De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een bijzondere kerkdienst

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een bijzondere kerkdienst

10 minuten leestijd

Het is zondagmorgen 23 maart 1997. Ergens in ons land is de gemeente bijeengekomen in een nieuwe kerk in een nieuwbouwwijk. Terwijl het orgel speelt vullen kerkgangers, jongeren en ouderen bank na bank. Tot alle plaatsen bezet zijn en stoelen bij geschoven worden.

Het orgel zet het introïtuslied in. De gemeente zingt. En onder het zingen van de gemeente komen ze binnen: de kerkenraad, de predikant en daarna de acht nieuwe lidmaten die in deze dienst de belijdenis van hun geloof zullen afleggen. Tussen die acht jonge mensen zien we ook ons kind en haar vriend lopen. Een wonderlijke ontroering gaat er door ons heen. Een enorme blijdschap neemt beslag van ons hart. Emoties wellen op. Vier kinderen schonk God ons. Toen ze klein waren mochten we ze alle vier ten doop houden. En nu staat ons jongste kind als laatste van de vier gereed om haar doop te beantwoorden. God is goed.

Het orgel zwijgt en in stil gebed danken we God en bidden we om een zegen voor de predikant, voor de nieuwe jonge leden van de gemeente en voor onszelf. De predikant staat op de kansel. Hij spreekt de woorden van votum en groet en dan klinkt de introïtustekst: 'Hoop op God, want ik zal Hem nog loven; Hij is de menigvuldige verlossing van mijn aangezicht en mijn God'.

Zoals wanneer een vogel bij het ontwaken van de dag begint te zingen daarna buitelend in de lucht zwenkt, zo verheft dit woord zich deze zondagmorgen en roemt onze God. We zingen het aanvangslied:

Psalm 108:1:

'Mijn hart, o Hemelmajesteit, is tot uw dienst en lof bereid.'

Het orgel neemt de gemeente mee en ons hart verenigt zich met onze woorden. We beleven wat we zingen en zingen wat we beleven. Had ons hart dit lied al niet veel eerder gezongen toen het eerste licht kwam schijnen op deze zondagmorgen? Hoort de geboden zoals Christus die samenvatte. We luisteren naar het gebod der liefde en antwoorden in ootmoed:

'Beproef vrij van omhoog, mijn hart, dat voor Uw oog, Alwetende, steeds open lag.'

Nu volgt het gebed. De dank is aan God die deze dag gemaakt heeft. Van Hem is onze verwachting voor de bediening van het Woord. Voor de belijdenis van het geloof, niet alleen van de jonge schuchtere mensen voor in de kerk, maar voor ons allen, om onze belijdenis te vernieuwen. Wanneer de Heere ons hart opent mogen we de komst van de Heilige Geest ervaren. Er daalt een hevig verlangen in ons hart om het Woord te horen. Om Jezus Christus te zien met de ogen van het geloof. Om ons in Hem te verheugen.

De Schriftlezing is uit Romeinen 12 : 1-12. Het is het gedeelte waarin Paulus de gemeente oproept veranderd te worden door de vernieuwing van het gemoed. Dan kunnen de gaven van de Heilige Geest en ook Zijn vrucht gestalte krijgen. Zo kunnen we echt gemeente zijn. Na de inzameling der gaven zingen we ter inleiding op de prediking uit Psalm 42 : 5 en 7. Het is geen lied van triomfalisme of van vlakke vanzelfsprekendheid, maar een lied dat zingt van God die mensen trekt uit het moeras van aanvechtingen en hen plaatst op het fundament van zijn belofte.

'Voed het oud vertrouwen weder Hoop op Hem, sla 't oog naar boven. Ik zal God, mijn God nog loven.'

Inderdaad, zo is het. God is het zo waard. De preek gaat over Romeinen 12 : 12 'Verblijdt u in de hoop. Weest geduldig in de verdrukking. Volhart in het gebed'.

Vanuit het midden van de tekst: geduldig zijn temidden van verdrukkingen komt het appèl: verblijdt u in de hoop in het volle licht te staan. Daarna klemt de oproep om toch vooral te volharden in het gebed. Het gebed is de weg waarlangs de Heilige Geest in ons werkt. Het is het middel om geduldig te blijven, ook als ons geloof wordt bestreden en om te blijven hopen, zo zelfs dat je hier en nu de blijdschap als het beginsel van de eeuwige vreugde in je hart ervaart.

We beamen het Woord met de woorden uit Psalm 79 : 7:

'Zo zullen wij de schapen Uwer weiden, in eeuwigheid Uw lof. Uw eer verbreiden. En zingen van geslachten tot geslachten, Uw trouw. Uw roem. Uw onverwinb're krachten.'

Vooral de gedachte dat het ene geslacht het volgende geslacht voorzingt en het volgende geslacht het lied van het vorige overneemt vervult ons met grote dank. Zo hebben onze ouders het lied dat God hen leerde, ingestudeerd, zo oefenen wij ons daarin dagelijks en nu neemt weer een nieuwe generatie het zingen over. Er komt een wondere glans over de kerkdienst op deze zondagmorgen te liggen.

De openbare geloofsbelijdenis

Het moment is aangebroken dat de nieuwe lidmaten hun jawoord gaan geven. De predikant leest eerst het daarvoor bestemde formulier uit het dienstboek. Daarna leest hij de drie vragen voor, waarin de kernpunten van het christelijk geloof vertolkt worden. De namen van de jonge mensen die belijdenis doen, klinken op. Hun jawoorden volgen. Ook het jawoord van ons kind horen we klinken. Ineens wordt een gouden lijn zichtbaar vanuit haar jawoord naar ons eigen jawoord toen ze werd gedoopt. Meer nog: een lijn naar Gods jawoord over haar leven. Nu mag ze haar hand in Gods hand leggen. Mag ze ja zeggen tegen Zijn ja. De liefde komt zo van twee kanten. Wanneer haar jawoord is gehoord, loopt ze naar voren en knielt voor de Heere neer op de knielbank voor in de kerk. Wanneer ze neergeknield is, legt de predikant haar de handen op en spreekt een voor haar gekozen tekst uit. Dat is toch ontroerend. Al eerder had hij uitgelegd wat er met de handoplegging bedoeld wordt. Het is geen sacrament, maar een zichtbare uitbeelding van het gebed om en de toerusting met de Heilige Geest. Wat zal ons kind Die nodig hebben om geduldig te zijn in de verdrukking, om zich te verblijden in de hoop en om te volharden in het gebed. Ook haar vriend knielt neer. Ook hem worden de handen opgelegd.

De handoplegging is een handeling die pas de laatste jaren in gebruikt geraakt is. Het is heel indrukwekkend.

Het accentueert zo treffend dat belijdenis doen geen prestatie van onze kant is, maar een genadegeschenk van God. De houding van het knielen symboliseert de ontvankelijkheid voor Gods genade. Bovendien heeft het iets van de aanbidding. Eenmaal zal alle knie zich buigen...

Acht nieuwe lidmaten gaven hun jawoord. Acht nieuwe lidmaten knielden neer. Dan treden ze, een voor een, naar voren, staan een moment achter de microfoon en lezen een gedeelte uit de Bijbel voor, dat voor hen veel betekenis heeft. Het is alsof ze willen zeggen: dat is het nu in het Woord dat me heeft geraakt. In deze tekst heb ik iets ervaren waarin het geheimenis van Gods genade wordt weerspiegeld. Het is stil in de kerk. Een volle stilte. De stilte en de woorden die klinken vullen de ruimte met Gods goedheid. Hier wordt de rust geschonken!(Ps. 36)

Wanneer zij ieder persoonlijk hun tekst gelezen hebben gaan ze met het gezicht naar de gemeente staan. Naast hen staat de predikant als hun pastor. Ze gaan nu hun belijdenis zingend bevestigen met de woorden uit de avondzang:

'O grote Christus, eeuwig licht! Niets is bedekt voor Uw aangezicht; Die ons bestraalt, waar wij ook gaan. Al schijnt geen zon, al licht geen maan.' Hun lied klinkt broos en kwetsbaar. Zo moet het ook. In hun teerheid en kwetsbaarheid ligt hun kracht. Als ik zwak ben, ben ik machtig.

Dan rijst de gemeente op en sluit de nieuwe leden zingend in haar armen.

'Bescherm hen in de bange tijd, Van zielsverzoeking en van strijd, Laat nooit de boze vijand toe, Dat hij hun enig hinder doe. O vader, dat uw liefd'hun blijk'; O Zoon, maak hen Uw beeld gelijk; O Geest, zend Uwe troost hun neer; Drie-enig God, U zij al d' eer.

Wat machtig klinkt dit zingen van de gemeente. Het draagt de nieuwe lidmaten, het bemoedigt hen en zegt: kom in de strijd. We staan om jullie heen. Je kunt op ons rekenen. Of beter gezegd: we kunnen samen op God rekenen.

Nu spreekt de predikant enkele persoonlijke woorden aan het adres van de nieuwe lidmaten. Hij spreekt over de goede tijd in de afgelopen winter. Hij bemoedigt ze en doet een dringend appèl om te volharden. Het zijn woorden die banden leggen voor de toekomst.

De gemeente gaat weer staan en belijdt haar geloof, samen met de kerk van alle tijden en van alle plaatsen. Ineens wordt het gebeuren hier in de kerk in deze nieuwbouwwijk in het perspectief gezet van een wereldwijde gemeenschap. We zijn niet de enigen die de naam van Jezus Christus belijden, we zijn maar een klein onderdeel van die gemeenschap van gelo­ vigen 'van alle plaatsen en van alle tijden'. 'Want deze God is onze God. Hij is ons deel, ons zalig lot, door tijd noch eeuwigheid te scheiden. Ter dood toe zal Hij ons geleiden.'

In dit lied van de gemeente, worden de diepste fundamenten van ons geloof gevonden. Op dit fundament mogen we staan, rotsvast.

De dienst gaat voort. Het eerste deel van het avondmaalsformulier wordt gelezen om de gemeente voor te bereiden op de viering van het heilig avondmaal in de dienst op Goede Vrijdag. Dan zullen de nieuwe lidmaten voor het eerst toetreden tot de tafel van het verbond. Ze zullen het nodig hebben temidden van de aanvechting. Het slotlied is uit Psalm 150.

'Looft God, looft Zijn'Naam alom. Voor Zijn troon en hier beneden.' Het wordt staande gezongen.

Daarna legt de predikant de handen op de gemeente, die straks de kerkzaal verlaat. De vrede Gods daalt op ons neer en gaat met ons mee.

De kerkenraad, de predikant en de nieuwe leden lopen tussen de gemeente door naar de hal van de kerk. Hier worden handen gegeven, mensen omhelzen elkaar, tranen van blijdschap worden geschreid. Het orgel zaait zijn klanken wijd.

'Is trouw, al wat Hij ooit beval'

De dienst is onvergetelijk. Als vader en als moeder ben je zo bevoorrecht wanneer je dit mee mag maken. Geen enkele verdienste van onze kant is er om dit te ontvangen. Hier triomfeert de machtige, onbegrijpelijke trouw van God. Hij heeft gebeden verhoord. Hij heeft Zijn Woord waar gemaakt. Nu moet alles wat leeft Hem prijzen.

Deze dienst is een getuigenis van het wonder dat God doorgaat met Zijn werk, ook in onze tijd. Er is veel wat afbreekt, maar dwars er doorheen gaat God verder. Door de geslachten heen.

Er zijn veel ouders, die een dienst als deze niet meemaken. Hun kinderen zijn wel door hen ten doop gehouden, maar ze zijn er tot nu niet toe gekomen om Gods jawoord te beantwoorden.

Mag ik deze ouders wijzen op de onwankelbare trouw van God. Er is één ding wat nimmer wankelt en dat is het verbond van God. Als ouders de Heere wijzen op zijn verbond, biddend daarop pleiten, zullen ze niet beschaamd worden. Wacht eens af wat God doet!

En wij als ouders, die dit wel ontvangen, wij buigen ons in ootmoed neer en stamelen:

'Duizend, duizend maal o Heer, zij U hiervoor dank en eer.'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een bijzondere kerkdienst

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's