Betoon van Geest en Kracht
Pinksteren
'...wij kunnen niet ontkennen, dat vruchten en gaven van de Geest vaak onder ons gemist worden, en dat er in de kerk een groot tekort is aan 'betoon van Geest en Kracht' (1 Kor. 2 : 4). Wij hebben geen enkele reden voor de zelfgenoegzaamheid, alsof bij ons alles in orde zou zijn, trouwens: enkel al het feit van de verscheurdheid der kerk stelt ons voor de vraag of wij de Heilige Geest niet in de weg staan.'
Deze uitspraak is te vinden in het Herderlijk Schrijven van de Generale Synode der Nederlandse Hervormde Kerk, dat in 1960 werd uitgegeven onder de titel 'De kerk en de pinkstergroepen'. In een situatie, waarin er in de kerk sprake is van zulk een tekort aan betoon van Geest en Kracht - zo vervolgt het geschrift, waarbij men Geest en Kracht met hoofdletters schrijft - dienen we 'aandachtig te letten op wat in onze tijd zich aandient als manifestatie van het werk van de Heilige Geest, ook in kringen die tot nog toe afzijdig van, of zelfs afwijzend tegenover de kerk stonden. Zeker niet om alles kritiekloos te aanvaarden. Integendeel, juist waar het om een zo centrale vraag gaat, zal het echte van het schijnbaar-echte moeten worden onderscheiden'. De Hervormde Kerk gaf dit geschrift - naar mijn oordeel één van de beste van de naoorlogse jaren - uit toen de pinksterbeweging in opmars was. Het meest opvallende is dat de kerk niet allereerst met de pinksterbeweging in de slag ging maar vooral de noties oppakte, die vanuit de pinksterbeweging werden aangereikt, en daar vanuit de Schrift op in ging, aangevend waar van 'overdrijving' in de pinksterbeweging sprake was, zonder intussen daaruit te concluderen: 'zo ziet ge waartoe men komt als men zich met deze zaken gaat bezighouden'.
Hoe staat het er in de kerk zelf voor? Is daar betoon van Geest en Kracht, van kracht van de Heilige Geest? Zo niet, dan krijgen we uit dit soort bewegingen de rekening gepresenteerd.
Actueel
Het genoemde geschrift is vandaag opnieuw uiterst actueel. In de zestiger jaren was de pinksterbeweging een verschijnsel buiten de kerken, met hier en daar een vonkoverslag naar de kerken zelf. Vandaag manifesteert zich wereldwijd een evangelische beweging, die zich ook breed genesteld heeft binnen de kerken zelf en als zodanig binnen de kerken ook vragen en spanningen oproept. Goeddeels zijn dezelfde zaken weer aan de orde zijn als toen de pinksterbeweging opkwam, maar nu veel meer op het raakvlak met de kerken. Bepaalde thema's, die in de zestiger jaren aan de orde waren, keren nu met nieuwe kracht maar met een veel grotere uitstraling terug: de gaven en de vruchten van de Geest, de doop of de vervulling met de Geest, de heiliging (in verhouding tot de rechtvaardiging), de kwestie van de ambten, met name de verhouding van het bijzondere ambt tot het ambt aller gelovigen, groei in het geloof. Als zodanig heeft het hervormde geschrift, vanwege de evenwichtigheid en vanwege het zelfonderzoek bij het licht van de Schrift, nog niets van zijn actualiteit verloren. Ik citeer nog een keer:
'Wanneer in onze tijd de gaven en de krachten van het Koninkrijk zich niet of slechts spaarzamelijk in de kerk openbaren, dan ligt dat niet aan het feit dat die gaven er alleen voor de begintijd waren, maar dan komt dit doordat de kerk lijdt aan gebrek aan de Heilige Geest. Men kan immers moeilijk volhouden dat onze tijd er minder behoefte aan zou hebben dan de begintijd van de kerk. Staan wij tegenover minder demonische machten dan toen? Is het heidendom van nu minder agressief dan het heidendom uit de tijd van de apostelen? Kortom: is de heerschappij van de machten der duisternis nu minder geweldig dan toen? '
De kerk wordt vandaag niet door de evangelische beweging - internationaal: de evangelicals, de evangelikalen - geflankeerd, ze wordt er vandaag sterk door beïnvloed. Daar dragen de media in hoge mate in bij. Ik noem te onzent alleen al de Evangelische Omroep, met alle daarvan afgeleide organisaties, organen en bewegingen. Ik noem vooral ook de stortvloed van literatuur, voor het overgrote deel vertalingen uit de engelstalige wereld. Daar is kennelijk een markt voor.
Reactie
Hoe moet de kerk vandaag ingaan op dit breed om zich heen grijpende verschijnsel? Mij dunkt door zichzelf opnieuw de spiegel voor te laten houden: hoe is het vandaag gesteld met 'de betoning van Geest en Kracht'? In het Schriftwoord van 1 Kor. 2 : 4 wordt allereerst door Paulus gezegd, dat zijn 'rede en prediking' niet gelegen was in 'bewegelijke vvoorden der menselijke wijsheid'. Het gaat niet om uiterlijk vertoon, ook niet om vertoon van theologische of dogmatische wijsheden. De prediking van Paulus was krachtig, vanuit de verzoening. Calvijn zegt bij dit Schriftwoord, dat 'hoewel het geloof eigenlijk alleen op het Woord Gods moet worden gefundeerd', de hoorders er toch anderzijds vast van overtuigd moeten zijn 'dat God tot ons gesproken heeft'. Het Woord, dat wij horen verkondigen, heeft krachtige uitwerking als de Stem van God erin hoorbaar is. Bij Paulus waren er 'krachtige werkingen des Geestes door tekenen en wonderen', zeggen verschillende commentatoren, met verwijzing naar Rom. 15 : 19 en 2 Kor. 12 : 12. Er zat 'betoning van Geest en kracht' achter.
Ook nu moet hier echter het echte van het schijnbaar-echte worden onderscheiden. Niet alle enthousiasme bijvoorbeeld is wat het woord letterlijk wil zeggen: en-Thousiasme, door God in beslag genomen zijn, door de Geest bezet zijn. De Geest werkt en bekrachtigt ook in de stilte, in de diepte. Maar wel met merkbare Kracht.
Velen ervaren vandaag in de kerk veel vormelijkheid, veel vormendienst, zonder dat ze kennelijk iets beleven van 'betoning van Geest en Kracht'. Overigens slaat dit ook op de hoorders zelf terug. Wanneer men slechts even geestelijk gaat consumeren op plekken, waar dan vandaag méér 'betoning van Geest en Kracht' zou worden ervaren, doet zich de vraag voor hoe men zelf in de gemeente staat, welke kracht er van hen uitgaat in de gemeente zelf.
Mannendagen zijn vandaag in trek. Naar te vernemen valt worden ze in sterke en in nog steeds toenemende mate ook bezocht door ambtsdragers uit alle kerken van gereformeerde confessie. Wat vindt men er wat men in de gemeente mist? Of is het gewoon een tijdsverschijnsel? Maar komen de vruchten dan tot uitdrukking 'in betoning van Geest en kracht' binnen de gemeente zelf? Wordt één en ander in de ambtelijke kring doorgesproken? En ervaart de gemeente dan vanuit de ambten die echte Geestkracht.
Het hele Woord
In de loop der geschiedenis hebben vaker bewegingen buiten de kerk, of ook wel binnen de kerken, die hun eenzijdigheden en manco's hadden, appellerend op de kerken ingewerkt. De vraag vandaag is of het werk van de Heilige Geest vanuit het totale Schriftgetuigenis binnen de kerken aan bod komt. Gaat het nog altijd om de het werk van de Geest in 'geloof, wedergeboorte, bekering'? Gebeurt er nog iets? Is er nog sprake van geloofsbevinding? Maar ook: wat betekent het als de Schrift spreekt over vervulling met de Heilige Geest? Wat bedoelt de Schrift voor vandaag wanneer over geestelijke gaven wordt gehandeld?
Mag het intussen 'betoning van Geest en Kracht' heten wanneer hele Schriftgedeelten, waarvan het de Geest goed gedacht heeft ze te Boek te stellen, onaangeroerd blijven in de prediking of weg verklaard worden naar een ver verleden? De totale Schrift komt bij God vandaan. Zal dan ook niet de totale Schrift aan de orde moeten komen? Ook al zullen dienaren des Woords bepaalde Schriftplaatsen met vrees en beven ter hand nemen! Is er dan gemeenschappelijke draagkracht in de kerkenraden?
Eigenlijk zou 'betoning van Geest en Kracht' binnen de kerken daarin tot uitdrukking moeten komen, dat de kerk zelf bijbels-evenwichtig leiding geeft aan de evangelische beweging. De kerk is, als ik het zo mag zeggen, een beweging van de Heilige Geest door de tijd. In haar belijden heeft ze de eeuwen door uit het totale Schriftgetuigenis geput. De evangelische beweging mist, bij gebrek aan een gemeenschappelijke belijdenis, als zodanig structuur en valt ook zelf in brokstukken uiteen. Telkens blijkt ook dat kringen, die met groot enthousiasme begonnen zijn, niet een echte confessionele samenhang vertonen.
In de samengang van Woord en Geest en in de samenhang van de Schrift heeft de kerk een eigen stem gehad door de eeuwen heen. De kerk is toch eigenlijk de eeuwen door Pinksterkerk? Maar, o wee wanneer de kerk zelf niet meer op de hoogte van Pinksteren leeft. Dan krijgen de bewegingen hun kans, die grip krijgen op de kerken.
Zingen
De opkomst van de evangelische beweging heeft ook het zingen weer bevorderd. Er is een nieuwe zangcultuur tot ontwikkeling gekomen, van koor-en zangavonden tot praiseavonden toe.
Het mag gelukkig heten dat er nog (weer) op vele plaatsen gezongen wordt. De Heilige Geest verheerlijkt Christus. Dat gebeurt ook in het lied. Daarin komt een mens ook tot aanbidding en lofzegging. Al zingend verdrijf je de duivel uitje hart, zei Luther. In het geschrift 'De kerk en de pinkstergroepen' wordt, met een beroep op Efeze 5 : 19 ('Spreekt onder elkander met psalmen en lofzangen en geestelijke liederen') gesteld, dat het goed is om ook 'in kleine groepen van bijbelstudie en gebed' te zingen. Het verdient overweging, zo wordt in het geschrift gezegd, om een liederenbundel samen te stellen, die 'in 't bijzonder geschikt is voor dergelijke 'secundaire' bijeenkomsten van de gemeente. Naast de kerkgang wordt de 'bijeenkomst in kleiner verband bepleit', 'omdat de mens van deze tijd bijzondere behoefte heeft aan het contact in de kleine kring, waarin een persoonlijke band en een sterker dialogisch leven kan ontstaan dan in de kerkdiensten meestal mogelijk is'.
Mede onder invloed van de evangelische beweging is zich echter een eigen, specifieke zangcultuur aan het ontwikkelen, die de gemeenten niet onberoerd laat, vooral onder jongeren maar ook onder ouderen, die allerlei bijeenkomsten bezoeken, waar vooral veel wordt gezongen. Hier is dan echter langzaam maar zeker een kloof aan het groeien tussen een aankomende generatie en de gevestigde gemeente. Ik denk met name aan de bundel 'Opwekking', aan Praiseavonden. De klassieke geestelijke liederen worden met name onder jongeren meer en meer verdrongen door opwekkingsliederen met een sterk ritme, waarbij in toenemende mate de handen op elkaar of in de lucht gaan.
Maar onmiddellijk dringt zich dan de vraag op hoe er gezongen wordt en of er nog echt gezongen wordt in de gemeente. Vroeger was er het samen zingen bij het orgel. Het komt ook nu gelukkig nog voor, maar lang niet in die mate als in het verleden, toen overigens de psalmen naast de liederen van Johannes de Heer werden gezongen. Onze zorg mag zijn, dat een nietgereformeerd getoonzette zangcultuur het bijbels-gereformeerde geloof gaat overschaduwen. Zingend gaat dat soepeler dan via het gesproken woord.
Behalve een goede verzorging van het zingen in de eredienst mag er wel speciaal aandacht zijn voor het zingen op andere samenkomsten binnen de gemeente. Als er in de gemeente niet meer echt gezongen wordt, zullen mensen plekken gaan zoeken, waar ze wel expressie kunnen geven aan wat in het hart leeft. Met het gevaar van alle vereenzijdigingen vandien. Het mag ons echter ook een zorg zijn welk geestelijk lied er op allerlei plekken in de gemeenten wordt gezongen.
Wegen
Wijlen prof. dr. J. P. Versteeg schreef ooit: 'De Geest schrijft wegen in de tijd'. Door de eeuwen heen heeft de Heilige Geest de weg gewezen en Zelf geschreven in de steeds wisselende tijden en omstandigheden. De kerk werd telkens gebouwd 'tot een woonstede Gods in de Geest'. Van diezelfde Geest mogen we het ook nu verwachten. Die Geest verleent volmacht aan de prediking. Wanneer die volmacht er niet meer is, is al het bezig zijn van de kerk tobben in de marge. De Geest neemt het uit Christus en verkondigt het ons. Moge niet alleen de kerk in onze tijd pinksterkerk zijn maar de (hele) gemeente ook pinkstergemeente. Ouden zullen dromen dromen en jongeren zullen gezichten zien. Vanuit het profetische Woord, dat zeer vast is. Vandaaruit slaat de Geest - geloven we - ook vandaag de brug tussen de generaties en schrijft wegen ook in onze gistende tijd. Daarin moet echter ook leiding worden gegeven vanuit het ambt.
Nog één keer daarom het hervormde geschrift, en wel het slot ervan:
'Daarom zal de kerk in een hernieuwde aandacht de Schrift moeten onderzoeken en de gemeente zal met een hernieuwd verlangen moeten smeken om de vervulling met de Heilige Geest. De profetie zal haar worden geschonken in het zich strekken naar de toekomst van Jezus Christus, in de worsteling om het heden, in het hoeden der volkeren, in de zorg voor hen die geen helper hebben. Zonder profetie verwildert de samenleving en verdort de kerk als planting in deze lage landen. Het is tenslotte de Heere der kerk zelf, die er verlangend naar uitziet dat degenen die Hij zo duur gekocht heeft, alle vertrouwen op zichzelf en op menselijke zekerheden overboord zullen werpen, om het alleen met Hem te wagen, om, zelf leeg geworden zijnde en wanhopende aan eigen activiteiten en wijsheden, zich geheel door Zijn Heilige Geest te laten vullen.'
De vervulling met de Heilige Geest is het eerst nodige. En als we dan in het geheel der kerk, maar niet in het minst ook in kerken en stromingen binnen de Gereformeerde Gezindte, moeten spreken over een 'manco des Geestes', zullen we dan niet 'samen met alle heiligen' de Geest leren inwachten? We hebben daarbij een keur van getuigen in de geschiedenis, die voluit gereformeerd en voluit evangelisch waren. Het is niet zonder reden dat er in deze, bij evangelischen èn gereformeerden, ook groeiende aandacht is voor vroegere theologen uit Engeland en Schotland, die 'evangelisch' waren in hun directe Christus-prediking.
Och, dat Gij de hemelen scheurdet en nederkwaamt! We smeken om een nieuwe bezieling, een geestelijke doorbraak ook, vanuit de Geest van Pinksteren! De kerk heeft sterke, belijdende papieren maar zal geen papieren-kerk zijn. Is ze dat wel dan krijgen bewegingen vat op haar.
Ik geloof 'nochtans' ook vandaag één heilige, algemene christelijke kerk, zelf een beweging maar bestendiger dan alle opvlammende bewegingen in de geschiedenis.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's