De Geest getuigt met onze geest
'Dezelve Geest getuigt met onze geest, dat wij kinderen Gods zijn.' (Rom. 8 : 16)
De Romeinen, aan wie Paulus zijn zendbrief richt, zijn tot kinderen Gods aangenomen. Omdat Christus, als het enige natuurlijke Kind van de Vader, Zelf Kind-af wilde worden aan het vloekhout der schande. En gedood werd vanwege Zijn belijdenis de Zoon van God te zijn.
De Geest der aanneming paste dit volbrachte werk van Christus Jezus toe aan hun harten, waardoor zij van kinderen des toorns door de Heere werden aangenomen tot Zijn kinderen. Vandaar dat Paulus in vers 15 tegen hen zegt dat ze de Geest der aanneming tot kinderen hebben ontvangen. Nu mogen ze behoren tot het Goddelijke Huisgezin, met God als Vader en Christus Jezus als oudste Broeder. En de Geest der aanneming in hun hart.
Het grootste wonder dat in ons leven kan plaatsvinden. Omdat het nl. concreet betekent dat we dan niet meer dood zijn, maar levend! Dat dan niet meer ik leef, maar Christus in mij leeft! Maar hoe kunnen we nu weten of ook wij een aangenomen kind van God zijn? Een vraag waar velen mee worstelen.
Paulus geeft een duidelijk antwoord. In de eerste plaats leert de Geest der aanneming het 'Abba, Vader!' roepen. En in de tweede plaats getuigt die Geest met onze geest dat we kinderen Gods zijn.
Voor alle duidelijkheid wijst Paulus erop dat die Geest der aanneming niet meer de Geest der dienstbaarheid is zoals Die Zich openbaarde in het Oude Testament. Niet meer die wettische Geest, met al die voorschriften, die nooit volledig nageleefd konden worden. Nee, de Geest der aanneming tot kinderen! Die het ook laat wéten als het in ons leven tot het kindschap Gods mocht komen. Dan getuigt Hij, zegt Paulus, met onze geest dat we kinderen Gods zijn.
Maar is dat inwendig getuigenis van de Geest in de harten van Gods kinderen dan nodig? Zij mogen toch weten een kind Gods te zijn? En toch is dat getuigenis van de Geest iedere keer weer nodig. Want het kindschap Gods is zo'n aangevochten zaak. Satan kan ons immers iedere keer zo venijnig influisteren: 'Jij een kind van God? Maar dat en dat dan? En die en die zonde dan? En denk daar ook eens aan.' Wat is het dan groot de Geest in ons te hebben Die alle aanvechting 'wegtroost'.
Paulus schrijft dat die Geest getuigt met onze geest. D.w.z. met de geest van hen die Gods kind mogen zijn. Met de geest van hen die van nieuws geboren werden: van hen die door bekering en wedergeboorte een herschapen geest mochten ontvangen.
Maar is het dan niet genoeg dat alleen die vernieuwde geest van ons getuigt? Nee, want het getuigenis van onze geest alleen zou te subjectief zijn. En bovendien was het onder het Oude Verbond al zo dat uit de mond van twee of drie getuigen alle woord zou bestaan. Zo ook hier: het getuigenis van onze (vernieuwde) geest met het getuigenis van Gods Geest. Die samen in ons getuigen dat we een kind van God zijn. Om ons dat kindschap bewust te maken. De Geest der aanneming is hierin de Eerste. Maar ook onze geest wordt er in meegenomen. Zodat het uiteindelijk één getuigenis wordt.
Dat getuigenis in ons gaat echter nooit buiten het Woord om. Die Geest zal immers niet van Zichzelf spreken (Joh. 16). Nee, het is juist Zijn bedoeling onze gang en treden vast te maken in het Woord Gods. En vanuit dat Woord gaat Hij nu van ons kindschap getuigen.
Dat kan op verschillende manieren. In de eerste plaats bijvoorbeeld vanuit de beloften uit het Woord. De Geest kan een belofte gaan toepassen aan ons hart; ja, kan ons hart binden op een belofte Gods. Zodat die belofte in ons gaat resoneren en zingen. Ja, dan kan het zijn dat we er 's nachts mee wakker worden en we zelfs in de nacht 's Heeren lof zingen.
Het kan in de tweede plaats ook onder de prediking zijn. Wanneer we als het ware regelrecht van Boven bediend worden en alles rondom ons wegvalt. Dan is het alsof er helemaal alleen voor ons, voor mij gepreekt wordt. Ja, dan zijn de gesproken woorden voor ons geest en leven. Zodat Christus brood voor ons hart en water des levens voor onze ziel is. En als er dan vanuit het Woord beloften voor de gelovigen mogen klinken, dan mogen we die, dankzij de Geest, op onszelf betrekken. Omdat de Geest ons dan influistert: 'Ook voor u. Ook voor jou!' Dan getuigt de Geest in ons dat niet alleen anderen, maar ook mij vergeving der zonden, eeuwige gerechtigheid en zaligheid van God geschonken is, uit louter genade...
Dat getuigenis van de Geest met onze geest kan in de derde plaats ook tijdens het zingen. Het Boek der Psalmen is immers het grote troostboek voor Gods Kerk. En denk ook eens aan de viering van het Heilig Avondmaal. Wat kan het dan, dankzij het getuigenis van de Geest met onze geest, in ons zingen dat we de Heere voorwaar in 't heiligdom voorheen hebben beschouwd met vrolijk' ogen. En dat we daar Zijn alvermogen zagen, met ogen des geloofs. En dan kan het zijn dat de Heere de Tafel toericht voor mijn aangezicht. Ja, mijn hoofd vet maakt met olie en mijn beker doet overvloeien.
En denk ook eens aan de bediening van de Heilige Doop. Wat kan de Geest dan met onze geest getuigen dat Hij ook in óns wilde wonen, en ook óns tot lidmaten van Christus wilde heiligen. Dat Hij ook óns, heel persoonlijk, toe-eigende hetgeen we in Christus hebben, namelijk de afwassing onzer zonden, en de dagelijkse vernieuwing van ons leven...
En denk ook eens aan de sleutelen van het hemelrijk onder de prediking van het Evangelie. Wat kan het dan in ons zingen als verkondigd en openlijk betuigd wordt dat ons, zo dikwijls als we de beloftenis van het Evangelie met een waar geloof aannemen, waarachtig al onze zonden door God, om de verdiensten van Christus' wil, vergeven zijn.
Lezer(es), mag u het getuigenis van de Geest met uw geest kennen? Volgens de Dordtse Leerregels (art. 5) is het getuigenis van de Heilige Geest in ons nodig voor de zekerheid des geloofs. Hoewel we daarbij wel altijd goed moeten bedenken dat de zekerheid uiteindelijk niet in ons, maar buiten ons ligt, in Christus Jezus en Zijn volbrachte werk.
Als u aan dit alles nog vreemd bent, zoek het dan nog! De Heere staat als de Vader van weggelopen zonen en dochteren nog op de uitkijk. Om ze, als ze vol berouw terugkeren, te doen delen in de erfenis. Het eeuwig gelukzalig leven in het Vaderhuis met de vele woningen.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 5 juni 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's