Mijn zoon/dochter, geef mij uw hart
De bekering van de verloren zoon; Lukas l5:11-32
De Zaligmaker is niet gekomen om te roepen rechtvaardigen, maar zondaren tot bekering. Rijk Evangelie, vol van troost voor verlorenen die in hun zonden en ellenden tot Hem zich ter genezing wenden. Ergerniswekkend voor bijv. de Farizeeën die het tandenknarsend aanhoren. In zijn eigengerechtigheid is de oudste (die nu al zoveel jaren dient in het werkhuis) in wezen net zo ver van Huis als zijn jongste broer in zijn ongerechtigheid. Voor beiden is bekering levensnoodzakelijk. De jongste zoon heeft zijn kindsdeel van de erfenis opgeëist en zijn Vader verlaten. Hij geeft zijn Vader het nakijken. 'Ben Ik een Vader, waar is Mijn eer? ' Die is ver te zoeken! Het kind is niet meer thuis in het Vaderhuis. Hij heeft de deur achter zich dichtgegooid, de 'vrijheid' tegemoet; en gaat de bloemetjes buiten zetten in een ver en vreemd land. Daar, waar hij niet thuis hoort!
1. Inkeer
Op een gegeven moment bevindt hij zich bij de varkenstrog. Een mens wordt wel 's hardhandig stilgezet, indien nodig. Tot Godskennis en zelfkennis gebracht. Daar zit hij. In zichzelf gekeerd. Helemaal uitgeleefd; zijn geld op, vrienden en vriendinnen weg, en hij vergaat van de honger. In dat verre, vreemde land gaat hij inleven wat ellende is. En dan te bedenken hoe goed hij het oorspronkelijk had bij Vader. .. Verloren. Eigener beweging dood in zonde en misdaden. Wat een ellende! U herkent het? Schrik er van, want het wordt eeuwig omkomen! In uw geweten dreunt het: 'Ontwaakt, gij die slaapt en staat op uit de doden!'
Maar laat dan ook tot u doordingen dat juist voor zulke verloren ellendelingen het Evangelie van vrije genade is. De HEERE komt kerkverlaters en andere weglopers achterna met de blijde Boodschap dat Christus in de wereld gekomen is om de oorzaak van onze eeuwige honger en kommer weg te nemen. En in zijn bitter berouw proeft de verloren zoon toch ook al iets van die liefde des Vaders; hij zegt het weer: 'Mijn Vader'. Heimwee. Er is verlangen geboren naar het Vaderhuis. Velen missen in de kerk de blijdschap, zegt men. Wat zou God bij ons missen? Droefheid naar God over de zonde misschien?
2. Afkeer
De weg naar de hel is geplaveid met goede voornemens.
Zo niet bij deze jongeman. Want de verborgen trekking wordt hem te sterk en als hij zich voorneemt om op te staan en tot de Vader terug te keren dan voegt hij de daad bij het woord en keert zich daadwerkelijk af van zijn oude leventje. Daar breekt hij mee. Hij gaat zijn eigen zaligheid werken met vrezen en beven. Want het is de Vader Die in hem werkt het willen en het werken, naar Zijn welbehagen. Hardhandig aangepakt. Tegelijk is de levendmakende werking van de Geest in hem een zeer zoete, wonderbare, verborgen en onuitsprekelijke werking. Zeer krachtig en onfeilbaar, doeltreffend. Vol afkeer van zichzelf staat dit mensenkind op.
Geliefde lezer(es): zover moet het toch een keer komen: dat we een afkeer opvatten van dat dodelijke voortleven op de oude voet. Daar kan een ontdekte het niet in uithouden. Wanneer bent u voor het eerst (en als u dat niet precies weet, dan vraag ik het zo: wanneer bent u voor het laatst) tot de Vader gevlucht? ! Soms ligt het in de mond bestorven: 'Trouwe Vader in de hemel, dank U wel enz.'.
Maar: spoort dat wel met de levensgang? Zijn we opgestaan uit dood en zondegraf? Dat is voor ons allen nodig. Want we zijn allemaal zo ver van huis geraakt.
'Bekeert u! Keert weder, gij afkerig kind', roept de HEERE u toe.
En was daar nu ooit al bij u deze reactie: 'Ik zal belijdenis doen van mijn overtredingen? '
3. Wederkeer
Een mensenkind komt thuis... bij Vader... Vader ziet niets liever! Hij heeft geen lust in onze dood, maar daarin: dat we ons bekeren, en leven. Daar komt-ie aan, die dwarskop van weleer: 'Tegen U alleen heb ik gezondigd en gedaan wat kwaad was in Uw ogen. Denk aan 't Vaderlijk meêdogen, HEERE, waarop ik biddend pleit. Kyrie eleis'.
Intussen is de Vader hem tegemoet gesneld en omhelsd door eeuwige liefde-armen verneemt het kind het: 'Mijn dierbare zoon, Mijn troetelkind' en gaat zó belijden: 'Vader (!), ik heb gezondigd... ik ben niet meer waardig Uw kind te zijn'. Zalig worden is verre vanzelfsprekend. Zovelen Christus Jezus aangenomen hebben als hun Heiland, die heeft Hij macht gegeven kinderen Gods te worden. Kom; laat de engelen in de hemel maar juichen. Over u!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's