De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Globaal bekeken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Globaal bekeken

7 minuten leestijd

In In de Waagschaal schreef dr. A. A. Spijkerboer het volgende over 'De preek van een koster':

'In theologische boeken kom je allerlei mensen tegen: ouderlingen, diakenen en predikanten, bisschoppen en pausen, zondaars en bedelaars, en wie niet allemaal meer!

Maar., de koster ben Ik nog nooit in een theologisch geschrift tegengekomen. Dat is ook wel te begrijpen: zodra het kerkelijk gebeuren begint te gebeuren, is hij bijna uit het gezichtsveld verdwenen - wie denkt er nog aan dat er geen stof op de banken ligt en dat de kerk goed verwarmd Is?

Nu is het wel zo dat veel gemeenten zich geen koster meer kunnen veroorloven en dat vrijwilligers "kosteren", maar de koster is er nog wel en ik ben hem nog niet vergeten.

Ik heb me wel eens afgevraagd hoe de koster het kerkelijk leven zou bekijken: hij maakt de dominee mee vóór de kerkdienst en na de kerkdienst, hij ruikt de sfeer wanneer hij tijdens de vergadering van de kerkenraad de koffie binnenbrengt en hij ziet véél.

Hij weet beter dan welk gemeentelid ook hoe hij behandeld wordt en hij is wel eens de sluitpost van de begroting. Het lijkt me wel een baan om er je geloof bij te verliezen.

Ik gooi niet gauw Iets weg en zeker geen papieren uit het verleden. Zo ben ik in het gelukkige bezit van de gebonden jaargangen van het blad van de hervormde gemeente te Oost-en West-Souburg, dat mijn vader vele jaren heeft geredigeerd. In het nummer van maart 1932 valt mijn oog op het In Memoriam dat mijn vader schreef voor koster Willemse.

Willemse was veertig jaar koster geweest. Hij was ziek geworden maar hij was weer hersteld en had zijn werk als koster weer ter hand genomen.

De gemeente had bezorgd naar hem gekeken; ze zag wel dat het eigenlijk helemaal niet meer ging, en het ging ook niet meer Willemse is na een korte tijd overleden.

Mijn vader was onder de indruk van Willemse; hij was door zijn voorkomen en door zijn hoffelijkheid een sieraad voor de kerk. Mijn vader wist ook wat Willemse waard was; hij vergat nooit iets, dacht aan alles en dat kostte hem ook geen enkele moeite. Toen Willemse ziek was had mijn vader nog met hem gepraat over zijn kosterswerk; hij had het altijd met liefde gedaan, "want", zei Willemse, "zo was het me in het hart gegeven". Van die laatste woorden ben ik diep onder de indruk.

Willemse was geen man van ijzeren plichtsbetrachting, hij vond het ook helemaal niet zo bijzonder wat hij deed, hij haalde de Heer er ook niet nadrukkelijk bij, nee - "zo was het me in het hart gegeven".

De ethiek van de inderdaad hoogst geleerde Immanuël Kant verbleekt bij de christelijke eenvoud van een man die waarschijnlijk niet meer had dan een paar jaar Lagere School.

In die paar woorden van koster Willemse zit een complete preek.'

Een lezer stuurde ons enkele lezenswaardige citaten van theologen uit een nabij of verder verleden. Hier volgen er twee:

• 'Het is een hachelijk ding, om tot een nieuwe belijdenis over te gaan. Daar kan men tegen op zien, waarlijk niet uit een traag of enghartig conservatisme, maar uit een diepe bezorgdheid over de vraag, of de kerk in deze tijden niet de spankracht van den geest mist, om staande in het historisch-eschatologisch handelen Gods in de ontroering der liefde uit te spreken, wat de levende God in zijn wereldwijde werk bezig is te doen. De kerk schijnt mij, mét het heele moderne leven, te zeer vermenschelijkt, dan dat zij op een eenigermate verantwoorde wijze van de daden Gods en niet van de idealen der menschen zou kunnen spreken. Hier zal, als ik het goed zie, het meest critieke punt in het belijdenisvraagstuk in de Ned. Herv. Kerk in de toekomst blijken te liggen. Al het gekrakeel der richtingen over de belijdenis is, daarbij vergeleken, kinderspel. Het gaat er dan om of de kerk kerk zal kunnen zijn. En er is niet één richting, die gemeten aan deze portee der problemen niet op een fatale wijze te kort schiet.'

A. A. van Ruler (1908-1970), 'Plaats en functie der belijdenis in de Kerk', Visie en Vaart, Amsterdam 1947.

                                                                               ******

• 'Wy leeven in de Kerke, wy moeten in eene Kerk komen/ aan eene tafel des Avondmaals gaan: dat zal zoo gaan tot aan het oordeel toe/ dat 'er vaten ter eere, en vaten ter oneere zullen zyn. Daar was eens een Frans Predikant genaamt Labadie, die wilde hebben/ dat de Kerke alleen uit Godzalige bestaan zoude, 's Mans gevoelen is uit God niet geweest: 't is verdwenen. Daar zyn 'er geweest/ die met de onbekeerden het Avondmaal niet wilden gebruiken. Zy wilden met dezelve aan geen eene en de zelfde tafel zitten, 't Was uit God niet. Zulke hebben te vreezen dat zy vreeschelyk vallen zullen. Wat deden zy? Zy gaven malkanderen een teken om op te ryzen en zoo te zamen aan de tafel te gaan/ op dat het eene tafel van Godzalige zoude zyn. Wy hebben 't al gezien/ dat zij deerlyk gevallen zyn: doet zulke fratzen niet. Wil God/ dat de Kerke op Aarde koorn en kaf zal zyn tot op het oordeel, wy moeten niet anders willen, 't Zal het kaf dier (lees: duur) genoeg staan/ dat zy kaf gebleeven zijn. Gaat 'er mee in de Kerk en aan de tafel, 't Zal die ellendige dier op hun hert komen dat ze het Avondmaal onweerdig gebruikt hebben: gy zult dat niet moeten verantwoorden.'

Ds. Bernardus Smijtegelt (1665-1739), Des Christens heil en cieraat..., predicatie over Colossensen I, vs. 22.

                                                                         *****

In het nummer van 6 maart jl. meldden we dat een zeer oude broeder (via zijn dochter) moest bedanken als abonnee voor ons blad, dat hij meer dan vijftig jaar met vreugde gelezen had. We vroegen of er meer lezers zijn, die al zolang de Waarheidsvriend ontvangen. Welnu, daarop kwam een hele reeks reacties.

Een oude broeder, vroeger voorganger (als g.o.), werd 53 jaar geleden abonnee gemaakt door prof. Severijn, wiens artikelen overigens niet altijd 'zo begrijpelijk' waren.

Een weduwe van 83 jaar meldde, dat haar man (overleden in 1972) al voor de oorlog lezer was en dat ze het blad nu zelf nog graag leest.

Een oude broeder heeft bijna 50 jaar de Waarheidsvriend in huis en merkt op dat dit o.a. gunstig voor hem is geweest omdat hij regelmatig als voorzitter van een kiesvereniging sprekers moest vragen voor... 'tijdredes'. Hij vermeldt er niet bij welke sprekers hij daarvoor in het vizier kreeg door het lezen van ons blad.

Een mevrouw, die in 1936 van gereformeerd hervormd werd, kreeg door een ouderling de Waarheidsvriend aangereikt. Ze leest ons blad dus al 60 jaar.

Nog diverse andere lezers meldden ons, dat ze het blad vanaf de dertiger jaren lezen. Een van die lezers schrijft: 'als kind zag ik dat mijn grootvader uw blad al las'.

We volstaan met deze voorbeelden. Met respect voor 'de oude garde'.

Er zijn kennelijk onder onze lezers nog heel wat mensen, die al een halve eeuw of meer abonnee zijn. Welke kerkelijke wederwaardigheden zijn hun in al die jaren via ons blad al niet aangereikt? Een lezeres vroeg zich af of het blad in de oorlogsjaren ononderbroken verscheen. Nee, in het laatste oorlogsjaar verscheen de Waarheidsvriend niet. De bezetter verbood de verschijning.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Globaal bekeken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's