De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Gebaseerd op de belijdenis - geworteld in de geschiedenis

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Gebaseerd op de belijdenis - geworteld in de geschiedenis

De volkskerk

9 minuten leestijd

De Vereniging voor Nederlandse Kerkgeschiedenis belegde afgelopen zaterdag in de Jacobikerk in Utrecht een studiedag over 'De volkskerk'. Drs. C. Blenk geeft in dit nummer een verslag van de dag. Bijgaand is opgenomen de tekst van de bijdrage van ondergetekende, die door omstandigheden door de voorzitter van de vereniging moest worden uitgesproken. De teksten van alle lezingen zullen t.z.t. worden gepubliceerd in het orgaan 'Kerktijd'.

Varik

In het Betuwse dorpje Varik staat bij het haventje de zogenoemde Dikke Toren. Daaromheen is nog iets wat aan de vroegere kerk herinnert, onder andere een huis met nog enkele grafzerken, die vroeger in de kerk lagen. De toren met wat daar bij behoort is eigendom van de burgerlijke gemeente. De kerk is al meer dan een eeuw niet meer in gebruik. De burgemeester zit nu kennelijk met de oude hoop stenen. Recent probeerde hij het complex van de hand te doen aan de kerk voor de som van één gulden. Maar de hervormde gemeente zag er geen brood in. Voor financiële risico's schrok men terug. Op het moment dat dit complex echter met sloop werd bedreigd, ging zich een plaatselijk comité roeren, voor een belangrijk deel bestaande uit mensen, die met de kerkelijke gemeente geen band meer hebben. Voor hen mag die historische plek niet verdwijnen. Sinds mensenheugenis is de toren alleen al een kompas voor schippers.

Aardige historische bijzonderheid is verder, dat in het haventje bij de kerk ook ooit Maria Leer aanmeerde. Ze moest tot haar ontzetting constateren, dat haar echtgenoot Stoffel Muller de laatste adem in het vooronder uitblies. Daarmee was ook zo ongeveer het einde van de Zwijndrechtse Nieuwlichters aangebroken. 'Maria, ik zal woning in je blijven houden', waren zijn laatste woorden. Een historische plek dus.

Ik ben hier bij de uiterste rand van de volkskerk: het gebouw, in haar historische betekenis; herinneringsteken voor het volk aan tijden, waarin de kerk het centrum was van het volksleven. Zo'n gebouw geef je niet zo maar prijs aan slopershamers. Het kerkgebouw: onderdeel van de volkskerk, kerk van het volk. Zo functioneert deze nog op vele plaatsen, waar kerkgebouwen als monumenten liggen verscholen in het landschap en de torens opgerichte tekenen zijn.

Meeden

In het Groningse Meeden stond lange tijd de kleine dorpskerk leeg, ongebruikt. In het dorp vestigde zich enkele jaren geleden een gezinnetje. Toen er een kind was geboren kwamen de ouders op de gedachte de kleine in dat kerkje te laten dopen. Men zorgde voor een heuse Statenbijbel van nota bene de Gereformeerde Bijbel Stichting, compleet met sloten, die op de kansel werd gelegd. De doop werd bediend door een predikant van buiten. De doopdienst werd intussen de start voor regelmatige diensten op zondag in het kerkje. Men heeft weer een voorganger. Elke zondag zijn er weer vijftig kerkgangers.

Het moge duidelijk zijn, dat ik nu de kring van de volkskerk wat nauwer trek. In het gebouw ligt weer een kanselbijbel, de Statenbijbel als een historisch monument. En daaromheen is weer een gemeente, met welke eigentijdse vertaling dan ook.

Terugkeer

Ik kom nu op de binnenste kring als het gaat om de volkskerk.

In het Gereformeerd Theologisch Tijdschrift keerde prof. dr. C. Augustijn zich in een artikel 'Historisch Pleidooi' in vileine bewoordingen tegen het Hervormd Pleidooi, dat in 1994 door dr. W. Aalders en 38 andere hervormden werd uitgegeven. Hij voelt zich, zegt hij, beledigd als het pleidooi spreekt over de lange en bewogen geschiedenis van de hervormde kerk, waarvan de herinneringen te vinden zijn - ik citeer nu letterlijk - 'in haar naam, in haar belijdenis, in haar Statenbijbel, in haar Psalmen en Gezangen, in de gebrandschilderde ramen en praalgraven van haar kerkgebouwen'.

Wat valt hiervan te zeggen? Toen in de vorige eeuw Abraham Kuyper de volkskerk prijs gaf aan Jan Rap en zijn maat sprak dr. Ph. J. Hoedemaker het vermaarde woord: 'Dolerenden en Hervormden, Liberalen en Orthodoxen, Gereformeerden en Ethischen, Anti-Revolutionairen en mannen van de CH-richting, allen zijn wij afgeweken, tezamen zijn wij onnut geworden'.

Hervormden bleven met soms gesmaldeelde, om niet te zeggen gehavende gemeenten achter in historische gebouwen, gebouwen waarvan overigens ooit ds. L. Ch. Ledeboer had gezegd 'God zal ons haar weergeven'. Bij diegenen, die, ondanks geestelijke verwantschap met de afgescheidenen, in de vaderlandse kerk zijn gebleven, was er geloof, hoop en vertrouwen, dat God aan de Schriftgelovigen en de belijdenisgetrouwen de kerk in haar gereformeerde gestalte zou weergeven. Dat vertrouwen is in vele gemeenten niet beschaamd geworden. Vele gemeenten, hele gebieden zelfs, waar een liberale tot vrijzinnige geest bezit genomen had van de gemeente, kwamen terug tot de gereformeerde prediking en de gereformeerde religie, een proces dat tot vandaag doorgaat. Daarachter zat, zo is geloofd en beleden, de trouw van God. Hij kan in Zijn verbondswraak soms een geslacht of meerdere geslachten overslaan, maar opeens doet Hij de historisch verankerde, gereformeerde religie terugkeren.

De volkskerk heeft alles met Gods Verbondstrouw te maken. Dat heeft Hoedemaker scherp gezien. De Gereformeerde Kerken, die zo geheel en al belijdeniskerk wilden wezen en daarom de Hervormde Kerk ooit als valse kerk betichtten, groeiden massief weg van hun traditie. In de volkskerk bleef de gereformeerde stroom zich echter steeds weer een bedding graven, ook waar die bedding allang was opgedroogd. Daarin schuilt een geheimenis, een Verbondsgeheimenis. Voor dat geheimenis heeft Augustijn kennelijk geen enkel orgaan. Velen, die op hoop tegen hoop vaak, en dwars tegen wat voor ogen was in, de historische kerk, als planting Gods in dit land zijn trouw gebleven, hebben de vrees of, sterker nog: de geestelijke zorg, dat verraad wordt gepleegd aan dit geheimenis in het Samen op Weg-proces. Omdat dit proces nauwelijks enige geestelijke inspiratie kent, laat staan dat het teruggaat op geloof op Gods Verbondstrouw.

Gereformeerd

De vraag wanneer men in dit land van volkskerk is gaan spreken - historici zeggen in de negentiende eeuw - acht ik niet beslissend voor de vraag of de kerk van de Reformatie in dit land van meet af een volkskerk is geweest. Pas later in de geschiedenis krijgen ontwikkelingen immers vaak pas hun naamsaanduiding?

Graag zou ik evenwel voor toen en nu het volskerkkarakter en het gereformeerde karakter van de kerk dicht bij elkaar willen houden. In zijn boek 'Calvijn en de zelfstandigheid van de kerk' maakt dr. H. Speelman duidelijk, dat de kerk, toen zij in 1572 overging van ondergrondse kerk naar officieel erkende kerk en desalniettemin het onderscheid tussen 'fideles' (getrouwen) en 'prudents' (toegewijden) handhaafde, zij de hervorming' van de bestaande kerk en van de hele samenleving in de weg stond. De gereformeerden gingen van toen af - zegt hij - spreken van 'lidmaten' en van 'liefhebbers van de gereformeerde religie', terwijl het aantal liefhebbers veel groter was dan het aantal lidmaten. Maar bij de doop viel toch de beslissing ten gunste van de volkskerk. Speelman merkt op, dat op de synode van Dordrecht van 1578 de vraag aan de orde kwam 'of men allerlei mensschen Kinderen als van hoereerders, Afghesnedenen, Papisten ende ander dierghelycken sonder onderscheyt dopen zal'.

Het antwoord was, dat men zulke kinderen niet van de doop zou uitsluiten  'overmids de doop den kinderen die int verbont Gods staen toekomt, ende het ghewis is dat dese kinderen buyten het verbont niet en syn'.

Deelname aan het avondmaal was echter alleen voorbehouden aan de lidmaten. En over hén ging de tucht, tucht rondom het avondmaal. Mij dunkt, dat hieraan ook vandaag de opvatting mag worden ontleend om rondom het avondmaal tucht te oefenen en rondom de doop allereerst pastoraat. Moeten we vandaag de liefhebbers niet zoeken onder de doopleden en, een stap verder, ook onder de geboorteleden?

Diegenen, die in de Nederlandse Hervormde Kerk opkwamen voor het recht van de gereformeerde belijdenis, hebben er nooit toe willen overgaan de geboorteleden af te voeren uit de gemeentelijke registers. De dooppraktijk is weliswaar verschillend geweest. Maar door de bank genomen werd deze ruim toegepast.

Juist inzake de doop heeft de kerk van de Reformatie tot uitdrukking gebracht, dat ze niet alleen een volkskerk was maar ook wilde wezen. Zonder dat ze dit volkskerkkarakter overigens in mindering bracht op het belijdend, gereformeerd karakter van de kerk. Dat leerde de avondmaalspraktijk.

Vóór het volk

Intussen is de volkskerk meer 'voor' het volk dan 'van' het volk. Bij kerkgebouwen kan men nog zeggen, dat ze 'van' het volk zijn. Maar de kerk zelf is van Christus.

Dan is het echter niet om het even welke reikwijdte de kerk heeft. Wanneer Jezus Christus Heere der wereld is zal Hij als Koning der Kerk ook een zo breed mogelijk bereik hebben. De natiën worden volksgewijs tot Christus gebracht, zei ooit dr. Ph. J. Hoedemaker. Dat is ook in dit land geschied. Dat heeft ook haar uitstraling naar het volk toe bepaald.

Ik zou daarom het volkskerkkarakter nu in een viertal punten willen actualiseren.

1. De volkskerk wordt niet bepaald door getalssterkte, door het aantal mensen, dat min of meer bewust tot haar behoren. Dat de kerk in de zestiende eeuw zo veel 'liefhebbers' telde had toch immers alles te maken met het corpus cristianum? Ooit heeft Groen van Prinsterer gezegd: 'voor de waarheid uitkomen is altijd plicht, ook als men haar miskent. De uitkomst gaat de mens niet aan wanneer zijn plicht hem voorgetekend is.' Zou dat niet ook voor de kerk naar het volk toe gelden?

2. Laat de kerk dan echter ook vandaag duidelijk zijn als het gaat om het Evangelie, en ook om de normen en waarden, die in het Evangelie zijn verwoord. Die waarden zijn heil-zaam voor het volk. Ik droom van een kerk - hier herhaal ik wat ik eerder schreef - die in de historische Grote Kerk van Dordt haar-geloof belijdt, in de Haagse Kloosterkerk dicht bij de politiek staat en in de Amsterdamse Noorderkerk een open deur heeft naar het volk.

3. Een volkskerk vandaag levert niet in op haar belijdenis, gaat zeker ook geen compromis aan met de tijdgeest. 'Hetzij ze het horen zullen, hetzij ze het laten zullen', zei de profeet Ezechiël. De kerk is in haar belijdenis en in haar getuigenis toch niet 'van' het volk? !

4. Wat mij in deze dagen na Pasen te denken gaf: Maria Magdalena was de eerste opstandingsgetuige. Uit haar waren zeven duivelen uitgeworpen, een vol getal aan duivelen. Ze behoorde tot de heffe van het volk. Calvijn zegt van haar, dat God toch wel een 'bewonderenswaardige goedertierenheid' toonde, door de heerlijkheid van Christus te openbaren aan een arme vrouw, 'waar naar menselijk inzicht niets dan verachting en schande te vinden was'. Door zo te handelen - zegt hij - toont Christus 'hoe mild Hij de stroom van Zijn genade voort laat vloeien'. Hier ligt wat mij betreft het diepste motief voor de volkskerk.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Gebaseerd op de belijdenis - geworteld in de geschiedenis

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's