De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De verkondiging van het Woord (6)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De verkondiging van het Woord (6)

9 minuten leestijd

Eenieder zal het wel met mij eens zijn als ik stel dat de preek in een taal moet worden gebracht die de mensen in onze tijd aanspreekt.

Als verkondigers van de goede boodschap behoeven wij geen archaïsche taal te spreken. De mensen in de zestiende eeuw spraken hun taal en wij de ónze. Ook behoeft de preek niet doorspekt te zijn van allerlei clichés. Kortom: de taal van de twintigste eeuw mag in de prediking gehanteerd worden. Trouwens, het is niet alleen een kwestie van mogen, maar zelfs van móeten.

Ik denk in dit verband aan onze jonge mensen. Evenals de ouderen moeten zij de preek kunnen volgen. De taal mag geen verhindering voor hen zijn. Zij behoeft óók geen verhindering te zijn als er maar gesproken wordt in de taal van onze tijd.

Toch kritiek

Ook al spreekt een dominee de taal van zijn tijd en weet hij die taal vaardig te hanteren, dan wil dat niet altijd zeggen dat kritiek achterwege blijft. Het zal iedere predikant wel eens zijn overkomen dat gemeenteleden zeggen, dat zij niets aan de preek hebben gehad. Naar hun zeggen raakte het nauwelijks of helemaal niet hun eigen leven. Steeds wordt het oude liedje gezongen. Zelfs de toonzetting is altijd dezelfde. Het is bijna voorspelbaar wat er gaat komen.

Deze kritiek behoeft niet altijd terecht te zijn. Het kan ook wel zijn dat men iets geheel anders wil horen. De scherpe kantjes van het Evangelie moeten enigszins afgezwakt worden. Er moet een reductie plaatsvinden. De verkondiging moet hier en daar iets bijgesteld worden.

Vergeet niet: als dit gebeurt, krijgt men de verkondiging van een aangepast Evangelie. Maar is dat dan nog het Evangelie zoals ons dat is overgeleverd? Ik meen van niet!

Ik moet wel zeggen dat de verleiding soms groot is om het Evangelie enigszins aan te passen. Vooral als men daardoor allerlei schouderklopjes ontvangt of als men daarmee in het gevlei komt van de hoorders. Ook een dominee is niets menselijks vreemd. Daarom: het is genade als de verkondiger van Gods Woord het Evangelie niet gaat cosmetiseren (fatsoeneren) om in de smaak van mensen te vallen. Een dienaar van het Evangelie is geen smaakmaker. Nooit of te nimmer mag het Evangelie aangepast worden. ledere prediker zal een getrouw dienstknecht des Heeren zijn en dus ook: trouw aan de Schriften.

Wie kritiek op de verkondiging heeft, laat dit niet alleen de verkondiger horen, maar men vervoege zich met die kritiek bij het hoogste Adres, d.i. bij God Zelf. Dit behoort men altijd te doen als de kritiek terecht is!

Terecht

Ik ga er niet van uit dat alle kritiek altijd van nul en generlei waarde is. Ik sluit het zelfs niet uit dat er wel mensen zijn die zeggen dat zij de kerk zijn uitgegaan zoals zij binnengekomen zijn. Zij voelden zich volstrekt niet aangesproken. In de preek kwam te weinig hun leefwereld aan bod. Zij misten de aansluiting op het gewone dagelijkse leven. Wel kwam in de preek het geestelijk leven aan bod. De verborgen omgang met de Heere werd er niet in gemist, maar wat nu de consequenties voor het dagelijkse leven waren, hoorde men niet.

Ik moet zeggen dat deze klacht niet is van vandaag of gisteren. Ik denk aan Groen van Prinsterer. Trouw ging hij naar de kerk bij dominee D. Molenaar in Den Haag. Uit de nagelaten preken van Molenaar is ons bekend, dat hij een uitstekende exegese in de preek gaf. Ook wist hij dit heel goed toe te passen op het geestelijk leven. Toch miste Groen iets in de prediking van Molenaar. Zijn geestelijk leven werd door de prediking van Molenaar gesticht (gebouwd), doch hij miste de aansluiting op het leven van iedere dag.

De preken van Molenaar waren - om zo te zeggen - ongedateerd. Er was exegetisch geen speld tussen te krijgen. De bevinding die zijn preken kenmerkten, is de bevinding van de kerk van alle tijden en plaatsen, maar wat er aan de orde was in zijn tijd, daaraan ging deze Haagse dominee voorbij. De eigen tijd was er niet in aanwezig, terwijl er in die tijd genoeg aan de hand was om vanuit de Schriften dit alles door te lichten en daarover het een en ander te zeggen. Heel zwart-wit gezegd werd door Molenaar de gemeente wel naar de hemel geleid, maar liet hij ze op aarde maar wat rondzwerven. Vanuit de Schriften werd vrijwel geen leiding gegeven, ofschoon het Woord genoeg aanreikt, hoe wij in dit concrete leven hebben te staan. En dan... als christen.

Hiermee is natuurlijk niet gezegd dat een dominee altijd op de hoogte móet zijn van alles wat zich aandient. Ook behoeft hij niet amechtig, de adem bijna verliezend achter ieder 'nieuwtje' aan te hollen. Als dat gebeurt, kan dit niet alleen zeer vermoeiend voor de prediker zijn, maar ook dreigt hij de werkelijke problemen waarmee zijn hoorders zitten, uit het oog te verliezen. Ook is het niet uitgesloten dat hij dreigt te verstikken in allerlei details.

Dominees behoeven niet alles te weten. Evenals schoenmakers behoren zij zich te houden bij hun leest. Het valt mij telkens weer op dat Calvijn, Luther, a Brakel, Kohlbrugge en anderen hun tijd goed hebben gekend en op hun tijd zijn ingegaan zonder verstrikt te raken in allerlei details. Een dienaar van Gods Woord behoort wel een vreemdeling te zijn op aarde, maar hij behoeft niet wereldvreemd te zijn. Naast kennis van moderne literatuur behoort hij zich ook te verdiepen in de leefwereld om hem heen, maar vooral in die van zijn gemeente.

Om zo concreet mogelijk te zijn in de prediking behoort hij als het ware in de huid van zijn hoorders te kruipen. Zo leert hij de wereld kennen waarin de mensen leven.

Maar zo ook kan er vanuit de Schriften het één en ander worden aangereikt wat de koers voor dit leven bepaalt.

Uit wat ik schreef zal duidelijk zijn dat de kritiek op de verkondiging legitiem kan zijn. Deze kritiek moet niet van tafel geveegd worden alsof zij onbelangrijk en van geen waarde is. Ook moet niet gezegd worden, dat deze kritiek komt van mensen die de waarheid gram zijn.

Af en toe hoor ik wel eens zeggen: 'Zij zijn van ons uitgegaan, omdat zij van ons niet zijn'. Echter... dit wordt soms alleen maar gezegd, omdat de kritiek in het verkeerde keelgat schoot.

Kritiek zal men op zijn merites moeten beoordelen. Een predikant moet als hij kritiek op zijn preken krijgt niet direct denken: zij zijn tegen de waarheid of tegen mijn prediking.

Het kan voor ons als dienaren des Woords werkelijk wel eens nodig zijn en heilzaam dat gemeenteleden ons een spiegel voorhouden. Die spiegel zou ons nog wel eens kunnen brengen tot zelfonderzoek. Ten gevolge daarvan zouden wij er achter kunnen komen, dat het gemeentelid met z'n kritiek wel eens gelijk zou kunnen hebben. Er wordt nog wel eens gezegd dat een mens zich gerust kwetsbaar mag opstellen. Nu, dat geldt dan ook voor een dienaar des Woords!

Ootmoed

Van zondag tot zondag wordt er in de preek gezegd, dat ootmoed ons aller deel moet zijn. Van Augustinus weten wij dat hij gezegd heeft, dat een christen, die door een oprecht geloof Jezus Christus is ingelijfd, niet zoveel meer behoeft te leren. Augustinus zei: 'U behoeft alleen nog maar te leren ootmoed, ootmoed en nog eens ootmoed'.

Welnu, als een prediker dit zijn gemeente voorhoudt, houdt hij dit ook zichzelf voor. Hij preekt immers niet alleen tot de gemeente, maar ook tot zichzelf.

Die ootmoed moet dan ook door een prediker worden beoefend. Het mag niet gebeuren dat hij in grenzeloze hoogmoed tot een gemeentelid dat zich beklaagt over de preek zegt: 'Weet u wel tegen wie u spreekt? Ik ben een gezalfde des Heeren'. Alsof het ambt een dominee meer zou doen zijn dan 'een mannetje uit stof verrezen'.

Ook dominees moeten dagelijks beoefenen wat de Heiland tijdens Zijn omwandeling op aarde heeft gezegd: 'Leert van Mij dat ik zachtmoedig ben en nederig van hart'. Terechte kritiek moeten wij als dienaren om Jezus' wil niet hooghartig van de hand wijzen. Als het goed is maakt die kritiek ons klein en leggen wij die in alle ootmoed voor de Heere neer met de bede of de Heere ons wil helpen. Ook dit is waar: geen zegenrijker mens dan een ootmoedige dominee.

Concreet

Van Guillaume van der Graft zijn de volgende dichtregels:

'Ik vraag mij af als ik preek
verdoof ik ze tot hun verderf
de Christenheid ziet zo bleek
ik ben bang dat zij sterft'.

In dit gedicht vraagt Van der Graft zich af of de verkondiging wel zodanig is dat zij het een en ander uitwerkt. Een positieve uitwerking kan hij niet ontdekken. Als hij afgaat op de 'bleekheid' van de christenheid vraagt hij zichzelf af of hij de hoorders door zijn prediking niet verdooft.

Ik moet zeggen dat ik deze dichtregels zeer aangrijpend vind. Immers, de preek heeft een negatieve uitwerking. De verkondiging kan blijkbaar zo dor en doods zijn dat zij alleen een uitwerking ten dode heeft.

Wat is preken dan toch een verantwoordelijk werk. Hoe nauwgezet dient zij te geschieden! Wat moet steeds opnieuw het Woord aan het woord komen. Maar wat is het ook nodig dat die verkondiging zich richt op concrete mensen met concrete noden, zorgen, vreugden en verwachtingen. Wanneer dit niet gebeurt, spreekt men over de hoofden van de mensen heen. Zij kunnen er niets mee, omdat het geen handen en voeten krijgt.

Daarom: men kan niet concreet genoeg zijn! Ook kan men niet concreet genoeg ingaan op de vragen van onze tijd. Zowel de rechtvaardiging van de goddeloze door het geloof als de heiliging van het leven op aarde dient een behoorlijke plaats in de prediking te hebben. (Slot volgt)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

De verkondiging van het Woord (6)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 20 maart 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's