De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De actualiteit van Wesley en Whitefield (2)

Bekijk het origineel

De actualiteit van Wesley en Whitefield (2)

10 minuten leestijd

Wesley onbekeerd

Geordend door de Kerk van Engeland vatte John Wesley het plan op om naar Nieuw Engeland (Amerika) te gaan, om daar in de Engelse kolonie Savannah missionaire arbeid te gaan verrichten. Uiterst merkwaardig is de reden, waarom hij zending wil gaan bedrijven: 'Mijn belangrijkste motief, waaraan heel de rest ondergeschikt is, is de hoop mijn eigen ziel te redden. Ik hoop de ware zin van het Evangelie van Christus te leren door het te preken aan de heidenen'. Tijdens de overtocht komt hij op de Atlantische oceaan onder de indruk van een groep Duitse emigranten, leden van de Broedergemeente of Hernhutters, behorend tot de Moravische Kerk, die direct afstamden van de voor-reformatorische martelaar Johannes Hus, een beweging die opnieuw geïnspireerd en georganiseerd was door de Graaf Van Zinzendorf.

Als scheepspastor wilde John Wesley hen niet uitnodigen voor de 'Holy Communion' (het anglicaanse Heilig Avondmaal), maar hij bewonderde wél hun innerlijke rust en onzelfzuchtigheid en hun voortdurende opgewektheid. Laatdunkende opmerkingen van het scheepsvolk ondergingen ze gelaten, en ze waren bereid de meest nederige werkzaamheden op zich te nemen.

In hun godsdienstige samenkomsten zongen ze schitterende liederen in onderscheid van het statige metrische psalmgezang van de Anglicaanse Kerk.

Deze Moraviërs hadden al gauw door dat Wesley's strakke leefregels vooral verdienstelijk bedoeld waren. Daartegenover stelden zij de reformatorische leer van de rechtvaardiging door het geloof. Later zou Wesley daarvan zeggen: 'Zij probeerden mij een meer uitnemende weg te tonen'. Maar hij verstond er eerst niets van: 'Ik was te geleerd en te wijs, zodat dit mij dwaasheid toescheen. En ik ging verder met preken en met het navolgen van en vertrouwen in die gerechtigheid, waardoor geen vlees kan gerechtvaardigd worden'.

Tijdens een hevige storm kon Wesley de vrees voor de dood niet van zich afzetten. Ondertussen bemerkte hij dat de Moraviërs opgewekt hun mooiste liederen zongen. Toen het schip door een enorme golf dreigde te breken, keken ze even op en zongen zonder onderbreking verder.

In Savannah aangekomen vroeg hun leider Spangenberg aan Wesley of hij een kind van God was en of hij Jezus Christus kende. Wesley moest het antwoord schuldig blijven. En dan te bedenken, dat hij gekomen was om de Indianen te bekeren!

Binnen 18 maanden vluchtte hij weg uit de Engelse kolonie, vanwege onverkwikkelijke verwikkelingen tengevolge van een kortstondige liefdesverhouding, waaraan hij overigens zelf geen enkele schuld had. Ten aanzien van een eventueel aan te gaan huwelijk had hij trouwens heel veel reserves gehad, omdat studie van de mystieken en een verkeerd lezen van de Vroege Kerkvaders hem ervan overtuigde, dat 'het onwettig voor een priester was om te huwen'.

Als zendeling had hij gefaald. Zijn toekomst was onzeker. En zijn zorgvuldig opgebouwde levensmethode was in elkaar gestort: 'Ik ging naar Amerika om de Indianen te bekeren; maar wie zal mij bekeren? Wie of wat zal mij verlossen van dit boze en ongelovige hart? Ik heb een mooiweer-godsdienst. Ik kan mooi praten als er geen gevaar dreigt. Maar laat de dood mij aanstaren, en ik ben in de war'.

Whitefield als opwekkingsprediker

Ondertussen preekte Whitefield in Engeland voor duizenden de leer van vrije genade.

Aan de universiteit te Oxford had hij zijn eerste graad (bachelor) behaald en de overtuiging groeide dat God hem riep tot de predikdienst. Op 21-jarige leeftijd vroeg hij om 'ordinatie' bij Dr. Benson, bisschop van Gloucester. Volgens de regels van de Kerk van Engeland was hij daarvoor eigenlijk nog te jong, maar Whitefield's buitengewone ernst en bekwaamheid gaven de doorslag. En op 20 juni 1736 wordt hij in zijn geboorteplaats, in de kathedraal van Gloucester geordineerd tot diaken (eerste wijding, waaraan preekbevoegdheid is verbonden). Zijn eerste preek hield hij in de kerk van St. Mary de Crypt, waar hij ook gedoopt was.

De reactie op zijn eerste preek was heel verschillend. Velen waren enthousiast, maar anderen spotten. In zijn dagboek schrijft hij: 'ik heb gehoord, dat er een klacht is ingediend bij de bisschop, dat mijn eerste preek 15 mensen gek maakte. De waardige Prelaat wenste toen dat deze krankzinnigheid niet vergeten zou zijn voor de eerstvolgende zondag'.

Whitefield begeerde ondertussen 'eerst een heilige en dan een geleerde te zijn'. Terug in Oxford studeerde hij voor zijn tweede graad (Master's degree) en werd leider van de Holy Club tijdens Wesley's afwezigheid. Zo te zien, had hij z'n draai gevonden: 'Ik begon meer dan tevreden te worden met mijn tegenwoordige leven en ik dacht er over om nog jaren aan de universiteit te blijven'.

Al spoedig echter kwamen de uitnodigingen om te preken. Maar ook Whitefield wilde eerst missionaire arbeid gaan verrichten in een Engelse kolonie om meer ervaring op te doen.

John Wesley had hem ondertussen uitgenodigd naar Georgia te komen. En tenslotte zou hij daar niet permanent kunnen blijven, want hij zou toch een keer naar Engeland terug moeten komen om de priesterwijding te ontvangen.

Nadat zijn missie naar de Engelse kolonie was geregeld, moest hij toch nog een jaar wachten voordat hij kon vertrekken. In die tussentijd begon zijn prediking alle aandacht te trekken.

De kerken waren overvol, en vaak moesten er mensen terug. Ondertussen was er deze aandacht onder alle lagen van de be­volking, niet alleen onder het gewone volk, maar ook onder de adel. In die tijd had hij de goodwill van vele bisschoppen en van velen van de adel. Een korte dagboeknotitie schetst de situatie: 'In korte tijd kon ik niet langer te voet van de ene plaats naar de andere, maar was ik genoodzaakt gebruik te maken van de koets om de hosanna's van de menigte te vermijden. Als mijn medelijdende Hogepriester er niet aan te pas was gekomen, zou de populariteit mij kapot gemaakt hebben'. Velen noemden hem 'de serafijn'!

En dan vertrekt Whitefield naar Georgia in Nieuw Engeland. Terwijl hij in de monding van de Theems voor anker ligt, wachtend op gunstige wind, zeilt Wesley vanuit de Engelse kolonie de Theems op, richting Londen. Ze hebben elkaar net niet ontmoet.

Tijdens Whitefield's afwezigheid, komen dan de beide Wesley's in Engeland tot bekering.

Wesley bekeerd

In Londen ontmoet John Wesley een jonge Duitser, Peter Böhl, geboren in Frankfurt en gestudeerd aan de universiteit van Jena. Deze was door een plotselinge ervaring tot een klaar inzicht gekomen in de leer van de rechtvaardiging door het geloof, waarna hij zich had aangesloten bij de Moravische Broeders en tot zendeling bevestigd was door de Graaf Van Zinzendorf. Wesley sloot onmiddellijk een warme vriendschap met Böhler, wiens oprechte geloof sterk afstak bij het zijne. Ze converseerden met elkaar in het latijn (!), want Böhler sprak geen Engels en Wesley geen Duits.

Böhler stelde, dat een waar geloof in Christus altijd deze twee vruchten voortbracht: 'Overwinning over de zonde, en voortdurende vrede vanuit het gevoel van de vergeving van zonden'. Wesley was 'geheel verbaasd en zag dit als een nieuw evangelie. Als dit zo was, dan was het duidelijk dat ik geen geloof had'.

Wesley was echter niet bereid om Böhler's stelling te aanvaarden. Hij 'disputeerde met alle macht' en argumenteerde dat 'vergeving van zonden en vrede verdiend moesten worden in een niet aflatende poging deze te verkrijgen'.

Ondertussen gaf hij toe, dat hij kreunde onder dit zware juk, en dat, hoe meer hij trachtte heilig te zijn, hij des te meer zondigde.

Böhler antwoordde: 'Geloof en u zult behouden worden. Geloof in de Heere Jezus met geheel uw hart, en niets zal u onmogelijk zijn! Dit geloof, evenals de zaligheid, die het aanbrengt, is de vrije gift van God'. Dit deed Wesley denken aan de Hernhutters in Georgia. Böhler voegde er aan toe: 'Ontdoe u van al uw goede woorden en uw eigen gerechtigheid en ga naakt tot Hem! Want ieder, die tot Hem komt, zal Hij geenszins uitwerpen'.

Maar Wesley begreep Böhler niet 'en zeker niet, als hij zei: Mijn broeder, mijn broeder, die filosofie van u moet uitgezuiverd worden'.

Maar op zondag 5 maart 1738 zag hij plotseling, dat Böhler gelijk had. Vooral vanuit gezamenlijke studie van het Nieuwe Testament in het Grieks. Naar zijn eigen getuigenis: 'Ik was duidelijk overtuigd van ongeloof en van het gebrek aan dat geloof, waardoor we alleen zalig worden'.

Maar Wesley kon niet geloven. Zijn geest stemde de waarheid toe, maar zijn hart weigerde de sprong van het geloof.

De crisis werd alsmaar groter: 'Onmiddellijk vlijmde het door mijn ziel: Houd op met preken. Hoe kunt u tot anderen preken, als u zelf geen geloof hebt? ' Toen hij dit Böhler voorstelde, zei deze: 'In geen geval! Preek het geloof tot u het hebt, en dan zult u het geloof preken omdat u het hebt'.

Aan een Oxford vriend schreef Wesley: 'Al mijn werken, al mijn gerechtigheid, al mijn gebeden behoeven zelf verzoening, zodat mijn mond gestopt is. Ik heb niets om op te pleiten. God is heilig; ik ben onheilig'.

De Hernhutters ontnamen Wesley zijn gerechtigheid en heiligheid voor God op grond van het Woord van God, maar op grond van ditzelfde Woord van God ontvangt hij even later bemoediging in de Kerk van Engeland. Met een vriend is hij aanwezig bij een 'evensong' in de Londense St.Paul's Cathedral. Het koor zong Purcell's anthem 'Uit de diepten roep ik tot U, o Heere!' ledere regel bemoedigde hem, vooral toen het koor zijn climax bereikte: 'Israël hope op de Heere; want bij de Heere is goedertierenheid, en bij Hem is veel verlossing. En Hij zal Israël verlossen van al zijn ongerechtigheden'.

Nog diezelfde dag gaat dit Woord voor hem in vervulling, zoals dit vertolkt wordt door de beroemdste passage uit zijn dagboek: ' 's Avonds ging ik erg onverschillig naar een samenkomst in Aldersgate Street, waar iemand Luther's voorwoord las op de Brief aan de Romeinen. Om kwart voor negen, terwijl hij beschreef de verandering, die God werkt in het hart door het geloof in Christus, voelde ik mijn hart wonderlijk verwarmd worden. Ik voelde, dat ik in Christus geloofde, Christus alleen tot zaligheid; en een verzekering werd mij gegeven, dat Hij mijn zonden weggenomen had, ja de mijne, en dat Hij mij verlost had van de wet der zonde en des doods'.

Onmiddellijk begon hij te bidden voor allen, die 'hem verachtelijk behandeld hadden'. Daarna getuigde hij openlijk voor allen, die daar aanwezig waren wat hij nu voelde in zijn hart.

Maar 'het duurde niet lang voordat de vijand suggereerde: Dit kan geen geloof zijn, want waar is uw vreugde? ' Toen leerde hij, dat geloof niet rust op gevoel. En dat de blijdschap van het geloof iemand gegeven kan worden, maar ook wel kan worden onthouden.

Het is van belang erop te letten, dat 'Luther' de doorslag gaf, na daartoe door 'de Hernhutters' te zijn voorbereid! Deze tweeslag zal Wesley's geloofsleven levenslang blijven vergezellen. Er is nog een merkwaardig gegeven, nl. dat, terwijl Whitefield in het verborgen 'de vrijspraak' hoorde, Wesley dit in een 'samenkomst' van God 'vernam' en daarvan onmiddellijk publiekelijk getuigenis aflegde. En ook dat zal voor latere ontwikkelingen karakteristiek worden. Bovendien speelt in deze hele beschrijving het gevoel, dan wel het gemis van gevoelige vreugde, een grote rol. En ook dit zou wel eens te maken kunnen hebben met latere ontwikkelingen, zowel bij Wesley zelf als bij geestelijke stromingen, die aan hem verwant zullen blijken te zijn, waarbij de leer van het 'perfectionisme' meer psychologisch dan theologisch verklaard zou kunnen worden als compensatie voor wat hij en zij oorspronkelijk misten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De actualiteit van Wesley en Whitefield (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's