Vrij gevochten...
Herdenking van de bevrijding
In de benauwende oorlogsjaren hebben velen in een gedicht uiting gegeven aan hun gevoelens vanwege de grote nood, waarin we als volk waren gekomen onder de Duitse bezetter. Er is in die jaren een stroom van verzetspoëzie losgekomen, van bekende en onbekende dichters. In vele gedichten trekken de gevallenen als in een stoet voorbij.
Toen de bevrijding was aangebroken kwam er ook een stroom van bevrijdingsgedichten los. Daarin werd in allerlei toonaarden dankbaarheid geuit vanwege de bevrijding van het gehate juk van de Nazi's. Het sprekendste en diepste gedicht, dat mij uit die tijd bekend is, is het bevrijdingslied van dr. C. Rijnsdorp, getiteld 'Bazuinen klinken in 't verschiet'. De eerste strofe begint met de woorden:
"t Is niet zo moeilijk nu een vers te maken
op de bevrijding van ons lieve land;
het gaat er mee als met veel andre zaken:
je schrijft maar op, 't recept ligt voor de hand...'
Ik vraag uw aandacht echter vooral voor de vierde strofe van dit 13 verzen tellende gedicht. Daarin zegt Rijnsdorp:
'Hoe waar is 't, dat we zien, maar niet doorgronden.
We staan er bij, we kunnen het niet aan.
De diepe danktoon is nog niet gevonden:
daar zou een al te zware wijs op gaan.
We zijn nog niet verlost van onze zonden
in tijd van druk aan God en mens begaan,
want vóór wij ons naar eis bekeren konden
bracht God des vijands willekeur tot staan.'
In de euforie van die dagen trof Rijnsdorp de toon van de verootmoediging: vóór wij ons naar eis bekeren konden, bracht God des vijands willekeur tot staan. Innerlijk zijn we nog niet bevrijd, zei hij.
Vrij gevochten
We hebben ons als volk vrij gevochten. Nederland vocht zich vrij, Europa vocht zich vrij. Het is daarom goed om elk jaar weer de doden te blijven herdenken. Zeker, er is al lang een generatie aangetreden, die de verschrikkingen van de Tweede Wereldoorlog niet heeft meegemaakt. De jongeren van nu hebben het alleen nog maar van horen zeggen. Maar juist daarom moeten we blijven gedenken. De nieuwe generatie zal het van horen zeggen móéten hébben. Wie immers de geschiedenis vergeet is gedoemd deze opnieuw te beleven. En zien we vandaag niet overal in de wereld dezelfde verschrikkingen? Herlevend antisemitisme, volkeren die elkaar vertrappen, rassenhaat, martelkampen onder allerlei regimes. Het is daarom verheugend dat ook vele jongeren vandaag de bevrijding mee herdenken. Wanneer ze om zich heenzien, zullen ze beseffen, dat de verschrikkingen nog net zo voorkomen als in de jaren'40-'45.
Daar zijn in Nederland nog de duizenden, die een schrijnende wond met zich meedragen vanwege de verliezen die ze leden. Er is bovendien een heel volk, dat zich blijvend zal herinneren de verschrikkingen, waaraan het onder het Nazibeest heeft bloot gestaan in de vernietigingsoorden van Auschwitz, Treblinka, Bergen Belsen, Theresiënstadt. De zes miljoen steentjes in het joodse oorlogsmuseum Yad Washem in Jeruzalem zullen een opgericht teken blijven. Als de joden met de treinen aankwamen op het laatste perron in Auschwitz werd hun de schoorsteen gewezen, waardoor hun laatste weg zou lopen.
Velen zijn ook nog op het laatste moment uit de muil van de leeuw gered toen de bevrijders de concentratiekampen bereiken mochten. Maar van velen gold intussen, dat ze ontkomen zijn, zoals de Schrift zegt: én uit een stad, twee uit een geslacht (Jer. 3 : 14). En voordat het zover was hadden evenzovele duizenden het leven ten behoeve van die bevrijdingsoperatie ook moeten laten. Ze werden vrij gevochten, ten koste van stromen bloed van anderen.
Onder het joodse volk is de generatie, die het heeft overleefd, de gruwelen pas gaan vertellen aan de generatie, die nu opgroeit, de derde generatie. Voorheen waren de monden gesloten. Gedenken is dan ook het diepst wanneer monden worden open gebroken.
Alleen God heeft intussen het pad gekend van de tienduizenden, die vielen. Zijn weg was, om met de psalmist te spreken, ook hier in de zee en Zijn pad in diepe wateren. Zijn wegen werden niet bekend (Ps. 77 : 20). Dat zoveel mensenlevens nodig waren om zoveel anderen te redden, doorgronden wij niet. Het kan ook al te gemakkelijk overkomen wanneer we, zonder aan den lijve te hebben ervaren wat het grote lijden in die tijd betekende, over Gods weg met anderen te spreken.
Wie zou het bijvoorbeeld de gemartelde Titus Brandsma in Dachau na durven zeggen, als hij zei:
'Ik ben gelukkig in mijn leed
Omdat ik het geen leed meer weet.
Enkel het allerzuiverst lot.
Dat mij vereent met U, mijn God? '
Innerlijk vrij
En wie durft het hier ds. J. Overduin na zeggen als hij in Dachau, uitgemergeld van honger en neergetrapt door soldatenlaarzen, met Calvijn het waagt te spreken over 'droefheid, gemengd met wonderbare vreugde'? En als hij met psalm 38 nochtans zingt:
'Als ik omringd door tegenspoed
Bezwijken moet, schenkt Gij mij leven!
Is 't dat mijns vijands gramschap brandt,
Uw rechterhand zal redding geven? '
Mensen als Overduin waren al vrij, innerlijk bevrijd, voordat hun vrijheid werd bevochten. Innerlijke vrijheid laat zich niet in boeien slaan, zelfs niet in een concentratiekamp. Daarvan heeft de bezettingstijd ontroerende voorbeelden te zien gegeven. Overduin heeft overigens later wel uitgesproken, dat hij niet durfde zeggen, dat hij een tweede keer weer dezelfde geloofskracht zou hebben. Genade wordt geschonken als een mens die nodig heeft.
Laten we echter juist ook de getuigen, die in de letterlijke betekenis van het woord martelaars zijn geweest, niet vergeten. Hun stemmen zijn als bazuinen geweest in de nacht van het lijden. Ze hebben zich vastgeklampt aan het Evangelie, dat troost en innerlijke bevrijding bood in de diepste nood.
Vrijgevochten
Maar nu schrijf ik de woorden vrij en gevochten aan elkaar: vrijgevochten. En dan ben ik weer terug bij de woorden van Rijnsdorp. Vóórdat we ons bekeren konden riep de Heere de vijand een halt toe. Hij was het die onze vrijheid bewerkstelligde. Hij gebruikte mensen, die hun leven offerden, om ons te bevrijden van het knellende juk. Nog voordat we ons als volk bekeerden!
Heeft ons volk onder de gerichten, die over ons land gingen, gebogen? Wanneer ik het woord gerichten gebruik, mag er geen misverstand zijn. In bepaalde delen van het volk is soms lijdelijk op de bezetter gereageerd. Ook binnen de kerken werd vanwege het oordeel Gods soms lijdelijk gebogen onder de bezetter. Maar inleven van het oordeel is niet hetzelfde als buigen onder diegenen, die zich in hun verschrikkelijke praktijken zelf schuldig stellen voor Gods Aangezicht. De mens blijft zelf verantwoordelijk voor zijn wandaden. Berusting in zulke wandaden stelt ook verantwoordelijk.
We gingen wel onder de oordelen door, maar is juist ook niet in de weg van de gerichten Gods weg in de zee? En geldt hier dan niet het woord van de profeet Jesaja: Wij hebben ook in de weg van Uw gerichten, U, o Heere , verwacht; tot Uw Naam en tot Uw gedachtenis is de begeerte van onze ziel'? (Jes. 26 : 8)
Crises onder het volk en in de wereld vragen om schuldbelijdenis. En wanneer dan de bevrijding doorbreekt, worden vrolijke gezangen van bevrijding geboren. Zo is er inderdaad in de meimaand van 1945 ook voor Gods Aangezicht bevrijding gevierd. In Huizen - de plaats waar ik nu woon - heb ik zo vaak het verhaal gehoord, dat het volk bij het eerste signaal van de bevrijding naar de kerk stroomde, toen de Duitse schildwacht nog op de toren stond. Men was er zeker van, dat er dankdienst, bevrijdingsdienst zou zijn. Er was in schuldbelijdenis om vrijheid gesmeekt, er diende voor bevrijding te worden gedankt.
Rijnsdorp besloot zijn gedicht dan ook met de regel: 'Waak op mijn ziel, zingt uw bevrijdingslied'.
Nog voor we ons bekeerden, heeft Hij ons bevrijd! Hebben de goedertierenheden des Heeren ons dan na de bevrijding wel tot bekering gebracht? Is er nationaal gesproken echt sprake geweest van bekering, van inkeer, van ommekeer?
De kerken in de oorlog waren vol of liepen vol. De nood van de tijd deed mensen de kerk zoeken. Maar leerden de jaren na de oorlog ons niet, dat er van echte verootmoediging vaak geen sprake is geweest? We werden van een volk, dat in de middelijke weg door het vechten van tienduizenden vrij was geworden, meer en meer een vrijgevochten volk. Ook hier liggen de recepten voor het oprapen om gedichten te maken, maar dan in de vorm van klaagliederen.
Kerken werden afgebroken. In de grote en middelgrote steden bleven nog slechts restgemeenten over.
We passeerden de vijftig procent grens en werden als christenen van meerderheid minderheid.
De kerkelijke verdeeldheid blokkeert het getuigenis naar buiten.
De christelijke politiek staat er deplorabel voor. Dat christelijke politiek verdween uit het centrum van de macht, is niet het meest wezenlijke. Dat ze in een identiteitscrisis verkeert als het gaat om normen en waarden van het Evangelie en geen bevrijdend woord meer weet te spreken, is ernstiger.
Heeft de bevrijding echte vrijheid gebracht? De moderne mens is in zijn mondigheid zichzelf voorbij gestreefd. 'De koningen der aarde stellen zich op, en de vorsten beraadslagen tezamen tegen de Heere en Zijn Gezalfde, zeggende: laat ons hun banden verscheuren en hun touwen van ons werpen', zegt psalm 2. Is dat niet de werkelijkheid vandaag? Nieuwe bezettende machten, maar dan van geestelijke, ideologische aard, hebben bezit genomen van mens en samenleving. Wat vrijheid heet, is vaak nieuwe onderworpenheid geworden, moderne slavernij. Omdat de vrijheid egocentrisch, ik-gericht aangewend is. En hier valt vooralsnog geen bevrijding te vieren. De zondag, als wekelijkse dag van bevrijding, van Opstanding en nieuw leven, hebben we zelfs prijs gegeven voor een schotel linzenmoes van genot en weelde, van bezitsdrang en materialisme, in de gang naar een 24-uurseconomie.
Dat ons land in de wereld voorop loopt als het gaat om liberaliserende wetgeving, bijvoorbeeld inzake begin en einde van menselijk leven en inzake andere dan huwelijkse relaties, is tekenend voor het feit, dat we een vrijgevochten landje zijn geworden. Maar is er bij dit alles nog blijdschap, echte vreugde onder de mensen? Hoe groot is niet de psychische nood onder het volk!
We zijn toch ook het zingen al lang verleerd? Hoevelen in ons volk kennen nog het Wilhelmus, het bevrijdingslied van onze natie? Laat staan de nationale liederen, laat staan de psalmen! Er kunnen echter ook geen vrolijke gezangen van bevrijding meer opklinken wanneer er geen sprake is van innerlijke vrijheid, van innerlijke bevrijding.
Het zou intussen al te goedkoop zijn hier alleen naar de wereld te kijken. Alsof ook niet kerk en christenen in de ban zijn van de tijdgeest en van de machten van de tijd. De filosoof Nietschze zei in zijn tijd al, dat christenen er zo weinig verlost uitzagen. Hoe is dat vandaag?
De vrijgekochten
Hier kom ik nu bij de diepste dimensie van vrijheid. 'Waak op mijn ziel, zing uw bevrijdingslied'.
Het joodse volk heeft de terugkeer naar het land van de vaderen en de vestiging van de staat Israël als een grote bevrijding beleefd. Na de verschrikkingen van de holocaust werd de vestiging van de staat Israël zelfs beleefd als het begin van het uitspruiten van de messiaanse verlossing. De joden hebben dan ook de Oudtestamentische profetieën opnieuw en nieuw gelezen in het licht van hun bevrijding. En ze hebben de psalmen als liederen van bevrijding gezongen.
Ik noem slechts Jesaja 35: 'De woestijn en de dorre plaatsen zullen hierover vrolijk zijn, en de wildernis zal zich verheugen, en zal bloeien als een roos'. De eerste premier van Israël, David Ben Goerion, had deze tekst permanent voor zich liggen op de schrijftafel in zijn kibboetswoning in de Negev Woestijn. Wat Hitler ten kwade dacht, heeft God door alle diepten heen ten goede gedacht. Er kwam nieuwe vrijheid na eeuwenlange vertrooiing voor het joodse volk.
Maar Jesaja 35 zegt meer: 'En de vrijgekochten des Heeren zullen weerkeren en tot Sion komen met gejuich en eeuwige blijdschap zal op hun hoofden wezen; vrolijkheid en blijdschap zullen zij verkrijgen, maar droefenis en zuchting zullen wegvlieden'. Letterlijk herhaalt Jesaja deze tekst nog een keer in hoofdstuk 51 vers 11.
Ook deze Schriftplaats heeft steeds in de terugkeer van de joden naar Sion een begin van vervulling gekregen, zowel in de terugkeer uit Babel als in alle latere terugkeer, ook die uit de holocaust.
Maar mogen we nieuwtestamentisch ook niet een spade dieper steken? De blijd schap, eeuwige blijdschap zelfs, is aan de vrijgekochten des Heeren. 'Indien de Zoon u zal hebben vrijgemaakt, zo zult gij waarlijk vrij zijn', zegt de apostel Johannes (8 : 36). Niet de vrijgevöchtenen hebben de toekomst maar de vrijgekochten.
Er heeft een Kruis gestaan op een heuvel in Jeruzalem. Daar heeft de grote vrijkoping plaats gevonden, zodat er een stoet van vrijgekochten door de geschiedenis heen trekt tot op de grote dag van de Wederkomst van Christus.
We mogen ons afvragen of dat de vrijheid is die door de christenheid en door de kerken, na de bevrijding uit Hitlers wurggreep, aan de wereld is getoond. Christus heeft op het kruis de machten onttroond, ze definitief verslagen en te kijk gesteld (Kol. 2 : 15). En wie opziet naar het kruis zal genezen zijn, innerlijk vrij. Jezus Christus, Unica Spes, onze Enige Hoop.
Daarom tot slot ook nog een vers uit het gedicht van Rijnsdorp:
'Heb dank, dat wij met Paulus mogen spreken:
"In alles heeft mijn God mij onderricht".
Wij weten nu hoe weelde op kan breken
En dat de honger soms de zielen sticht.
Een schaduw is ons langs 't gelaat gestreken
en onderschepte voor een tijd het licht.
Nu leidt Gij ons aan liefelijke beken,
de wolk is weg, wij zien Uw aangezicht'.
Vanwege het Kruis en het Open Graf. Daar ligt de echte bevrijding. Er is tenslotte echter alle reden om met de profeet Daniël te bidden:
'O Heere, bij ons is de beschaamdheid der aangezichten, bij onze koningen, bij onze vorsten, en bij onze vaders, omdat wij tegen U gezondigd hebben. Bij de Heere, onze God, zijn de barmhartigheden en vergevingen, hoewel wij tegen Hem gerebelleerd hebben'. (Daniël 9 : 8, 9).
Toespraak ter gelegenheid van de herdenking van de bevrijding op maandag 5 mei 1997 in de Sint Janskerk te Gouda.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 8 mei 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's