De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Jeugd en kerk (2)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jeugd en kerk (2)

8 minuten leestijd

Terugblik

In een eerste artikel over het onderwerp 'jeugd en kerk' wezen we op het belang en de rijkdom van het Verbond als openbaring van Gods aan alles en allen voorafgaande genade. Temidden van een cultuur die loos is van God en vol is van de goden, zal meer dan ooit de versmalde gemeente hebben te laten horen dat de God en Vader van onze Heere Jezus Christus Zich vol bewogenheid beweegt van boven naar beneden. In dit artikel willen we een aantal kernwoorden aanreiken die vanuit het Verbond als geloofskem naar voren komen.

Het Woord

Het eerste kernwoord dat genoemd moet worden is het begrip 'Woord', 'Woord Gods' of zo u wilt 'Bijbel'. Hoe zullen jonge mensen temidden van een cultuur van vele goden en religies kennis krijgen van en kennis krijgen aan de levende God als hen Deze niet wordt voorgehouden, voorgesteld en geïntroduceerd vanuit Zijn eigen, unieke en exclusieve openbaring? Wie jongeren in contact wil brengen met de God van het Woord, zal hen een boekje open moeten doen van het Woord van die God. Godsdienstige opvoeding in de diepe betekenis van het Woord zal dan ook slechts plaats kunnen vinden bij de open Schrift. Blijft de Bijbel een gesloten boek, dan blijft de God van de Bijbel een gesloten hoofdstuk. Een begrip. Een iets. Een idee. Een ideaal. In kring en kerk, op club en vereniging zal in welke vorm dan ook de vinger weer gelegd moeten worden bij de oerwoorden van Gods openbaring. Wie tegenwerpt dat dit Woord onbegrijpelijk en onbevattelijk is, dient te bedenken dat dit Woord in zijn geheelheid ten principale niet te vatten, te bevatten of omvatten is. Laat staan dat het te begrijpen zou zijn. God laat Zich vanuit Zijn Woord niet begrijpen, maar aangrijpen. Per definitie staat Gods openbaring haaks op ons vermogen om te bevatten, ja zelfs op onze gehele existentie. Een skandalon voor wijzen en weters. Jong en oud. Bestuderend of ongeletterd. Nochtans leggen we de Schriften open in al hun schijnbare weerbarstigheid en belijden we: 'Zie hier is je God!' We leren op hoop tegen hoop Zijn naam en namen spellen. We leggen de vinger bij Zijn grote daden in de ongehoorde geschiedenis die Hij houdt met Zijn volk en het diepste Woord dat Hij ooit gesproken heeft in Zijn Zoon. Wie het bevat heeft er nog geen syllabe van verstaan. Wij zien het maar doorgronden het niet. Onbegrijpelijk en aangrijpend. In deze ontmoeting wordt het wonder er alleen maar groter op. De stameling neemt toe. Onder jong en oud. Hoe het ook zij, of we het nu zien of niet, of we er nu iets van merken of niet, we houden ons aan en bij het Woord en we werpen het erin door onszelf met onze kinderen erop te werpen. En op het erf van het Verbond bidden wij met de Schriften open en de vinger op de beloften: 'HEERE, God van Abraham, Izaak en Jacob, Vader van Jezus Christus, wij laten U niet gaan, tenzij Gij ons zegent'.

Noem ons een boekje, van welke makelij ook, dat jongeren zo eerlijk en rechtuit spreekt over God en mens. En is eerlijkheid en openheid niet iets waar jongeren vandaag de dag naar snakken? Laten we de woorden Gods toch niet maskeren. Laat ons de waarom-en daaromwoorden toch niet toedekken. Woorden die de jongere en oudere mens existentieel, raken. Tot op het diepst van het bestaan.

Zonder te vervallen in een goedkope ervaringstheologie zullen we bevindelijker dan ooit hebben te zijn. We laten de hoekige maar heilzame woorden weer vallen. Haaks, maar zegenrijk. En ze vallen waar ze vallen. Als ze maar vallen! En de Heere doet er het Zijne mee, immers we hebben de belofte mee dat geen van Zijn woorden ter aarde vallen zal, maar dat Hij ermee doet wat Hem behaagt. En over dat goddelijk behagen hoeven u en ik niet in te zitten...!

Communicatie

Een tweede kernbegrip waarover we willen spreken, heet 'communicatie'. Ieder die geen vreemdeling in Jeruzalem is, heeft weet van de moeite en zorg, de onmogelijkheid welhaast, om dit Woord te verwoorden. Vertaling. Hertaling. Vertaalslag. Hoe zeg je het? Hoe verwoord je het? 'Words, words, they're only words', zo klonk het jaren geleden in een popsong. Woorden, woorden, 't zijn alleen maar woorden!

Qua inhoud is deze song na vele jaren nog uiterst actueel. Inderdaad, menig dienaar van het Woord hoort zichzelf soms praten. Preken. Praten. 'Words, words!' Hoe breng ik het over? Wat breng ik over? Hoe zeg ik het? Vooral ook; hoe zeg ik het niet?

Het begrip communicatie vooronderstelt naar haar inhoud iets van gemeenschappelijkheid, iets wat we gemeen hebben, iets van 'communis'. Echter hoe zal ik iets delen met een jongere of hoe zal ik iets          meedelen aan een jongere als er niets van dit 'communis' te bespeuren valt? Zonder gemeenschap en gemeenschappelijkheid kan er toch geen communicatie zijn? Dan heet het slechts, om het met de 'prins der predikers' C. H. Spurgeon te zeggen: 'Speaking words as throwing snowballs and iceballs to get somebody warmer'. Dan smijten we met woorden als met sneeuwballen in de hoop de ander daarmee op te warmen. Lege-hulzen-pastoraat. Pepernoten-preken. Voor alles is nodig een totale en radicale inleving in de wereld van die ander, van die jongere. Indringend doordringen in zijn/haar leef-, denk-en voelwereld. De wereld van deze dag. De wereld van dit moment. De wereld met zijn vele goden, die, hoewel ze op Pasen principieel de nekslag kregen, helaas nog geen goden af zijn. Communicatie van het Evangelie aan jonge mensen impliceert en vereist afdalen, afzakken, zonder verlies van eigenheid en identiteit tot op het niveau van die ander. Jazeker, dat kost tijd, inspanning, 'kopos' en energie, maar bovenal liefde. Communicatie betekent, gaan in het voetspoor van de grote Ander, die Zichzelf ontledigde in woord en daad.

'Imitatione Christi', betekent voor dienaren van het Woord ook en niet minder spreken zoals Hij sprak. Spreken in taal en jargon van de ultramoderne notoire materialistische tollenaar die als centenboer bezwijkt onder de centenaarslast van hebben en bezitten. Het is de tongentaal van Pinksteren spreken tot ouderen en jongeren die leven bij de gratie van de hebbedingetjes, zonder ooit één dingetje te hebben. Preken na Pinksteren is verkondiging van de 'magnalia dei', de grote daden Gods. 'En een ieder hoorde hen in zijn eigen taal spreken.'

Zoeken naar woorden

We zoeken naar de woorden om hart en ziel te raken van hen die hun bestaan verboerd en verhuurd hebben aan een consumptief leven dat de lichamelijkheid beschouwt als het hoogste goed en onderwijl snakken en smachten naar echte liefde, genegenheid en geborgenheid. 'Religion corporelle' versus 'Religion éternelle'.

We tasten naar de woorden om die doorsnee zondaar uit Psalm 1 en Lucas 15 te zoeken en te vinden. De zondaar, die niet eens onbehouwen, maar intussen wel onbehouden een leven leidt dat bij het licht van het Evangelie elk doel mist. Zeg de moderne doelmisser maar eens in rake woorden wat, maar vooral Wie het levensdoel is...!

Communicatie, overdracht is de grote uitdaging voor ieder die in het Evangelie dient. Al te zeer hebben wij het woord van Kohlbrugge 'Werp het Woord er maar in en gij zult wonderen zien', veranderd in 'Smijt het Woord er maar in'. Zonder ons druk te maken over woord en taal, vorm en wijze. De uitdrukking 'Het Woord moet het doen' hebben we al te zeer gebruikt als slaapkussen en dekbed om ons daar op en daar onder te ruste te leggen, immers, zo redeneren we, wij hoeven toch niets te doen als het Woord het doet? Het wordt de hoogste tijd, nu God ons nog tijd geeft, om in de worsteling met Woord en cultuur te zoeken naar zingevende en zinrijke woorden die landen in de concrete wereld van onze jongeren. Uitgeklede taal die de waarheid van God en mens in al zijn naaktheid en echtheid laat zien. Niet schaamteloos, maar wel beschamend en ontdekkend eerlijk. Naakt en puur. Ontdaan van alle vorme en wereldse bedekkingen.

Intussen mag de zorg om en de aandacht voor de communicatie ons niet verlammen, want ook hierin heeft Christus voorzien. Ooit waarschuwde Hij Zijn leerlingen dat hun taal en prediking zou afketsen en dat mensen zouden afhaken, echter tegelijkertijd vertroost en bemoedigt Hij hen door de belofte 'De Heilige Geest zal u in die ure leren hetgeen gij spreken moet'. 'Ure' dat is in de grondtaal 'iedere bepaalde tijd, elk bepaald tijdstip, ieder moment'. Daarin is ook en niet minder onze tijd, taal en cultuur begrepen. Tot troost en bemoediging. Met de belofte van de Geest laten we ons uit geen enkel taalveld slaan, maar laten wij ons, Woordgevoelig als we zijn geworden, leiden door de sprake van de Geest. Door Hem kunnen, mogen en willen we tot op de huidige dag spraakmakend zijn.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Jeugd en kerk (2)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's