De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Een profeet mag je niet negeren

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Een profeet mag je niet negeren

Ds. R. J. van de Hoef verlaat na 30 jaar GB-hoofdbestuur

16 minuten leestijd

'Je moet de gemeente laten voelen dat je haar zo graag wilt meenemen op de weg van het geloof.' Een opmerking die de persoon van ds. R. J. van de Hoef typeert. 'Daartoe moet de prediking ontmaskerend werken. Je moet van jezelf steeds schrikken als je het zo hoort als het Woord het zegt.' Zijn geestelijke vader, ds. G. Boer, betrok de predikant in 1967 bij het werk van het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond. Op de jaarvergadering later deze maand neemt ds. Van de Hoef als secretaris afscheid. Een gesprek over de doelstelling van de Bond, de polarisatie in onze gemeenten en de worsteling om de prediking.

Ede. Een rijtjeswoning aan de Juliana van Stolberglaan, Eenvoudig en gezellig. Ds. Van de Hoef is sinds zijn emeritaat niet ver van zijn geboorteplaats verwijderd. 'Ik ben als oudste van vier kinderen in Lunteren grootgebracht, waar mijn vader een kruidenierszaak had. Ik wilde in die zaak niet verder en omdat ik behoorlijk leren kon, deed ik hbs-A op het Christelijk Lyceum in Harderwijk. In 1947 deed zich plotseling de mogelijkheid voor om in een éénjarige stoomcursus bevoegd onderwijzer te worden.' Zo kwam de jonge Veluwnaar eerst bij het lager onderwijs in Scherpenzeel, daarna als docent Engels, Nederlands en geschiedenis op de ulo in Barneveld terecht.

Toen kwam de beslissing om theologie te gaan studeren. Het staatsexamen gymnasium volgde. Naast het volgen van de colleges theologie in Utrecht bleef de student in Lunteren onderwijzer. 'We waren inmiddels getrouwd, hadden kinderen. Achteraf was het een zware, maar ook een prachtige tijd.'

Lunteren

'Het gezin waaruit ik kwam, was zeer kerkelijk meelevend. Lunteren was oorspronkelijk in de termen van vandaag een stevige gereformeerde bondsgemeente. Ds. I. Kievit had er gestaan en ds. P. Kuilman, die zelfs wat naar de wettische kant neeg. Ds. Kievit had toch weer een andere wijze van werken en preken dan zijn opvolger. Hij sprak me aanvankelijk heel erg aan, omdat hij nauwgezet exegetiseerde en de tekst in haar breedte naar de gemeente bracht. Later ben ik meer door ds. Boer gevormd. Op een gegeven moment vond ik ds. Kievit toch iets te overtrokken in de fase die hij uitlegt als de verzegeling met de Heilige Geest, als iets extra dat de gelovige ontvangt. Kun je spreken van christenen die blijven steken in het eenvoudige geloofsleven en zij die meer van de Heilige Geest ontvangen en pinksterkinderen worden? Kijk, dat laatste moeten we allemaal worden, maar ik kon het moeilijk meemaken hoe ds. Kievit die twee uit elkaar haalde.

Nadat Lunteren door hen zo bearbeid was, kwam ds. H. J. van Schuppen er, die eerst tot de uiterste rechterflank van de kerk hoorde, zo sterk dat hij zelf niet aan het avondmaal deelnam. Bij de bediening van dit sacrament was er een enorm sterke mijding, wat ook op mijn vader zijn weerslag had. Hij heeft nogal eens het zwarte pak aangetrokken om naar het avondmaal te gaan, maar toch kon hij niet uit angst. Je zult toch eerst de rechtvaardigmaking voor de vierschaar moeten beleven, werd gezegd. Dat heeft hem afgehouden, hoewel hij een eenvoudig, gelovig mens was. Maar ds. Van Schuppen is gaan veranderen, werd zelfs anti-Gereformeerde Bond. Er ontbrandde een hevige strijd, die ik zelf meemaakte. Ik was er eerst diaken, later ouderling. Ja, ik heb alledrie de ambten mogen bekleden. Wij wilden na het vertrek van Van Schuppen vanuit een middenorthodoxe kerkenraad weer gereformeerde bonds ouderlingen en diakenen verkiezen. Wonder boven wonder werd het eerste beroep, op ds. G. Boer uitgebracht, aangenomen. Die heeft er diepe sporen getrokken, maar het ook verschikkelijk moeilijk gehad. Zijn profetische prediking heeft mij erg gevormd. Hierdoor is het gekomen tot een sterke verdieping in het geloof en een sterkere betrokkenheid op het Evangelie. Ds. Boer en ook ds. L. Kievit hebben mij veel geleerd. Een van ds. Kievits preken over het laatste vers uit Hosea 2 zal ik nooit vergeten: "Ik zal Mij ontfermen over Lo-Ruch'ama; en Ik zal zeggen tot Lo-Ammi: Gij zijt Mijn volk; en dat zal zeggen: O, mijn God!" Ik werd enorm geraakt. Dat betekende de wending in mijn leven, de roep om predikant te worden. Ik zag dat eerst niet zitten, al was er wel die trekking. Ik ging die weg toch bewandelen. Brakel sprak hierover in de trant van: "Als er nu een liefde is tot de dienst des Heeren, ga dan maar die weg en dan zie je wel of de Heere die weg bevestigt of niet". De professoren waren zeer clement voor me, omdat ik ook een baan en een gezin had.'

Kierden

'In 1962 heeft ds. Boer me in Hierden bevestigd. Vanwege het feit dat ik wat ouder was, kwamen er beroepen van gemeenten die normaal geen kandidaten beriepen. Hierden was met 2400 zielen geen kandidaatsgemeente, 't Harde was ook groot, en ik was beroepen in drie Zeeuwse dorpen (Arnemuiden, Sint Annaland en Tholen), in Garderen en Schoonrewoerd. Vanuit Opheusden belde men ook, maar toen heb ik al gezegd dat de weg naar Hierden zou gaan. Er waren daar van die echte, levende ouderlingen, zoals Boone en Kleermaker. Het was wel een vrij zware post, maar omdat ik onderwijservaring had, ging het net. Ik had meer dan 200 catechisanten, meer dan dertig belijdeniscatechisanten. Alles was veel. Veel huwelijken, veel begrafenissen. Je kon toen niet dopen als je geen belijdenis had gedaan, dus wie trouwde, deed belijdenis. Dat was een nadeel en .soms zei je wel: "Zou je dat nu wel doen? " Je zag van de veertig belijdeniscatechisanten er soms maar twee of drie aan het avondmaal. Dan wees ik erop dat het geen automatisme is, noch in het aangaan, noch in het afblijven. Ik heb in Hierden wel met vreugde gewerkt.'

Na vijfjaar ging ds. Van de Hoef naar Papendrecht. 'De mensen waren daar haast moedeloos. Ze hadden 25 exemplaren aangeschaft van het boekje "Papendrecht, dorp aan de rivier" om aan beroepen predikanten te geven. Ik kreeg het laatste en de mensen zeiden: "Dominee, kunt u het niet aannemen? " Er was nood. De gemeente was op haar retour, en ik voelde sterk de roeping daar het Evangelie te gaan brengen. Ik had het gevoel dat ik de gemeente vrij breed kon bespreken, had niet zoveel last van polarisatie.

Mijn prediking was sterk christocentrisch, vanuit de liefde van Christus, maar dan ook appellerend naar de verbondsgemeente, op wie God recht heeft. De oproep tot bekering is niet vrijblijvend. In die context benadrukte ik vooral het verbond, het feit dat God er recht op heeft dat we Hem dienen. Waar iemand vastloopt met zijn leven, wilke ik me haasten om het Evangelie bij de mensen te brengen.'

Is het een gevaar dat er automatismen insluipen als het verbond sterk wordt benadrukt?

'Ik vind juist dat je ook de andere kant moet noemen, dat er in dat verbond geen vanzelfsprekendheid is. De Bijbel spreekt ook van een verbondswraak. Waarom zegt Christus dat het "Tyrus en Sidon verdraaglijker zal zijn in de dag van het oordeel dan ulieden? " Dat heeft te maken met het verbond. Nee, een onbekeerd mens uit de gemeente wordt zwaarder geoordeeld dan de eerste de beste heiden, vanwege de zorg die God aan hem besteed heeft.

Ik heb willen waken tegen een verbondsautomatisme, waarin de klem, de spanning in de preek ontbreekt. In elke gereformeerde preek moet die spanning er zijn, die de eisen en de beloften van God meebrengt. De volkomen overgave die nodig is, maar ook onze verdwaasdheid en onze vervreemding van God, waardoor er zonder het Evangelie van Christus niets van zou terechtkomen. Je moet de gemeente laten voelen dat je haar zo graag wilt meenemen op de weg van het geloof. "Het gaat niet alleen om kennis, maar ook om de weg achter de Heere Jezus aan", zei ik de catechisanten. De pastorale kant daarvan moet in de prediking aan de orde komen. Het moet ontmaskerend zijn: je moet van jezelf steeds schrikken als je het zo hoort als het Woord het zegt. Het liefste werk van de Heilige Geest is dan om ons mee te nemen naar Christus. Ik heb me erover verwonderd dat de Heere mij zo wilde gebruiken.'

Zeist

In 1971 verhuisde ds. Van de Hoef naar Zeist. 'Een gemeente in het Westen is iets bruisender. Je krijgt er makkelijker gesprekken. Op de Veluwe moet je eerst het vertrouwen winnen. Zeist zat wat tussen het Westen en de Veluwe in. Ik had hier persoonlijk niet zo'n makkelijke tijd, moest een operatie ondergaan en ben nogal eens in het ziekenhuis behandeld. Na een lange tijd van ziekte heb ik in de gemeente toen het avondmaal weer mogen bedienen. Dat was heel bijzonder, een bevestiging dat ik de weg in de dienst van Gods Koninkrijk weer mocht gaan. De gemeente heeft dat ook zo gevoeld, het gaf een band. In die tijd is mijn vader overleden, wat je stempelt. Het verdiept ook je prediking.

Ik had na ruim vier jaar graag het beroep naar Gouda aangenomen, maar dan zou de predikantsplaats die ik bezette, opgeheven worden. Een halfjaar later bleek dat toch niet zo te zijn en kreeg ik voor de tweede keer een beroep naar Harderwijk. Het trok me erg aan daar in een nieuwbouwwijk te gaan werken. In het beroepingswerk heb ik het altijd zo ervaren, dat als je de dingen eerlijk overweegt en je je ergens heengetrokken voelt, je aan de Heere mag vragen of je er heen mag. Als je dan vrede krijgt, maak je ook niet zo gauw een foute beslissing. Je treedt immers niet buiten de dienst, die wordt slechts verlegd. Zowel Zeist als Harderwijk had immers een dienaar van het Evangelie nodig. We begonnen in Harderwijk met catechese en wijkavonden in een school. Ik had er tien catechisanten. Na vier jaar vroeg de kerkvoogdij of ik graag naar een woning in mijn eigen wijk wilde verhuizen. Dat hebben we gedaan, maar daarmee beslis je eigenlijk dat je er nog twee of drie jaar blijft. Na drie jaar kreeg ik een beroep naar Bodegraven. Dat werd op mijn hart gebonden. Ik heb er met vreugde gearbeid, samen met ds. J. Wieman.'

In die tijd schreef ds. Van de Hoef een boekje naar aanleiding van het bijbelboek Openbaring, '...hetgeen weldra geschieden zal'. 'De jongelui vroegen me of ik uit Openbaring wilde preken en in wilde gaan op wat de Vergadering der Gelovigen in Bodegraven over de opname van de gemeente zei. Onze jongeren kwamen daarmee in aanraking. Er bleken veel vragen te leven, ook over het Duizendjarig Rijk en over Israël. Ik heb toen een serie preken over de eindtijd gehouden, die omgewerkt in boekvorm verschenen. Het is een verzuim als bepaalde facetten uit Gods openbaring onder ons zo weinig aan de orde komen. De laatste tien jaar signaleer ik er meer belangstelling voor, ook door wat er in de wereld gebeurt. De sekten blijven echt de onbetaalde rekening van de kerk.'

Hoofdbestuur

In 1967 was bij ds. Van de Hoef inmiddels het hoofdbestuur langsgekomen. 'Ja, dat kwam heel duidelijk via ds. Boer. Hij was echt mijn leermeester. In die benarde tijd in Lunteren kregen we een sterke band. Ds. Boer kwam in Papendrecht, waar hij me ook bevestigd had, en zei: "Rutger, jij moet in het hoofdbestuur komen". Ik vond mezelf geen vergaderman, wilde graag in de gemeente werken. Maar hij praatte me toch om en ik durfde tegen hem geen nee te zeggen.'

Was dat een hoofdbestuur met ds. G. Boer, ds. W. L. Tukker, dn H. Bout en ds. Jac. Vermaas, mensen die wij nu zien als de 'grote mannen' van de hervormd-gereformeerde beweging?

'Absoluut. Wij keken als jong predikant sterk tegen hen op. Je zou het niet in je hersens halen om Boer bij de voornaam te noemen en ds. Tukker al helemaal niet. Geen sprake van. Het waren figuren met capaciteiten om leiding te geven. Het hoeft van mij overigens niet zo vormelijk in de omgang als die tijd gebruikelijk was.

De Gereformeerde Bond van toen was veel meer beweging dan organisatie. Veel meer beweging! Er was helemaal geen bureau. Dr. Bout was secretaris en las de notulen nog voor. Geleidelijk is het uitgegroeid tot een stevige organisatie. Ik begrijp dat gezien de ontwikkelingen op het terrein van de kerk het zonder een behoorlijke organisatie niet meer kan. Het gevaar is wel dat je daardoor een situatie kunt creëren dat de Gereformeerde Bond een blok wordt dat statisch overkomt en soms misschien te veel naar binnen gekeerd is.'

Nieuwe berijming

'Je kunt nu een tikkeltje voorbij schieten aan de wezenlijke doelstelling: een beweging die in het geheel van de kerk de waarheid verbreidt. Ik denk dat we met bewogenheid in de kerk de gereformeerde prediking zo breed mogelijk moeten laten uitgaan. Ik heb het gevoel - je kunt het niet zwart-wit stellen - dat toch iets meer nadruk gekomen is op de eigen organisatie. Ds. Boer wilde zich breed opstellen. Een voorbeeld: Toen de nieuwe psalmberijming kwam, werd die in de Gereformeerde Bond niet als een verbetering gezien. Dat vond ik ook, alleen bij een heel behoorlijk aantal psalmen was het wel beter. Wat zei ds. Boer toen? "Mensen, we moeten een psalmboek hebben met de oude en nieuwe berijming naast elkaar". Dat was een vrij progressieve gedachte. Zijn advies en het besluit in deze van het hoofdbestuur werden door de kerk niet opgevolgd, waardoor we een ontwikkeling kregen dat we in dit opzicht in een isolement bleven, met alle gevolgen van dien. Dat is een nadeel als je als Gereformeerde Bond te veel een blok vormt, je te veel isoleert van het geheel van de kerk.'

Is het dan niet opvallend dat ook de broeders van het Gekrookte Riet zich soms ook op ds. Boer beroepen?

'Dat komt door zijn enorme brede uitstraling. Ds. Boer had in zijn optreden, zijn prediking en zijn lezingen iets profetisch. Dat slaat breed aan. Ik kan me goed voorstellen dat mensen uit het Gekrookte Riet zeggen: "Naar ds. Boer moet je luisteren, want een profeet mag je niet negeren". Hij zegt ware dingen. Dat ds. Boer zich ook breed kon opstellen, mag dan niet vergeten worden.

In Lunteren maakte ik het mee dat er oppositie kwam van de kant van de confessionelen, die dreigden af te haken. Ds. Boer zei toen op de kerkenraad: "Wat kunnen wij voor deze mensen betekenen, zonder afbreuk te doen aan Schrift en belijdenis? " In een gesprek deed hij zijn uiterste best om onder voorwaarden een rechtsconfessioneel predikant aan te trekken, die in de prediking een kleine nuance zou geven. Er is niets van terechtgekomen, want die groep wilde de voorwaarden niet, maar ondertussen typeert dit wel ds. Boer. Hij wilde hen niet vervreemden, voelde zich verantwoordleijk voor heel de gemeente.'

Wordt tegenwoordig die tijd van ds. Boer en ds. J. van Sliedregt niet wat geromantiseerd?

'Je mag die periode niet te gekleurd zien. Maar ik heb me met name ten aanzien van de prediking wel eens afgevraagd dat je vandaag aan de dag in de Gereformeerde Bond heel graag zou willen dat er vanwege het profetische getuigenis iemand van het type ds. Boer zou opstaan. Het gezag waarmee hij kon spreken, zou voor ons nu ook een zegen zijn. Je kunt echter niet zeggen dat als zij er geweest waren, het nu beter in de kerk zou zijn. Als ik denk aan ds. Leen Kievit en aan zijn preken, ja, dat heb ik als iets geweldigs ervaren. Zo evenwichting, zulke authentieke bevinding. Dan hunker je er naar dat die prediking in de Gereformeerde Bond, die zo breed uitstraalt, mag blijven klinken. Het is nu vaak te beperkt. Als we nu eens tientallen dominees hadden die zó onze gemeenten zouden bearbeiden!

Tegen mijn jongere collega's wil ik zeggen: Besteed heel veel zorg aan de preken! Ook wat de exegese betreft. Lees er over van andere theologen. Ik denk dat figuren als Boer en Kievit geworsteld hebben om een preek te maken. Ik beweer niet dat het nu allemaal even slordig gebeurt, maar toch denk je wel eens: had je er niet iets meer aan kunnen doen? '

Ds. W. Vroegindeweij zei vorig jaar: Mijn hart wordt in de kerk zo weinig geraakt. 'Het is een gebrek aan een existentiële benadering van de tekst, als de gemeente vanuit de tekst niet persoonlijk wordt aangesproken. De toepassing hoort erbij. Laat het ons niet vanzelfsprekend zijn wat we zeggen, laten we geen platgetreden paden gaan, laten we ook eens andere dingen uit een tekst halen. Wie dat jaar en dag begeert, kan niet zonder een intens gebed en veel studie. Anders merk je dat de Heilige Geest er niet in meekomt.'

Polarisatie

'Ik denk dat het hoofdbestuur met bewogenheid en bezieling leiding moet geven aan het geheel van de Gereformeerde Bond. Je moet wat je beweegt, laten uitstralen naar het geheel van de kerk. Ook vandaag wil de Gereformeerde Bond de hele kerk op het oog hebben. Maar de vraag is of dat in de hele hervormd-gereformeerde beweging ook zo leeft. We mogen niet tevreden zijn als het in de Gereformeerde Bond wel aardig reilt en zeilt. Denk aan de statuten! Laten we naar het geheel van de kerk gericht zijn. Het gaat om de verbreiding en de verdediging van de waarheid. Je moet trachten die dingen bewogen onder de aandacht te brengen. Ik verblijdde me erover dat er vorige week een pinkstermanifestatie verscheen, die breed gedragen werd, in de hoop dat het mensen tot nadenken stemt. Zo moeten we het kostelijke Evangelie onverkort en met liefde in de kerk, die zo op haar retour is, uitdragen.

We moeten ook zorg hebben voor onze gemeenten. Stel dat de polarisatie onder ons nog ernstiger vormen gaat aannemen, dan gaat het ten koste van onze uitstraling naar het geheel van de kerk. Ter illustratie: als kandidaat ben ik in Garderen beroepen. Het is moeilijk voorstelbaar dat ik daar in deze tijd zou preken. Ben ik dan veranderd? Dat dacht ik niet in wezenlijk opzicht. Kijk, je groeit in bepaalde situaties, maar dat ik in de prediking andere snaren raak, is niet zo. Je bent hopelijk verdiept. Er is in sommige gemeenten een verontrustende ontwikkeling gaande geraakt. Vanuit Hierden preekte ik regelmatig in Elspeet, waar schaapherder Mouw ouderling was. Vreselijk hartelijke man! Het gevoel dat je met zo iemand samen had, dat je in het geloof staat om de Heere God te dienen, ook al lagen er accentverschillen, gaf een band. Ik betreur het als zulke verbondenheid gaat ontbreken en er dingen gaan meespelen waarvan ik zeg: is dat het centrale? Mensen, laten we elkaar vasthouden. Er vindt soms een opkloppen van zaken plaats, waarbij de liefde gaat ontbreken. Ik denk dat hier verschillende oudere collega's onder lijden. Ik bedoel dit niet om alles maar te accepteren, maar als je de heerlijkheid van het Evangelie zelf hebt ervaren, dan schrijf je anderen toch niet zomaar af? '

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Een profeet mag je niet negeren

Bekijk de hele uitgave van donderdag 15 mei 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's