Uit de pers
Dr. K. Blei exit
A.s. zaterdag 14 juni 1997 zal dr. Blei afscheid nemen als secretaris-generaal van de Nederlandse Hervormde Kerk in een 'Dienst van Schrift en Tafel' in de Jacobikerk te Utrecht. In de kerkelijke pers verschenen de laatste weken interviews met de scheidende secretaris-generaal. We doen een greep uit wat we daarin tegenkwamen. Om te beginnen een fragment uit de rubriek 'Kruimels' in het Hervormd Weekblad van 22 mei 1997 waar ds. B. H. Weegink onder het opschrift 'Mooi-Blei-Plaisier' uitlegt wat een secretaris-generaal eigenlijk is.
'Het was ouderling H. Reurink uit 't Harde die als afgevaardigde van de classis Harderwijk in de laatste synodevergadering, daar in de Bovenzaal van "Hydepark", een woordspeling maakte. Het gebeurde in een besloten zitting - "comité generaal" heet zoiets in Kerklatijn - waarin een benoeming plaatsvond. Maar ik klap toch niet uit de school der geheimen wanneer ik hier zijn grappigheid neerzet. Eigenlijk was het een naamspeling die onze geachte afgevaardigde deed. En hij wist waarover hij sprak. Al eerder, als ouderling-kerkvoogd, zat hij in de kerkelijke tweede kamer toen er ook een verkiezing moest worden gedaan. Ter ondersteuning van de voordracht van een nieuwe Secretaris-Generaal zei de Veluwnaar: "We zijn Mooi gebonnen. Blei vervolgd en we zullen met Plaisier verdergaan". Toespelingen maken op namen is soms niet leuk; de mensen in kwestie kunnen zich er niet tegen verweren. Maar wanneer het in positieve zin gebeurt zoals nu, mag het voor een keertje. Inmiddels naderen we juni, de maand van de wisseling van de wacht op wat heet de belangrijkste leidinggevende post in de vaderlandse kerk. De Secretaris-Generaal, tevens officiële scriba van de synode, is een vrijgestelde dominee die wordt betaald uit de landelijke middelen. Hij is niet voor een gemeente aangesteld, maar voor de kerk in haar geheel. In termen van hoog en laag en meer en minder bekleedt hij de hoogste plaats. Al hebben we dan in ons reformatorisch gezelschap Zijne Heiligheid H. Papa niet, de S(ecretaris)-G(eneraal) noemen we stiekum toch de "papieren paus" van de Nederlandse Hervormde Kerk. Hij is de huistheoloog en de bewaker en doordenker van de landelijke praxis in dit tijdsgewricht. Hij is het visitekaartje en de presentator naar binnen en naar buiten. Hij is de stem van de kerk en vertolker van het gevoelen. Hij is de vertegenwoordiger die bij overheid en samenleving de klop op de deur moet doen. Ja, wat is hij eigenlijk niet? Als in onze geloofsbeleving het hondje nog een plaats heeft (Kohlbrugge heeft daar iets over gezegd; hij noemt de trouwe viervoeter het meest dankbare schepsel onder des Heren tucht en goedertierenheid), dan heeft de S-G in de kerk een aanzienlijke, hoogblaffende hondenbaan. Hij mag en moet in die diergaarde van de Leeuw van Juda de hervormd-kerkelijke spreekbuis zijn. Niet enkel blaffen wijl de karavaan verder trekt, vooral koeren en kirren, en de lokroep doen. Meestentijds is de S-G een gepromoveerd godgeleerde, een "doctor ecclesiae" die stelling weet te nemen.'
In Kerkinformatie van juni 1997 is een interview te vinden dat Evert Mathies had met dr. Blei. Daarin wordt onder andere ingehaakt op een tiental stellingen van de hand van dr. Blei en waarover de synode tijdens een bijeenkomst in de Jacobikerk a.s. zaterdag zal discussiëren. Een aantal stellingen nemen we hier over, vooral die gaan over het apostolaat.
1. Scepsis ten aanzien van het hervormd-kerkelijk apostolaatsdenken leeft niet alleen - vanouds - bij gereformeerden (met hun accent op het zelfstandig 'kerk-zijn' ter plaatse, en op christelijke maatschappelijke organisaties), maar ook - steeds meer - bij hervormden (in de NHK is die in de hand gewerkt door de drang en noodzaak tot bezuinigingen op het bovenplaatselijk apparaat).
4. Bovendien werkt in de huidige tendens naar kleinschaligheid de ('postmoderne') tijdgeest door, met zijn gebrek aan een antenne voor de 'Grote Verhalen'. De apostolaatsgedachte van 1951 is zo'n 'Groot Verhaal' dat het vandaag niet meer 'doet'.
5. Mét dat, in de NHK, de apostolaatsgedachte (zoals in de hervormde kerkorde verwoord) is weggezakt, is er ook nauwelijks meer kerkelijke ambtelijke aandacht geweest. Het algemene klimaat van tolerantie, van vragen, zoeken en tasten, schijnt ons goed te bevallen.
6. Het apostolaatsdenken, zoals naar voren gebracht in de eerste jaren na de tweede wereldoorlog, was meer dan een hobby van enkelen. Op uiteenlopende wijze vertolkt door mensen als Kraemer, Van Ruler, Miskotte, Hoekendijk (en van kritische kanttekeningen voorzien door Noordmans en Berkhof) werd het breed gedragen door de 'middenorthodoxie' in de hervormde kerk. Het bepaalde de koers en identiteit van de NHK. Het oversteeg zowel confessionalisme als confessionele vrijblijvendheid en maakte het zo mogelijk, de NHK als geestelijke eenheid te zien.
7. Doordat dit apostolaatsdenken is weggevallen, is de vraag naar het feitelijk samenbindende van de NHK vandaag onbeantwoordbaar geworden. Op de NHK een geestelijke eenheid is, is op zijn minst kwestieus geworden (geen wonder dat het 'gesprek van de richtingen' niet meer van de grond komt). Als gevolg daarvan wordt Samen op Weg proble matisch: waartoe dient het, als het niet meer gaat om de geloofwaardheidheid van onze (gezamenlijk) apostolaat?
Over het apostolaat gaat het in het hier volgende fragment uit het gesprek van Evert Mathies met dr. Blei:
'Maar Karel Blei neemt geen genoegen met het afstand nemen van het oude apostolair elan, waaruit bijvoorbeeld het instituut Kerk en Wereld is voortgekomen. De gereformeerde kerken kennen niet zoiets als Kerk en Wereld. En dat de hervormde kerk indertijd de uitgeverij Boekencentrum heeft gesticht (alle aandelen in handen van de kerk) is voor gereformeerden iets onbegrijpelijks. "Ja, maar het gaat hier wel om een deel van de erfenis van de hervormde kerk; blijft dat overeind in de nieuwe VPKN? "
Opnieuw komt hij terug op het apostolaatsartikel VIII van de hervormde kerkorde van 1951. "Het is schitterend geformuleerd. En doordat het apostolaat in deze kerkorde vóór het artikel over het belijden (X) staat heb je meteen de zorg om het belijden weggehaald uit de sfeer van het confessionalisme en een nieuwe start mogelijk gemaakt."
Blei: "Ik heb altijd gedacht dat dit de essentie van het samen kerk-zijn in de hervormde kerk is. Het gaat daarbij immers om het overstijgen van de richtingtegenstellingen zonder dat de richtingen zelf miskend worden. De eigen identiteit van de hervormde kerk, voor mijn besef die apostolaire insteek, is nu steeds meer op de tocht komen te staan. De hervormde kerk kende een dragend midden. Het is door de ontwikkelingen steeds problematischer geworden waaruit nu eigenlijk het samenbindende van de hervormde kerk bestaat".
Essentiële vragen
Karel Blei herinnert in dit verband aan een gesprek van enkele jaren geleden in de hervormde synode over: "Geloven we in dezelfde God? " "Daarin ging het om vragen als: 'Staan we voor hetzelfde, wat houdt ons bijeen? ' De gereformeerden hebben hun identiteit nog altijd in de belijdenis. De hervormde kerk heeft op een andere manier met de belijdenis leren omgaan. Die andere manier zat 'm juist in het apostolaire. En als dat apostolaire er niet meer is, wat is de hervormde kerk dan nog? "
"Ik leg me niet neer bij de bewering van sommigen dat de hervormde kerk feitelijk een soort federatie onder één administratief dak zou zijn. De visie van 1951 is nu in Samen op Weg geleidelijk plaats gaan maken voor een gemeenteopbouwideologie. Blei betreurt het dat de hervormde synode zich in deze tien jaren weinig met de grote vragen van het belijden heeft beziggehouden, 'zeker in vergelijking met de periode die daaraan voorafging'. Tóen kwamen essentiële vragen rond het belijden (bijvoorbeeld over leven en dood, de verzoening, de uitverkiezing) aan de orde. Wél was er in 1991een breed synodegesprek over de Opstanding (naar aanleiding van uitspraken van F. O. van Gennep)."
Er zijn volgens Blei in de afgelopen jaren wel degelijk conferenties met staffunctionarissen geweest, waarin de vraag "Waar staan we voor? " aan de orde was. De gereformeerde kerken hebben een "mission statement" opgesteld om de identiteit te verwoorden. "Maar toch, dat is iets anders dan het door mij bedoelde apostolair elan. Natuurlijk, er ligt sinds 1995 een Evangelisch Manifest op tafel. Maar dat is niet wat mij voor ogen staat als ik het over apostolaat heb; het Manifest is sterk gericht op de individuele mens en haar of zijn relatie met Jezus Christus en op de gemeente die daarop is gebouwd. Ik heb meer aan een kerk voor ogen die een bijdrage heeft voor de samenleving als zodanig.'
Ook in Woord en Dienst valt een interview met dr. Blei te lezen dat Jaap Versluis met hem had. 'Afscheid van een gedreven diplomaat', staat er als opschrift boven. Gedreven door het apostolaat en door de oecumene. Ook daarin de opmerking dat het inspirerende midden in de hervormde kerk is weggevallen. Er bestaat geen samenbindend inzicht meer. Daardoor is het steeds meer een vraag geworden: wat bindt hervormden nog aan elkaar?
Het gezag van de hervormde kerk is verminderd, maar u wilt niets afdoen aan het apostolaat, de kerkelijke roep in de samenleving?
'Natuurlijk ben ook ik een kind van mijn tijd, in die zin dat ik zie dat het niet meer kan op de manier van 1951. Die signalen waren te triomfalistisch. Nu zijn we bescheidener geworden. De gedachte van Gerrit de Kruijf in Waakzaam en nuchter wil ik verdisconteren. Hij zegt dat de (hervormde) kerk eindelijk de democratie serieus moet nemen en van haar pretenties af moet zien, alsof zij de waarheid in pacht heeft. Maar tegelijkertijd wil ik het apostolaat niet kwijt. God die beslag legt op het openbare leven. Dat klinkt tegenwoordig misschien verdacht, maar voor mij is het wezenlijk. Ook wat dat betreft ben ik gepakt door Berkhofs Christelijk geloof. "Als God de mens wil vernieuwen, dan moet hij ook de wereld vernieuwen, anders wordt de mens alleen voor de helft vernieuwd." Dat ben ik met hem eens. Daarom vind ik dat de kerk niet moet schromen om haar mening te geven, in dialoog welteverstaan en op een dusdanige manier dat die mening herkenbaar is. Dus met argumenten die door anderen als zinnig ervaren worden. Niet zeggen: "Zo zegt de Heer. Punt uit". Want dat zal anderen die de Heer niet kennen een zorg zijn.'
Het apostolaat is een groot cultuurverschil tussen hervormden en gereformeerden.
'Abraham Kuyper was in zijn tijd modern. Zijn idealen van de antithese en de verzuiling zijn ontwikkeld vanuit de acceptatie van de neutraliteit van de moderne staat. Kuyper heeft de gedachte van een theocratie, van het beslag leggen door Gods woord op de samenleving, losgelaten. Gereformeerden hebben hun identiteit altijd meer in de belijdenis gezocht, al staat die belijdenis tegenwoordig onder druk en deinst men terug voor alles wat naar leertucht ruikt, maar toch hebben de gereformeerden nog steeds een eenheid in gevoelen. Ik heb deel uitgemaakt van de ad hoc commissie van de gereformeerde synode over ervaring en openbaring. Die commissie kon niet komen tot een eensluidend inhoudelijk rapport over dit thema. Het rapport dat eruit kwam, was niet meer dan een veredelde vragenlijst. Dat vonden de gereformeerde synodeleden genoeg. Dat is typerend. Er is in de gereformeerde kerk een enorme verschuiving gaande, maar toch behouden ze een eenheid in gevoelen, er is geen sprake van modaliteiten.'
Maar hoe komt het nu dat het hervormde elan verdwenen is? Ligt dat aan de samenleving of aan de kerk?
'Dat heeft te maken met de tijdgeest. Het einde van de grote verhalen. De gedachte van het apostolaat, zoals dat in 1951 was geformuleerd, was een inspirerende grote visie, maar die visie doet het niet meer in deze tijd, zoals ook andere grote visies met scepsis bekeken worden. "Laten we het maar dicht bij huis houden", is de gedachte tegenwoordig.'
Het Centraal Weekblad van 23 mei 1997 heeft een beknopt gesprek met dr. Blei en Inge Pauw zet er boven 'Theologie, een levensvervulling'. Samenbinder zijn in een uiterst diverse kerk, dat is de taak van een secretaris-generaal. We citeren het slot van dit gesprek:
Heeft u altijd moed gehad voor uw werk of vond u het ook wel eens moeilijk?
'Ik heb altijd wel moed gehad. Ik heb er nooit in willen berusten als mensen elkaar niet begrijpen. Ik geloof in de mogelijkheid van redelijk overleg en van het samen tot een weloverwogen standpunt komen. Dat is mij niet altijd meegevallen, dat moet ik wel toegeven. Het heeft me met name teleurgesteld dat echte inhoudelijke gesprekken met de Gereformeerde Bond nooit zijn gevoerd. De bond heeft altijd zijn eigen standpunten willen doorzetten en dan ging de discussie vaak niet over de merites van die standpunten maar of er wel of niet voldoende steun voor zou zijn. De moderamenvergaderingen echter heb ik als hoogtepunten ervaren. Hier bleek het altijd weer mogelijk tot een zinvol gesprek te komen en naar een gemeenschappelijk inzicht toe te groeien.'
Wat zijn uw plannen voor de toekomst?
'Ik hoop een boek te schrijven over evangelie en cultuur. En ik verheug me erop dat ik meer tijd krijg. Dan kan ik weer gaan pianospelen en schaken. Bovendien zal ik blijven preken en bezig blijven met theologie. Want dat is mijn grote hobby. Er is niets mooiers dan een bijbeltekst exegetisch analyseren en dan kijken welke boodschap er voor vandaag uit kan opklinken. Schitterend, dat is eigenlijk een stuk levensvervulling.'
We kunnen ons de opmerking van Blei aantrekken. Werkelijke inhoudelijke discussies zijn lang niet altijd onze sterkste kant. Het hele SoW-gebeuren heeft de bereidheid daartoe nauwelijks bevorderd. Er is vanuit de Gereformeerde Bond toch steeds wel geprobeerd inhoudelijk onze bezwaren tegen bijvoorbeeld het SoW-proces op tafel te leggen, getuige de verschillende publicaties. Dr. Blei telt zijn zegeningen in het gesprek met Mathies en noemt dan het spannende moment in SoW november 1995. Dat noemt hij een crisis waar de SoW-trein flink stokte op de rails. 'Toch kwamen we er door rond de jaarwisseling van '95-'96. We concludeerden dat er geen reden tot afblazen was. Sindsdien weten we: het gaat door!' Dr. Blei mag best weten dat dit een ingrijpende wond heeft nagelaten bij veel hervormdgereformeerden. Wat voor zin heeft het om je zo grondig en diepgaand met juist inhoudelijke vragen van belijden en geloven bezig te houden, als de kerkpolitiek haar doel toch doorzet? Het getuigt van weinig gevoel om nu Juist dit moment uit het frustrerende SoW-verhaal een 'forse sprong vooruit' te noemen. Trouwens, wat komt er uit het inhoudelijk gesprek tussen hervormden en gereformeerden die SoW zijn?
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's