Veracht
'Want Hij is als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten en als een wortel uit een dorre aarde; Hij had geen gedaante noch heerlijkheid; toen wij Hem aanzagen, zo was er geen gestalte, dat wij Hem zouden begeerd hebben. Hij was veracht en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten, en verzocht in krankheid; en een ieder was als verbergende het aangezicht voor Hem. Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht.' Jesaja 53 : 2, 3
Het is niet vanzelfspekend dat wij zo naar Jezus kijken, zoals de profeet Jesaja zegt: 'zij zullen de Koning zien in Zijn schoonheid'. We kunnen wel houden van een Jezus Die vrij rondloopt, een Jezus Die Jeruzalem binnenrijdt onder het gejuich van de mensen, Die de tempel reinigt van alle koophandel, maar houden we ook van de gekruisigde Verlosser?
'Want Hij is als een rijsje voor Zijn aangezicht opgeschoten.' Je ziet het nauwelijks. Zo klein, je zou het zonder te merken vertrappen. Wie verwacht het ook? 'Een wortel uit een dorre aarde.' Zo is het met de afgehouwen tronk van Isaï. Het koningshuis van David telt al eeuwen niet meer mee. Davids huis is verleden tijd. Maar Gods werkt door het on mogelijke heen. Wie de Heere kent, weet het.
Jezus kan voor ons verstand niet geboren worden uit een maagd. Een koning kan niet in een timmermansgezin opgroeien. Zonder legermacht en voldoende steun van de rijken en de godsdienstige leiders kun je niet regeren. Jezus telt nauwelijks mee. Als wonderdoener mag Hij wat betekenen, maar niet als Koning, niet als Verlosser. Zo kan dat niet, zeggen de mensen. Hij is geen indrukwekkende keizer of president; geen briljante generaal en ook geen schatrijke fabrikant, die met zijn geld koopt wat hij wil. Want de mensen kijken naar het uiterlijke.
De eerste indruk van Jezus is: gedaante noch heerlijkheid. Wie zou verlangen om bij Hem te horen? Hij wordt zelfs veracht. Ondanks Zijn liefde, de wonderen en prachtige gelijkenissen. Ze verachten Hem nu Hij door Zijn liefde aan het kruis hangt. Ze denken: er komt van Zijn verhaaltjes niets terecht. Zijn wonderen waren zeker als van een goochelaar. Ze waren gezichtsbedrog. Hij hangt aan het kruis en kan niets doen. Hij hangt er als de meest verachte en onwaardige. De andere gekruisigden kijkt men voorbij. Jezus krijgt de spot. En wij? We kunnen wel zingen: 'Is dat, is dat mijn Koning, dat aller vaderen wens. Is dat, is dat Zijn kroning? Zie, zie aanschouw de mens! Moet Hij dat spotkleed dragen, dat riet, die doornenkroon; lijdt Hij die smaad, die slagen, Hij God, Uw eigen Zoon? ' Komen de twijfels niet: is Hij wel Gods Zoon? Moet het zo?
Waar komt dat spotten rondom het kruis vandaan? Slechts een enkele bedroefde staat er zwijgend, moeder Maria, Johannes, enige vrouwen. En waar komen de twijfels vandaan? Omdat wij niet naar deze Christus verlangen. Zo willen wij Hem niet. Hij is veracht, ik ben te goed voor Hem.
De soldaten spotten met Jezus. Wat een koning! Een spotkoning. Ze vinden het een prachtig opschrift dat ze op het kruis moeten vasttimmeren. Al lachend verdelen ze de kleren van Jezus.
De voorbijgangers, op weg naar Jeruzalem vanwege het feest, lasteren Jezus. Mattheüs gebruikt een woord, dat het erge ervan Iaat zien. Het is niet alleen dat ze volstrekt geen medelijden hebben met een stervende, maar ze lasteren! Zoals je met een vloek God lastert. Dit is gelijk aan godslastering, maar ze beseffen het niet. Ze schudden hun hoofden, zo meewarig, 'ach, dwaze man, daar hang je dan'. En ze gebruiken woorden van Hemzelf, over de tempel afbreken en in drie dagen opbouwen en dat Hij zegt, dat Hij de Zoon van God is. Maar je bent het niet, zeggen ze.
De leden van het Sanhedrin, bij het kruis, maar ook als ze elkaar tegenkomen in de stad, ze lachen en zeggen spottend: 'anderen heeft Hij verlost. Hij kan zichzelf niet verlossen'. Noemt Hij zich nu de Koning van Israël? Ze stellen zelfs een voorwaarde aan de Heere: laat Hij maar eens zien dat Hij de Koning is. We geloven Hem als Hij van het kruis afkomt. Schrijft u God ook wel eens voor, hoe Hij het doen moet? In uw gebed, alsof u zegt: Heere God, ik geef U nog één kans.
Allen spotten. Toen begonnen die twee moordenaars ook maar. Als Jezus dan toegeeft. Zijn macht laat zien zoals ze vragen, niemand zou behouden worden. Maar Jezus doorstaat de verzoeking, waarmee de duivel begon in de woestijn: 'indien U Gods Zoon bent...'. Maar Jezus blijft ook nu bij Zijn antwoord: Ik zal de wil van Mijn Vader doen. Dat wil Ik voor mensen. En iemand gaat het zien.
Die ene crimineel aan het kruis. Een roofovervaller of terrorist, die het geweld niet heeft geschuwd. Zo iemand. Die gaat het zien. Ik hang hier terecht, ik! Maar Hij? Hij is anders. Zijn gedaante is anders dan ik dacht. Hij heeft heerlijkheid. Hij heeft een bijzondere uitstraling, een krans van liefde.
Wanneer houdt hij op met spotten? Als hij gaat inzien: ik hang hier terecht. Ik moet sterven vanwege mijn leven. En als hij gaat zien wie Jezus is. 'Heere, gedenk mij, als U in Uw Koninkrijk zult gekomen zijn.' Hoor wat Jezus zegt. Hij kwam ook voor mij. 'Heden zult u met Mij in het paradijs zijn.' Daarom is Jezus de onwaardigste, een Man van smarten. Omdat ik onwaardig ben. Hij draagt mijn gestalte. Hij laat zien dat ik van mijn heerlijkheid beroofd ben. Hij laat mijn smarten zien, het oordeel dat ik heb verdiend. Hij is voor mij de spiegel, die God mij voor houdt. Zo ben ik voor God. Hij hangt er door mij. Maar wonderlijk: alle mensen spotten met de lijdende Man van smarten.
Ze schudden hun hoofden. Ze verbergen hun gezicht voor Hem: bah, niet naar kijken. Maar God spot niet met mij. God doet zo niet met zondaren. Vanwege Zijn wereldgrote liefde kijkt Hij vol medelijden naar mij. Voor de Heere tellen wij mee. We mogen er zijn voor Hem, na alles wat we hebben uitgehaald. Hij zegt het ons: verloren zoon, verloren dochter, kom terug. Kom achter Mij.
Als je met Jezus meegaat, word je ook zelf bespot. Dat doet dikwijls pijn, maar disci pel van Jezus, houdt Hem in het oog. De Gekruisigde is overwinnaar. Al dat spotten houdt een keer op, maar Hij blijft in eeuwigheid de mijne. Je hoort Hem zeggen: u mag er zijn voor de Heere. Zondaar, zonder gedaante en zonder heerlijkheid, in Jezus mag u door het geloof in Hem voor God gedaante en heerlijkheid hebben. Dat heeft Jezus gedaan. 'Laat mij toch nooit vergeten die kroon, dat kleed, dat riet! Dit troostte mijn geweten: 't is al voor mij geschied!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1997
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 27 maart 1997
De Waarheidsvriend | 24 Pagina's