De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De Nederlandse Hervormde Kerk (5)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De Nederlandse Hervormde Kerk (5)

7 minuten leestijd

- Enige historische informatie en enkele opmerkingen ter overweging

'De vraag der historie: waartoe? waarheen? ' (prof. dr. J. Huizinga)

Op de dag van bezinning in Amersfoort op zaterdag 21 september 1996 is gesproken door ds. G. D. Kamphuis en dr. ir. J. van der Graaf. Beide referaten mét het openingswoord van dr. A. van Brummelen met als titel 'Bewaar het pand' zijn opgenomen in de brochure Trouw en roeping. Ds. Kamphuis verwees in zijn bijdrage - o.m. - naar ds. Wilhelmus a Brakel.

Het citaat uit 'het indrukwekkende hoofdstuk van Wilhelmus a Brakel over de kerk' wordt kennelijk geplaatst tegen de eerder door ds. Kamphuis uitgesproken oproep: 'Broeders blijf volhardend, biddend, werkend op uw post in de gemeente'. Ds. a Brakel gispte de Labadisten en bepaalde tegelijkertijd zijn eigen positie, èn wekte anderen op hem hierin te volgen.

De verwijzing via ds. a Brakel naar de Labadisten vraagt enige toelichting.

De Labadisten waren volgelingen van de in Frankrijk geboren ds. Jean de Labadie (1610-1674). Wat De Labadie dreef was een rigoristisch kerkbegrip. Om te vermijden dat de kerk zou vervallen tot louter een naamkerk moesten er ware gemeenten worden gevormd. De reformatie der kerk moest zich voltrekken door separatie. De Labadie noemde zichzelf wel 'de herder van de van de wereld afgezonderde kerk' (en zijn strijdmakker ds. Pierre Yvon heeft deze titel zelfs nog uitgebreid). Over De Labadie heen kan gewezen worden op het kerk-ontbindend karakter van de Donatisten in de tijd van de kerkvader Augustinus. Het kerkelijk ideaal van De Labadie was een zichtbare gemeenschap van louter wedergeborenen tegenover een verwereldlijkte volkskerk.

Dr. ir. J. van der Graaf citeerde in zijn lezing - o.m. - mr. G. Groen van Prinsterer uit zijn Het regt der Hervormde Gezindheid.

Hij wees de ambtsdragers op hun 'grote verantwoordelijkheid (binnen de kerk), allereerst voor God maar ook voor de komende generatie'. Hij refereerde aan de verwarring, 'zeker ook in onze gelederen'. In het verleden zijn er 'geladen uitspraken' gedaan, zoals het adagium (= kernspreuk) van Putten - 'wij kunnen niet weg, we kunnen niet mee'. 'In de ontwikkelingen van de laatste tijd echter is het dilemma hier en daar doorbroken. Sommigen gaan zeggen, dat we een stap verder moeten gaan: "We gaan niet mee". Anderen zijn, in reactie daarop, gaan zeggen: "We gaan niet weg". [...] Is "we gaan niet mee" hetzelfde als "we scheiden af'? Is "we gaan niet weg" hetzelfde als "we gaan uiteindelijk toch wel mee"? [...] Hoe komen we dit dilemma te boven? '

En dan wordt mr. Groen van Prinstere te berde gebracht. Hij immers 'was in zijn dagen ook een man, die niet méé kon en niet wèg kon'. Dr. ir. Van der Graaf stelt dan de retorische vraag: 'Broeders, ligt hier vandaag voor ons niet een historische les? '

We dienen steeds weer te zoeken naar parallellen in het verleden. Men leze bij de wijze Prediker hoofdstuk 1 : 9-10. Wie daar niet op let, is gehouden de geschiedenis over te doen.

Zeer zeker doen we er dus uiterst verstandig aan ook nu opnieuw de wijsheid van mensen als ds. a Brakel en mr. Groen van Prinsterer te laten klinken en ook mee te laten resoneren bij onze overwegingen met betrekking tot Samen op Weg, ook al hebben we nu met een andere situatie te maken.

We belijden dat in de tijd van de Reformatie er geen nieuwe kerk ontstond (naast of in de plaats van de kerk van Rome); dezelfde kerk bleef bestaan, maar dan ge-reformeerd. Met de beoogde fusie is er sprake van het op een zeker tijdstip opheffen van de Nederlandse Hervormde Kerk en het terstond creëren van de Verenigde Protestantse Kerk in Nederland. Het betreft een compleet nieuw fenomeen (= verschijnsel). Voor de problematiek van een geünieerde kerk hebben we nog nimmer gestaan. Niettemin, al is het dan dat we de zaken niet zomaar mogen gaan doorberekenen, de les der geschiedenis dienen we wel op haar merites ter harte te nemen. (Men zie over 'Amersfoort' ook prof. dr. W. van 't Spijker, 'Kerkeradendag' en 'Marginaal? ', in De Wekker, resp. d.d. 4-10-1996 en 11-10-1996.)

Tenslotte

De wieg van Samen op Weg stond in 'De Horst' te Driebergen; deze werd daar op 24 april 1961 neergezet. Daar zaten toen 18 predikanten in een grote kring op de rotanstoelen van de boerderij van 'De Horst'. Negen hervormde predikanten en negen gereformeerde predikanten. Zij stelden ook een 'verklaring' op, waarin zij als hun oordeel uitspraken 'dat de gescheidenheid van de hervormde en gereformeerde kerken niet langer geduld mag worden'.

Had het anders gekund?

Deze vraag is geen nieuwe vraag: een zeker persoon kwam er jaren geleden mee bij wijlen prof. dr. G. P. van Itterzon: 'Iemand stelde me onlangs de vraag, of er geen weg naar kerkelijke eenheid zou zijn, die minder problemen zou oproepen. Die weg is er natuurlijk wel, maar die lijkt uit een oogpunt van kerkelijk prestige voor de Geref. Kerken onaanvaardbaar. Het is de weg, die werd ingeslagen toen de Gereformeerde Kerken in Hersteld Verband zich met de Ned. Herv. Kerk verenigden (op 15 mei 1946, KAG). Dat was, formeel, waarvan bij de Afscheiding reeds sprake was, de weg van afscheiding of wederkeering. Wederkeering onder de hervormde kerkorde dus die nu tot de mogelijkheden behoort, omdat de Geref. Kerken op een punt zijn gekomen, waarop zij intern niet of nauwelijks van de Ned. Herv. Kerk ver­schillen.

Overigens weet ik wel, dat deze vraag van wederkeering ook in de tijd der Doleantie niet zou zijn bedoeld als een wederkeering van de Dolerende naar de Ned. Herv. Kerk, maar van de Ned. Herv. Kerk naar de geref. belijdenis en geref. kerkorde.' (In 'Het "hervormde" en het "gereformeerde" kerkbesef' (2), opgenomen in Hervormd Weekblad, 17 januari 1985.)

Met een variant op woorden van mr. Groen van Prinsterer mag men zich afvragen: Waarom zal er bij onverenigbaarheid van gevoelens, een gedwongen en ongerijmde vereniging plaatsvinden, die, hoe langer zij zal duren, des te meer naar betreurenswaardige verbittering leidt? Het regt der Hervormde Gezindheid. (In de eigen wijs - afkomst en toekomst der gereformeerd-hervormden - , z.j. (1966) wordt mr. Groen van Prinsterer aangehaald (zonder het noemen van een bron èn niet in finesses correct, maar hier wel nauwkeurig weergegeven): 'Waarom zou, bij onvereenigbaarheid der gevoelens, een gedwongen en ongerijmde vereeniging voortduren, die, hoe langer zij duurt, des te meer naar betreurenswaardige verbittering leidt? ' Men ciceert daar nog een zin: 'Waarom, eindelijk, zou het treffen van een vergelijk, op voorwaarden aannemelijk voor allen, onmogelijk zijn? ' De interpretatie van de schrijvers drs. W. Balke, drs. S. Meijers en drs. M. J. G. van der Velden is: 'De kiem van de modusvivendigedachte ligt reeds opgesloten in de opvattingen van Groen van Prinsterer'.

Zie over 'Modus-vivendi': ds. R. Bartlema, 'Dr. H. Visscher en zijn strijd om de kerk', in de aan prof. dr J. Severijn opgedragen bundel Waarheid, Wijsheid en Leven, 1956. Ds. J. Maasland, 'De Gereformeerde Bond met het oog op de toekomst, in Beproefde Trouw.)

Ten besluite een woord...

• tot de bestuurders:

'Wie een oud eerwaardig lichaam als de Nederlandsche Hervormde Kerk helpt besturen, moet den geest van het Christendom, den aard van het Protestantisme, het karakter van onze Kerk recht verstaan. Hij vooral heeft daartoe noodig, hare geschiedenis te kennen, niet om alle feiten en namen en jaartallen te weten, maar om de beginselen te ontleden, waarvan zij is uitgegaan, op te merken, wat zij uit kracht van die beginselen of in strijd daarmede gedaan heeft, de lessen op te zamelen, die zoowel uit hare goede handelingen als uit hare misgrepen voor de toekomst te trekken zijn.'

(Prof. dr. J. G. R. Acquoy in zijn inaugurele rede op 28 mei 1878 met als titel Het nut der beoefening van de geschiedenis der Hervormde Kerk in Nederland, Leiden.)

• tot de beleidmakers: 'Wie een meester is van de praemissen, kan op de werking van de tijd en logica gerust zijn.' (Mr G. Groen van Prinsterer, Adviezen I.)

• tot de oecumenici: Het woord "één" in Joh. 17:21 (opdat zij alleen één zijn) heeft betrekking op een geestelijke, niet op een zintuigelijk-telbare éénheid.'

(Dr. H. Goedhart, de slothymne van het Manual of Discipline (dissertatie), 1965, Stelling III.)

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De Nederlandse Hervormde Kerk (5)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's