De Nederlandse Hervormde Kerk (4)
- Enige historische informatie en enkele opmerkingen ter overweging
Het confessioneel gehalte 'statutair' geformuleerd
Bij het redigeren van de zogeheten nieuwe kerkorde (1951), heeft men bij de definitieve vaststelling in december 1950 in de eerste alinea van art. X bewust gekozen voor de formulering: '..., in gemeenschap met de belijdenis der vaderen...'.
Een aantal classes wilde in plaats van 'in gemeenschap met...' lezen: 'in gemeenschap en overeenstemming met...'. Anderen vonden deze binding juist te strak. Onder hen voerde men ook wel aan, dat enkel 'in gemeenschap met' veel 'inniger' en 'dieper' is, ja zelfs bevindelijk van aard is. Zeker achteraf moeten we vaststellen dat de kerk zich met de formulering 'in gemeenschap met' op een hellend vlak heeft begeven. Met 'gemeenschap' heeft men kennelijk willen kiezen voor een grotere vrijblijvendheid tegenover de inhoud van de belijdenis (waarmee men niet zelden overhoop ligt).
Dat deze 'strijd' al veel eerder begon, vertelt ons dr. H. Bartels in zijn dissertatie Tien jaar strijd om een belijdende kerk. - De Nederlandse Hervormde Kerk van 1929 tot 1939, 1946.
Met betrekking tot de leertucht is gebleken dat de sobere zinsnede 'De kerk weert al wat haar belijden weerspreekt' uit hetzelfde artikel hoogstens een enigszins judiciële functie heeft (gehad? ), maar niet justitieel (in 1951 werd de justitiële leertucht overigens uitgesteld tot mei 1961).
In art. I, lid 10 van de concept kerkorde van de Verenigde Protestantse Kerk in Nederland (= V.P.K.N.) heet het: 'De kerk weert wat haar belijden weerspreekt'. Men neme er nota van dat het zelfstandig naamwoord 'al' ontbreekt. Dat er in de concept kerkorde van de V.P.K.N. sprake is van een zekere ambivalentie (= dubbelwaardigheid) c.q. gezochte diversiteit (= verscheidenheid) moge blijken uit de toelichting die de werkgroep geeft: 'Dat de Leuenberger Konkordie wordt vermeld, geeft aan dat in de kerk de Dordtse leerregels niet gelden als de enige adequate (= geëigende, KAG) vertolking van Gods verkiezend handelen, ook al worden zij door belangrijke groepen in de kerk wel als zodanig beschouwd' (maart 1994).
Niet in het minst is daarmee in feite aangegeven dat het zeer te betwijfelen valt of de V.P.K.N. een rechtmatige erfgename geacht kan worden van de kerk der Reformatie.
Mij dunkt, 'de lappendeken' van confessies (en dat boekt als resultaat: velerlei theologie en dito prediking) vormt nu juist voor velen de slagboom op weg naar de V.P.K.N. Deze confessies kunnen niet worden aangemerkt als 'een akkoord van kerkelijke gemeenschap'. Dat is het cruciale punt. Het aangedragen arsenaal van confessies werkt disjunctief (= elkaar uit sluitend)! De Heere Jezus stelde dat een koninkrijk dat tegen zichzelf verdeeld is, verwoest wordt; en van een soortgelijk huis (bedoeld zal zijn: huisgezin) dat dit dan valt. Lukas 11 : 17.
Steekt achter de formulering van de voor het oog schitterende idealen (zoals weleer!) niet het neutraliseren van de beginselen? Wordt aan de beginselen ten principale niet slechts in schijn hulde gebracht? Zo ja, dan is er slechts sprake van het paaien met een fictie (= verzinsel/fabel). Men leze de toelichting van de eerdergenoemde werkgroep op art. I, lid 4.
In deze decadente (= achteruitgaande) tijd moeten we niet zoeken naar flexibele formuleringen. Integendeel, meer dan ooit is het gewenst duidelijk en strak aan te geven hoe de grondslag is.
Ik kan me niet van de gedachte losmaken, dat zij die naar verandering staan de belijdenisgeschriften als een appendix beschouwen. Men ziet de volle relevantie ervan niet (meer) in. Het meest wezenlijke verwijt dat gemaakt kan worden is wellicht dit, dat men geen affiniteit (= verwantschap) (meer) heeft met 'de religie der belijdenisgeschriften' (dr. K. H. E. Gravemeijer), met 'de religie van de belijdenis' (prof. dr. A. A. van Ruler/prof. dr. J. Severijn), dat men zich niet meer van harte congeniaal (= geestverwant) weet.
Finis: de Nederlandse Hervormde Kerk passé (= voorbij/afgedaan)
Met betrekking tot de Nederlandse Hervormde Kerk - 'de Vaderlandse Kerk' ! - dreigen er eerlang knopen te worden doorgehakt. Wat er nu in het kader van 'Samen-op-Weg' zal gaan gebeuren, kent haar weerga niet.
De beoogde nieuwe situatie is niet alleen niet (geheel) gelijkvormig met wat een eeuw geleden is gepasseerd - eilaas! - , maar verschilt daarmee ook in beginsel. De historische continuïteit komt niet slechts in gevaar waardoor men averij kan , oplopen, maar zij zal zelfs geheel tenietgaan. De Nederlandse Hervormde Kerk wordt althans geamoveerd (= geslecht). De aanstaande fusie includeert (= in zich sluiten) noodzakelijkerwijs de opheffing van de Nederlandse Hervormde Kerk. Van deze kerk trekt men de handen terug. Deze laat men ophouden te bestaan. En een eigen creatie komt er voor in de plaats. Met grondleggende artikelen (I, ad 4 + ad 5) waarin een veelheid van confessies (van allerlei snit) worden opgesomd. Dus: een kerk met een gelegitimeerd (= gewettigd) 'voor elck wat wils'.
De toezegging dat gemeenten niet gedwongen worden ook plaatselijk tot éénwording over te gaan, is van zeer betrekkelijk belang te achten. Dat men - bijvoorbeeld - als 'hervormde gemeente' en als 'gereformeerde kerk' naast elkaar kan blijven bestaan, lijkt een hoffelijke vorm van toegeeflijkheid, maar laat volstrekt onverlet dat men ondertussen samen toch maar deel uitmaakt van de V.P.K.N. mét haar geïncrimineerde kerkorde cum annexis (= beschuldigde kerkorde mét wat erbij hoort).
Het doet denken aan de krachtens het Burgerlijk Wetboek gegeven mogelijkheid bij de afdeling Burgerzaken van het raadhuis met het oog op het aanstaande huwelijk (of later) een 'verklaring naamgebruik' (betreffende opname in de Gemeentelijke Basisadministratie (GBA)) in te vullen, zodat een gehuwde vrouw verder ook met haar meisjesnaam door het leven mag gaan - ondertussen is zij dan wél getrouwd met alle rechten en plichten die aan de huwelijkse staat verbonden zijn! Zo roept het de associatie op aan een fopspeen.
Trouwens - om zomaar een vraag te lanceren - , wat moet ik als ik ga verhuizen? Zal er in mijn nieuwe woonplaats ook een 'hervormde gemeente' zijn?
Bovendien: 'Het gaat ons niet om een plaatsje in de kerk, maar om een gereformeerde kerk'. Aldus stelt ds. G. D. Kamphuis zeer terecht in zijn nog te noemen lezing.
Dat er mettertijd inderdaad sprake zal zijn van liquidatie - eufemistisch gezegd: teloorgang - van de Nederlandse Hervormde Kerk moge uit de volgende juridische uitweiding blijken.
Een juridisch excurs
Ondertussen zitten er juridisch gezien blijkbaar nog wel de nodige haken en ogen aan de fusie van kerkgenootschappen. Het Nederlandse rechtspersonenrecht heeft namelijk (nog steeds) geen duidelijke wettelijke regeling van de fusie van kerkelijke rechtspersonen.
- Het knelpunt zit vooral in het rechtsgevolg van fusie, de overgang van vermogen onder algemene titel.
- Een relevante vraag blijkt: is kerkelijk recht privaatrechtelijk van aard of niet? - De juridisch/organisatorische structuur in kerkgenootschappen is niet zonder meer vergelijkbaar met die van de rechtspersonen van art. 3 : 2 van het Burgerlijk Wetboek.
- In onze kerkorde wordt over fusie niet gerept. In de bij de kerkorde behorende uitvoeringsbepalingen gaat het in ord. 2, 6 over samenvoeging van gemeenten. De kerkorde van de Gereformeerde Kerken kent het begrip fusie, maar past het alleen toe op de kerken zelf.
- Een moeilijkheid is ook dat de plaatselijke Gereformeerde Kerk zelf kerkgenootschap is en moet fuseren met een zelfstandig onderdeel, namelijk de plaatselijke hervormde gemeente van de Nederlandse Hervormde Kerk. Dezelfde problematiek geldt voor de fusie met de Evangelisch-Lutherse Kerk in het Koninkrijk der Nederlanden. (Ik roep in herinnering de paragraaf over 'Ortskirche und Gesamtkirche? ' (2)).
Mr. J. W. van Ee van notarissenkantoor Van Ee & Hanemaaijer te Utrecht concludeert in zijn artikel 'Kerkgenootschappen en fusie', WPNR 94/6137: 'Tot zo'n regeling (namelijk van de fusie van kerkelijke rechtspersonen, KAG) er is, doet de notaris er wijs aan om de "fusie" van kerkelijke rechtspersonen juridisch tot stand te brengen via liquidatie en levering ten titel van uitkering bij liquidatie. Het nadeel van de leveringsakte moet op de koop toe genomen worden. Een geldige titel is dat wel waard!' In een voetnoot voegt hij er vertroostend aan toe:
'Kwijtschelding van overdrachtsbelasting en schenkingsrecht wordt door de Inspectie der Registratie en Successie naar mijn ervaring zonder meer verleend'.
(Zie over deze materie nader: het proefschrift van mr. L. C. A. Verstappen, Rechtsopvolging onder algemene titel, Deventer 1996, § 2.1.6. Fusie van kerkgenootschappen. Mr. J. W. van Ee, In strijd met de wet. De betekenis van art. 2 lid 2 Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek. De vrijheid van godsdienst in relatie tot de interne juridische organisatie van het kerkgenootschap. De reikwijdte van bepalingen in het kerkelijk statuut. RM Themis 1996/5.)
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's