Uit de pers
Vertrek ds. A. Romein
In mei 1997 zal ds. A. Romein, sinds september 1985 scriba van de PKV Gelderland, afscheid nemen daar hij gebruik maakt van de mogelijkheid om vervroegd uit te treden. In Hervormd Gelderland (maart 1997) schrijft hij, mede met het oog op zijn naderend vertrek, een profielschets van een dominee onder de titel Mijn dominee in het jaar 2000. Hij schetst zijn profiel rond drie kernen: predikant, getuige en pastor. We citeren zijn artikel bijna in z'n geheel om het belang van wat hier gezegd wordt.
'Mijn dominee zal predikant zijn. Het heeft de Heere God behaagd ons, mensen, door het Woord tot geloof te brengen. Aan de roeping tot prediken ligt deze buitengewone werkelijkheid ten grondslag.
De Reformatie heeft dat scherp in het licht gesteld en ik acht dat nog steeds wezenlijk en onopgeefbaar. Mijn dominee zal dus principieel moeten preken. En goed ook. Alle aandacht voor de preek.
De preek is de overdracht van de Boodschap. Voor die goede en heilsnoodzakelijke prediking als instrument van de Geest is het absoluut nodig dat er een theologische vloer onder ligt. Mijn goede dominee zal dus een goed exegeet (uitlegger) zijn en een even goed homileet (verkondiger). De oriëntatie binnen het geopenbaarde Woord zal breed en wijd moeten zijn. Maar er is nog een andere verstaanshorizon, even wijd en even breed. Dat is de leefwereld van de gemeenteleden. Dominee zal zijn cultuur moeten kennen en breed georiënteerd zijn in de maatschappelijke, politieke en artistieke werkelijkheid van de samenleving. Want het Woord moet wel landen.
Getuige
De tweede kern van mijn profiel is vervat in het woord getuige. Een goed nieuwtestamentisch woord, met diverse gevoelswaarden, zoals bekend.
Ik vind dat de kerk alleen gelovigen mag toelaten tot het ambt. Weliswaar geldt het oude adagium nog altijd: "de intimis non est disputandum" (over het innerlijk valt niet te twisten). En ik propageer zeker niet de praktijk van de Gereformeerde Gemeenten, waar men kandidaten voor de Theologische School onderzoekt op hun geloofsbevinding en roeping tot het ambt. Maar iets daarvan wordt te onzent toch bepaald gemist. Een predikant zal duidelijk en beslist moeten zijn in zijn of haar geloofsbelijdenis. In Handelingen 6 is de eerste gemeente op zoek naar nieuwe ambtsdragers, soms de eerste diakenen genoemd. Wat staat er? "Ziet om naar mannen 'vol van Geest en wijsheid'". Ik heb dit nimmer in een hervormde advertentie zien staan. Waarom eigenlijk niet?
Zonder enige kennis van de praktijk der Godzaligheid kun je het niet zijn: leidsvrouwe of voorganger der gemeente van Christus. Ik verlang naar een predikant die mij inwijdt in de wegen die de Heere met zijn volk gaat. Dat is voor mij het meest aantrekkelijke in de klassieke lectuur van de zogenaamde oudvaders. Wanneer een gemeentelid of buitenstaander een predikant van de NHK of VPKN ontmoet, zal hij ontmoeten een getuige der waarheid, die gunnend en winnend met mensen omgaat en iets uitstraalt van de liefde voor God en Zijn Christus. Miskotte moet gezegd hebben, dat het er niet alleen om gaat de Boodschap te hebben, maar ook de Boodschap te zijn.
Waar haal je die attitude vandaan? Niet uit de theologie. Van onverdachte zijde is mij dat geleerd, namelijk door de eminente theoloog Van Ruler. Hij schrijft in dit verband over de theologische studie: "Maar al te gauw ziet men over het hoofd, dat deze opleiding en vorming niet méér bedoelen te geven dan een zeker technisch apparaat. Het eigenlijke in het ambtswerk komt van elders: uit het ouderlijk huis, de gemeente van zijn jeugd, de ervaringen van het leven, de eigen persoon, het Woord en de Geest, de gemeente die men dient" (Theol. Werk III, 23). Ik voeg er aan toe vanuit een trouw gebedsleven, het hart van de praxis pietatis, de praktijk van het geloofsleven. Want alles, wat je als dominee bent en wat je geeft, mag je eerst vragen en moet je telkens ontvangen.
Beleven wat je verkondigt. Daar gaat het om. Mensen voelen dat feilloos aan. Of een dienaar des Woords liefde heeft voor God, voor de mensen, voor de kerk.
Als student hoorde ik ds. J. H. Sillevis Smitt eens spreken over noodzakelijke eigenschappen voor het predikambt. Hij zei tegen ons, theologische studenten in de vijftiger jaren: houdt veel van God. Houdt veel van de mensen, vooral van je partner. Houdt veel van de bijbel.
Pastor
Mijn derde profielkern is: pastor. Ik hoef het aloude bijbelse beeld van de herder en de kudde op deze plaats niet toe te lichten. Het is ook volstrekt niet verouderd. Het gaat om leiderschap, aandacht voor de enkeling en voor de gemeenschap beide, om zorg, om contactuele vaardigheden, om er bij te zijn in de nood van het leven van de mensen. Bij de mensen zijn, met open oog voor hun verschillen in leeftijd, kennis, visie en ervaring. Bruggenbouwer wezen.
Soms komt het pastoraat het best tot zijn recht in een leraar-discipel-verhouding. Soms meer in een kameraadschapsrelatie. Voor die gewenste variëteit is een zekere gevoeligheid nodig.
In onze gemengde en geseculariseerde samenleving is de scherpe onderscheiding tussen pastoraat, apostolaat en diaconaat niet meer zo ter zake doende. De attitude van de predikant zal pastoraal-missionair-diaconaal zijn.
Ik heb grote moeite met de neiging van collega's om het predikantschap in zijn pastorale elementen te beperken tot crisispastoraat en theologische deskundigheid. De herder moet zijn kudde kennen. Niet het minst de lammeren: de jeugd.
U ziet: mijn dominee anno 2000 is niet zo spectaculair. Maar hij of zij is wel een vakmens, een levend christen en een echte naaste: prediker, getuige, herder.
Zijn er niet meer uiterst noodzakelijke eigenschappen aan deze profielschets toe te voegen? Neen. Al het overige is secundair. Waarbij ik er aan herinner, dat het woord secundair niet betekent tweederangs of van weinig betekenis, maar: volgend op! Dat overige is dan meegenomen. Daar kunnen zeer waardevolle en uiterst nuttige eigenschappen bij zitten, zoals: organiseren, schrijven, visualiseren, muzikaliteit, voorzitten, gevoel hebben voor beleid, voor kerkorde, voor financiën. Ik meen echter met mijn drie "kernen" de essentialia (de wezenlijke kenmerken) te hebben genoemd voor het ambt. Een predikant die zich in en om deze kernen profileert, zal daardoor als vanzelf een stijl van leven en werken vertonen die zowel duidelijkheid als respect oproept. Kortom: de predikant die ik, als ik nog eens mocht beginnen, zelf graag zou willen zijn.'
Met respect en waardering voor de manier waarop ds. Romein vele jaren leiding heeft gegeven aan veel werk in de provincie Gelderland zijn deze woorden hier geciteerd. Zijn opvolger zal ds. W. R van der Aa uit Herwijnen zijn, heb ik uit de pers vernomen. We wensen hem straks een vruchtbare tijd toe in de kerkprovincie waar door Gods goedheid nog veel kerkelijke betrokkenheid in veel gemeenten mag worden gevonden.
Komst dr. B. Plaisier
Met ingang van 1 juni 1997 zal dr. B. Plaisier de plaats van dr. K. Blei innemen als secretaris-generaal van de Nederlandse Hervormde Kerk. Het Nederlands Dagblad van 22 maar 1997 bood een uitvoerig gesprek en portret van dr. Plaisier. We lichten uit het interview dat Koos van Noppen maakte twee fragmenten. Het eerste betreft uiteraard Samen op Weg.
SoW zit momenteel midden in de discussie over de kerkorde. U noemde dat een 'organisatorische fase' waar de kerk doorheen moet. Maar waar naartoe? Wat is uw ideaal?
'Mijn ideaal is dat Samen op Weg een beweging wordt met een heldere missionaire consensus, waar we als kerken in de samenleving voor staan. En ik verlang ernaar dat ook andere kerken in die beweging zullen gaan participeren. Dat is een heel ander beeld dan moeizaam consensus proberen te vinden over de belijdenisgeschriften. Een missionaire consensus heeft meer kans, want die brengt ons dichter bij de kern. In die overeenstemming geef je aan waarom je door God in deze wereld bent geplaatst, waarom Christus je heeft geroepen in zijn dienst en wat Hij voor de wereld betekent.
Die missionaire beweging is niet iets van de kerkelijke top, al kan die er wel een belangrijke stoot toe geven, door alle missionaire organen van de kerken, het Hervormd Evangelisatorisch Beraad, de Raad voor de Zending, de Nederlandse Zendingsraad, de IZB en GZB, het Missionair Werk met andere leden van de Evangelische Alliantie bijeen te brengen rond de vraag: wat kunnen we gemeenschappelijk doen?
Ik signaleer een ontstellende moeheid in de kerken. Valt er nog iets te beleven waardoor we de vreugde en kracht van het geloof ervaren? Wat hebben we als kerk nog te zeggen? Ik verlang ernaar dat we - al zijn we nog zo verschillend - elkaar herkennen in een gemeenschappelijk doel. En ik weet het: de ravijnen zijn diep, we leven met stereotypen over en weer. Maar al zouden we elkaar maar eens gaan erkennen als mensen die gelóven. Laat de verschillen even voor wat ze zijn, concentreer je op het gemeenschappelijke. Dat is een open deur, maar we praktiseren het absoluut niet.'
Bent u niet bang dat het ideaal strandt als een lekke bal in de zandbak? De triosynode zit op een andere golflengte; verdiept zich bijvoorbeeld in de vraag of 'Leuenberg' al dan niet wordt gehandhaafd in de concept-kerkorde...
'Ik besef dat het een andere insteek is. De kerkorde is dringend noodzakelijk. De Gereformeerde Bond mag tevreden zijn met het concept. Ik vind het niet gepast om over de verschillen met die van '51 zo hoog van de toren te blazen. Als men zegt: "hier gaat een wissel om", gaat het wel over heel kleine spoortjes...
De zaak wordt nu tot op de komma's uitgevochten, alsof het daarom gaat in de kerk. Dat is zo langzamerhand het beeld dat van onze kerk bij de buitenwacht is ontstaan. Maar daar gaat het nu juist niet om! Dit is een fase waar we zo snel mogelijk doorheen moeten, om vervolgens aan de slag te gaan met de vraag: wat hebben we als Samen op Weg-kerken te zeggen in de samenleving? Het gekke is dat ook voor de Bond en de confessionelen de kerkorde natuurlijk niet het belangrijkste is, maar het getuigenis van Jezus Christus. Ondertussen bewerkstelligt men wel door hun getrek en gerek dat steeds meer dat negatieve beeld ontstaat. Dat vind ik diep-tragisch. Dus: Gereformeerde Bond, terug naar de wortels, de rechtvaardiging van de goddeloze, de ervaring van Gods genade, de missionaire bewogenheid. Je hebt op dat punt een enorm potentieel. Doe nu eens wat je moet doen.'
De felle tegenstand binnen de GB tegen SoW is niet met muggenzifterij af te doen, al lijkt het er soms voor een buitenstaander inderdaad wel op. Om bijbels van Jezus Christus te kunnen getuigen is het fundamenteel om het met elkaar eens te zijn om welke Jezus Christus het dan gaat. Zo bezien heeft de discussie over de kerkorde en de invulling van een en ander met de grondslagen van de kerk te maken. Ik twijfel er niet aan of dr. Plaisier zal dit beamen. Dat laat hij ook wel merken in een ander onderdeel van het gesprek.
Uw eerste optreden roept het beeld op van een kloek die alle kuikens onder haar vleugels wil brengen. U zet uzelf als 'confessioneel-evangelisch ' op de kerkelijke kaart, met openhartige verklaringen over uw verwantschap met de Bond, bent daarentegen ook voorstander van SoW. Voila, Plaisier, voor zo mogelijk alle hervormden. Is er ook een grens aan die 'herkenbaarheid'? Ik geef een voorbeeld. Morgen begint de Goede Week. Stel nu eens dat Nova u als kersverse secretaris-generaal uitnodigt voor een gesprek over de vraag: wat gelooft een christen als we het hebben over Pasen ? Wat zegt u dan ? En hoeveel hervormden zullen zich daarin herkennen ?
'Ik ben zoals ik ben en ik hoop dat mijn geloof aanstekelijk en niet afstotend werkt. Maar over mijn eigen geloof kan ik niet heen stappen. Pasen, daar ontleen ik nu mijn vreugde aan. Christus is voor ons gestorven en God heeft Hem opgewekt. Hij leeft. Dat is realiteit. Ik kan er niets mee om dan te zeggen: Hij leeft voort in het verhaal, of in de gedachten van zijn volgelingen. Of iets als "het is wel waar, maar niet echt gebeurd". Voor mij is nu juist de charme van het christelijk geloof dat het over de werkelijkheid gaat: Hij is er.
Maar het is niet de werkelijkheid die we normaal zien. We lezen bijvoorbeeld ook in het evangelie dat de opgestane Jezus soms te zien is, soms niet. Hij komt door gesloten deuren. Paulus spreekt over een "verheerlijkt lichaam". Dat is niet te vatten. Dus we moeten er ook niet zo massief over praten, zo van: Hij is even weg geweest, maar drie dagen later stond Hij er weer. Nee, het is een geweldig geheim. Hij heeft zich geopenbaard aan zijn vrienden. Niet in hun gedachten, maar reëel, met de handen te tasten. En tegelijk zegt Hij: "Raak mij niet aan". Dat geheim moeten we erin houden. Waarom Pasen nu zo belangrijk voor mij is? Jezus is opgestaan in mijn werkelijkheid. Als ik sterf is dat niet het laatste. Hij zal ook mij opwekken. Daar zal ik dan weer staan, met dit lichaam. Dat is toch iets fantastisch? ! Want God heeft deze wereld lief en ons, zoals we zijn. Zodra je meent: Jezus leeft voort in de gedachten, begint ook de twijfel aan de opstanding van ons lichaam, onze toekomstverwachting. Dan valt de hele mikmak als een rij dominostenen om. Paulus zei al: als Christus niet is opgestaan, dan is mijn geloof niets meer waard. Maar nu Christus leeft, is dat een bron van vreugde. En dat ervaar ik ook, persoonlijk, en in de gemeente. We hebben soms allen die ervaring dat Hij er werkelijk is. Niet alleen in zijn woorden, maar Persoonlijk, door zijn Geest.
Dat is wat ik geloof Hoeveel hervormden er nu nog met me meegaan, weet ik niet, ik hoop heel veel. Maar hier sta ik voor.'
Voor deze belijdenis zijn we dankbaar en daar stemmen we van harte mee in. We wensen dr. Plaisier veel wijsheid en leiding van Gods Geest toe om straks zijn veelomvattende taak in het geheel van onze kerk ter hand te nemen. We mogen hem in de voorbede van de gemeenten wel aanbevelen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's