De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

6 minuten leestijd

De heer Jac. Overeem te Voorthuizen bracht een bundel 'Verzameld proza van prof. dr Hugo Visscher' uit (uitgave Boekzaal Bogerman, Barneveld). Het zijn artikelen, die Visscher schreef in het blad 'Refajah'. Daarin staat ook een artikel over 'Mysticisme', waaruit we een stuk overnemen.

'Om een duidelijk inzicht in het karakter van de mysticus te krijgen, verdient tiet aanbeveling het beeld van een mysticus te tekenen naar het leven.

Dan springen vanzelf de merkwaardigste trekken in het oog. Ik zal daarvoor een paar grepen doen uit het leven van een vrouw, die als een mystica bij uitnemendheid bekend staat en die, hoewel zij te Rijssel geboren was, in Holland, Duitsland en Schotland nogal vrij veel invloed heeft uitgeoefend.

Deze vrouw was Antoinette Bourignon. In haar levensbeschrijving, die door haar zelf en door haar vereerde, de predikant Poiret, werd geschreven, valt de neiging op om haar als een profetes voor te stellen, die van Godswege een bijzondere zending te vervullen had. Zij tekent zich als de grote lijderes, Christus gelijkvormig in smarten en nood. Waarheid is, dat zij veel geleden heeft, maar toch het meest om eigen schuld. Daarin was zij dus de Heere Jezus niet gelijkvormig. Eigenlijk begon met haar leven haar lijdensweg, want zij was mismaakt. Neus en lip waren samengegroeid en haar voorhoofd was met een haarmassa begroeid. Het was dus geen mooi kindje en werd ook niet met blijdschap begroet Een operatie was nodig om het haar van het voorhoofd te doen verdwijnen en aan de mond een natuurlijker vorm te geven. Doch de moederliefde werd haar daarmee nog niet verworven. Zelf stelt zij zich voor als een verschoveling, zodat aan haar kinderhemel nooit een sterretje van vreugde geblonken heeft. Tot lijden was zij geboren. En daarmee was zij niet verzoend. De oorzaak was alleen bij de mensen te zoeken, die allen immers zo boos waren, dat niemand haar liefhebben wilde. Zij vertoonde echter reeds vroeg de sporen van haar mystische zin met al het onaangename, dat er aan verbonden is. Zij was geen kind als een ander In spelen had zij nimmer lust. Liefst was zij alleen, om in haar jeugd bij voorkeur te peinzen over de kortheid van het leven en zich over te geven aan dromerijen op godsdienstig gebied. Toen zij van Jezus hoorde, vond zij overeenkomst tussen Zijn leven en hetgeen haar ziekelijk gevoel als ideaal haar voortoverde. Maar toch heeft zij nooit kunnen begrijpen, dat de mens in dit aardse leven een roeping heeft te vervullen. Veeleer had zij een levensverachting waardoor zij een navolging van Christus trachtte te geven, waarbij elke monniken-opvatting nog in de schaduw gesteld werd. In de gehele wereld was er naar haar opvatting geen enkel waar christen. Zij zelf alleen was in haar schatting een kind Gods.

Natuurlijk was zij veel wijzer dan al haar leermeesters, waardoor zij als kind de spotlust opwekte en toen zij ouder geworden was door haar pretentieuze manieren tot verbittering prikkelde. Feitelijk dacht zij haar leven lang en sprak het soms ook uit, dat niemand goed was en niemand iets van de waarheid Gods verstond dan zij alleen en de enkelen, die haar als een van God gezondene eerden. Van de deugd der ootmoedigheid heeft zij nooit besef gehad, ondanks al hetgeen zij over deugd heeft geschreven.'(...)

'De mysticus heeft gewoonlijk een sterk ontwikkelde fantasie, die de overvloedig vloeiende bron van geestelijke bevindingen blijkt, welke dikwijls visionaire vormen aannemen. En ook Antoinette Bourignon levert treffende voorbeelden daarvan. In al haar nachtelijke worstelingen onder het crucifix, met de tot in het oneindige herhaalde bede: "Heere, wat wilt Gij dat ik doen zal", zag zij dat de hemel zich opende en op een wolkje daalde neder één bekleed met het kleed der kerk, rijk versierd met kostelijke stenen. Middelmatig was zijn gestalte, eenvaardig zijn houding. En toen hij tegenover haar stond, zei hij: "Gij zult de volmaaktheid herstellen".

En zij antwoordde: "Wie zijt gij? " En van de lippen der visionair aanschouwde persoonlijkheid klonk het: "Ik ben Augustinus". En terwijl hij haar opdroeg de wijngaard te bewerken onder de belofte, dat hij vruchten dragen zou, loste langzaam deze verschijning zich op en mocht zij een wijnstok met heerlijke vruchten zien, die de hele muur van haar kamer bedekte. Zij was ontroerd over dit gezicht en wist niet of zij dood of levend was, maar toen zij het oog vestigde op zichzelf zag zij zich gehuld in een grijs kleed met zwarte mantel overdekt. Zij lag alleen in haar kamer geknield, maar nog steeds omgord met dat kleed. Zo zonk zij in zwijm en tot zichzelf gekomen, bleek ook haar kleed weggenomen.

De strekking van dit visioen, dat zij in 1635 aanschouwde, was dat zij zich door God geroepen achtte de kerk te reformeren. Eerst meende zij, dat zij zich bij de Augustijnen moest voegen, die haar echter ook niet zonder geld wilden opnemen. Daarna keerde zij weder tot het gebed, waarin zij vroeg of zij dan niet alles moest verlaten. En het antwoord luidde: "Gewis, al die religieuzen, die zich schijnbaar aan Mlij hebben gewijd, hebben Mij verlaten om het goede van deze wereld na te jagen. Zoek Mij in uzelf". Zie hier de eerste openbaring van haar mystisch ziekelijk fanatisme, want als roomse kon zij tot deze conclusie niet komen dan alleen, omdat de kloosters niet deden wat zij begeerde. Maar ook blijkt er uit, hoe zij God meende te kunnen vinden niet doordat Hij Zich openbaart in Zijn Woord, maar door zich te verdiepen in eigen gemoed. De eeuwen door is dit een merkwaardige karaktertrek va alle mystische richtingen.

Zo was dus de weg om door de kloostergelofte te komen tot vernietiging van hetgeen zij als vleselijk beschouwde, voor haar gesloten, maar daarmee gaf zij toch haar begeerte niet prijs.'

Uit dezelfde bundel het slot van een artikel van Visscher over 'De Paasvraag':

'"Gelooft gij? " Zo vraagt Hij ook ons. Die vraag is niet steeds zo gemakkelijk te beantwoorden als oppervlakkige mensen menen. Voor wie door Gods Heilige Geest ontdekt, geleid en geleerd werd, is donkerheid en bedrieglijkheid van eigen hart, is vijand van binnen de meest gevreesde. Daarom bidden zij met de dichter van het Oude Verbond: "Beproef mij en ken mij, o God. Zie of bij mij een schadelijke weg zij. Leid mij op de eeuwige weg".

Daarom als de vraag tot ons komt of wij geloven, komen wij dan als voor des Heeren aangezicht, laat ons staren in het oog van Zijn wondere liefde en laat ons zeggen, diep in de verborgenheid van onze ziel: "Geef mij geloof o Heere, geloof in U. Geef mij de wetenschap dat ik één ben met U in leven en in sterven". En dan zult gij weten, dat in Hem en met Hem een eeuwig Paasfeest bereid is. Want Hij, Die de Opstanding en het Leven is, doet gans ons leven baden in de stromen van het eeuwige levens licht.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1997

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1997

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's