De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

5 minuten leestijd

ELBURG

Om maar met het eerste woord van de titel te beginnen: het silhouet van de stad Elburg wordt in de wijde omgeving dominant bepaald door de toren van de Grote of St. Nicolaaskerk... zonder spits! De spits ging bij een brand in 1693 verloren en pogingen een nieuwe spits aan te brengen zijn tot nu toe mislukt.

In 1538 is er voor het eerst sprake van een kerk in Elburg, gelegen even buiten de stadsmuren nabij het Bagijnedijkje, omgeven door een vrijthof (omheinde hof) en bagijnewoninkjes. Daarvóór was er al een heilige plaats, richting Doornspijk gelegen, aan de vroegere Zuiderzeekust. Daar vereerden de bewoners toen de Germaanse goden. Omstreeks 750 is er een houten kerkje gebouwd door een zekere Ludgerus, evangelieprediker onder de Friezen en de Saksen. Uit oude oorkonden blijkt dat hij uitgestrekte gebieden in Thomspiec en omgeving in bezit kreeg. Als 'kerkheer' mocht hij ook een eigen kerk bouwen. Deze kerk, waarvan in 1975 de resten werden opgegraven, omvatte een flink gebied: Doornspijk, Elburg, Oosterwolde en Oldebroek. Toen in opdracht van hertog Willem van Gulick de stad Elburg verplaatst werd naar de huidige ligging, kwam de kerk buiten de stad te liggen - tot ongenoegen van de bisschop Fredrik van Utrecht. Gevolg: de oude kerk moest worden afgebroken om tot bouw van een nieuwe, binnen de stad, te komen. De afbraak ging echter niet door en de kerk bleef als St. Antoniuskapel bestaan. Daarnaast beschikte Elburg over een kapel bij het Heilige Geest-gasthuis en bij het St. Agnietenklooster. Echter de mis moest worden bijgewoond in de nieuwe kerk, genoemd St. Nicolaas, schutspatroon van de zeelieden.

In 1397 is het zover. De kerk wordt ingewijd, maar reeds in 1448 dringend hersteld en vergroot. Aan benodigde middelen kwam men door verhoging van het plaatsengeld, grafrechten en onkosten voor opgedragen missen. Het kerkelijk leven kwam tot grote bloei en het aanzien van de parochiekerk steeg. Toen in het begin van de 16e eeuw de veranderingen, ver­ oorzaakt door de invloed van Maarten Luther begonnen door te dringen, verzette Karel van Egmond, hertog van Gelre, zich zeer. In plakkaten werden de ketters met zware straffen, zelfs de doodstraf gedreigd. Maar de meeste stadsbestuurders sympathiseerden met de vernieuwingen en enkelen van hen namen deel aan het Avondmaal in plaats van de eucharistie. Met hulp van een hulppastoor uit Kampen en een schoolmeester, die hervormingsgezind was, zette zich de vernieuwing door.

In 1566 liep de spanning hoog op. Nadat verschillende ketterse predikers de mensen tot bekering hadden opgeroepen, schroomden zij niet ook aan te zetten tot een beeldenstorm. In het interieur bleven de preekstoel, de doopvont en de zitplaatsen voor de vrouwen over. Maar in 1567 kwam via een verdrag met de stadhouder de 'nije leer' tot staan, en werd de oude traditie weer hersteld. Dat duurde tot 1578. Toen was de invloed van de hervormingsgezinden zo groot dat de magistraat besloot de gereformeerde religie te bevorderen en de hulp in te roepen van de predikant van Harderwijk. Deze kwam vrijdags naar Elburg om het Woord te verklaren. Als één van de eerste gemeenten op de Veluwe kreeg Elburg een eigen predikant en de beschikking over de Grote kerk. In het kader van dit korte artikel verwijs ik voor uitvoeriger kennisname van de historie o.a. naar de uitgaven van de oudheidkundige vereniging Arent toe Boecop. M.b.t. het kerkgebouw nog dit: de plattegrond duidt ons de zgn. kruisvorm aan, naar voorbeeld van Romeinse kruisbasilieken. Bij de overgang naar het koor bevindt zich de sacristie, gebruikt als consistoriekamer. Het koor is van het schip en de transepten gescheiden door de triomfboog, die op de hoekzuilen rust. De kerk is o.a. voorzien van vier zware gegoten koperen kaarskronen uit de 17e eeuw. Aan de noordzijde is een gaanderij aangebracht in 1838 voor onderwijzers en leerlingen van het Instituut Van Kinsbergen. Verder valt op dat er twee kansels zijn: één in de kerk, vroeger tegenover de gaanderij, maar sinds de restauratie op de rechterhoek naast het koorgedeelte. De andere kansel, in het koorgedeelte, draagt als randschrift de tekst van het kerkzegel: 'Donec dies illucescat' (totdat de jongste dag aanlichte).

Opvallend zijn eveneens de beide graftombes. De ene van de familie Feith, welbekend geworden door de stichting Het oude Feithenhof, en later het nieuwe, daaruit voortgekomen. De andere van de familie Courage, een familie die veel voor de armenzorg betekende. Omhoog kijkend ziet u nog tal van fresco's, meestal uit de tijd vóór 1598, want dan besluit men tot het strakke wit aan de plafonds en wanden.

Aan de zijwand bij de grote consistoriekamer bevindt zich een model botter, ter herinnering aan de afsluiting van de voormalige Zuiderzee. Beroemd is het Quelhorst-orgel, waarop de gemeentezang wordt begeleid en waarop tal van concerten worden gegeven. Daarnaast is er bij de ingang van het koorgedeelte nog een klein orgel, gebruikt voor intiemere bijeenkomsten etc.

Al van oudsher kent de hervormde gemeente twee predikantsplaatsen. Daaronder komen we bekende namen tegen, o.a. van ds. W. L. Tukker tijdens de laatste oorlog. In de dertiger jaren kende de gemeente innerlijk grote spanningen, resulterend in een grote overgang naar de Chr. ger. kerk, het ontstaan van de vereniging Kerkbelang die eigen diensten ging beleggen. In de vijftiger jaren ontwikkelde zich een steeds sterkere beweging naar de instelling van een confessionele predikantsplaats binnen de gemeente. Thans fungeren er steeds twee predikanten, beide met eigen identiteit en wijkgemeenten, die overigens geografisch zijn verdeeld. Beide wijkpredikanten hebben ook een pastorale bijstand ter beschikking, met de bedoeling op den duur nog eens twee predikantsplaatsen te kunnen stichten.

In september 1996 werd de tweede kerk, de Oosterkerk in gebruik genomen. Een modern, functioneel gebouw, met prachtige bijruimten voor catechese etc. De gemeente beschikte daarvóór reeds lang over het Hervormd kerkelijk centrum, een monumentaal pand naast de Grote kerk. We beseffen in Elburg goed dat deze ontwikkelingen alleen maar mogelijk zijn omdat de Heere Zelf Zijn gemeente vergadert, beschermt en onderhoudt! Om met de spreuk van ons kerkzegel te besluiten: 'Totdat de jongste dag aanlichte!'

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's