De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Nederlandse Hervormde Kerk (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Nederlandse Hervormde Kerk (1)

Enige historische informatie en enkele opmerkingen ter overweging

9 minuten leestijd

'Er ligt een diepe waarheid in de stelling dat alle geschiedenis ten slotte kerkgeschiedenis is.' Prof. mr. P. Scholten (1885-1946) in 'Het Geloof in het Nederlandse Volksleven', Amsterdam 1951.


De heer K. A. Gort bood de redactie een studie van zijn hand aan over De Nederlandse Hervormde Kerk. Aan de hand van bronnen in de kerkgeschiedenis en andere documenten geeft hij een bondige historische informatie,
waarbij hij telkens enkele opmerkingen ter overweging maakt. De aangeboden artikelen bevatten aanvankelijk
aanmerkelijk meer dan we hier konden plaatsen. We volstaan met een serie van vijf artikelen. Voor nadere informatie heeft de schrijver meer documentatie voor handen.
Red.


KERK EN STAAT - HISTORISCHE WORTELS

Een blik in de geschiedenis kan ons stellig met een gerust hart doen zeggen, dat staat èn kerk in deze 'lage landen aan de zee' samen geboren zijn.

De Amsterdamse predikant dr. R. B. Evenhuis wijst er in zijn Ook dat was Amsterdam - Deel I - , 1965, op, dat zij samen hebben gestreden en samen de overwinning hebben behaald. En hij schroomt niet te vervolgen: 'Men kan zelfs zeggen dat de kerk er was vóór de staat en dat de kerk (Emden!, oktober 1571, KAG) de staat heeft doen geboren worden. Het was dus geen 'kunstmatige band, die door één van de partijen was opgelegd, maar een historisch gegroeide'.

Dr. Eyenhuis citeert hier kennelijk J. Schokking, Schetsen uit de geschiedenis van Kerk en Staat in de Nederlanden gedurende de 16e en 17e eeuw, 1902.

Hij citeert vervolgens mr. G. Groen van Prinsterer: 'De Hervormde Kerk was het middenpunt en de kern van het Gemenebest. Elders is de Kerk opgenomen door den Staat; hier is de Republiek niet slechts met de Kerk vereenigd, zij is geboren uit de belijdenis der Kerk. Elders is de bevolking Protestantsch geworden, hier is, door het zamenvloeijen van verdrijvelingen uit vele Natiën, eene Protestantsche Natie gevormd en het volkskarakter niet verloren gegaan, dat zij verre! maar in christelijken zin veredeld en vernieuwd'. Handboek der geschiedenis van het vaderland, 1872.

Mr. Groen van Prinsterer herinnert in dit verband aan de munt uit die dagen, waarop de Nederlandse maagd staat afgebeeld: de ene hand leunt op de Heilige Schrift, de andere hand houdt de speer met de vrijheids-hoed: 'dewijl wij op den Bijbel steunen, wordt de Vrijheid door ons beschermd' a.w. (= aangehaald werk). Dr. H. Berkhof vertelt dat het de Staten-Generaal waren die de gedenkpenning in 1590 lieten slaan. Het bijschrift luidde: 'Hac nitimur, hanc tuemur' (d.w.z.: Op deze steunen wij (nl. de Schrift), deze beschermen wij (nl. de vrijheid). Geschiedenis der Kerk, 1955.

De kerkhistoricus prof. dr. Th. L. Haitjema formuleerde: 'Op een wijze, die nauwelijks door de theocratische kerkstaat van Geneve kan worden geëvenaard, is de Gereformeerde Kerk ten onzent in de zeventiende eeuw het middelpunt en de kerk van het Verenigd Nederland geweest. Het was hier niet zó, dat het nieuwe staatsverband de Gereformeerde Kerk in zich opnam; zelfs niet dat het er zich min of meer innig mede verenigde, door de kerkelijke belijdenis ook als richtsnoer voor de staat te aanvaarden. De nieuwe statenbond der Verenigde Gewesten is hier geboren uit de belijdenis der Gereformeerde Kerk in zulk een zin, dat hier het gereformeerde geloof en de handhaving er van terecht 'de ziel van de staat' mogen heten. [...] Zo wordt de Christelijk-Protestantse staat de samenlevingsvorm, waarin de Reformatie der Kerk zich voltrekt. Gereformeerde Kerk en Gereformeerde Staat worden tegelijk geboren'. Cultuurgeschiedenis van het Christendom - deel II - , 1957 (2e druk).

De theocraat prof. dr. A. A. van Ruler stelde toen hij nog doctorandus was en als predikant de hervormde gemeente te Hilversum diende: 'Historisch en feitelijk is de Nederlandsche Hervormde Kerk de eigen nationale kerk van Nederland of althans de romp van de Nederlandsche Kerk. [...] Deze kerk en deze natie zijn als tweeling geboren. De reformatie der kerk en de wording van ons volksbestaan vallen samen. [...] De Nederlandsche Hervormde Kerk is ook daarom eigenlijk nationale kerk, omdat haar confessie een gereformeerde confessie is, ...'. Religie en Politiek, 1945.

In 1848 verscheen van de hand van mr. G. Groen van Prinsterer 'Het regt der Hervormde Gezindheid', een bundeling van artikelen die in de periode februari 1847februari 1848 waren verschenen in het tijdschrift 'De Vereeniging, Christelijke Stemmen', periodiek van de Christelijke Vrienden.

Welnu, in september 1847 stelt hij: 'De Nederlandsche Hervormde Kerk is geen instelling der menschen; zij is eene Kerk van Christus; de voortzetting en uitbreiding op Nederlandschen bodem van de Algemeene Kerk; ...'.

Nota bene: De op 23 januari 1579 gehouden Unie van Utrecht schreef in art. 13 gewetensvrijheid voor: 'Ende soe tpoinct vande Religie aengaet, [...] dat een yeder particulier in syn Religie vry sal mogen blyven, ...'. Er werd evenwel nog niet de handhaving van de Gereformeerde religie verordend. Hoewel de verschillende gewesten het laatste praktisch wel hadden gedaan, verbonden de zeven Geünieerde provincies zich daartoe toch pas officieel in de in 1651 (!) gehouden Grote Vergadering (uit ruim 300 personen samengesteld) te 's-Gravenhage - 18 januari-21 augustus. Op 27 januari kwam de desbetreffende resolutie uit de bus: 'I. De Staten van g de respective Provinciën hebben verklaert, ghelijck de selve verklaren midts desen, dat sy elcks in den haren sullen vast houden ende mainteneren (= handhaven, KAG) de Ware Christelijcke Gereformeerde Religie, gelijck als de selve alomme in de publijckue Kercken deser Landen tegenwoordigh wort gepredickt ende geleert, mitsgaders in den Jare sestien hondert negentien by de Synode Nationael gehouden tot Dordrecht, is bevestight. II. Dat de selve religie, soo ...'.

(Zie: Documenta Reformatoria - Teksten uit d gschiedenis van Kerk en Theologie in de Nederlanden sedert de Hervorming - deel I - , 1960. Reformatorica - Teksten uit de geschiedenis van het Nederlandse protestantisme - , 1996.)

Bij de herdenking van de Unie van Utrecht in 1979 wees de historicus J. C. Boogman in zijn rede op de functie van de gereformeerde kerk als 'nationale kerk van de Republiek'. Van spel en spelers. Verspreide opstellen, 1982.

Met recht mag worden gezegd, ja beleden, dat de Nederlandse Hervormde Kerk een planting Gods was en is in ons volksleven. Met het vorenstaande wil niet gesuggereerd worden dat het tussen 'kerk en staat' altijd maar 'pais en vree' was. In meer dan één 'Mozes-en Aaronstraat' werd menig robbertje gevochten, waarbij de kerk menigmaal het onderspit moest delven.

De geschetste status van de Nederlandse Hervormde Kerk kan niet worden teniet gedaan, zelfs niet gerelativeerd door wat de geschiedenis ons weet te vertellen van de Afscheiding (1834) en de Doleantie (1886) en de uiteengevallen 'vruchten' daarvan.

Zou men geluisterd hebben als de stellingname van mr. Groen van Prinsterer vroeger in de tijd geklonken zou hebben?

In oktober 1847 schreef hij namelijk in De Vereeniging, Christelijke Stemmen: Geen verlaten van het Kerkgenootschap. De bewustheid van goed regt is geen reden om voor onregt en miskenning te wijken'. a.w. Men realisere zich intussen wel, dat mr. Groen van Prinsterer zich van de nood terdege bewust was. Hij spreekt - bijvoorbeeld - over 'den veegen toestand eener Kerk die van het hoofd tot de voetzolen krank is', a.w. Niettemin ziet hij nog goede dingen in Juda (vgl. Kronieken 12 : 12b). Verderop verklaart hij namelijk: Ik maak mij geen overdreven voorstellingen van het goede dat in de Nederlandsche Hervormde Kerk overgebleven is. Doch ter juiste waardering houde men in het oog; Vooreerst, dat het gros der Gemeente in een soort van onzijdigheid verkeert. Ten anderen, dat de toestand der Geestelijkheid de maatstaf niet is voor den toestand der geheele Kerk. Ten derde, dat een meer openlijk optreden voor het regt der Gezindheid door de geloovige predikanten, zeer spoedig de openbaarwording, de vorming en uitbreiding der geloovige Gemeente bevorderen zou'. Hoe het ook zij, er klonk een welgemeend woord.

Ofschoon de Afscheiding heeft plaatsgevonden, mr. Groen van Prinsterer heeft de volgelingen ervan niet afgeschreven. 'Onder het bejammeren van de Afscheiding heb ik steeds sympathie voor de Afgescheidenen gehad', a.w.

(Zo verdedigde hij de Afgescheidenen in zijn Maatregelen tegen de Afgescheidenen aan het Staatsrecht getoetst. Leiden 1837, wat hem in menige polemiek bracht. Hij verdedigde hen in deze scherpzinnige brochure om zich 'in het openbaar te onttrekken aan stilzwijgende medeplichtigheid'.)

Ondanks zijn medegevoel komt hij wel tot bespreking van de vraag of de Afscheiding gehoorzaamheid was of ontrouw, 'was zij voorbeeldig of voorbarig? '

'Indien de Formulieren afgeschaft zijn, hebben de Afgescheidenen gelijk. Indien het opnemen van den Bijbel, indien het voeren van de naam van Christen, de wettigheid van het lidmaatschap der Kerk bewijst; indien, onder Bijbelsche leus, elke belijdenis van het ongeloof eene verscheidenheid te meer in de geloofsbelijdenis der Gereformeerde Kerk wordt, dan hebben wij te lang in een kerkgenootschap getoeft, waar het ongeloof een verkregen regt heeft.

Daarentegen, zoo de Symbolische Schrift haar wettig gezag nog behoudt, is de veroordeeling van het vertrek der Afgescheidenen niet onbillijk, is het weigeren om mede te gaan lofwaardig geweest. Het verlaten van eene Kerk is zonde, wanneer het niet pligt is.' a.w.

De naamgeving

Het zij intussen toegegeven, dat men oudtijds sprak van de 'gereformeerde kerken'; dit, omdat de plaatselijke gemeenten 'kerken' werden genoemd. De eenheid lag in het gemeenschappelijk belijden, maar het streven naar een 'kerkenordening' bewees het verlangen naar een organisatorische band.

Prof. dr. A. Th. van Deursen gaf in 1974 in zijn Bavianen en Slijkgeuzen - Kerk en kerkvolk ten tijde van Maurits en Oldenbarnevelt - aan het eerste hoofdstuk vrijmoedig als titel mee: 'Algemeen karakter en organisatie van de hervormde kerk'. In de tweede druk in 1991 schrijft hij in een woord vooraf dat het om voor de hand liggende redenen om een ongewijzigde herdruk moet gaan. 'Eén ding zou ik zeker veranderd hebben, en dat is de benaming hervormde kerk. Sindsdien ben ik mij er eigenlijk pas goed van bewust geworden, dat de kerkhistorici voor dat tijdvak liever van gereformeerde kerk spreken. Het was beter geweest hen daarin te volgen. Gelukkig zijn beide namen even mooi, en bedoelen zij hetzelfde.'

De aanduiding 'Hervormde Kerk' vindt men voor het eerst (? ), althans reeds in 1756; de naam 'Nederlandse Hervormde Kerk' komen we pas weer later tegen. Ds. Andreas Andriessen, predikant te Veere, publiceerde in 1756 zijn AANMERKINGEN op de Psalmberymingen van Petrus Dathenus; ... De opdracht is gericht 'Aan DE HERVORMDE CHRISTELYKE KER­KE in geheel Nederlandt, en Oostfrieslandt, als Nederlandts Moederkerke, en in dezelve aan...'. Ds. H. Hasper, Calvijns beginsel voor de zang in de eredienst - deel II, 1976.

De titel van de psalmberijmingen van het kunstgenootschap 'Laus Deo, Salus Populo', uitgegeven in 1761, luidt: Het boek der psalmen; nevens de Gezangen, by de Hervormde Kerk in gebruik. J. de Bruijn & W. Heijting (eindred.), Psalmzingen in de Nederlanden van de zestiende eeuw tot heden, 1991.

Overigens luidde de titel van de gedrukte synodale handelingen tot en met 1853: Handelingen van de Algemene Synode der Christelijke Hervormde Kerk in het koningrijk (sic!) der Nederlanden... Pas in 1854 wordt op het titelblad 'Nederlandschè Hervormde Kerk vermeld.

Al is er dan sprake van veranderingen in de naamgeving, de historische continuïteit is ontwijfelbaar en derhave ontbetwistbaar. Hier mag dan met recht met vriend Shakespeare gevraagd worden: 'what's in a name? '

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De Nederlandse Hervormde Kerk (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's