De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De voortgang van de traditie

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De voortgang van de traditie

Ds. J. van Wier en ds. J. Hoek in gesprek over twee generaties

14 minuten leestijd

Hemelvaartsdag 1996, de jaarlijkse jongerendag van HGJB. Ds. J. van Wier, van 1969 tot vorig jaar bestuurslid van mannenbond, vertegenwoordigt de hervormde mannen. Kijkend en luisterend naar de zingende jeugd, zegt hij: 'Ik zie deze Jongeren nog niet een, twee, drie op onze verenigingsavonden'. Bijna een jaar later is de opmerking aanleiding voor een discussie met ds. J. Hoek, als staffunctionaris aan de HGJB verbonden. Twee generaties, samen aan tafel. Wat bindt jong en oud in de gemeente van Christus?

Ds. Hoek: 'De mannenvereniging is een "instituut" geworden. Mannen hebben er niet alleen de Bijbel onderzocht en besproken, maar hebben er ook geleerd een inleiding te maken. Die beproefde vorm van het bezig zijn met het Woord is heel vormend. Als je Jaar en dag lid bent, word je wel over de drempel die het maken van een inleiding kan zijn, heen geholpen. De mannenvereniging is een vaste kern in de gemeente die van veel waarde is'.

Ds. Van Wier: 'Ik vind de Jeugdvereniging van belang als plaats waar de Jongeren leren. Het typerende van de Jonge Jaren is de vorming. Net zoals de planten schieten Jongeren gauw door. Wie onder goede leiding bepaalde kennis vergaart, wordt nogal eens bewaard voor wildgroei. Het "doorschieten" van Jonge mensen heb ik overigens nooit zo erg gevonden. Het is mijn ervaring dat in deze tijd veel Jongeren toch nog erg gemotiveerd zijn en ernst maken met Gods Woord en wil, ook in het leven van iedere dag.

De catechese is er ook voor hen. Jeugdwerk en catechese zijn beide noodzaak. Daarom was ik er altijd een voorstander van dat de predikant de catechese gaf. De Jeugdvereniging gebeurt wel wat meer op basis van vrijwilligheid dan de catechisatie'.

Geen uniforme leefwereld

Ds. Hoek: 'De catechese legt de nadruk op het bijbrengen van de christelijke leer. Bij het Jeugdwerk komt de toerusting voor het christen-zijn in de maatschappij meer naar voren: Wat doe je ermee in het concrete leven van elke dag? Dat is een accentverschil met de catechese. Verder heb Je in het jeugdwerk vaak met een beperkter deel van de doelgroep te maken.

Wij hadden op de jeugdvereniging vroeger een bijbelse inleiding en bespraken na de pauze een actueel onderwerp. In een aan­ tal situaties is dat nog het geval. Wij zijn er als HGJB heel blij mee als jeugdverenigingen in dat spoor doorgaan. Maar we hebben wel te maken met een toenemende diversiteit in vormen. Je kunt niet meer zeggen dat er een uniforme leefwereld of subcultuur is van de jongeren in onze gemeenten. Daar speel Je als Jeugdbond en als jeugdraad ter plaatse op in. Dan moet je je doelstellingen wel eens bijstellen.

Je uiteindelijke doel is altijd jongeren in déze tijd iets meegeven vanuit het Woord van God. Je zult dat wel zo moeten brengen dat het aansluiting vindt bij de leefsituatie van de Jongeren.

Ik zeg hiermee zeker niet dat de traditionele Jeugdvereniging is achterhaald. In de toekomst zal er een kern van Jongeren blijven die zich in dat vergaderpatroon herkent. Je moet Je als jeugdorganisatie er echter wel bewust van zijn dat Je met een bijbelstudieavond een beperkt deel van de jongeren bereikt. Een meer gespreid aanbod is nodig. Ik zou het daarom ideaal vinden als die verscheidenheid er in een grotere gemeente is. Zijn er Jongeren die stevig elke jeugdverenigingsavond aan bijbelstudie willen doen, dan moet dat ook mogelijk zijn'.

Is dat niet de omgekeerde wereld? Dat je aandacht moet vragen voor een plek waar jongeren bijbelstudie kunnen doen ?

'In de gemeenten zijn er veel Jongeren die heel geregeld de kerkdiensten bezoeken, best naar de catechisatie komen, maar het daarmee wel gehad hebben. Vanuit een strikte opvatting van Je taak als Jeugdbond kun je dan zeggen: "Jammer, maar voor jullie hebben we niets in huis". Ik denk dat Je dan verkeerd bezig bent.'

Ds. Van Wier, tegen deze achtergrond begrijp ik uw uitspraak dat jongeren die de bondsdag bezochten, nog niet een, twee, drie op de mannenvereniging komen.

'De sfeer is natuurlijk totaal anders. Ik was onlangs op een vergadering van een Jeugdvereniging en daar is de sfeer heel verschillend van die op een mannenvereniging. Met genoegen bezocht ik vorig Jaar de bondsdag in Rotterdam, maar ja, het ontspoorde ten slotte toch iets. Door jongeren uit Krimpen aan den IJssel werd het werk van Nehemia raak getypeerd, maar daarna ging de groep "Mazzel tov" zingen en kwam de halve zaal in beweging. Toen dacht ik: "Wat krijgen we nu? " Klappen, soms de ogen dicht. Dat is een imitatie van de evangelische groepen. Toen voelde ik goed het verschil in de geest, in de sfeer met onze mannenverenigingen.'

Muziekkeuze

'Je bent op zo'n moment bang dat de kloof tussen jongeren en ouderen onoverbrugbaar is. Dat ligt overigens soms ook aan de mannenverenigingen, die ik onderscheid van de mannenbónd. Het is uit elkaar gegroeid. Vroeger was de mannenvereniging een verlengstuk van de jeugdvereniging, maar de situatie is al veranderd toen de jongelingsvereniging een jeugdvereniging werd.'

Ds. Hoek: 'Daarmee is de zaak duidelijk ter tafel. Ik begrijp uw reactie. Je moet op de Jongerendag geen discrepantie ervaren tussen de toespraken en de sfeer die door de muziek ontstaat. Ten dele hebben we hier te maken met een incident, omdat de groep onverwacht aankondigde dat de Jeugd naar voren mocht komen. Achteraf vindt er door ons een toetsing plaats. Vooraf wordt de organisatie in handen van Jongeren gelegd, binnen randvoorwaarden die het HGJB-bestuur aanreikt. Je moet de activiteiten voortdurend kritisch begeleiden. Toch zal er dan nog een andere invulling van de muziekkeuze zijn dan de klassieke. Jongeren herkennen de muziek als hun eigen stijl, beleven die dag zo meer als iets van en voor hen'.

Ds. Van Wier: 'Ik ben er volkomen akkoord mee dat de Jongeren zich op hun wijze uiten. Ik vind het best dat ze musiceren. Laten we hun spontaniteit niet wegnemen. Maar als ouders ben Je wel geroepen het in goede banen te leiden'.

Ds. Hoek: 'Het lijkt een dooddoener, als ik zeg dat dit voor de HGJB een zaak van voortdurende bezinning is. Wanneer u zegt dat hier een andere geest heerst, is dat echter een vergaande constatering'.

Ds. Van Wier: 'Ik wil liever van een andere mentaliteit spreken'.

Ds. Hoek: 'Ja, precies.

We kijken in de eerste plaats naar de inhoud van de liederen. Als we kiezen voor vormen van gospelmuziek, moet de inhoud bijbels verantwoord zijn. Het is echter heel moeilijk aan de Bijbel citeria te ontlenen wat er wel en niet kan aan muziekstijlen. Neem nu Filippensen 4 : 8, dat spreekt over al wat liefelijk is en wél luidt, dan is het nog cultureel verschillend wat je welluidend vindt.'

Vreemdelingschap

Wat vindt u van de bekende nieuwjaarspreek van ds. G. Boer over Psalm 119: 'Ik ben een vreemdeling hier benee'. Daarin wijst hij moderne vormen als toneel en volksdans voor ons jeugdwerk af.

Ds. Van Wier: 'Als ik zie dat David danste voorde ark...'.

Ds. Hoek: 'Ja precies, die kant wilde ik ook uit'.

Ds. Van Wier: 'Ik vind het treffend dat juist Michal kritiek op haar man heeft'.

Ds. Hoek: 'Je moet Je die dichter van Psalm 119 inderdaad voorstellen als huppelend en dansend op straat vanwege de vreugde over de thora. Het is een lichamelijke expressie, die wij in de Reformatietijd, als overigens begrijpelijke reactie sterk hebben verdrongen. Wat is het wezenlijke van de vreemdelingschap? Als je dat in Psalm 119 nakijkt, ontdek je dat het zit in het niet vergeten van de God van het Woord.

Ik denk dat je vanuit het Woord van God heel veel muziekstijlen kunt claimen, maar erken wel dat bepaalde onderdelen in de kunsten, in de cultuur zodanig met het zondige verbonden geraakt zijn dat je die nauwelijks meer gebruiken kunt. We moeten daarom, vinden we binnen de HGJB, heel erg oppassen met vormen van dans en toneel. De boodschap van Nehemia kun je onder randvoorwaarden uitbeelden, maar bibliodrama gaat mij duidelijk te ver. Dan worden bijbelse geschiedenissen uitgebeeld in een toneelstuk. Dat is een controversieel standpunt, maar ik wil een zekere terughoudendheid in dit opzicht verbinden met openheid naar de leefwereld van jongeren' .

Zo ontstaat er een spanningsveld met ouderen die dit niet of nauwelijks meemaken?

'Dat is een punt. De ene groep kan zich niet restloos aan de andere aanpassen. Het lijkt me geen goede zaak als de jongeren dat alleen aan de ouderen moeten doen. Ik zoek het in de ontmoeting, de echte ontmoeting.'

Ds. Van Wier: 'Laten we oppassen voor imitatie van mensen uit evangelische kringen. Ik veroordeel niemand, maar ben bang voor imitatie. Een Nederlander is wat cultuur en temperament betreft nu eenmaal anders dan bijvoorbeeld een kleurling.

Ik zou graag zien dat de mannenverenigingen opener tegenover de jeugd werden, zodat de overgang makkelijker wordt. Laten we als ouderen ook luisteren naar de jongeren, om hen te kunnen vormen. Langzamerhand zie ik sommige verenigingen meer een bastion worden'.

Ds. Hoek: 'Hier ligt wel een zaak van zorg. Die kerngroep die een jeugdvereniging oude stijl voorstaat, zou moeten doorstromen, maar ook daar zit een stremming in. Misschien komt dat ook wel doordat er in een gemeente veel aangeboden wordt aan kringenwerk. Wie gewend is aan een gemengde jeugdvereniging, gaat wellicht eerder naar een gemengde kring. Verder, maar daarin spreek ik terughoudender dan collega Van Wier, moet er gewerkt worden aan het imago van de mannenbond, die niet alleen oudere leden moet hebben'.

Belijdenis als landkaart

Gaat het ook vaak niet om meer dan de vorm? Waar ouderen groot werden bij de centrale vraag naar het deel krijgen aan Christus, denken jongeren meer na hoe ze als christen willen leven?

Ds. Hoek: 'Enigszins zwart-wit is dat geformuleerd. Ik denk aan een recent boek van de vroegere directeur van de HGJB, ds. C. G. Geluk, 'Traditie als beweging'. Hij geeft aan dat er veel meelevende jongeren in de gemeente zijn die zich duidelijk aangesproken weten door de Bijbel, voor wie dat Woord gezaghebbend is, maar die minder in de belijdenisgeschrif­ten zien. Zijn studie mag je, gezien het beperkte van zijn waarnemingen, best relativeren, maar je moet er wel over nadenken.

Wat kun je met die conclusie doen, omdat wij juist menen dat de gereformeerde belijdenis een goede landkaart is om de weg in de Schrift te vinden. Je kunt niet zeggen dat jongeren minder bezig zijn met de persoonlijke verhouding tot Christus'.

Toch: met het oog op onze jongeren hoor je over een verondersteld geloof spreken! 'Zeker, dat is een geluid dat de HGJB ook regelmatig hoort: "Pas er voor op in jullie materiaal en in lezingen dat je duidelijk maakt dat er geen automatisme in het geloven is, dat er een keus in het leven moet vallen". Ik erken dat er een onderhuidse tendens in die richting is, waar je voortdurend alert op moet blijven. Je krijgt wel eens wat onder ogen voordat het de deur uitgaat en dan signaleer je zoiets: Pas op datje niet zonder meer veronderstelt dat je het alleen tegen kinderen van God hebt.'

Ds. Van Wier: 'De massa speelt ook een rol. Heb je een groep, dan krijg je een ander idee dan wanneer je een jongere eruit haalt en apart met hem spreekt. Dan openbaart zich gelukkig ook nogal eens de vrucht van de prediking en de catechese, dat de jongeren voelen dat het heil niet zomaar aangenomen kan worden, dat dat het werk van de Heilige Geest is. Daar zijn ze sterk mee bezig, met het werk van de Heilige Geest".

Ontmoetingen

Is het een bijbels patroon dat jongeren en ouderen in de gemeente apart bijeenkomen?

Ds. Hoek: 'Het is moeilijk ons voor te stellen hoe dat in Paulus' tijd geweest is. Ik heb wel de indruk dat jong en oud zich in de christelijke gemeente van het Nieuwe Testament sterk bij elkaar betrokken gevoeld hebben. Het zijn leden van een lichaam. Het is te begrijpen dat jongelui makkelijker over de preek praten als er geen ouderen bij zitten, maar ik zou ook een lans willen breken voor het doorbreken van die scheiding, dat je kijkt naar mogelijkheden om ontmoetingen in de gemeente tot stand te brengen. Dat kan door, als je vier keer per jaar preekbespreking voor de jeugd hebt, het twee keer voor heel de gemeente te doen. Je kunt ook een kring oprichten waar jongeren en ouderen samen de Bijbel bestuderen en actuele vragen bespreken.

De gemeenteavond kan er goed voor dienen, bijvoorbeeld een avond door jongeren en ouderen samen voorbereid en ingevuld. In Hilversum spraken onlangs een meisje van achttien en een man van zeventig erover hoe ze tegen de gemeente aankeken. In discussiegroepen praatten jongeren en ouderen samen over de vraag of jongeren het in onze tijd moeilijker hebben om te geloven dan ouderen vroeger. Daar werd in herkenning over gesproken. Zo breek je vooroordelen af'.

Ds. Van Wier: 'De situatie van de oudchristelijke gemeente was totaal anders dan die wij kennen. Anderhalve eeuw geleden hadden we nog niet één mannen-en vrouwenvereniging. Ze zijn door Kuyper in de Doleantietijd opgericht. Mensen hadden voorheen nauwelijks vrije tijd. Op het ogenblik vind ik het goed dat er aparte verenigingen zijn, omdat de sfeer anders is. Op de vrouwen-is die anders dan op de mannenvereniging. Mensen uiten zich onder elkaar dan makkelijker en eigen problemen bespreek je zo beter. Ik heb zelf in het verleden nog jaren apart catechisatie gegeven aan jongens en meisjes en de sfeer was er heel verschillend. Dat had zeker zijn voordelen. Dat je als vereniging op gezette tijden samen vergadert, is prima en kan wederzijds zinvol en leerzaam zijn'.

Ds. Hoek: 'Omdat wij snel leven en er zoveel verandert, waardoor de generatiekloof sneller kan ontstaan, moeten we extra letten op ontmoetingen in de gemeente'.

Ds. Van Wier: 'Dan ga je elkaar meer kennen en waarderen'.

Ds. Hoek: 'Het zou een doelstelling voor een kerkenraad moeten zijn om gestalte te geven aan de ontmoeting tussen jong en oud in de gemeente. Men moet zich daar plaatselijk op richten'.

Wat is de waarde van jongeren voor de gemeente ? 'Ik denk dan aan de voortgang van de traditie. Het eeuwige Woord van God moet gehoord en gehoorzaamd worden in de tijd, in de wereld waarin je leeft. De jeugd kan in elk geval de gemeente in haar breedte bewust maken van de dingen waarop het aankomt, haar erbij bepalen hoe het Woord in de eigen tijd kan ingaan. Ik denk dat de traditie kan gaan stremmen, als je geen antwoorden meer geeft op de vragen die leven onder jongeren! Dat is het belang van de jeugd.'

Ds. Van Wier: 'Dat ouderen in de prediking aandacht krijgen, is in de praktijk vanzelfsprekend. Wat is het belangrijk dat een mens langzamerhand gerijpte kennis krijgt in de Schrift en in de belijdenis. We moeten proberen als ouderen de rijke inhoud en de levendigheid van de belijdenisgeschriften op jongeren over te brengen'. Ds. Hoek: 'Precies'.

Ds. Hoek: 'Precies'. Ds. Van Wier: 'Dat is een van de belangrijkste taken van de ouderen. We hebben niet zomaar de belijdenisgeschriften. Die dienen tot vertolking van het geloof. En die kunnen een weerwoord zijn tegenover dwalingen die er vandaag zijn. Laat die belijdenis een levende realiteit in je leven worden! We moeten als ouderen oog hebben voor de geweldige problemen van jongeren'.

Ds. Hoek: 'Komt het ook niet doordat er helaas weinig ouderen zijn die de vrijmoedigheid hebben om naar jongeren toe te vertolken wat dan de enige troost in leven en sterven is? Of die vertellen over de kern van de Dordtse Leerregels, de belijdenis van de soevereine genade van God? Die identificatiefiguren met een geleefd geloof hebben jongeren nodig. Laat oudere gemeenteleden op catechisatie van tijd tot tijd eens iets vertellen over hun geloofsbeleving. Dat hoeft natuurlijk niet ten koste van de les te gaan, maar is juist een waardevolle aanvulling en toepassing daarbij'.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De voortgang van de traditie

Bekijk de hele uitgave van donderdag 1 mei 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's