Torenspitsen-Gemeenteflitsen
HEI-EN BOEICOP
Hei-en Boeicop is een klein dorpje in Zuid-Holland, gelegen in de Vijfheerenlanden. Een gebied ingeklemd tussen Lekdijk, Zouwedijk, Lingedijk en Diefdijk.
Een stichtingsdatum is niet bekend, doch hiervoor wordt wel eens het jaar 1284 aangenomen, omdat in dat jaar - om precies te zijn op 11 april - door de bestuurlijke partijen in dat gebied een regeling werd getroffen over de waterkering en afwatering van het gebied dat later bekend zou worden onder de naam van 'Vijfheerenlanden'.
Dat wil niet zeggen dat er vóór die tijd hier geen mensen woonden, doch hierbij kunnen we moeilijk van echte bewoning spreken. Deze kwam eerst op gang toen de ontginning van deze streek werd aangevangen. Immers zo rond het jaar 1000 verandert er veel in West-Europa en ook in deze streek. Monniken trokken vanuit het oude Bisdom rond om de bevolking te kerstenen. Wereldlijke heren zoeken nieuwe gronden om hun inkomsten te vermeerderen en zo komt langzamerhand de grote ontginning van dit voorheen woeste en nagenoeg ontoegankelijke gebied op gang.
In de Vijfheerenlanden vinden we heden ten dage nog vele namen die aan deze tijd herinneren. De naam Hei-en Boeicop is er daar één van. De wildernissen werden namelijk opgekocht door een of andere heer, soms een gewoon iemand, maar wel met ontginningsneigingen. Meestal geschiedde dit voor een luttel bedrag van de Graven van Holland of de bisschoppen van Utrecht, die er immers belang bij hadden dat hun gebied beter werd bevolkt. Zij kregen meer mankracht en weer een trouwe leenman die diensten kon verrichten. De vorm van overdracht waarbij onder bepaalde voorwaarden, en tegen betaling, een stuk wildernis ter ontginning werd uitgegeven staat bekend onder de naam 'cope'. Het land werd dan soms genoemd naar de persoon die het kocht en die de ontginning dan verder voorbereidde, althans bevorderde. Zo kochten Heye en Boeie stukken grond die respectievelijk aanleiding gaven tot namen als Heycoop en Boeicoop, waarmee dan de naam van de gemeente gelijktijdig is verklaard. Ook diverse poldernamen in deze streek herinneren nog aan deze oude 'copen'.
Wanneer de hervorming ter plaatse ingang heeft gevonden is helaas niet bekend. Alhoewel Hei en Boeicop een afzonderlijke ambachtsheerlijkheid was, behoorde het dorp toch tot 1725 aan de heren van Vianen. Het is daarom enigszins opmerkelijk dat de invloed van de heren van Brederode, soevereinen van Vianen en overtuigde aanhangers van de nieuwe leer, kennelijk toch niet tot resultaat heeft gehad dat reeds vroeg predikanten hier werkzaam waren. In 1583 predikte bv. te Vianen reeds Petrus Datheen.
In een verslag van de missie-activiteit in 1629 wordt al vermeld dat in het land van Vianen, Hei-en Boeicop toen zonder pastoor was en dat men sinds 30 of 40 jaren daar nooit meer een mis had opgedragen bij belangrijke feesten. Blijkbaar lag het keerpunt in de periode van 1580-1599. Een bewijs dat de consolidatie van de hervorming in sommige plaatsen veel tijd vergde. Vandaar dat in Hei-en Boeicop eerst in 1598 voor het eerst gewag kan worden gemaakt van een eigen predikant en wel Wilhelmus van der Wal die in 1603 vertrok naar Andel.
De kerk zelf is vermoedelijk gesticht in de 14e eeuw of mogelijk zelfs nog eerder. Zij behoorde tot het decanaat van Oud-Munster en was dochterkerk van Gasperden (Hagestein). Bij opgra vingen in 1978 is de ronde fundering gevonden, die zou kunnen wijzen op een datering van 1300 of daarvoor. In 1395 is er in ieder geval een vermelding over een kerk in 'Heicoop' in de kerkenlijsten van de Domfabriek.
In 1380 en 1390 zou er sprake zijn van plunderingen van het dorp door Arkelse troepen, waarbij o.a. ook de dorpskerk werd platgebrand. Uit omstreeks 1400 zal het muurwerk van het onderste gedeelte van het koor en het schip dateren, getuige het gebruikte materiaal.
Uit de tweede helft van de 15e eeuw stamt het muurwerk met vensters en de kap van het koor. In het midden van de 18e eeuw wordt de kerk beschreven als een vrij lang gebouw met een vierkante toren, voorzien van een achtkantige spits. Deze beschrijving is echter niet in overeenstemming met een uit die tijd daterende prent, weergevende het huidige beeld, namelijk een iets hoger opgetrokken schip dat bij de aansluiting op het koor een klein zeshoekig torentje draagt. Wanneer en waardoor de oude toren verdwenen is, blijft onbekend.
Uit de 19e eeuw zijn maar weinig gegevens bekend. De afbraak van het achterste gedeelte van het koor volgde na 1823. Het koor werd toen recht gesloten. De muren van het kerkgebouw werden wit gepleisterd en het gewelf in het schip, dat door een wand van het koor gescheiden werd en waar de consistorie was ingericht, werd verlaagd.
In de jaren 1941-1942 heeft een restauratie plaatsgevonden waarbij de voornaamste wijzigingen bestonden uit het ontpleisteren van de buitenmuren en het aanbrengen van vensters in de oostgevel.
Vanaf 1967 volgde wederom een restauratie, waarbij o.a. het ingebrachte lagere gewelf werd verwijderd en de afscheidingswand tussen schip en koor werd afgebroken. Eveneens werden de houten ramen van het schip vervangen door ijzeren overeenkomstig de oude vorm. Aan de noordzijde werd een aparte consistorie aangebouwd. Inwendig werd het stucwerk afgehakt en opnieuw aangebracht en ook het meubilair werd grotendeels vervangen of gerestaureerd, terwijl de dispositie werd omgedraaid. Ook het interieur van dit eenvoudige maar toch fraaie dorpskerkje is alleszins een bezoekje meer dan waard.
De tegen de westwand geplaatste zeshoekige prefekstoel dateert uit het tweede kwart van de 17e eeuw, waaraan een smeedijzeren doopbekkenhouder, met krullen en bladwerk, uit diezelfde tijd is bevestigd.
Ter weerszijden van de preekstoel hangen twee houten 17e-eeuwse tekstborden, waarvan een met de tekst van de Apostolische Geloofsbelijdenis en het Onze Vader en de ander met die van de Tien Geboden. In het Fries is de naam van de schenker Ocker Aertszoon de With vermeld, die ongetwijfeld in Hei-en Boeicop woonachtig was. Een jaartal wordt niet vermeld, maar zij zullen in de eerste helft van de 17e eeuw zijn vervaardigd.
Veelal werden deze thema's naast elkaar gehangen om zo een drieluik te vormen, dat Geloof, Gebod en Gebed tot uitdrukking bracht. In Hei en Boeicop zijn echter Geloof en Gebed samen op één bord vermeld.
Direct naast de ingang hangt tevens nog een rouwbord, dat herinnert aan een jongetje dat in 1639 op negenjarige leeftijd stierf. Op het bord staan verschillende bijbelteksten die de vergankelijkheid van het leven benadrukken. Op de accoladevormige rand onderaan staat 'Wat ik was dat weet ghij, wat ick nu ben dat weet ick. wat ghij worde suit o mensch bedenckt dat', dat de mens ervan doordringen moet dat ook hij ieder moment sterven kan. Een tekst gebaseerd op het 'Hodi mihi eras tibi' (heden ik, morgen gij). Tot 1795 hingen in de kerken waarin begraven mocht worden vaak wel tientallen van dergelijke rouwborden, die bedoeld waren als persoonlijke gedenktekens.
In het koor en tegen de noord-en zuidwand van het schip staan fraaie herenbanken, daterende uit de 17e en I8e eeuw.
Omwille van de plaatsruimte zullen wij verder aan zaken als archiefkist, kanselbijbel, kronen en oude grafzerken maar voorbijgaan, doch op de twee zilveren avondmaalsbekers willen wij nog wel de speciale aandacht vestigen. Deze staan weliswaar niet in de kerk, maar op verzoek zijn zij voor geïnteresseerden wel te bezichtigen. Op deze bekers heeft de schenker een inscriptie doen plaatsen. Ze zijn een gift van de toenmalige predikant Jacob Visbach. Op de ene beker staat dat Jacob Visbach de bekers in 1691 aan Christus opdraagt en op de andere een bijbeltekst met eenzelfde strekking. De bekers werden in 1691 door een zilversmid in Utrecht vervaardigd. Het mooie zilveren doopbekken dateert uit 1806 en is van de zilversmid Johannes van der Toorn. Op de achterzijde staat gegraveerd 'Dit Present, aan de kerck van Heikop en Boeikop, door Pieter Middelkoop, ter gedagtenisse dat zijn twee vrouwe zijn vernoemt met Naame Helena en Wilhelmina aan het kind van zijn Neef en Nigt. Comelis Bogaard, en Katie Paardekooper. Egtelieden gedoopt den 9 febr. 1806.
Het orgel is van recentere datum en gebouwd door de firma Verschueren uit Tongeren (België), doch wel geplaatst in een oude orgelkast afkomstig uit de Ned. Hervormde kerk te Nieuw-Beijerland.
Tot slot valt bij het verlaten van de kerk nog de aandacht op twee natuurstenen tuinvazen. Deze zijn afkomstig van het in 1834 gesloopte huis van de ambachtsheer, dat schuin tegenover de kerk heeft gestaan.
De beide vazen vertonen versieringsmotieven in een overgangsstijl van Lodewijk XIV en XV. Momenteel heeft de Heicopse gemeente haar 39e voorganger, ds. A. J. Mensink. Dat betekent dus dat de predikanten hun gemeente gemiddeld zo'n tien jaar trouw bleven.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 april 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's