De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

8 minuten leestijd

KRABBENDIJKE

In het midden van dat deel van Zuid-Beveland waar de afstand tussen de Oosterschelde en de Westerschelde zo ongeveer vier kilometer is, ligt het Zeeuwse dorp Krabbendijke. Een dorp met ruim vierduizend inwoners, dat sinds 1970 met vier andere dorpen deel uitmaakt van de burgerlijke gemeente Reimerswaal.

Drie torenspitsen in het dorp maken duidelijk dat ook hier de enigheid des Geestes door de band des vredes niet is behouden.

Hoewel Zeeland in de 16e eeuw de naam had van de meest calvinistische provincie, waren de Zuid-Bevelanders koningsgezind en katholiekgezind gebleven. Aanvankelijk werden er alleen in Goes en Kapelle-Biezelinge door 'de nieuwe religie' gemeenten gevormd. Tot er aan het einde van de 16e eeuw door de Staten van Zeeland besloten wordt dat ook Zuid-Beveland gereformeerd moet worden. Tegenwerking is er van de kant van de ambachtsheren die bij 'de oude religie' willen blijven.

In 1579 werd er in Goes de eerste classisvergadering gehouden. In de regio zijn er dan zeven gemeenten die een eigen predikant hebben. De Reformatie zet door, behalve in Krabbendijke. Daar duurt het nog 80 jaar voordat men een eigen predikant gaat beroepen. Waarschijnlijk was de toenmalige ambachtsheer van Krabbendijke nog rooms-katholiek. De protestanten kerken tot 1650 in Waarde.

Dan is het ogenblik gekomen dat men eigen diensten gaat houden in de parochie-herberg. In 1659 wordt het eerste beroep uitgebracht op proponent Cornells de Coninck die de eerste predikant wordt van Krabbendijke.

Zijn eerste werk is om te trachten een eigen kerkgebouw te verkrijgen. Op 5 juni 1662 heeft de eerste steenlegging plaats. Twee keer is deze kerk vergroot.

In 1823 waren er plaatsen te kort en in 1902 moest er opnieuw verbouwd worden om de gemeente rondom Gods Woord bijeen te roepen.

Op 10 maart 1913 vergaderden de kerkvoogden en notabelen opnieuw om over de verbouwing van de kerk te overleggen omdat er geen stoel meer geplaatst kan worden en op de gaanderij naast het orgel waar 30 plaatsen zijn, meestal 60 en meer personen opgehoopt staan. De notulen vermelden dat de toestand onhoudbaar is geworden en er op korte termijn een uitbreiding van de kerk zal moeten plaatsvinden. Een betreffende tekening wordt goedgekeurd. Toch gaat de verbouwing niet door.

Al spoedig daarna komt er een nieuwbouwplan ter tafel. En dat blijkt de voorkeur te hebben boven een derde vergroting.

Het afbreken van de bestaande kerk en het bouwen van een nieuwe kerk op dezelfde plaats, alsmede het voorzien van een tijdelijke houten noodkerk, worden aanbesteed aan de laagste inschrijver voor het bedrag van ƒ 28.397, - .

Op 26 april 1914 wordt de nieuwe kerk in gebruik genomen. In de nieuwe kerk is er door de firma Van Vulpen uit Utrecht ook een nieuw orgel gebouwd. Het orgel is nu niet meer origineel, daar er bij restauratiewerkzaamheden wat veranderingen zijn ingevoerd. Uit de oude kerk is wel de preekstoel overgeplaatst en een wandbord met daarop de tien geboden. Het is bevestigd aan de muur rechts van de kansel met daarop het jaartal 1665. Om het aanzien te verfraaien heeft men toen een gelijk wandbord gemaakt met daarop de zaligsprekingen uit Mattheüs 5 : 1-16, wat links van de kansel is bevestigd. Daar staat het jaartal 1914 op.

In de nieuwe kerk is er rechts van de preekstoel een gaanderij ingebouwd. Terwijl er links van de preekstoel de mogelijkheid is om ook daar eenzelfde gaanderij in te bouwen. Blijkbaar heeft men bij de nieuwbouw de hoop gehad dat dit op een keer nodig zou zijn. Helaas is dit door afscheidingen en scheuringen niet zover gekomen.

In de 19e eeuw ontstond er een gereformeerde kerk en een gereformeerde gemeente en enkele jaren geleden, in 1993, had er een scheuring plaats waardoor er een hervormde deelgemeente werd geïnstitueerd. Die gemeente kerkt in het dorpshuis 'De Meiboom' en heeft geen torenspits. Bij de scheuring van vier jaar geleden zijn er ook verschillende leden van de gemeente in andere plaatsen gaan kerken, terwijl anderen de kerk de rug hebben toegekeerd en het voor gezien houden. Toch is er, ondanks alle menselijke fouten en falen, en dankzij de trouw van de Heere die Zijn gemeente in stand houdt, iedere zondag nog twee keer kerkdienst in de kerk der Reformatie in Krabbendijke.

En wij hopen en bidden dat de kerk weer vol zal worden van mensen die de Naam van de Heere belijden als de God van hun heil. Zou er voor de Heere iets te wonderlijk zijn?

Wat de gemeenteflitsen betreft, daarover lezen we dat in de tijd van de Franse Revolutie de schoolmeester ook koster en voorzanger van de kerk is. En voorzanger zijn houdt ook het voorlezen in. Zijn plicht was het: 'Bij alle publieke Godsdienstoefeningen tot stichting der gemeente openlijk voor te lezen en voor te zingen'.

Hij was ook vervanger van de predikant. Wat zo werd omschreven: 'De voorlezer zal ook verplicht zijn, als de predikant afwezig is en geen predikant bekomen kan worden, de gemeente voor -en na de middag met het lezen van enige Kapittelen en het zingen van Psalmen en Gezangen te onderhouden'.

In het jaar 1807 ontving de hervormde diaconie een legaat met pachtgronden. Hierbij was een wilsbeschikking dat in de wintermaanden november, december en januari een derde dienst op de zondagavond moest worden gehouden, waarvoor de predikant ƒ 100, - moest worden betaald. In de tijd van ds. Dekker (1922-1926) is men er mee opgehouden wegens gebrek aan belangstelling.

Het in pacht geven van de gronden is nogal eens een 'heet hangijzer' geweest. In een kerkenraadsvergadering in 1901 werd afgesproken dat er in het vervolg verpacht zal worden aan 'kleine luijden, hoofden van gezinnen en voorstanders van de hervormde kerk'.

Ook de pastorie is eigendom van de hervormde diaconie. Dit is al heel lang zo, want in 1880 werd er door de diaconie een nieuwe pastorie gebouwd, in de plaats van de oude, die werd aanbesteed voor ƒ 5.940, - . De afbraak van de oude pastorie bracht ƒ 700, - op, wat de diaconie zeer meeviel.

De kerkvoogdij zit in 1876 bepaald krap bij kas, want daarover lezen we in de notulen het volgende: 'Teneinde het tekort voor de dienst 1877 te voorzien, stelt de voorzitter voor, de Bijbels, liggend in de zogenaamd Gemeenteen Ambachtsherenbank, te verkopen'. Bij taxatie blijkt dat de negen Bijbels samen ƒ 54, - waard zijn. In het jaar 1918 vragen de notabelen om voor haar een Bijbel aan te kopen voor eigendom der kerk. De presidentkerkvoogd heeft prijsopgaaf gevraagd wat in bespreking wordt gegeven. 'De kerkvoogden vinden het wel een beetje duur in deze tijd, maar gaan er toch toe over om met nieuwjaar acht Bijbels aan te kopen, welk bedrag zo al om de honderd gulden zal lopen.'

Wat de Dankdag voor het gewas en de arbeid betreft, ging men er in 1954 toe over om die niet te houden op de eerste woensdag van november, maar de laatste. Dit had te maken met de landbouw. Vóór de Eerste Wereldoorlog was het belangrijkste landbouwproduct de meekrap. Van de meekrapwortel maakte men natuurlijke verfstof. Maar geleidelijk aan kwamen er chemische verfstoffen waardoor er op het land iets anders verbouwd moest worden. Het hoofdproduct werd toen: bieten. En de oogsttijd van de bieten was enkele weken later dan van de meekrap. Vandaar dat de kerken op Zuid-Beveland op een andere woensdag de jaarlijkse Dankdag gingen houden.

Aan de oostgevel van de kerk is een gedenksteen ingemetseld, met deze woorden: 'Op 25 oktober 1944, op de dag der bevrijding, werd de kerk alhier getroffen door een granaat'. Verschillende mensen hadden vanwege het oorlogsgeweld hun toevlucht gezocht in de kerk en zijn daar ook gespaard gebleven. Hoewel de muur ernstig werd beschadigd, sloeg de granaat er niet doorheen.

Aan de zuidzijde van het kerkgebouw liggen twaalf grafstenen. Ze zijn afkomstig van de vroegere begraafplaats die er rond de kerk was en waar nu niets meer van is terug te vinden. Merkwaardig is het, dat het er twaalf zijn. Eén steen heeft als jaar van overlijden 1667. De andere van de periode 1819-1828.

Vanaf de eerste predikant in 1659 ben ik nu de tweeëndertigste. Vier ervan hebben de gemeente heel kort gediend en gingen binnen drie jaar naar een andere gemeente. Eén predikant heeft de gemeente veertig jaar gediend. Het zijn zo wat gemeenteflitsen over een periode van meer dan drie eeuwen.

Een periode van het kerkelijk leven in een plattelandsgemeente. Een periode waarin zowel van de gemeenteleden alsook van de kerkenraadsleden en predikanten met Gods Woord gezegd moet worden dat het ene geslacht is heengegaan en het andere geslacht is gekomen. Waar ook van gezegd mag worden dat het Woord van God zijn plaats op de kansel behouden heeft. En dat door Gods genade van zondag tot zondag verkondigd wordt dat er onder de hemel één Naam onder de mensen gegeven is, door Welke wij moeten zalig worden. Het is de Naam van Hem die eeuwig leeft, onze Heere Jezus Christus.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Torenspitsen-Gemeenteflitsen

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's