De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Vervulling

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Vervulling

5 minuten leestijd

'Moest de Christus niet deze dingen lijden en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan? En begonnen hebbende van Mozes en van al de profeten, legde Hij hun uit, in al de Schriften, hetgeen van Hem geschreven was.' Lukas 24 : 26, 27

Ze liepen op de weg van Jeruzalem naar Emmaüs. Ze liepen er met hun grote verdriet. Ze hoopten immers dat Jezus was Degene, Die Israël verlossen zou. Er waren mensen, die zeiden: Hij is opgestaan uit de dood. Maar zij wisten er geen raad mee. Ze liepen verder in hun verdriet. Ze liepen totdat Jezus Zelf kwam en met ze meeliep en voor hun harten de Schriften opende. Zo doet Hij nog. Als Jezus niet kwam in ons leven, we liepen maar verder. We gingen verder in ongeloof of verder in oppervlakkig geloof of verder in een verdriet zonder enige troost. Jezus geeft de troost. Hij zegt hoe u die verkrijgen zult. 'Onderzoekt de Schriften, want die zijn het die van Mij getuigen.' In de Schrift ontmoet u de Heere Jezus en ontvangt u de troost van een zien op Hem, in de omgang met Hem, in de afhankelijkheid van Hem, waarin de hoogste vrijheid ligt.

Weet u het te vinden in de Schrift? Of hebt u meer uitleg nodig van Jezus om Hem zelf te vinden? Hij laat ons zien, dat de weg van Zijn lijden de weg van ons behoud is. Deze dingen moesten gebeuren; zo moest Hij lijden om de weg voor mensen naar Zijn heerlijkheid te banen. Hij legt het uit. Volgen wij met de Emmaüsgangers Hem door de Schriften heen, van Mozes en al de profeten.

'Moet de Christus niet deze dingen lijden en alzo in Zijn heerlijkheid ingaan? ' Want in Genesis 3 zegt God: 'Ik zal vijandschap zetten tussen u en tussen deze vrouw, en tussen uw zaad en tussen haar zaad; dat zal u de kop vermorzelen en gij zult het de verzenen vermorzelen'. Jezus moest lijden en sterven. Maar wat een heerlijk evangelie! Hij vermorzelt in Zijn sterven de kop van de slang. De macht van de duivel is gebroken. De heerschappij van duivel en zonde is geen onafwendbaar lot. Er is overwinning in Jezus. Er is een weg om zalig te worden. Het is die weg van lijden tot heerlijkheid.

Die weg ging Hij niet voor zichzelf. God zegt tegen Abraham in Genesis 22: in uw zaad zullen gezegend worden alle volken der aarde'. Paulus legt in Galaten 3 uit, dat al 'die uit het geloof zijn, worden gezegend met de gelovige Abraham' (3 : 9), namelijk in Christus, want het zaad van Abraham is Christus (3 : 16). Hij is tot zegen.

Ook zegt God hoe wij deel krijgen aan Zijn heil, want de stervende Jakob spreekt: 'de scepter zal van Juda niet wijken, noch de wetgever van tussen zijn voeten, totdat Silo komt en aan Deze zullen de volken gehoorzaam zijn'. De Heere geeft door Jakob een belofte, die tegelijk een opdracht is: onderwerpt u aan Hem. Hij is de grote Koning, Die overwint. 'Geen graf hield Davids Zoon omkneld. Hij overwon, die sterke Held!' En 'eeuwig bloeit de gloriekroon op 't hoofd van Davids grote Zoon'.

In Zijn lijden en sterven ligt de hoop voor ons, zondige, sterfelijke mensen. Pasen vertelt van de Gekruisigde, Die is opgestaan. Pasen vertelt, dat wij met Hem zullen sterven om in een nieuw, godzalig leven op te staan. Het kan en het mag. Hij heeft betaald. Van Hem staat geschreven: 'Hij is om onze overtredingen verwond, om onze ongerechtigheden is Hij verbrijzeld. De straf, die ons de vrede aanbrengt was op Hem en door Zijn striemen is ons genezing geworden' (Jes. 53).

Dat is de boodschap, die Jezus vertelt. De boodschap van Pasen. Die twee Emmaüsgangers horen het van Jezus zelf, al weten ze het nog niet. Straks, als Hij hun het brood breekt en het geeft, zien ze: het is Jezus! Hij leeft. We hebben Jezus gezien. Hij heeft ons opgezocht.

Kunt u het nazeggen? Nee, niet zoals toen gebeurde. Maar hebt u Jezus gezien in de Schriften? We mogen het lezen: 'de Heere is waarlijk opgestaan en is van Simon gezien'. En die twee? Zij vertellen wat ze hebben meegemaakt: 'hetgeen op de weg geschied was en hoe Hij hun bekend was geworden in het breken des broods'. Toen ze met Jezus aan tafel zaten, kwamen de Schriften als het ware tot vervulling in hun harten. We hebben Jezus ontmoet. We mogen Hem kennen als de levende.

Wat is nu geloof in deze Jezus? Dat is niet: even enthousiast zijn, en vervolgens weer en nu voorgoed wegzinken in moedeloosheid of oppervlakkigheid. Het is ook niet: wat een wonder, er is een dode opgestaan. Het is wel: Jezus is opgestaan. Jezus, door Wie wij zalig moeten worden. In Zijn leven zie ik mijn leven. Hem zal ik volgen.

Twee Emmaüsgangers, ze gingen hun eigen weg vol verdriet, terug naar huis, naar de jaren voordat zij Jezus kenden, maar, dachten zij, het wordt nooit meer als vroeger. Twee Emmaüsgangers, toen het geloof doorbrak, omdat Jezus ze aansprak: ze gaan Zijn weg, terug naar Jeruzalem, om daar met lof Gods grote naam te danken. Jeruzalem, gij hoort die blijde klanken. Elk hef' met mij de lof des HEEREN aan!

Dan ga je zingen, opdat ook anderen zullen komen tot een 'God heb ik lief', want Hij is goed. Eens zal op de grote morgen een einde zijn aan al ons zorgen, een einde aan het diepst verdriet en zingen wij het eeuwig hed: lof zij het Lam, Die dood is geweest en Hij leeft. Dan zingen wij, die dood waren en nu leven voor Hem.

Is het uw verlangen? Zoek de Heere Jezus en vraagt Hem. U mag de bijbel biddend openslaan, om te horen: 'dat is de stem van mijn Liefste, ziet Hem, Hij komt, springende op de bergen, huppelende op de heuvels! Want zie, de winter is voorbij, de piasregen is over, hij is overgegaan. De bloemen worden gezien in het land, de zangtijd nadert, en de stem van de tortelduif wordt gehoord in ons land. De vijgeboom brengt jonge vijgjes voort en de wijnstokken geven reuk met hun jonge druifjes. Sta op. Mijn vriendin. Mijn schone en kom!' (Hooglied 2).

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Vervulling

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's