De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Uit de pers

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Uit de pers

12 minuten leestijd

Individualisering

In alle studies die de ontwikkelingen van onze tijd analyseren, komt wel één of meerdere keren het woord 'individualisering' voor. Het is één van de woorden waarmee men wil aangeven waarin onze tijd anders is dan een halve eeuw geleden. In het begrip 'individualisering' is het proces bedoeld waarbij individuen (enkelingen) losser komen te staan van hun directe omgeving en zich daarom onafhankelijker willen opstellen (G. Dekker). Vroeger vormden individuen een vanzelfsprekend onderdeel van een collectiviteit, zoals een familie, een buurt-of een dorpsgemeenschap. In principe speelde het leven zich af binnen deze gemeenschap (Stoffels). Nu maken mensen deel uit van veel en van verschillende sociale eenheden die soms weinig met elkaar te maken hebben. Daardoor is de individuele keuzevrijheid sterk toegenomen.

In De Reformatie van 15 en 22 maart 1997 schrijft (ds.? ) K. van den Geest in de rubriek Achtergronden twee artikelen over dit thema onder het opschrift Individualisering: verworvenheid of verwording? en Individualisering: hoe ga je ermee om?

Over moderne ontwikkelingen wordt vaak louter negatief geschreven. Maar dat hoeft lang niet altijd. Individualisering is een verschijnsel in de cultuur waar we allen deel van uitmaken. K. van den Geest probeert in zijn artikelen een vruchtbaarder houding te vinden. Je kunt je namelijk ook de vraag stellen: hoe gaan we ermee om, welke conclusies verbinden we eraan en hoe bepalen we onze houding als christenen ertegenover? Hij schetst summier dat individualisering niet uit de lucht is komen vallen. De wortels ervan liggen in de eeuwen achter ons. Individualisering kunnen we daarom niet terstond op de grote vuile hoop van de secularisatie vegen. Om te beginnen wijst Van den Geest op de notie van de persoonlijke verantwoordelijkheid die in de Bijbel een eigen gestalte krijgt. Een historische factor in het hier bedoelde proces wijst hij aan in het humanisme ten tijde van de Reformatie. De Renaissance liet het moderne zelfbewuste en mondige individu geboren worden. Tenslotte valt ook het burgerlijk kapitalisme te noemen als de drijvende economische kracht die de zelfontplooiing van het individu mogelijk maakte.

We kunnen niet om het verschijnsel en proces van 'individualisering' heen en we kunnen ons er ook niet aan onttrekken.

'Historisch-objectief gezien gaat het om een ontwikkeling die leidde tot steeds meer vrijheid voor ieder. Mensen mogen hun eigen keuzes maken, worden niet meer tot vastliggende patronen gedwongen vanuit tradities. Terwijl in vroegere meer besloten gemeenschappen de grote keuzes van het leven grotendeels vast lagen. Je vader opvolgen op de boerderij, trouwen, kinderen krijgen, dat alles lag in grote lijnen bij voorbaat vast. De groeiende bewustwording van de mens als individu leidde tot het uiteenvallen van deze afgegrensde samenlevingen. Steeds meer jonge mensen kregen de kans om te studeren, gingen eerder zelfstandig wonen en werden zo eerder gestimuleerd (en genoodzaakt) om eigen keuzes te maken. Zeker, vroeger moest men ook keuzes maken. Maar de individualisering plaatst mensen meer op zichzelf, zodat deze keuzes veel minder vanzelfsprekend zijn geworden. Hoe reageren wij daarop, hoe ervaren we dat? '

Het klinkt positief: keuzevrijheid. Vroeger hoefde je minder na te denken over je keuzes: de groep koos voor jou. Doop van je kinderen, meeleven met de kerk, huwelijk en gezin binnen de invloed van de kerkelijke gemeente stonden allemaal vast. Nu komt het veel meer op een eigen keus aan. Doen we het wel of doen we het niet. Niets is meer vanzelfsprekend immers. Lang niet iedereen kan deze keuzevrijheid echter aan. Zelf nadenken en kiezen kan heel lastig zijn: wel of niet trouwen, wel of geen kinderen, wel of niet naar de kerk, wel of geen belijdenis doen, wel of niet gaan stemmen, en zo ja, op welke partij dan? Nogal wat mensen binnen onze gemeenten beginnen te zweven. De doop van hun kind wordt even uitgesteld. De trouwdatum wordt naar voren geschoven, belijdenis-doen neemt af etc.

Kiezen, ja of nee?

Niet kiezen is uiteindelijk tóch kiezen. Waar liggen de gevolgen, de effecten van individualisering? Welke uitwerking heeft het op het terrein van kerk en geloof?

'De mens die zichzelf steeds meer als individu verstaat, ervaart de wereld om zich heen als een markt. Je kunt dat negatief inkleuren en dat een consumptieve houding noemen. Maar alleen zo kunnen mensen vandaag nog overleven. Je staat er meer alleen voor, niet omdat niemand je helpen kan of wil, maar omdat je jezelf (vaak onbewust) de eis stelt van een eigen keuze. Kiezen is een hele verantwoordelijkheid. Zeker als je daarbij ervaart, dat je niet meer leeft binnen één veilige en duidelijke kring met een eigen leefwijze, maar in tal van verschillende kringen of "gemeenschappen" tegelijk: familie, werkkring, sportvereniging, buurt, etc. Binnen al die kringen gelden andere codes. Ook daardoor komt er meer aan op een eigen keuze: onzekerheid groeit over de vraag, waarom jouw van huis uit geleerde patroon het enig juiste zou zijn.

Door moderne communicatie en media, door vroegtijdiger buiten de eigen veilige kring te komen, moeten jonge mensen al vroeg leren keuzes te maken. Dat geldt ook op het gebied van het geloof. We worden met zo veel verschillende opvattingen, geloofsbelevingen en levenswijzen geconfronteerd, dat het minder dan ooit vanzelfsprekend is om het geloof van je ouders over te nemen.

Bovendien wordt je overtuiging niet in elke omgeving op dezelfde manier bevraagd. Hebben jongeren de kans om binnen de vertrouwde sfeer van familie, kerk en dorp te blijven, dan is de kans groter, dat zij zich als vanzelf wel voegen in het patroon dat in hun omgeving "vanzelfsprekend" is. Anders is dat met jongeren die hun ouderlijk huis en geboorteplaats verlaten. In andere omgevingen, vooral in grote steden, komt hun "bagage" flink onder druk te staan. Dan kun je veel minder om een eigen keuze heen. Je moet dan je eigen gedrag en overtuiging voortdurend verantwoorden: waarom ga ik naar de kerk? Waarom woon ik niet samen? Waarom ben ik gereformeerd (en ook nog: - vrijgemaakt)? Waarom niet moslim, of atheïst? Waarom geloof ik, dat de Bijbel Gods Woord is? '

Jongeren én ook ouderen in onze gemeenten vragen het net zo goed: waarom ben ik hervormd-gereformeerd? Waarom zou het bij ons, in onze manier van prediking en eredienst alleen maar goed zijn? Hoeveel kerkgangers in onze gemeenten maken niet geregeld een uitstapje naar elders waar het net even meer zus of net even meer zo gezegd wordt?

'Met de kerk waarin jonge mensen opgroeien, ervaren velen een minder innerlijke band dan vele ouderen. Ouderen hebben vaak diep geworsteld als het gaat om de kerkkeus en hebben zich deze even diep eigen gemaakt. Maar zo'n diepe band kennen vele jongeren niet. Zij groeien op met een gegeven situatie, een situatie van een veelheid van kerken, die bovendien ogenschijnlijk slechts gradueel verschillen. Ook hier lijkt de wereld een markt. Jongeren worden geconfronteerd met een grote diversiteit en gescheidenheid, zonder dat zij zelf daaraan hebben bijgedragen. Zo raken zij maar moeilijk overtuigd van de noodzaak van deze gescheidenheid. Als je de totale wereld ziet wegdrijven van God en kerk, wordt elke vorm van gescheidenheid steeds dieper en existentiëler kritisch bevraagd: is dit nog geloofwaardig, is dit nog werkelijk te rechtvaardigen? Is een gezamenlijk front niet steeds noodzakelijker?

En zeker in hun ontmoeting met andere christenen ervaren ze een grote mate van eenheid. Als je samen tot God kunt bidden, waarom moeten verschillen dan nog een grote rol spelen! Als je aan een grote universiteit studeert en je ontmoet een christelijke medestudent (ongeacht zijn kerkelijke kleur), ervaar je dat dan niet als een weldaad, een geschenk van God zelf? Ook zo komt de noodzaak van een eigen keuze veel meer op je af.'

Van den Geest geeft ook aan hoe individualisering gevolgen heeft voor de manier waarop je de kerk beleeft als gemeenschap van heiligen. Het wordt al minder vanzelfsprekend dat je in de gemeente een beroep op elkaar kunt doen. Ik maak immers mijn eigen keuzes en ik ben niet meer aanspreekbaar op basis van een gezamenlijke verantwoordelijkheid voor de gemeente waar ik bij hoor. En als ik me wel inzet in christelijke zin, dan kan dat ook heel best ten goede komen aan een veel bredere kring dan de eigen gemeente. Er zijn immers veel meer christenen dan alleen die in eigen kerk of gemeente. De individtiele keuze gaat ook hierin voorop.

'Dit geldt ook van het elkaar aanspreken op levenswandel. Al nooit ons sterkste punt geweest. Maar nu wordt ieders persoonlijke levenssfeer bijna iets onaantastbaars. Wat ik voor keuzes maak, is wel bespreekbaar in de zin dat ik er open over kan spreken, maar niet in de zin dat die keuzes ter discussie zouden staan. Ook hier geen bij voorbaat accepteren van gemeenschappelijke overtuigingen, waarden en normen.

Een ander effect is, dat er een aversie ontstaat tegen alles wat maar enigszins institutioneel is. De kerk is zo'n instituut. Binnen de Gereformeerde Kerken spelen regels een grote rol. Uitspraken van kerkelijke vergaderingen zijn bindend en betreffen niet alleen maar de grote lijnen, maar ook veelal de details en uitwerking. Heel duidelijk is dat bijvoorbeeld te merken aan de opzet van de eredienst. Zo kan de kerkdienst in de beleving van moderne mensen als afstandelijk en formeel ervaren worden. Vaak pogen we daarop te antwoorden met een uitvoerige uitleg of toelichting waarom de kerkdienst zo in elkaar zit zoals die in elkaar zit. We gaan dan uitgebreid in op Bijbel, kerkgeschiedenis en kerkorde. Maar dan missen we de aansluiting. Moderne mensen zijn veel meer geïnteresseerd in de vraag, hoe hun eigen betrokkenheid vorm kan krijgen.

Voor bijbelse en historische achtergronden, Iaat staan voor kerkordelijke afspraken en synodale besluiten, kan men vaak nauwelijks interesse meer opbrengen. Opnieuw een bewijs dat dergelijke argumentatie de aansluiting mist.'

K. van de Geest schrijft dit alles uiteraard met het oog op de situatie in zijn eigen (vrijgemaakt) Gereformeerde Kerken. Maar als we aan eigen hervormd-gereformeerde gemeenten denken, dan is er veel herkenbaars in. Probeer jongeren op catechisaties of tijdens preekbesprekingen de 'gezangenkwestie' maar eens uit te leggen. Een brede 'smile' of een hartgrondig protest is meestal het gevolg. Maar gevoelig voor een historische achtergrond of een principiële stellingname vanuit het verleden zijn de meesten niet. Beslissingen van kerkenraden worden ten hoogste gerespecteerd, maar niet echt overgenomen, want ze kloppen niet met de eigen keus. Veel spanningen in gemeenten hebben dit proces van individualisering als achter-en ondergrond. Het kan heel lastig zijn daar invoelend leiding aan te geven. Er moet vaak heel veel uitgelegd en toegelicht worden met ge(j[jild en beleid. En er zal vaak een appèl nodig zijn om samen de hoofdzaken te blijven onderscheiden van de bijzaken.

Om er in gemeenten goed mee te kunnen omgaan, is het nodig dat we onze tijd kennen. Dat we in zekere zin deze ontwikkelingen ook accepteren en niet steeds 'vroeger' als model in ons hoofd hebben hoe het 'nu' nog altijd moet gebeuren. Ik bedoel niet dat we 'water in de wijn' doen wat de Boodschap betreft. Maar wel dat we voeling hebben en houden met het leefklimaat van onze dagen. Van den Geest zegt terecht m.i. dat het weinig zin heeft altijd alleen maar te protesteren. Je kunt ook niet tegen een regenbui of tegen een aardbeving zijn. Het kan je wel slecht van pas komen omdat het veel van wat je dierbaar was op de kop zet, maar intussen is het wel een gegeven. En hoe overleven we met elkaar? Hoe leven we verder ook en vooral met de jongere generatie?

'Als we praten over hoe men het leven ervaart en z'n eigen plek daarin, dan is dat vooral ook om naar de problemen te zoeken die mensen daarin kunnen ontmoeten. Zodat we ook beter kunnen helpen en begeleiden. Concreet: als je de wereld als markt ervaart, hoe overleef je daarin dan, hoe vind je daarin dan nieuwe ankerpunten? Daarin hebben moderne mensen hulp nodig, hulp van een eigentijds vertolkt evangelie, de vastheid en rust van een God die vooral een Vader is. Een Vader die zijn richtlijnen geeft, een Vader die zorgt, een Vader die geduldig is, een Vader die vergeeft.

Zoals gezegd, kritisch afstand nemen van je eigen cultuur is maar beperkt mogelijk. Belangrijker is het om de taal van die cultuur te verstaan. Waarom? Omdat je dan ook in die taal kunt antwoorden! Daarom moeten we naar twee kanten ons oor en hart goed te luisteren leggen: naar het Woord van de Heere, en tegelijk naar de stemmen uit onze wereld.'

K. van den Geest sluit zijn artikelen dan af met een aantal aanzetten op het terrein van geloof en geloofsoverdracht, van de kerk en de kerkkeus en van de kerkdiensten. Je overtuigt vandaag geen mensen meer met een beroep op autoriteit alléén, een argument van: Schrift en belijdenis zegt vooral jongeren weinig meer. Je moet dat invullen, aankleden, laten zien wat je daarmee bedoelt. Jongeren vragen om en verdienen m.i. ook het respect van ouderen dat ze hun eigen vragen mogen hebben en mogen stellen. Willen we jongeren én ouderen van deze tijd (die van de individualisering!) vasthouden en bewaren bij onze gemeenten en vooral bij wat we daar zo graag willen doorgeven ('de reine leer') dan moeten we onze gemeenten niet dicht timmeren met regels en bepalingen die we bijbels nauwelijks waar kunnen maken. Wij doen in onze erediensten zo graag een beroep op 'stijl', aldus Van den Geest.

Maar welke stijl bedoelen we dan meestal? De burgerlijk ingekleurde stijl van orde, van rust en van (eerbied)waardigheid. Maar juist deze invulling staat in toenemende mate erg ver van velen af. Mensen zoeken in kerkdiensten herkenbaarheid, warmte, hartelijkheid, ontspannenheid, persoonlijke betrokkenheid. We zeggen soms tot dreigende kerkverlaters op huisbezoek: Kom, ga met ons en doe als wij. Maar als mensen dan vragen: wat doen jullie daar dan? Gaat er dan zoveel bezielends van ons kerkmensen uit, dat anderen daarom ook gaan doen zoals wij?

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Uit de pers

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's