De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de belijdenissen Van Augustinus

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de belijdenissen Van Augustinus

4 minuten leestijd

'Een klein kind, dat ben ik, maar mijn Vader leeft in eeuwigheid en mijn beschermer weet mij te helpen. Eén en dezelfde immers is het die mij het leven heeft gegeven en die mij beschermt, en gij, die ene, zijt al mijn goed, gij almachtige, die met mij zijt ook vóór ik nog met u ben. (...)

Geen twijfel, maar zekerheid heeft mijn bewustzijn hierover. Heer, dat ik u liefheb. Gij hebt mijn hart getroffen met uw woord en ik ben u lief gaan hebben. Maar ook de hemel en de aarde en alles wat zij bevatten: het zegt mij allemaal aan alle kanten dat ik u lief moet hebben: het houdt niet op dat tot allen te zeggen, zodat ze niet te verontschuldigen zijn. Nog dieper zult gij u echter over hem erbarmen over wie gij u erbarmd hebt, en barmhartigheid zult gij aan hem betonen voor wie gij barmhartig zijt geweest, deedt gij dat niet, dan vertellen hemel en aarde uw lofprijzingen aan dovemansoren.

Maar wat heb ik nu lief, wanneer ik u liefheb? Geen schoonheid van een lichaam, geen luister van de tijd, geen lichtglans die mijn aardse ogen lief is, geen heerlijke melodieën van gevarieerd gezang, geen aangename geur van bloemen, reukwerken en specerijen, geen manna en geen honing, geen ledematen die welgevallig zijn aan de omhelzingen van het vlees: deze dingen zijn het niet die ik liefheb, wanneer ik mijn God liefheb. En niettemin heb ik zo iets als een licht lief, zo iets als een stemgeluid, zo iets als een geur, zo iets als een spijs en zo iets als een omhelzing. (...)

En wat is dat? Ik heb de aarde ondervraagd, en die zei: "Ik ben het niet". En alles wat er op die aarde is heeft hetzelfde beleden. Toen ondervroeg ik de zee en haar diepten en de levende wezens die kruipen. En zij gaven ten antwoord: "Wij zijn niet uw God. Gij moet boven ons zoeken". Ik ondervroeg de waaiende winden, en heel de dampkring met zijn bewoners zei: "Anaximenes (een filosoof uit Milete in Augustinus' dagen, v.d.G.) vergist zich. Ik ben God niet". Ik ondervroeg de hemel, de zon, de maan, de sterren. "Ook wij zijn niet de God waar gij naar zoekt", zeiden ze. Ik ondervroeg de massa van de wereld over mijn God en zij gaf mij ten antwoord: "Ik ben het niet, maar Hij heeft mij gemaakt". En ik zei tot alle dingen die de poorten van mijn vlees omringen: "Spreekt mij over mijn God, die gij niet zijt, vertelt mij iets over Hem". En luidkeels riepen ze: "Hij heeft ons gemaakt" [...] Hij spreekt tot allen, maar hij wordt begrepen door diegenen die zijn stem, uitwendig vernomen, innerlijk met de waarheid confronteren. Want de Waarheid is het die tot mij zegt: "Noch hemel en aarde is uw God, noch alwat lichaam is". Dat zegt hun natuur aan wie ze ziet: het is een massa die in haar deel kleiner is dan haar geheel.

Toen heb ik mij tot mijzelf gekeerd en tot mijzelf gezegd: "Jij, wat ben jij? " En mijn antwoord was: "Een mens". En ik heb in mij, voor mij aanwezig, een lichaam en een ziel: het lichaam is uiterlijk, de ziel innerlijk. Bij welk van die twee moest ik zoeken naar mijn God, naar wie ik met behulp van mijn lichaam reeds gezocht had, van de aarde tot de hemel, zover als ik mijn boden, de stralen van mijn ogen, had kunnen zenden? Het innerlijke was toch beter, aangezien daaraan immers al de lichamelijke boden hun berichten brachten: dat had de leiding en zat te oordelen over de antwoorden van de hemel, de aarde en alle in hem bestaande dingen, toen die zeiden: "Wij zijn God niet" en "Hij heeft ons gemaakt". De innerlijke mens heeft daar kennis van gekregen door de dienstbaarheid van de uiterlijke. Ik, de innerlijke mens, ik heb daar kennis van gekregen, ik, ikziel, door middel van de zintuigen van mijn lichaam.'

Vertaling Gerard Wijdeveld,

uitgave Ambo, Baam.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de belijdenissen Van Augustinus

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's