De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Jurisprudentie inzake kerkelijke vereniging

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Jurisprudentie inzake kerkelijke vereniging

8 minuten leestijd

'Bezwaren en geschillen, voor de behandeling van welke in de orde der Kerk niet een afzonderlijk orgaan of een bijzondere wijze van behandeling is aangegeven, worden voorgelegd aan commissies voor de behandeling van bezwaren en geschillen'.

Zo heeft de Hervormde Kerk in artikel XXIV van haar kerkorde van 1951 vastgelegd hoe geschillen in de kerk dienen te worden behandeld.

Op het Convent van Wezel (1568) werd bepaald, dat men zich, wanneer er geschillen waren, kon beroepen op de classis. En in art. 31 van de Dordtse kerkorde is bepaald, dat, wanneer iemand zich erover beklaagt door de uitspraak van een mindere vergadering verongelijkt te zijn, deze zich op een meerdere vergadering zal mogen beroepen. In de praktijk van verschillende kerken van gereformeerde belijdenis in ons land en daarbuiten betekent dit, dat bij behandeling van bezwaarschriften de synode het eindoordeel geeft.

De Hervormde Kerk heeft echter in 1951 bepaald, dat wetgevende en rechtsprekende macht twee verschillende instanties moeten zijn. Vandaar dat, naast de ambtelijke vergaderingen, regionale commissies voor de behandeling van bezwaren en geschillen en een generale commissie voor de behandeling van bezwaren en geschillen in het leven werden geroepen; kerkelijke rechtscolleges dus. Evenals bij burgerlijke rechtspraak kan zowel de klager als de aangeklaagde zich voorzien van een raadsman.

Op deze wijze heeft de Hervormde Kerk rechtspraak geregeld, die onafhankelijk is van de beleidsbepalende organen in de kerk. Wij achten dat een gezonde regeling. Men treedt niet in het beleid als zodanig maar toetst dit beleid zo nodig aan de kerkorde.

Die onafhankelijkheid blijkt bijvoorbeeld hieruit, dat ook bezwaren kunnen worden ingebracht tegen beslissingen van de ambtelijke vergaderingen zelf, wanneer deze strijdig met de kerkorde zouden zijn. Soms moesten inderdaad synodebesluiten worden teruggenomen, omdat ze strijdig waren met de kerkorde.

Zo heeft de kerkenraad van de Leidse hervormde Marewijk jarenlang geprocedeerd bij de kerkelijke rechtscolleges inzake het beleid van de Leidse centrale kerkenraad met betrekking tot Samen op Weg. In de opgestelde beleidsplannen werd de positie van de Marewijk als hervormde wijkgemeente ondergraven, waarbij men ook vooruit liep op wat landelijk kerkordelijk nog geregeld moest worden. De provinciale commissie voor de behandeling van bezwaren en geschillen stelde de Marewijk, die een aanklacht indiende, in het gelijk. Toen de centrale kerkenraad in hoger beroep ging bij de generale commissie werd opnieuw de Marewijk in het gelijk gesteld. Deze kerkelijke rechtsgang, die vanuit de Marewijk met grote inzet werd gevoerd, mede ondersteund door het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond, zal van fundamenteel belang blijken te zijn voor de rechtspositie van hervormde (wijk)gemeenten in de toekomst.

Binnenkerkelijk

Binnenkerkelijke zaken vragen, naar onze overtuiging, om behandeling voor een kerkelijk rechtscollege, niet voor de burgerlijke rechter. Het moet dan echter wel gaan om zaken, waarin de (interpretatie van) de kerkorde in het geding is. Ook kerkelijke rechtscolleges bestaan uiteraard uit mensen met hun eigen beperkingen. Bij afwijzing van klachten zullen klagers zich van tijd tot tijd zich be-klagen over de rechtsgang. Zulks kan echter ook het geval zijn bij behandeling voor de burgerlijke rechter.

Vandaag worden echter binnenkerkelijke kwesties regelmatig voor de burgerlijke rechter gebracht. We kunnen denken aan de behandeling (nu in hoger beroep) van de kerkvoogdijkwestie. Recent diende, in ditzelfde verband, de hervormde gemeente Gameren een klacht tegen de kerk in bij de burgerlijke rechter. Dit vanwege het feit, dat men niet beroepen mag, omdat geen gevolg werd gegeven aan het besluit van de synode, dat kerkvoogdijen met vrij beheer dienden te worden aangepast. Wanneer de burgerlijke rechter hier tot een ander oordeel zou komen dan de kerkelijke rechtscolleges is er met het kerkelijk recht, hoe dan ook, iets mis. Of zou de burgerlijke rechter een hogere beroepsinstantie zijn op de kerkelijke? Maar we moeten er toch ook niet aan denken, dat in een tijd, waarin er in onze samenleving steeds minder begrip is voor de kerk en voor kerkelijke zaken, binnenkerkelijke kwesties van allerlei aard voor de burgerlijke rechter worden gebracht. Dat zou, op andere terreinen dan de genoemde, bijvoorbeeld inzake ethische kwesties, ook wel eens heel moeilijke consequenties kunnen hebben.

Vereniging

Vandaag dient zich verder ook de vraag aan hoe het zit met de juridische kant van het verenigingsproces van de drie kerken, die Samen op Weg zijn. Wanneer het kerkordetraject zal zijn afgelegd, dat wil zeggen: wanneer de concept-kerkorde en de daaraan hangende ordinanties in tweede lezing zullen zijn aangenomen, dient er nog een afzonderlijk verenigingsbesluit te worden genomen. Kerkordelijk, ook in de hervormde kerkorde, moet worden vastgelegd hoe dat verenigingsbesluit tot stand zal komen.

Aan de orde is momenteel op de classicale vergaderingen, dat zulk een besluit met een (gekwalificeerde) tweederde meerderheid van stemmen dient te worden genomen. In eerste lezing werd daartoe reeds besloten. Bij zulk een wezenlijk besluit mag men intussen wel zich afvragen of het kerkelijk verantwoord is bij meerderheid van stemmen te besluiten kerken op te heffen en samen te voegen. Zou daarover niet eensgezindheid moeten zijn? ! Hier ligt een diepe pijn, gegeven met de verdeeldheid binnen de Hervormde Kerk, als het om vereniging van genoemde kerken gaat. Men zie hiervoor bijgaand citaat uit een artikel van drs. J. D. Th. Wassenaar, secretaris van de Confessionele Vereniging, dat hij schreef in Centraal Weekblad en het Hervormd Weekblad.

Intussen is ons land rijker aan jurisprudentie inzake kerkscheuringen dan inzake kerkverenigingen. Inzake vereniging van kerken komen zeker ook zaken aan de orde, die het burgerlijk recht raken. Hoe komt een kerk, om zo te zeggen, juridisch van zichzelf los? Er zal dan ook nog wel heel wat water door de kerkelijke jordaan vloeien voordat duidelijk is hoe het juridisch ligt met de samenvoeging van de drie kerken.

Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond beijvert zich dan ook al geruime tijd om duidelijkheid te krijgen inzake deze jurisprudentie. Juristen werden ingeschakeld om een stuk hierover op te stellen, zonder dat dit tot heden het gewenste resultaat opleverde. Het is kennelijk geen sinecure hierover het laatste woord te spreken. De kerk heeft zelf ook nog niet de jurisprudentie in deze kunnen ontwikkelen. Enige tijd geleden heeft het hoofdbestuur opnieuw de kwestie voorgelegd aan een jurist; dezelfde als die juridische bijstand heeft gegeven aan de Leidse Marewijk. Wij zien met spanning uit naar het resultaat.

Tussentijds

Nu komen van tijd tot tijd uitspraken in de pers, die in de gemeenten vragen oproepen of zelfs ook verwarring teweeg brengen. Zo werd op de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond door ds. P. van der Kraan (Bleskensgraaf) navraag gedaan met betrekking tot een interview met mr. drs. J. L. Burggraaf, advocaat op het gebied van het ondernemingsrecht, in het Reformatorisch Dagblad. Door mij is daarover toen opgemerkt - en het RD nam dat ook publiekelijk over in het verslag van de jaarvergadering - dat het kennelijk eenvoudiger is in een interview enkele statements te geven dan een gedegen nota aan te reiken, waarin de hele juridische problematiek aan de orde komt.

Met name wat drs. Burggraaf zei over de consequenties van een fusie der kerken voor de gemeenten stichtte verwarring. Hij stelde, dat bij fusie het vermogen der Nederlandse Hervormde Kerk, inclusief dat van alle hervormde gemeenten, overgaat in de VPKN of plaatselijk in de verenigde gemeenten.

Vervolgens heeft echter de heer T. van Kooten te Montfoort, bijna afgestudeerd jurist en rechtseconoom, in het RD een reactie geschreven, die hij ook het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond deed toekomen, onder de titel 'Wetgever geeft kerk vrijheid haar eigen statuut en andere regelgeving vast te stellen'.

In de voorliggende kerkorde wordt bepaald, dat er in de verenigde kerk vier typen gemeenten zullen zijn: hervormde, gereformeerde, evangelisch lutherse en verenigde. Deze vierdeling zal ook worden uitgewerkt naar wijkgemeenten toe. Daarom is de uitspraak inzake de Leidse Marewijk van grote betekenis. De heer Van Kooten schreef hierover:

'De plaatselijke SOW-gemeente krijgt ook in de toekomst niets te zeggen over de goederen van de plaatselijk zelfstandig blijvende hervormde gemeente. Een VPKN-gemeente ontstaat niet, omdat de wet dit niet voorschrijft en de kerkorde aan de afzonderlijke plaatselijke gemeenten rechtspersoonlijkheid blijft toekennen. De figuur van juridische afsplitsing is niet alleen overbodig, maar ook onwenselijk, daar zij in de praktijk neerkomt op afscheiding.'

Betrokkenheid

Er moet nog heel wat 'geregeld' worden alvorens het tot een verenigingsbesluit komt. Voorlopig vraagt de behandeling van de kerkorde alle aandacht. Wij hopen, dat de brochure, die het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond uitgaf onder de titel 'Voor de goede orde', daarbij op de classicale vergaderingen en in het synodeberaad breed aan de orde zal komen. De ordinanties zijn echter niet minder belangrijk. Velen laten dit liever aan specialisten over. Maar in de ordinanties wordt het kerkelijke leven verder tot in detail geregeld. Die behoren ook geheel tot het statuut van de kerk. Ook hier is waakzaamheid geboden.

Zo zal de jurisprudentie met betrekking tot kerkelijke vereniging ook alle aandacht vragen. Het hoofdbestuur van de Gereformeerde Bond houdt hier de vinger aan de pols. Zolang het laatste woord er niet (juridisch onderbouwd) over is gezegd, onthouden we ons van uitspraken, die niet zijn onderbouwd.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Jurisprudentie inzake kerkelijke vereniging

Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's