De 'Kohlbrugge-tekst'
Heel beroemd kan genoemd worden de komma in de tekst Romeinen 7 : 14. Menigeen onder de lezers zal weten, dat Kohlbrugge ooit, toen hij bovengenoemde tekst persoonlijk en bevindelijk leerde verstaan sprak van zijn 'tweede bekering'. Bij de eerste bekering wordt een mens, door God opgezocht, van zijn onbekeerde staat tot bekering gebracht, dus van onbekeerd bekeerd tot God.
Zo betuigt bijvoorbeeld Paulus de Thessalonicenzen, dat zij 'bekeerd waren van de afgoden tot de levende God, om Hem te dienen', volgens 1 : 4.
Maar daarna wordt een mens van bekeerd onbekeerd. Daarmee is bedoeld de diepere ontdekking aan zichzelf en zijn oude mens, na vrede met God te hebben leren vinden in het bloed van Christus in de weg van het geloof, gewerkt door de Heilige Geest, aan het hart toegepast. Ook in de heiligmaking is Christus ons alles! De Heere Jezus neemt hoe langer hoe meer gestalte aan in het leven van zijn volgeling(e). In de heiligmaking komen geen hoog of degelijk bekeerde mensen voor de dag, die in zichzelf en met al hun ervaringen wat worden. Integendeel, ze worden al ellendiger bij zichzelf en afgebroken. Wat wordt er juist in dit stuk geklaagd over onze verdorven natuur, over de oude mens, die zich toch steeds weer doet gelden.
Dat zal toch wat wezen, lezer, als wij voorgoed van onszelf verlost, bevrijd van een lichaam der zonde voor eeuwig God zullen dienen op volmaakte wijze!
De noodzaak van de komma
In onze taal is het nodig dat we de komma plaatsen en ook lezen. Immers, de zinsnede 'ik ben vleselijk verkocht onder de zonde', zou taalkundig de mogelijkheid geven het woord 'vleselijk' als een bijwoord te nemen, gekoppeld aan de werkwoordsvorm 'verkocht'. Maar in het Grieks, de oorspronkelijke taal van het Nieuwe Testament, staat niet een bijwoord maar het bijvoegelijk naamwoord, dat dus terugslaat op het koppelwerkwoord 'ik ben'.
Paulus belijdt dus niet dat hij op vleselijke wijze verkocht is, maar dat hij vleselijk is. We kunnen in onze taal de bedoeling van de apostel alleen maar zuiver weergeven, wanneer we dus achter de woorden 'ik ben vleselijk' een komma plaatsen en bij het lezen een rustpauze inlassen. U ziet, dat èn taalkundig èn theologisch een komma van groot belang kan zijn om een verkeerde lezing uit te sluiten. Die ene komma doet het hier, als u begrijpt wat ik bedoel.
Vleselijk
Het woord 'vleselijk' staat in de tekst in een duidelijke tegenstelling. Tevoren is immers door Paulus geschreven: 'de wet is geestelijk'. De wet is goddelijk van oorsprong en draagt ook een heilig karakter. De wet staat geheel buiten de zonde, heeft daarvan niets aan zich en in zich. Maar - zo belijdt de apostel terstond daarna - 'ik ben vleselijk'.
Mogelijk is u bekend dat Ridderbos in zijn bekende commentaar op de Romeinenbrief van oordeel is dat deze Paulinische belijdenis van toepassing is op de mens, die verkeert onder de heerschappij van de zonde en ligt onder de vloek van de wet als doemschuldig zondaar voor God, geheel buiten Christus. Deze belijdenis zou dus niet gelden van de gelovige, die Christus als zijn persoonlijke Verlosser heeft leren kennen maar in de heiliging zichzelf tegenkomt. Mij heeft deze exegeet niet kunnen overtuigen. Paulus ervaart zo heel diep en smartelijk na ontvangen genade van God die zware worsteling in zichzelf. Het goede dat hij door genade doen wil, doet hij evenwel niet. Ja, het kwade ligt hem zelfs bij als hij het goede wil doen.
Het verschil van een letter
Nu moet gezegd worden dat er twee lezingen van het woord vleselijk in omloop zijn. Voorzover ik kan nagaan lezen de meest betrouwbare handschriften en de sterkste tekstgetuigen het woord 'sarki-Nosmet' met een n dus. Echter, er zijn ook manuscripten die lezen 'sarkiKos' met een k dus voor de uitgang.
Het eerste woord betekent: 'vleselijk', in de zin van 'gemaakt of vervaardigd van vlees', en zo staat dit woord ook in 2 Korinthe 3 in tegenstelling tot 'lithinos' wat betekent 'stenen, van steen gemaakt'. Het andere woord voor vleselijk, 'sarkikos' dus, betekent vleselijk, maar dan in ethische zin gebruikt. Volgens betrouwbare uitleggers zou het woord sarkinos, waarvoor wij voorkeur hebben, een negatieve waarde uitdrukken. Daarom handhaven we juist dit woord.
Ik ben vleselijk
In de Engelse vertaling lezen we 'I am carnal'. In scherpe tegenstelling staat deze belijdenis tot het woord 'geestelijk' in de voorafgaande zin. De uitdrukking 'verkocht onder de zonde' gaat het eerste, dus 'ik ben vleselijk' nader uitleggen.
De apostel belijdt dus niet, dat hij op vleselijke wijze verkocht is onder de zonde, maar wel dat hij vleselijk is.
Hoe kan een herborene zoals Paulus nu dat belijden? Wel, we moeten opmerken dat het 'ik ben vleselijk' nog niet hetzelfde is als 'ik ben (helemaal nog) in het vlees'. Duidelijk is uit de context, dat de Korinthiërs bestraft moesten worden vanwege hun ijdel en hoogmoedig streven, al waren ze echte gelovigen, 1 Korinthe 3.
Wel zo heeft Paulus, als hij aan de gemeente van Rome schrijft, ontdekt dat het vlees ook nog in Paulus zetelde. En, lezers, er is zoveel goddeloos vlees maar er is ook veel vroom vlees!
Paulus heeft er verdriet over en last van, dat hij nog zo onvolkomen is.
De belijdenis 'ik ben vleselijk' duidt op de persoonlijke nood en het verdriet daarover. De uitdrukking 'verkocht onder de zonde' wijst op de macht over Paulus (door een ander, hier de zonde dus) uitgeoefend. Beide termen maken duidelijk hoe zwaar de worsteling is van Gods kind in het leven der heiliging tegen de zonde, de duivel, de wereld en het eigen ik.
Geen misverstand
Nog een opmerking moet en wil ik maken. Paulus bedoelt niet - en laat dat volstrekt duidelijk zijn - met de belijdenis 'ik ben vleselijk' dat hij de zonde verlegt en ziet in de lichamelijkheid! Helaas, deze gedachte heeft ook in de kerk post gevat en veel kwaad berokkend in de christelijke gemeente. De Schrift weet niet van een onderwaardering van de lichamelijkheid en leert evenmin dat ten diepste het kwaad in het lichamelijke of in de seksualiteit gezocht moet worden. Deze gedachte is veel meer heidens dan bijbels! Heel jammer, dat de kerkvader Augustinus, die de oerzonde in de geslachtelijke liefde zag - begrijpelijk, gezien zijn zondige jeugdjaren - deze gedachte heeft geuit en ontwikkeld. Nog erger en dwazer is het dat de Roomse Kerk deze gedachtegang oppakte en het celibaat en kloosterleven daaruit heeft ontwikkeld. Ook in overdreven mystieke kringen komt men de gedachte dat het zondige in het lichamelijke ligt tegen.
Maar Gods kind weet heel zijn/haar bestaan opgenomen in en verweven met het zondig levensverband, hoezeer men ook in Christus eraan ontheven is in beginsel. Wat zal het zijn eenmaal verheerlijkt naar lichaam en ziel de Heere Jezus gelijkvormig te mogen zijn en volmaakt aan Gods bedoeling te mogen beantwoorden!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's