De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Geloof - de vrijblijvendheid voorbij

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Geloof - de vrijblijvendheid voorbij

9 minuten leestijd

Eerst een voorval, uit de praktijk van het kerkelijk leven gegrepen. Een lid van een gemeente maakte 's zondags een tweedeling met betrekking tot kerkgang en vertier. Een mens mag immers toch wel z'n ontspanning hebben? En wanneer het doordeweeks vanwege de werkdruk met de ontspanning niet lukt, dan is er de zondag nog. Een halve zondag voor de kerkgang is ook genoeg. Totdat de betreffende persoon in de ban kwam van een evangelische stroming. Toen werd het kiezen. Het vertier ging de deur uit en de zondag werd helemaal zondag.

Zo'n verhaal valt gelukkig ook te vertellen over mensen, die uit de wereld getrokken werden en gingen meeleven met de christelijke gemeente. Maar in het onderhavige geval was het argument, dat het gedaan was met de vrijblijvendheid. Iemand, die gewoon kerkelijk meelevend was, moest gaan kiezen.

In vele gemeenten, ook binnen kerken van gereformeerde signatuur, wordt vandaag de zuigkracht van de evangelische beweging gevoeld. In sommige gemeenten neemt dat verschijnsel zelfs ernstige vormen aan. In het recent verschenen jaarboek van de Gereformeerde Kerken (vrijg.) werd het verschijnsel óók uitdrukkelijk en met zorg gesignaleerd. Dat mag voor een kerkgenootschap, dat altijd belijnd belijdenisgetrouw wilde zijn, opvallend heten. Men kan kerkelijk principieel de lijnen uitzetten, maar gemeenteleden maken hun eigen keuzen. Maar ook in hervormd gereformeerde gemeenten is het verschijnsel niet vreemd. Hoe het in ande­ re kerken precies ligt is mij niet bekend. Maar de zaak, waarom het gaat is, zeker onder jongeren, breed aan de orde.

Vrijblijvend

Nu zullen er ongetwijfeld tal van randfactoren zijn, die bij dit alles een rol spelen. Ik noem de sfeer, het lied, de warmte, de knusheid in bepaalde gemeenschappen. Daarover wil ik het hier niet hebben.

Wel over genoemde vrijblijvendheid.

Er kan binnen de gemeenten sprake zijn van vrijblijvendheid, die niet anders is dan gezapigheid of onverschilligheid. In ieder geval: mensen raken niet of niet meer in vuur en vlam inzake het geloof. Men zit vrijblijvend onder de prediking en verkeert eigenlijk vrijblijvend in de gemeente: de kerk wat en de wereld wat.

Die vrijblijvendheid kan tweeërlei oorzaak hebben. Het kan zijn, dat de gemeente zo louter geloofsmatig wordt benaderd, dat mensen het gevoel hebben, dat het wel goed zit. Men 'doet' aan de kerk. De prediking vooronderstelt het geloof. Het geloof is aller. Ook het avondmaal is aller. Maar tot een echte keuze is het nog nooit gekomen.

Er is ook een andere vrijblijvendheid. De prediking is zo voorwaardelijk, dat deze ook door de hoorders als vrijblijvend wordt ervaren. Niet het geloof wordt voorondersteld maar het ongeloof. Voor de hoorders kan dat de gevoelswaarde krijgen dat, als er wat gebeuren moét het wel een keer gebeuren zal.

Ik besef heel wat, dat ik hier twee uitersten teken. Er zijn gradaties. Maar is het nochtans niet inderdaad zó, dat velen vrij­ blijvend onder de prediking verkeren en dit in de levenspraktijk ook uitstralen?

De Anglicaanse predikant John Stott (zie Globaal Bekeken) heeft een boek geschreven 'I  believe in Preaching', ik geloof in preken. Na de Reformatie, zegt hij, kwam er een bepaalde lijn in de eredienst, waarna grote christelijke leiders altijd zijn blijven preken. En dan zegt hij: 'God Zelf spreekt tot ons door de verkondiger'; waaraan hij dan nog toevoegt, dat het diep tragisch is om te zien, dat het prediken in de twintigste eeuw een dieptepunt heeft bereikt. De vraag is of dat overal wel zo wordt beleefd. De vraag mag echter met name worden gesteld of zó nog de hoogte van de prediking wordt beleefd, door voorgangers en door de gemeente: het is God die spreekt? Wanneer dat wordt beseft zou het toch van twee kanten met de vrijblijvendheid gedaan moeten zijn?

Keuze

Hier gaat het dan echt om de volmacht van de prediking. Wanneer die volmacht gaat ontbreken wordt prediking een menselijk praatje, waarin voorgangers hun talenten kunnen botvieren, hun stokpaardjes kunnen berijden, hun inzichten kunnen etaleren, in het uiterste geval zelfs hun geestelijke machtsdrang kunnen ontplooien. En intussen zit de gemeente er gelaten en vrijblijvend onder, hoewel misschien van tijd tot tijd gespitst luisterend naar wat er nu weer voor aardigs bij is of naar wat al zo vaak is gezegd. Maar de hemel verkwikt niet en de hel verschrikt niet. De crisis, de scheiding het allesbeslissende moment ontbreekt of wordt als zodanig niet beleefd. Het verkeren onder de prediking wordt niet als Vuur-gevaarlijk beleefd.

Want, zal echte volmacht in de prediking niet moeten leiden tot keuzenl De prediker mag toch in de volmacht Gods staan om het wel en wee aan te zeggen? Mozes zei: Ik neem heden tegen u tot getuigen de hemel en de aarde; het leven en de dood heb ik u voorgesteld, de zegen en de vloek. Kiest dan het leven opdat gij leeft, gij en uw zaad' (Deut. 30 : 19).

Het gaat dan om niets minder dan geloof! Tussen geloof en ongeloof is er toch geen tussengebied, geen schemerzone? Het zal tot een geloofsbeslissing moeten komen. Daartoe worden predikers in de volmacht gesteld, om te preken met bevel van geloof en bekering.

Mag het volmacht heten wanneer in deze met de ene hand wordt gegeven en met de andere hand weer wordt teruggenomen? Mag het volmacht heten wanneer de keuze wordt ontkracht door allerlei dogmatische redeneringen of voorwaarden?

Wanneer de gemeente voor Gods Aangezicht wordt gedaagd en haar geen keuze meer wordt gelaten (Kiest u heden... Heden indien gij Zijn stem hoort...) komt er zeker ook verzet. Mozes zei, dat hij het leven en het goede, de dood en het kwade had voorgesteld. Hij gebiedt nochtans God lief te hebben. Maar hij houdt er rekening mee, dat men ook het hart zal afwenden (VS. 17).

In de volmacht van de prediking mag er toch het bevel tot geloof zijn? ! En hoe en wanneer dan de Heilige Geest de deur van binnenuit open maakt, de grendels van binnenuit wegschuift, is Zijn Zaak. Maar een prediker is gevolmachtigde. Hij zal wekken tot geloof. Geloof is uiteindelijk het enige, dat zich in de mens voltrekt.

Maar dan zal prediking ook voortleiden in het geloof en niet in het appèl of in een voorstadium blijven steken. Er zijn ook de gelovigen die voedsel behoeven. Geloof behoeft versterking, ongeloof niet!

Tweede keuze

Pas na de éérste keuze, de geloofskeuze van het hart, komt de twééde keuze, namelijk die van de dienst aan God. We moeten die volgorde niet omkeren. Zeker, ieder is geroepen naar de inzettingen Gods te leven, tot in de breedte van de samenleving toe. Maar wanneer er in de gemeente alleen de dwang is om naar regels te leven, terwijl geloof afwezig kan zijn of zelfs afwezig wordt verondersteld, zou dan niet de vrijblijvendheid worden bevorderd? Er is dan toch geen reuk of smaak meer aan het 'geloof'!

Het leven uit het geloof is genadegave. Maar ook het leven van de heiliging is genadegave, geen nieuwe wet, maar vreugde om naar al Gods geboden te leven. Het zou kunnen zijn, dat vrijblijvendheid óók inzake de heiliging, alles te maken heeft met vrijblijvendheid inzake het geloof zélve.

Vandaag is er allerwegen nadruk op of roep om bevinding: 'Er móét bevindelijk worden gepreekt'. Alsof geloof niet bevinding aan zich heeft. Wat is bevinding zonder geloof en wat is geloof zonder bevinding? Het zou echter wel eens kunnen zijn, dat de roep óm of de nadruk óp bevinding alles te maken heeft met het feit, dat het bevindelijke spaarzamenlijk is geworden, omdat het met het geloof als zodanig niet goed zit. Van de weeromstuit is het zelfs soms verdacht geworden om over geloof te spreken, terwijl de Schrift er vol van is. Vroeger werden dominees toch vaak beroepen op hun prediking inzake zondag 7 van de Heidelbergse Catechismus, handelend over het geloof.

Moeten we zelfs niet constateren, dat wanneer de nadruk op (de noodzaak van) geloof wordt gelegd en op de geestelijke keuze daaromtrent, al spoedig woorden als remonstrants of arminiaans vallen? En krijgt bevinding niet vaak vooral te maken met een wettisch levenspatroon, een samenstel van regels, of met voorwaarden om (ooit) tot geloof te komen? Alsof bevinding een extra is boven of voorafgaande aan het geloof.

Weer zeg ik: er zijn gradaties. Maar moeten we niet eerlijk de vraag stellen of er vanwege prediking, waarin het is gaan mankeren aan de volmacht om van Gods­ wege aan te dringen op de 'keuze', her en der een grauwsluier over de gemeenten is komen te liggen? Dan moeten we er ons niet over verbazen wanneer leden der gemeenten wel gepakt worden door prediking, waar hen wat de keuze betreft en ook wat de consequenties voor het leven betreft, geen ruimte wordt gelaten.

Men behoeft het warempel niet op te nemen voor allerlei evangelische symptomen en verschijnselen om te constateren, dat er een schoen wringt. We mogen ons afvragen of er oorzaak is, dat er aantrekkingskracht uitgaat van bewegingen waar mensen wel voor een levensbeslissing worden geplaatst.

Voorbij

Ik schrijf deze dingen in het besef misverstanden te kunnen oproepen. Men laten het mij dan weten! Ik schrijf ze echter ook in diepe zorg om gemeenten in de breedte van de Gereformeerde Gezindte, waar de vanzelfsprekendheid van gelóven, zowel als van niet-geloven verlammend werkt, terwijl intussen gemeenten of leden van de gemeenten worden gebracht op wegen, waarvan we ook moeten vrezen, dat het gereformeerde, de beleving namelijk van 'zonde en genade', teloor gaat.

Zit 't 'm niet vast op de volmacht? De prediking mag nooit vrijblijvend zijn, geen groepen in de gemeenten behagen, niet aan klantenbinding doen. Prediking daagt de gemeente voor Gods Aangezicht. Wij bidden u van Christuswege: laat u met God verzoenen!

God verleent aan Zijn dienaren toch volmacht? ! We kunnen niet zonder predikers die, hoewel het mannetjes zijn, die uit het stof zijn verrezen, zich nochtans - met vrezen en beven - in zulk een volmacht gesteld weten.

Prediking is geen democratisch gebeuren, geënt op de wil van het volk.

Prediking is een goddelijk gebeuren. Waar dat wordt beseft zullen we de vrijblijvendheid voorbij komen, te boven komen. Zo niet, dan zouden geloof en bevinding kunnen (op)bloeien daar, waar we het niet vermoeden.

Luther zei 'Glaubst du so hast du, glaubst du nicht, so hast du nicht': geloof je dan heb je, geloof je niet dan heb je niet. Een tussenweg is er niet. Echt geloof is de vrijblijvendheid voorbij.

P.S. Het woord 'prudents' in mijn artikel van vorige week dient te worden vertaald als 'voorzichtiger'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Geloof - de vrijblijvendheid voorbij

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's