De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Paasgeloof zonder zichtbaar teken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Paasgeloof zonder zichtbaar teken

Mijn Heere...

6 minuten leestijd

'Wij weten in welke betekenis de Schrift aan Christus de naam Heere toekent, namelijk omdat Hij door de Vader is aangesteld als de Opperbestuurder, die alles onder Zijn macht heeft, voor wie alle knie moet buigen, kortom die de stadhouder van de Vader is in het bestuur van de wereld. Zo komt Hem eigenlijk de naam Heere toe, voor zover Hij de Middelaar is, geopenbaard in het vlees, en het Hoofd van de kerk. Maar Thomas, zodra hij Hem heeft erkend als Heere, klimt terstond op tot zijn eeuwige Godheid. En terecht. Want daartoe is Christus tot ons neergedaald, en heeft zich eerst wel ontledigd, maar heeft daarna, gezeten aan de rechterhand van de Vader, het beheer over hemel en aarde gekregen, opdat Hij ons tot Zijn heerlijkheid en de Goddelijke heerlijkheid van de Vader zou opvoeren'.

Deze woorden schrijft Calvijn bij het paasgetuigenis van Thomas 'Mijn Heere en Mijn God' (Joh. 20 : 28). Thomas werd wakker 'als uit een bewusteloosheid en krankzinnigheid', zegt hij, en komt tot zijn geloofsuitroep, in verwondering en door schaamte overweldigd. Zijn geloof had onder de as gelegen maar was niet helemaal uitgedoofd. Uit een diepe slaap kwam hij weer tot zichzelf.

Zo gebeurt het vaak in het leven van het geloof, concludeert Calvijn. Lang kunnen gelovigen 'als het ware de vreze Gods hebben afgeworpen', zodat het lijkt alsof er geen geloof meer is. Maar, 'door één of andere bezoeking Gods' komen ze weer tot de rechte bezinning.

Het goede zaad, dat verborgen lag, komt weer tevoorschijn.

Het smeulende vonkje kan weer in vlammen uitbreken. Het ontbrandt weer door een nieuwe aanblazing van de Geest.

Mijn God

De naam van God was de afgelopen tijd op veler lippen en kwam uit veler pen. In hoofdzaak blasfemisch. 'Mijn God' veroverde de markt. Er werd geld verdiend aan een slogan over God.

Renegaten rekenden op brutale met Hem af: 'Wie God verlaat heeft niets te vrezen' (Maarten 't Hart).

De overmoedige mens liet van zich horen, tégen de Heere en Zijn Gezalfde: 'Laat ons hun banden verscheuren en hun touwen van ons werpen' (Ps. 2).

Mijn God: de niet-God van de mens, die geen God erkennen wil. 'Die in de hemel woont zal lachen'!

Bij Thomas klonk andere taal toen hij terugkwam uit de vertwijfeling: 'Mijn Heere en mijn God'. De taal van het geloof, teruggebracht tot nog slechts een vonkje maar verrijzend uit de as, werd weer aangeblazen door de Geest, door de Geest van Christus, de Opgestane, met Wie hij oog in oog kwam te staan.

Christus kwam Thomas intussen wel heel erg ver tegemoet. Hij stond toch al aangezicht tot Aangezicht met de Verrezene? ! En nochtans zei hij zoveel als: 'ik ken U niet'. Tenzij hij de proef op de som mocht nemen. En hij mocht! Hij mocht de littekens tasten. Onbekommerd schrijft Calvijn hier, tussen twee haakjes, dat het er niet toe doet of het de plaats der nagelen (topon) was of het litteken ervan (tupon). De overschrijvers kunnen een vergissing van één letter hebben gemaakt.

Maar, intussen, Thomas mocht zich overtuigen. Het zien op Jezus was hem nog niet voldoende. Christus liet echter geen middel onbenut om Thomas te verzekeren van Zijn Opstanding. En na de aanraking brak de Geest door: Mijn Heere.

Hooggestemd

Toen werd de belijdenis van Thomas van de weeromstuit echter ook direct hooggestemd: mijn Heere, mijn Kurios. In die naam ligt Christus' macht en majesteit. Hij is in Zijn Opstanding gebleken Heere der heren en Koning der koningen te zijn. Hij verwierf heerschappij over doden en levenden. Hij maakte Naam, Naam boven alle naam. Overwinnaar over de machten.

'Daarom heeft God Hem ook uitermate verhoogd, en heeft Hem een Naam gegeven, welke boven alle naam is; opdat in de Naam van Jezus zich zou buigen alle knie van hen, die in de hemel en die op de aarde, en die onder de aarde zijn. En alle tong zou belijden, dat Jezus Christus de Heere is, tot heerlijkheid van God, de Vader' (Fil. 2:9-11).

Thomas, van het ene moment op het andere: van twijfelaar, een verstokte twijfelaar zelfs, tot belijder van de koningsheerschappij van de Opgestane Christus. Als uit de dood opgestaan tot het leven. Zijn tong werd aangeraakt door een kool van het altaar, nadat zijn door ongeloof bezoedelde handen de Heiland hadden mogen beroeren.

Niet zien

En nu gaat Christus voor de Zijnen van alle tijden en van alle plaatsen nog een stap verder. Want Thomas had Hem nog mogen zien, en toen dat nog niet genoeg ook nog mogen tasten. Echter: Zalig zijn zij, die niet zullen gezien hebben en nochtans zullen geloofd hebben', zegt Christus (vs. 30). Het geloof rust op het eenvoudige Woord en hangt niet af 'van het gevoel en van het verstand van het vlees', zegt Calvijn bij deze Schriftplaats: Wij zien Christus in het Evangelie niet anders dan alsof Hij Zich in onze tegenwoordigheid plaatste'. Want het geloof is een bewijs van zaken die men niet ziet (Hebr. 11 : 1).

De Opgestane is Hij, 'Die gij niet gezien hebt en nochtans üefhebt, in Wien gij nu, hoewel Hem niet ziende, maar gelovende, u verheugt met een onuitsprekelijke en heerlijke vreugde' (1 Petrus 1 : 8).

De vreugde ligt in het geloven! Een gelovig mens kan in zijn vertwijfeling, als het geloof tot een klein vonkje is teruggebracht, ver gaan in on-gelovige vermetelheid. Hij vraagt soms tekenen, waar hij alleen op het Woord is aangewezen. Hoever Christus dan Zelf daarin de Zijnen tegemoet kan komen leert ons Zijn openbaring aan Thomas. Hij geeft hem het tast-bare bewijs. Twijfelmoedigen van alle eeuwen mogen nu echter over de schouder van Thomas meekijken en zo in het Wóórd in diens hooggestemde belijdenis eindigen: Mijn Heere en Mijn God!

Verloren zonen

Wanneer men op zich laat inwerken hoevelen in onze dagen kerk en geloof de rug hebben toegekeerd, kan de vraag opkomen hoeveel verloren zonen en dochteren daarbij zijn, bij wie nochtans een vonkje is overgebleven. Ze twijfelen aan de Opstanding. Ze geloven de Opgestane niet op Zijn Woord. En toch, er is slechts één Teken van Zijn majesteit en almacht nodig of de Geest breekt bij hen binnen, om hen nochtans (weer) tot de verwonderde uitroep te brengen 'Mijn Heere en Mijn God'. Zodat het vuur weer oplaait en Christus als de Kurios wordt beleden.

Daarom mogen we als kerk de Hoop toch nooit opgeven! Want Christus leeft. En Hij heeft de levendmakende Geest verworven.

Hoevelen zouden er ook vandaag nog niet zijn, die verlegen zijn om het oud vertrouwen; mensen, die in het verborgene van hun bestaan verlegen zijn om God?

De kerk zou zich letterlijk binnenste-buiten moeten keren om de twijfelaars, de zoekers, de mensen, die zelfs niet meer weten dat er een Vader is, maar nog wel vermoeden, dat God er is, te bereiken met de boodschap van de Opgestane.

De tekenen, die Jezus heeft gedaan, waaronder ook het teken aan Thomas, zijn geschreven 'opdat gij gelooft dat Jezus is de

Christus, de Zoon van God en opdat gij, gelovende, het leven hebt in Zijn Naam' (Joh. 20:31).

Getuigenis

De wereld nam een hele week om het geloof in God te bespotten: 'Mijn God'.

De gelovigen krijgen een leven lang om van de Opgestane te getuigen: Mijn Heere en mijn God'. Te getuigen van de Levende! In de messiaanse voorzegging heette het al: De Heere heeft tot mijn Heere gesproken: zit aan Mijn rechterhand, totdat Ik Uw vijanden gezet zal hebben tot een voetbank Uwer voeten' (Psalm 110 : 1).

Na de Opstanding mocht Petrus door de Geest getuigen: Zo wete dan zeker het ganse huis van Israël, dat God Hem tot een Heere en Christus heeft gemaakt, namelijk deze Jezus, Dien gij gekruisigd hebt' (Hand. 2 : 36).

En dan is er uiteindelijk het lied in het eschaton: Het Lam, dat geslacht is, is waardig te ontvangen de kracht, en rijkdom en wijsheid, en sterkte, en eer, en dankzegging' (Openb. 4 : 5)

De Heere is waarlijk opgestaan.

De Opgestane is onze Messias en Heere.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1997

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's

Paasgeloof zonder zichtbaar teken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1997

De Waarheidsvriend | 24 Pagina's