Aangevochten Paasgeloof
Pasen wordt bestreden. Reeds in de veertig dagen dat de Heere Jezus als de Opgestane op aarde verkeert komen wij dat tegen. Pasen wordt niet vanuit het: 'de Heere is waarlijk opgestaan en is door Simon gezien' slechts uitbundig beleden en aanbeden door iedere discipel. Wij weten van Thomas. Die veertig dagen tussen Pasen en Hemelvaart, de periode van de verschijningen, zijn ter dege nodig om de discipelkring van broeders en zusters te overtuigen vanuit de geopende Schriften en door de persoonlijke bemoediging van de Opgestane. Zo alleen worden zij getuigen. En wanneer wij de discipelkring zien als een model van de gemeente van alle tijden zal het duidelijk zijn, dat dezelfde aanvechting, als wij bij hen tegenkomen, ook nu nog voorkomt.
Aanvechtingen
Aanvechtingen zijn typische belevenissen van kinderen van God, waarin de Boze zich laat gelden. Dat is ook wel te verstaan. Wie Jezus Christus toebehoort, is aan de macht van de Boze ontrukt. De duivel is een slechte verliezer. Pasen betekent: Christus heeft door Zijn opstanding de dood overwonnen, in de volle kosmische breedte, zodat niets Hem meer in de weg staat om mij en allen, die tot Hem geroepen worden, tot God, de Vader, te leiden, om de herschepping te laten doorbreken. Hij heeft mijn dood overwonnen, zodat ik uit genade ben levend gemaakt, het eeuwige leven ontvang en Hij heeft mij aan een zekere toekomst in de verwachting van mijn opstanding tot heerlijkheid in Gods Koninkrijk. Als van één heilsfeit feit, dat de 'kop van de slang' is vermorzeld, dat werken van de Satan verbroken zijn, dan wel van Pasen. Dat blijft niet zonder reactie van die Vorst van de dood, die zijn einde voelt naderen. Met name in de aanvechting van kinderen van God, voor wie Christus Zijn leven heeft gege ven, voor wie Hij uit het graf is verrezen.
Aanvechting, bestrijding, een essentiële ervaring in het geestelijk leven. Wie geestelijk leven zegt, zegt Pasen. Aangevochten paasgeloof houdt in de angstige belevenis, dat de dood het weer gaat winnen.
Opmerkelijk is, dat wij van 'kerkvaders en - moeders' in de ruimste zin van het woord, weten van hun geestelijke strijd. De verhalen rond Luther zijn legio. Zijn driftig kloppen op zijn schrijftafel met zijn kernachtig geloofsbelijden: baptisatus sum, ik ben gedoopt, ik ben gedoopt, en de door Catharina gesloten raamluiken als teken van rouw over de dood van de God van Luther worden veelvuldig geciteerd. Ook Calvijn heeft geworsteld met de vraag of hij niet met zinloze dingen bezig is, of God wel bestaat. Van Anna Maria van Schurman, van Bunyan, van Kohlbrugge, Spurgeon, ook Bonhoeffer weten wij van aanvechting, geestelijke strijd tegen de macht van de Boze, die aanzet om de betrouwbaarheid van God, van Christus en Zijn volbracht werk in twijfel te trekken. De vraag komt op of in onze tijd onder de gelovigen minder aanvechting wordt ervaren, of wellicht op een andere wijze wordt verwoord. Ik denk aan de pastorale problemen met een psychisch accent, vaak gekoppeld aan verdrietige levenservaringen.
Gods aanwezigheid
Aanvechting is met name doortrokken van de ernst en de lading van Gods aanwezigheid. Daar is sprake van een innige en levende band met de Heere, die onder druk komt te staan, omdat van buitenaf of van binnenuit de betrouwbaarheid van Zijn liefde en genade wordt aangetast. In de sfeer van de vanzelfsprekende aanwezigheid van God in ons leven komt aanvech ting weinig of niet voor. Als de Opgestane Heere verschijnt aan de discipelen is er een diversiteit van gevoelens. Wij lezen van blijdschap en aanbidding, ook van twijfel en schroom, van kleingeloof, ingezonkenheid en neerslachtigheid. Gods kinderen zullen daaraan niet vreemd zijn, ook al is het dat wij de zwakheid, die in de aanvechting naar voren komt, niet mogen duiden als kenmerken van het ware doorleefde geloof.
Rond Pasen komt met name het karakter van het geloof zozeer naar voren. Want dat de Opgestane gedurende 40 dagen verschijnt betekent niet dat wij het zien, het tasten en het zintuigelijk ervaren als de hoogste vormen van geestelijk beleven waarderen. Het gaat om de Christus der Schriften, die in de opening van de Schriften zich aan ons openbaart. Zalig zijn zij, die niet gezien hebben en nochtans geloven, zegt de Opgestane in de verschijning aan Thomas en de discipelen.
Aanvechting is met name daar waar het licht van het Woord, de opening van Christus' werk, in de mist geraakt en niet meer wordt ervaren als richtinggevend voor ons geloof. Dan komen andere zaken op de voorgrond.
Concreet
Aan drie actuele aanvechtingen, die trouwens in iedere tijd zich manifesteren, geven wij aandacht. Duidelijk mag zijn, dat de vindingrijkheid van de Boze groot is, en dat daarom zijn aanvallen ook zeer persoonlijk toegesneden zijn op de zwakke plekken in onze persoonlijkheid en levenservaring.
De Opgestane, aan Hem is gegeven alle macht in hemel en op aarde! Wat bemerk je daarvan? Wij leven in een tijd, waarin de dichtheid van de communicatie zo groot is dat wij op één dag kunnen worden geconfronteerd met moordpartijen, veraf en dichtbij, met vluchtelingenleed, van ongekende afmetingen. Tegelijkertijd bemerken wij geweldige verschillen in bezit, in welzijn, in eerste levensbehoeften. Wij weten dat onze groeiende 'rijkdom' voor een deel wordt bepaald, ja zelfs veroorzaakt door de groeiende ai'moede van onze verre naasten. Gerechtigheid en vrede, de accenten van het Koninklijk van God lijken zo ver weg. En wij zelf kunnen de verlammende werking van het materialisme nauwelijk buiten onze gelederen houden. En dan de aanvechting: willen wij wel die gerechtigheid en vrede, waarvan in het oordeel sprake zal zijn voor de hongerigen, voor de vreemdelingen, voor de armen? Heeft de kerk nog wel kracht van getuigenis in woord en daad? Heb ik dat wel? Een ieder, die zijn leven zal verliezen aan de Opgestane, die zal het vinden! Dan kan er soms diepe vertwijfeling over je komen. Je kent jezelf, je ziet je directe broeder en zuster. Waar blijkt die macht van Christus, de Opgestane uit? Aanvechting, vertwijfeling, omdat wij de harde feiten als een dikke mist om ons heen, en in ons ervaren. En natuurlijk, wij weten alles dogmatisch logisch te verklaren. Maar, en dat is het kernpunt van het echte geloof: de troost vervaagt, de angstige vraag komt op: Waar is Hij, die het alles volbracht heeft? Hoe kan ik, met deze vragen Pasen vieren?
En dan deze bestrijding: in de Opgestane is mijn rechtvaardiging, het kindschap van God, gegeven; door het geloof in Hem ben ik verzekerd dat ik van mijn schuld bevrijd, voor God kan bestaan, en een erfgenaam van het eeuwige leven. Aanvechting: mijn leven heeft zoveel in zich, dat niet strookt met deze hoge belijdenis. Christus leeft in mij, maar hoe? Dat moet toch te bemerken zijn. Waarin? In een leven van toewijding, van liefde en bewogenheid. In een leven, waarin 'mijn ik' de laatste is, of liever niet meer leeft. Ik bemerk zoveel eigentijdse zelfontplooiing, zelfrechtvaardiging in mijzelf. Met name op het terrein van kerkelijk en godsdienstig leven. Wat is leven van genade alleen toch moeilijk! Mijn deugden staan mij in de weg. Waar ik druk aan ben, is een barrière tussen God en mij. Wat ik wil, dat doe ik niet, en wat ik niet wil, dat doe ik. En dan toch: Christus leeft in mij? En dan toch: ik leef niet meer? Wat heb ik het moeilijk met het 'onder de genade te zijn'. Ik presteer liever, ik beweer liever, ik regeer liever. En nu is Christus Priester voor alle presteerders, en Profeet voor alle beweerders en Koning voor alle regeerders. Om door de Opgestane in dat drievoudig ambt mij te laten bedienen, dat strijdt zo veelvuldig met mijn ik, mijn ponteneur. Hier is de Boze hyperactief. Want het liefst vervreemdt hij mij van de zekerheid van het heil, door de genade van Christus mij geschonken. Des te meer ik word, des te meer wordt de Boze in mij. Dat is mijn strijd. Christus moet wassen, groeien, ik minder worden. Hoe beleef ik dat? Hoe leef ik dat uit?
En dan, als mijn persoonlijk welzijn in het geding komt. Ik heb mijn levensverwachting, mijn carrièreplanning. En dan de aanvechting. Figuurlijk gezien gaan mij de haren van het hoofd vallen. Zij zijn wel geteld, maar toch... Ik word in het nauw gedreven. Alles moet tot mijn heil dienen, jawel, maar als... en het dierbaarste wordt mij ontnomen. En na de opstanding van Jezus Christus komt Zijn belofte tot werkelijkheid: in de wereld zult gij verdrukking hebben, maar hebt goede moed, Ik heb de wereld overwonnen. Verdrukking, vooral in mijn persoonlijke leefsfeer. Mijn zenuwgestel, mijn huwelijk, mijn gezinssituatie, mijn gezondheid. Allemaal invalspoorten voor de Boze, die de Opgestane Zijn overwinning wil bestrijden. Weliswaar onbegonnen werk, maar de gelovige zit er tussen.
Niet alleen
Wat is het van belang om in de aanvechting niet alleen te staan. Laten wij ons niet verbeelden, dat wij dat alleen wel aankunnen. Wees mededeelzaam, met name aan Hem, die overwonnen heeft. In gebed, in meditatie van Zijn beloften. De Boze bestaat niet meer voor Hem. Hij, de Opgestane, wil dat wij in aanvechtingen meer dan overwinnaars zijn door Hem, die ons lief heeft gehad. Dat vraagt een telkens weer terugvallen op de belofte van het Woord. In aanvechtingen is maar een exclusief wapen: de objectieve waarheid van Gods Woord. Er staat geschreven. Want het is geschied.
Wees mededeelzaam ook naar uw broeders en zusters in het geloof. Wees niet bang om uw zwakke zijden te tonen. Het zal de contacten onder Gods kinderen verdiepen, wanneer zij 'als vreemdelingen op de aarde, vrienden zijn van allen, die God vrezen' en elkaar belijden waar de knelpunten liggen. Het gesprek over Gods beloften, het gezamenlijk gebed tot Hem, die op de troon gezeten is, kan slechts verruiming en vertroosting bieden.
Pasen: het hallelujah: looft God, mag onbelemmerd klinken uit veler hart en mond, het kyrie eleis, Heere erbarm u en het maranatha, onze Heere kom, zijn nog niet overbodig, en zullen in de aanvechting ons geloofsvertrouwen richting en voeding geven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1997
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1997
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's