De actualiteit van Wesley en Whitefield (3)
Whitefield terug
In Georgia had Whitefield het erg naar z'n zin gehad, maar hij moest terug naar Engeland om tot priester te worden gewijd. Onmiddellijk bij zijn terugkeer in Engeland begint hij op tegenstand te stuiten van de geestelijkheid. Sommigen weigeren hem het gebruik van hun kerkgebouw. Maar waar hij wél mag preken, blijken alle kerken te klein te zijn. En nu komt er een nieuwe wending in het leven van Whitefield: 'Dit bracht me voor het eerst op de gedachte om buiten de kerk te preken. Ik zei het enige vrienden, die het een krankzinnige gedachte vonden. Hoe dan ook, we knielden neer en baden dat we niets te snel zouden doen'.
De kerkgebouwen van de Kerk van Engeland waren en zijn nl. geconsacreerde (gewijde) plaatsen voor de publieke eredienst (public worship). Buiten deze kerkgebouwen preken, was 'dissenting', dat behoorde bij de 'Afscheiding'. Alleen een anglicaan kan dit verstaan! En Whitefield was een anglicaan en zou dit ook blijven! Niettemin besloot hij tot openluchtprediking.
Naast Bristol, waar alle kerken meer dan te klein voor hem waren geworden, lag het kolenmijngebied Kingswood. Het werd bewoond door honderden mijnwerkers met hun gezinnen, die daar onder buitengewoon armelijke toestanden en zonder enige sanitaire voorziening leefden. Ook geen kerk of school was er voor hen gebouwd. Vaak was er 'sociale onrust', wat resulteerde in oproerige horden, die Bristol binnenvielen en de zaak plunderden. En juist hier besloot Whitefield voor het eerst een openluchtprediking te houden, terwijl hij wist, dat dit van kerkelijk standpunt zou worden beschouwd als het toppunt van fanatisme. Maar 'God zij geprezen! Ik heb nu het ijs gebroken. En ik geloof, dat ik nooit voor mijn Meester aangenamer ben geweest, dan toen ik daar stond in het open veld'.
Eerst waren er enkele honderden geweest, maar bij de tweede keer waren er al 2000 en enkele dagen later 4000 en op zondag 10.000, die Whitefield's gehoor vormden onder de open hemel.
En dan geeft hij in zijn dagboek een aandoenlijk verslag: 'Ze hebben geen gerechtigheid van zichzelf en daarom zijn ze blij te horen van Jezus, die een vriend was van tollenaren en zondaren, en die niet kwam om rechtvaardigen tot bekering te roepen, maar zondaren. Dat ze aangedaan waren, was eerst daaraan te zien dat er witte kanaaltjes liepen over hun zwarte gezichten, waardoor de tranen stroomden. Honderden en honderden werden tot een diepe overtuiging gebracht, die, zoals later bleek, leidde tot een gezonde en echte bekering'.
Ook Wesley
Op 12 december 1738 waren de vrienden Wesley en Whitefield weer verenigd in Londen. Whitefield bleef altijd een beetje opkijken tegen de 'Oxford don'(hoofd van een College), maar het 'revivar(opwekking) was wél onder hem begonnen, en niet onder Wesley. En Wesley kon nooit helemaal vergeten, dat Whitefield de jongere was in leeftijd en zijn mindere in geleerdheid, maar hij erkende zonder reserve Whitefield's geestelijke volwassenheid en de kracht van zijn bediening. Beiden gingen in ootmoed met elkaar om. Whitefield was opgewekt van nature en lachte gauw, terwijl Wesley wat stemmiger was.
Op de avond van nieuwjaarsdag 1739 zijn de beide Wesleys en Whitefield aanwezig op een bijeenkomst van de Fetter Lane society, terwijl daar een 'liefdemaaltijd' werd gehouden, waarbij men symbolisch brood en water met elkaar deelde. Ze zongen en baden. En dan vertelt Wesley: 'Terwijl we voortdurend in gebed waren, kwam de kracht van God met macht over ons, zodat velen het uitschreeuwden van pure vreugde en velen op de grond vielen'.
Whitefield suggereerde Wesley om ook over te gaan tot openluchtprediking, want dan zou men de massa's kunnen bereiken: 'de uitgeworpenen (outcasts), de hoeren, de kroeglopers en de dieven'. Maar Wesley verwierp eerst het idee als 'een krankzinnige gedachte (a mad notion)'. Openluchtprediking kwam immers ook in conflict met de 'Conventicle Act' van de Kerk van Engeland, behalve bij een publieke terechtstelling (ophanging). En overtreding van deze 'Act' zou toch een geestelijke van de Anglicaanse Kerk niet passen!
En toch ging Wesley nog vrij snel overstag en preekte het Evangelie van vrije genade onder een open hemel, 's Zondags ging hij eerst haar de eredienst van de Kerk van Engeland en preekte dan s'avonds in de open lucht voor duizenden. Soms twee uren voor 20.000 mensen. Zijn dagboek vermeldt het zó: 'Vrijdag 1 juni, ik preekte s'avonds op een plaats, genaamd Mayfair, naast Hyde Park Corner (Londen). De menigte bevatte, geloof ik, bijna 80.000 mensen. Tijdens het gebed was er een beetje rumoer, maar er was een diepe stilte tijdens mijn preek'. En dat zonder geluidsversterking! Zijn deze getallen accuraat? ! Wie zal het zeggen. Maar al zou het maar de helft geweest zijn van het genoemde aantal, dan nóg blijft het een ongelofelijk grote massa, die de stem van die éne man kon verstaan. Was trouwens de poging daartoe ook een reden tot een elektrisch geladen 'stilte-betrachting'? De openluchtpredikers van die dagen hielden trouwens ook rekening met de 'natuurlijke' akoestiek van een berghelling of dal en de windrichting.
Tot zijn verbazing vertoonden velen, die overtuigd raakten in hun geweten, door zijn niet-emotionele prediking, buitengewone fysieke reacties: 'Sommigen van hen vallen als dood neer, waarbij het lijkt of alle leven uit hen geweken is. Weer anderen beginnen hard te schreeuwen en barsten in tranen uit, en sommigen schudden en beven helemaal'. Weer anderen begonnen te zweten en waren als in doodsnood en sterke mannen waren soms nodig om een vrouw er van te weerhouden zichzelf te verwonden. Soms moest Wesley ophouden met preken om eerst in gebed te gaan. En hoewel veel van deze mensen plotseling van hun benauwdheid bevrijd werden en God begonnen te prijzen, verkeerden 'anderen dagen of soms weken in deze zware geestesbenauwdheid'.
Onwillekeurig dringt zich een vergelijking op met de 'Toronto-blessing'. Is er hier onder Wesley's prediking sprake geweest van een vorm van massapsychose of van authentiek werk van de pinkstergeest of van een vermenging van die beiden? !
Het is merkwaardig, dat deze verschijnselen zelden voorkwamen onder de prediking van Whitefield, hoewel bij zijn massa-meetings in de openlucht in de nabijheid van Londen enige tijd later 'de kreten van de gewonden aan alle kanten werden gehoord'.
Hoe het ook zij, Wesley heeft deze verschijnselen nooit aangemoedigd. En dat is het verschil met de Toronto-blessing. Maar hij heeft ze ook niet ontmoedigd. En dat is de overeenkomst met de Torontoblessing!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's