De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

8 minuten leestijd

IJSSELSTEIN (2)

Ook willen we het feit niet onvermeld laten, dat de gemeente gedurende bijna twee eeuwen (van 1697-1887) de weelde van twee predikantsplaatsen gekend heeft. Wellicht moet het worden betreurd, dat de tweede plaats in de dagen van ds. Buytendijk werd opgeheven. Aangaande de beide predikanten, die in de eerste helft van de 18e eeuw tegelijk de gemeente dienden, nl. S. C. 's-Graauwen (1732-1757) en J. Hooykaas (1733-1748) melden de annalen, dat zij beboet werden, omdat zij te lang preekten.

Tenslotte willen we iets meer vertellen over twee predikanten uit de 19e eeuw, die ons inziens in IJsselstein een belangrijke plaats hebben ingenomen, nl. over Frederik Lodewijk Abresch en over Simon Hendrik Buytendijk. De eerste was aan het begin van die eeuw aan IJsselstein verbonden, de tweede meer aan het einde daarvan.

Allereerst dus iets over de te Groningen 18 december 1772 geboren Abresch. We vertelden van hem boven reeds, dat hij 43 jaar de hervormde gemeente te IJsselstein diende (van 1802 tot 1845). We leren F. L. Abresch kennen als een opwekkingsprediker, die de strijd aanbond enerzijds tegen de Verlichting en anderzijds tegen de dode orthodoxie. Dat komt met name aan het licht in het door hem verzorgde tijdschrift, dat voor het eerst in 1821 verscheen en dat hij aanvankelijk uitgaf onder het pseudoniem Omikron. We kunnen dit tijdschrift met recht het eerste Réveil-tijdschrift noemen. Het zag immers het licht dertien jaar vóór de verschijning van het blad van de bekende Isaac da Costa, getiteld: Nederlandse stemmen.

Terwijl veler ogen nog gesloten waren voor het geestelijk verval in die dagen, merkt Abresch dat op. Door middel van zijn blad wil hij zijn lezers oproepen tot 'oprecht geloof en ware godzaligheid', tot 'godsdienst des harten en inwendig christendom'. Het blad droeg de naam 'De Zaadzaaijer'. Als ondertitel kreeg het mee 'bijdragen ter aankweeking en sterking van godsdienst des harten en inwendig Christomdom, verzameld en uitgegeven door OMI­ KRON'.

Abresch' opzet was het blad tweemaal in het jaar te doen verschijnen, hetgeen later teruggebracht werd naar éénmaal per jaar. Zijn drukke ambtsbezigheden waren de oorzaak ervan, dat de voortzetting van het tijdschrift soms enkele jaren stagneerde.

Willem Bilderdijk, die de pennenvruchten van Abresch zeer roemde, betreurde dat kennelijk. In een brief aan Da Costa vraagt hij: 'Maar waarom gaat de Zaadzaaijer niet voort? Daar is zo ongemeen veel goeds in dat tijdschrift, dat het behoorde op allerlei wijze aangemoedigd en doorgezet te worden'. Na het emeritaat, dat Abresch op 72-jarige leeftijd 'wegens zijne gevorderde jaren en toenemende zwakheid' verleend wordt, doet hij het blad nog drie malen verschijnen.

Inmiddels heeft het tijdschrift dan wel reeds vijftien jaar gezwegen! In één van de laatste nummers, waarin hij zich als in een 'brief aan (zijn) voormalige leerlingen richt', maakt hij bekend, dat hijzelf Omikron is.

Hij wil eveneens, 'als ware het bij afscheid, nog een hartelijk woord tot hem spreken'. Hij maant hen, die zijn onderwijs in de wind sloegen, tot bezinning en bekering. Hij wijst zijn leerlingen erop vast te houden aan de gezonde leer van het Evangelie: 'De Christus der Schriften, zijn verzoenend lijden en sterven zij en blijve het rustpunt van uw hart'.

Aan het blad gaf de Haagse predikant Dirk Molenaar, bekend om zijn 'Adres aan alle Hervormde Geloofsgenoten', zijn medewerking. Tot de kring van abonnees behoorden naast de laatst genoemde ook de predikant L. Egeling, die A. Capadose en I. da Costa en diens vrouw Hanna Belmonte na hun bekering doopte, en zijn plaatselijke collega M. Jorissen, die aan de gemeente verbonden was van 1816 tot 1855. Nog elf en een half jaar heeft Abresch na zijn emeritering tot zijn overlijden in 1856 in IJsselstein gewoond. In die tijd is hij door de choleraepidemie getroffen, die hem aan de rand van de dood bracht, maar waarvan hij als door een wonder mocht genezen.

Deze ervaring heeft zijn verdere leven blijvend gestempeld en niet weinig verdiept. Nog tien jaar mocht hij na deze schokkende ervaring (Abresch deelt mee 'de overstap in de eeuwigheid voor zich' gezien te hebben) leven en vrijmoedig van zijn Heiland getuigen niet alleen in geschriften, maar ook door gedichten. We schromen niet te zeggen, dat men in hem bij zijn sterven een echt profetische figuur verloren heeft.

De tweede predikant, die in het laatst van de negentiende eeuw de IJsselsteinse gemeente met het Woord heeft mogen dienen en op wie we onze aandacht willen richten, is de in Utrecht in 1820 geboren Simon Hendrik Buytendijk. Deze markante figuur was gedurende ruim zeventien jaar tot aan zijn emeritering (1881-1898) IJsselsteins predikant. Na zijn emeritaat bleef hij te IJsselstein vlak bij de kerk tot zijn overlijden 10 oktober 1910 wonen.

In die periode schreef hij zijn bekend geworden boek, getiteld: Bladen uit mijn levensteek, door hem zelf genoemd 'een volksboek'. Daarin veroorlooft hij zich, zo deelt hij in de Inleiding mee, de nodige uitweidingen. Het boek leest als een boeiende roman. Buytendijk was een fel anti-rooms man. In zijn boek zegt hij: 'Ik liet me eer doodmartelen dan roomsch worden'.

Ook is Buytendijk vermaard geworden om zijn grote liefde tot het Oranje-huis, die hij naar eigen zeggen met de moedermelk heeft ingezogen. 'Een reporter van de N. Rotterdammer' maakte, volgens hem, 'zijn op een zendingsfeest schertsend' zeggen wereldkundig: 'Oranje ben (ik) van buiten en binnen; zoodat wanneer men me opensneed, oranjebloed uit mij zou vloeien'. Vol geestdrift verhaalt hij dan ook in zijn boek van zijn ontmoeting op zeventien-jarige leeftijd met koning Willem I. Oudere IJsselsteiners deelden ons in de jaren zeventig mee, dat ds. Buytendijk geen enkele passende gelegenheid deed voorbijgaan om het volksUed te laten zingen. Zijn levensverhaal eindigt vol verlangen naar het land der belofte. Hier is, zo zegt hij, de plaats van zijn rust niet.

Hier 'blijf ik', zo doet hij ons weten, 'een geïsoleerde, een onbegrepene, een vreemdeling in een vreemd land'. De laatste regels van zijn boek luiden: 'De geïsoleerde Mozes is geïsoleerd gestorven. De Rabbijnen zeggen: God heeft hem den laatsten adem van de lippen, hem dood gekust. 'Drieëene, ook mij zulk een kus!". Zijn graf, evenals dat van ds. Abresch, is nog onder ons. Wat de twintigste eeuw betreft nog het volgende. Het is opmerkelijk, dat de gewoonte van de predikanten uit de vorige eeuwen om de gemeente lange tijd te dienen, zich in onze twintigste eeuw bij menig predikant heeft voortgezet. Vanaf 1902 tot op heden heeft slechts achtmaal verwisseling van de wacht plaatsgevonden. We volstaan nu kortheidshalve met het noemen van de namen van de negen predikanten, die vanaf die tijd aan de gemeente verbonden werden. Het zijn: Joh. Haring, Y. Doornveld, B. Moorrees (niet te verwarren met de predikant van dezelfde naam uit de 19e eeuw), O. J. van Rootselaar, H. G. Abma, R. E. Damsté, J. Vos en J. Koolen. Thans wordt de gemeente, na ruim twee jaar en negen maanden vacant te zijn geweest, sinds juli 1996, gediend door J. Kommers.

De laatste restauratie

Nog een enkel woord over de laatste algehele restauratie van kerk en toren. Deze restauratie vond plaats in de jaren 1982/83. Een constructief herstel van de kerk bleek nodig. Dat herstel was nodig, nu echter niet zoals in vroeger tijden, vanwege schade veroorzaakt door brand of oorlogsgeweld. Het gebouw ging, zowel van binnen als van buiten, diverse ernstige gebreken vertonen. De grafmonumenten, zoals dat van de Van Aemstels (Gijsbrecht en zijn vrouw Bertha van Heukelom, hun zoon Arnold en diens vrouw Maria van Henegouwen) als dat van Aleida van Culemborg waren door enorme vochtconcentratie in verval geraakt enz.

Nadat aanvankelijk op de aanvraag om subsidie afwijzend beschikt was, kwam twee jaren later het bericht binnen, dat de Rijksdienst voor de Monumentenzorg alsnog bereid was tot het verlenen daarvan. Een nieuw restauratieplan echter moest worden gemaakt en bij Rijk, Provincie en Gemeente ingediend. De kosten werden begroot op ongeveer drie miljoen gulden. Ook al moest slechts een klein deel (10%) daarvan door onze eigen gemeente worden bijeengebracht, financieel gezien, kwam ons de restauratie op dat moment niet erg gelegen. Het was nog zo kortgeleden (in 1980), dat we een nieuw kerkelijk centrum (het kruispunt) hadden doen bouwen voor ƒ 1.700.000, - .

Dat centrum bevatte een grote zaal, (waarvan we tijdens de restauratie dankbaar gebruik konden maken voor het houden van de kerkdiensten, zij het dat we dubbele morgendiensten moesten beleggen - wat een beschikking, zo ervoeren we dat toen! - ), een kleine zaal, een keuken, een catechisatiekamer, een mortuarium en op de bovenverdieping een ruimte speciaal ingericht voor de jeugd (met hobby centrum).

Toch achtte niemand het verantwoord de restauratie, na toezegging van de forse subsidie van de overheid, niet te laten doorgaan. Veertien maanden is de kerk voor de eredienst gesloten geweest. Biddag 1983 werd de kerk onofficieel opnieuw in gebruik genomen.

De officiële ingebruikneming vond een maand later plaats (18-4-1983). Met de ingebruikneming heeft de IJsselsteinse gemeenschap een goed geconserveerd en toegankelijk monument herkregen.

In een uitgave van de Historische Kring IJsselstein wordt opgemerkt, dat kerk en toren te IJsselstein grote waardering genieten, hetgeen blijkt uit de aanwezigheid van de commissaris van de koningin te Utrecht bij de ingebruikneming. Bij die gelegenheid heeft hij onder andere gezegd, dat hij zich kan voorstellen, dat velen dankbaar zullen zijn, wanneer deze kerk gebruikt zal worden om de Schepper eer te bewijzen. En moet ons allen dat niet elke dag door het Woord aan de hand van de Heilige Geest Zelf geleerd?

J. Koolen, predikant te IJsselstein van 1973-1993

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 17 april 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's