De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

IJSSELSTEIN (1)

8 minuten leestijd

Het stadje IJsselstein

Wanneer men zich per auto over rijksweg A2 vanaf de brug bij Vianen richting Utrecht begeeft, ziet men aan zijn linkerhand twee torens oprijzen. Het zijn de torens in het stadje IJsselstein (U). van resp. de Grote (hervormde) of Nicolaaskerk en de Rooms-Katholieke Heilige Nicolaasbasiliek. Ze hebben tot de komst van de zendmast het silhouet van de streek en van het stadje, dat in onze eeuw zal uitgroeien tot de stad IJsselstein, volledig bepaald. Het blijkt zo geweest te zijn, dat er van woongebied rond de IJssel al vóór die tijd kon worden gesproken.

Tijdens de aanleg van bovengenoemde rijksweg in 1936 heeft men namelijk materiaal ontdekt van oudheidkundige waarde, dat bij nader onderzoek afkomstig gebleken is uit de Romeinse en Karolingische tijd. Dat zou erop kunnen wijzen, dat het gebied rond de Hollandse IJssel al heel vroeg bewoners gekend moet hebben. Zeker is dat echter niet. De vondsten kunnen daar immers ook door aanspoeling terecht gekomen zijn. De hoop blijft daarom gevestigd op nieuwe bodemvondsten, die hierop meer licht moeten werpen.

Een vaag beeld van het latere IJsselstein gaat zich eigenlijk pas in de negende eeuw aftekenen. Dan treft men in de buurtschap Eiteren (een lange weg van die naam in het huidige IJsselstein herinnert aan deze buurtschap) een parochiekerk aan, die voor het gehele gebied bestemd is.

Nog langer echter zal het beeld van IJsselstein slechts vage trekken blijven vertonen. Gedurende de elfde en twaalfde eeuw vindt op grote schaal ontginning van de Lopikerwaard plaats. Wildernissen worden herschapen in min of meer vruchtbare landouwen. Veel nieuwe bewoners vestigden zich in het jonge land. Maar of deze ontginning van invloed geweest is op het ontstaan van een nieuwe nederzetting met de naam IJsselstein, blijft vooralsnog in onzekerheden gehuld. J. G. M. Boon lanceert in zijn boekje IJsselstein, uw woonstede in historische en hedendaagse beelden de gedachte, dat de oude kern, zoals wij het centrum thans kennen, vanaf die tijd onder de naam IJsselstein moet zijn gaan voortleven. Dat zou best zo kunnen zijn, maar het bewijs ontbreekt. Eerst van de periode na de dertiende eeuw is met zekerheid iets te vermelden. Gedurende een zestal eeuwen (van de 13e tot en met de 18e eeuw) zwaaien zo'n vijfentwintig Heren en Vrouwen de scepter over stad en land. Zij behoren tot het geslacht Van Aemstel, Van Egmond en Oranje-Nassau.

Eerstgenoemden zijn als de stichters van de stad aan te merken. Zij hebben het land van IJsselstein (later Baronie genoemd) tot een eenheid gesmeed. Hoewel we in het bestek van deze bijdrage aan hun leven en strijd (met Utrecht) moeten voorbijgaan, noemen we hun namen. De uit hun midden afkomstige Gijsbrecht van Aemstel immers leeft voort als de stichter van de monumentale kerk, die thans de hervormde gemeente toebehoort.

De kerk en toren

Met de bouw van deze kerk werd in 1307/1308 begonnen. In 1309 kwam het werk gereed. Er wordt getwijfeld aan de bouwduur (één a twee jaar). Is men in staat geweest om in zo'n korte periode een dergelijk groot bouwwerk met de beperkte middelen van die tijd te realiseren? De nieuwe kerk werd door Johannis, de Wijbisschop van Guy (de Utrechtse Bisschop Gwijde) toegewijd aan Sint Nicolaas. Toentertijd werd deze patroonheilige veelvuldig gekozen voor nieuwe kerken in pas ontgonnen streken. De parochiekerk in Eiteren blijft in gebruik als Mariakapel tot de Reformatie. Dan wordt deze kapel getroffen door de beeldenstorm en afgebroken (1579).

De kerk is gebouwd in de gotisch stijl als driebeukige kruiskerk met een tongewelf. Reeds bij de bouw of iets later is de kerk voorzien van koor en kooromgang, sacristie en zuidportaal. Bij de bouw is ruim gebruik gemaakt van tuf-en zandsteen.

De toren werd, naar men vermoedt, kort na de kerk, in gotische stijl gebouwd. Tussen 1532 en 1535 is de toren door de Italiaan Pasqualini, privé bouwheer van de toenmalige heer van IJsselstein, verbouwd. Het was toen de eerste Renaissance-toren in Nederland, uniek in bouwstijl en artistieke kwaliteit. Kunsthistorici - ook buiten onze landsgrenzen - wijden er waarderende beschouwingen aan.

In 1568 verbrandde de toren voor een groot deel door blikseminslag. Moeilijke tijdsomstandigheden verhinderden snelle herbouw. Onder leiding van Adriaen van Spieringshoeck uit Delft werd de toren voor de prijs van ƒ 10.000, - in de jaren dertig van de zeventiende eeuw gerestaureerd. Ook later onderging de toren nog menige restauratie. Bij de restauratie van de toren in de twintiger jaren van onze eeuw krijgt deze een nieuwe spits (naar een ontwerp uit de 'Amsterdamse school') in de vorm van een kroon. Ook de kerk is in de loop van de eeuwen verschillende keren door brand geteisterd, onder andere ten gevolge van oorlog (met Utrecht) of door blikseminslag. De laatste brand was in 1911. Van de kerk bleef slechts een geraamte over. Omdat de brand in de toren ontstond (de vogelnesten in de toren vatten vlam door overspringende vonken uit het in brand gevlogen magazijn van een belendende houtfabriek), konden vier koperen kroonluchters, twee lezenaars en het kerkelijk archief worden gered, maar zeer veel ging verloren: onder andere de preekstoel, het Batzorgel en de van fraai snijwerk voorziene banken, waaronder de Koninginnebank, bestemd voor de leden van het Huis van Oranje, wanneer zij IJsselstein aandeden en dan, zoals voorkwam, kerkten in de Nicolaaskerk.

Pas eind 1916 was de kerk in oude luister hersteld. Daarin werd een 30-stemmig orgel van De Koff (Utrecht) geplaatst, dat einde zestiger jaren werd verkocht aan de Gereformeerde Gemeente te Kampen, waar het nog dienst doet. In de plaats van dit orgel werd het huidige 23-stemmig Van Vulpen-orgel gebouwd, dat september 1971 in gebruik werd genomen. De 55 meter hoge toren was na de brand van 1911 pas in 1928 gereed (zie boven). In de jaren vijftig werd een klokkenspel in de toren geplaatst.

Na de Reformatie

Zoals uit het bovenstaande al wel duidelijk geworden zal zijn, is de kerk, die, als alle oude kerken, oorspronkelijk voor de Rooms-Katholieke eredienst gebouwd is, in het laatste kwart van de zestiende eeuw, overgegaan in handen van de hervormingsgezinden. Zij kwamen echter eerst in actie na het vertrek van de Spanjaarden uit de Baronie. Zondag 27 oktober 1577 trokken de hervormingsgezinden naar de zgn. Kloosterkerk om te luisteren naar Mr. Roelof van Welt, predikant te Gorinchem, die voor één jaar aan de hervorrnden te IJsselstein door Gorinchem 'bij leen' was afgestaan. Voor de kerk stonden uit Haarlem gehuurde soldaten, die ongeregeldheden moesten voorkomen. Dan en daar wordt de eerste hervormde eredienst gehouden.

Graag hadden de hervormingsgezinden de Grote of St. Nicolaaskerk in bezit genomen. Maar de Prins van Oranje wist dat te verhinderen. Op 6 december van dat jaar echter gelukte het hun wel, zij het op niet al te zachtzinnige manier, om de plechtigheden in de kerk te beletten en de kerk voor hun eredienst in bezit te nemen. Bij deze actie bleven beelden en altaren niet gespaard!

Overigens werden nog tot in de zeventiende eeuw Rooms-Katholieke geestelijken begraven in de IJsselsteinse kerk in de kelder onder de 'Papenzerck voor 't choor'. De kerk echter behoorde vanaf december 1577 niet meer tot de Rooms-Katholieke parochie. Deze ging van nu af de diaspora in. In de kerkenraadsnotulen leest men: 'Nadat nu langen tijt de borgers der stede IJselstein door oefeningen des valschen godtsdiensts, der afgoderije namelijk ende oefeninge der superstitie des pausdoms hadden berooft geweest van het suyvere woort Godts en de dienst des waren eenigen, drie eenigen Godts, Vader, Soon en H. Geest; zo heeft het die barmhartige God en Vader onses Heeren Jesu Christi eyndelijck gelieft Sijne oogen der genade te slaen op de gemeente voorn., haer te verlossen uit de dicke duysternisse en het licht sijner heylsame kennisse te openbaren'.

Vele dienaren van het Woord hebben in deze kerk het Evangelie van vrije genade mogen verkondigen. Kort willen we nog het een en ander over een enkeling meedelen. Toen de 'leentijd' van Van Welt voorbij was in 1578 en de eerste eigen predikant moest en kon worden beroepen, viel de keus op Clemens Rosaeus. Deze nam het beroep aan en diende de gemeente twee jaren. Hij werd in 1580 opgevolgd door Joh. Bachusius. Na hem hebben nog vele bekende en onbekende predikers in de gemeente mogen arbeiden. Niet weinigen vaak bijzonder lang. Het langst stond hier P. A. C. Hugenholtz, die in IJsselstein als predikant bijna een halve eeuw vol maakte (1748-1797). F. L. Abresch, de met het vroege Réveil sympathiserende predikant-dichter, vervulde hier 43 jaren de dienst, J. Rosterk 40 jaren en J. van Zeist 38 jaren.

Slechts enkelen van degenen, die aan de gemeente verbonden werden, bleven korter dan vijf jaren. Van hen stond hier Quirinus Best het kortst (1678-1679). Verder is van Nicolaas Hartsoeker (1615-1619) bekend, dat hij vanwege Remonstrantse gevoelens werd afgezet. Jodocus van Laren, die behoorde tot een vermaard predikantengeslacht in de 17e eeuw, was in IJsselstein werkzaam van 1650 tot 1677.

J. Koolen

predikant te IJsselstein 1973-1993

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 10 april 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's