de senaat. Hij inaugureerde d.d. 6 december van dat jaar met een rede: 'De impedimentis certum in theologicis constituendi optimaque iis in magnum religionis commodum occurrendi ratio' (= 'Over de belemmeringen om het zekere in de theologie vast te stellen en de beste manier om deze tot groot voordeel van de religie weg te nemen''.)

Aan Prins Willem V en curatoren heeft prof. Kuypers de inaugurale rede opgedragen. Ds. Joh. Heringa heeft de oratie vertaald in het Nederlands: 'Gerardus Kuypers' Inwijings-reden over de beletselen om het zekere in de godgeleerdheyd vast te stellen en den besten weg om dezelve, tot groot voordeel van den godsdienst, op te ruymen...' (Gron. 1766).

Prof. Kuypers was rector magnificus van 1771-1773 en in het jaar 1787-1788. Zijn redevoeringen bij de overdrachten waren getiteld: 'De principium Arausionensium et Nassauiarum in religionem reformatum meritis' (= 'Over de verdiensten van de vorsten van Oranje-Nassau voor de gereformeerde religie', 1773) en 'De fallaci systematum theologicorum norma in S. Codicis interpretatione nunquam adhibenda' (= Over de bedrieglijke maatstaf van de systematische theologen die nooit mag worden gebruikt in de uitleg van de heilige handschriften', 1778).

Als hoogleraar paarde Kuypers aan een uitgebreide kennis een ongewone gemakkelijkheid van mededeling. De leer, welke hij verkondigde, bracht hij in beoefening en leven.

Hij en ambtgenoten behandelden de dogmatiek. Kuypers' dogmatiek op de (privaat)colleges werd gevolgd op het voetspoor van de Leidse professor S. van Til.

Kuypers doceerde o.m. ook preekmethoden en kanselwelsprekendheid. Zelf hield hij colleges over de elenctiek, een theologische vak, dat verwant is aan de polemiek en de apologetiek. De polemiek bestrijdt de pseudo-christelijke stromingen. De apologetiek legt zich toe op de verdediging van het christelijk geloof. Prof. Kuypers begon in 1772 met de uitlegging van de Dordtse leerregels. Toen hem bleek, dat er in 1772 te Groningen geen geschrift beschikbaar was ten behoeve van het onderwijs omtrent de Dordtse leerregels, heeft hij een nieuwe uitgave (in het Latijn) op zich genomen.

In 1752 was een Nederlandse editie verschenen van de Utrechtse hoogleraar dr. W van Irhoven, die van 1722-1733 (1 september) predikant te Ede is geweest. Ook hij had zich in Leiden toegelegd op de oosterse talen.

De curatoren hebben het academiejaar van 1771-1772 voor hem verlengd tot 1773. De rechtsgeleerde F. A. van der Marck, die in 1758 te Groningen hoogleraar was geworden, had bij zijn ambtsaanvaarding wel de formulieren van enigheid ondertekend. Van der Marck begon evenwel de natuurrechtelijke opvattingen boven het Evangelie te verheffen. De Groninger predikant Th. B. de Blau is in het bijzonder tegen mr. Van der Marck opgetreden. Daarnaast heeft de classis Groningen tegen de jurist bezwaren ingediend. Van der Marck is tenslotte als professor ontslagen. Medio 1773 werd hij benoemd in het Duitse Lingen en vervolgens te Deventer. In 1787 is hij om politieke redenen afgezet. Na hoogleraar in Burgsteinfurt te zijn geweest werd hij in 1795 te Groningen in ere hersteld. In Stad is hij op 1 oktober 1800 overleden. Professor en academieprediker Kuypers heeft meer dan eens tijdpredikaties gehouden. In o.a. de gewesten Groningen, Friesland, Overijssel en Gelderland zijn rond 1779 ten gevolge van een epidemie vele slachtoffers gevallen. Kuypers heeft op 10 oktober van dat jaar een ernstige boetprediking gehouden naar aanleiding van Psalm 130 : 1-8.

Hij heeft in redevoeringen voor de statenvergaderingen van Stad en Lande laten blijken, dat hij een uitstekend inzicht had in het staatsbeleid.

Prof. dr. Gerardus Kuypers is op 5 juni 1798 geheel onverwacht gestorven. Gedurende de laatste jaren van zijn leven werd de hoogleraar geplaagd door jicht en astma. Tijdens kerst en jaarwisseling van 1797 was hij niet in staat om een kerkdienst te leiden. Daarna is hij nog korte tijd hersteld geweest. Het stoffelijk overschot van Kuypers werd op 9 juni 1798 in de Groningse Martinikerk bijgezet. De Groningse professor in de medicijnen, rector-magnificus dr. E. J. Thomassen a Thuessink heeft Kuypers herdacht. Thomassen heeft de theoloog gezien als een temperamentsvolle man met een sterke geest. Kuypers was ook een persoon met een stalen geheugen, zeer welsprekend, en een figuur van oprechte vroomheid. De predikant is ook na zijn vertrek uit Nijkerk trouw gebleven aan de gereformeerde belijdenis. Hij heeft naar vermogen de belangen van velen gediend.

In het Gedenkboek der Hoogeschool te Groningen (1864) is omtrent Kuypers geschreven: 'Óf zijne echtgenote Anna Catharina Huijsinkvelt hem overleefde, durf ik niet verzekeren'. Zijn eerste vrouw is waarschijnlijk in Nijkerk heengegaan.

Op 4 juni 1798, de dag vóór zijn verscheiden, had Kuypers de begrafenis bijgewoond van zijn Groningse collega N. W. Schroeder, de hoogleraar oosterse talen uit Marburg, waar ook diens vader prof. J. J. Schroeder werkzaam was. De zoon onderwees in Stad van 1748-1798 de genoemde talen.

Hermannus Muntinghe uit Termunten, een leerling van Kuypers, heeft hem zeer geprezen. Deze is predikant geweest in Buitenpost (1775) en het Groningse Zeerijp (1777). Vier jaar later aanvaardde hij het hoogleraarsambt te Harderwijk en in 1798 werd hij in Groningen de opvolger van zijn leermeester. Muntinghe's levenseinde kwam op 24 april 1824 te Leeuwarden. Een jaar tevoren was hij geëmeriteerd. Ook hij vond zijn laatste rustplaats in de Martinikerk van Groningen. De predikant-historicus ds. B. Glasius heeft in zijn biografisch woordenboek God-geleerd Nederland geen melding gemaakt van Kuypers' verblijf en werkzaamheid in Nijkerk. Toch is Kuypers hierdoor veel meer bekend geworden en gebleven dan door zijn professoraat.

') Met dank aan prof. dr. W. Balke voor de vertaling.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Dr. Gerardus Kuypers: predikant en hoogleraar (3)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's