Jongeren diaconaal ingeschakeld
Als je aan een kerkelijke jongen of meisje van rond 16 vraagt wat hij/zij denkt bij het woord diaconie, dan is meestal het antwoord: Zijn dat niet die mannen die geld ophalen in de kerk?
Wat jammer eigenlijk dat we in de kerk vaak niet meer goed weten wat diaconie (of beter diakonia = dienst) eigenlijk inhoudt. Terwijl het toch één van de hoofdzaken van de christelijke gemeente is.
Het eerste wat we lezen over de gemeente in Handelingen 2 is, dat zij volhardde in de leer der apostelen, in de gemeenschap, in het breken van het brood en in het gebed. Die gemeente was een diaconale gemeenschap. Men had alles (!) gemeenschappelijk en men zorgde voor elkaar, zodat er niemand was die gebrek leed (Hand 4 : 34). Diakenen waren er in Handelingen 2 en 4 nog niet eens. Het waren de gemeenteleden zelf die diaconaal leefden. Onderlinge zorg stond centraal in de gemeente, omdat dit bij hun Heiland centraal stond.
Wie zich dit nog eens goed realiseert, en dit vergelijkt met wat wij doorgaans bij het woord diaconie denken, zal kunnen begrijpen dat wij vandaag opnieuw moeten leren wat diakdnia betekent. Zodat we daarmee weer ontdekken wat het inhoudt om een christelijke gemeente te zijn die door haar goede werken schijnt als een licht in de duisternis van de wereld en zó leeft tot Gods eer (Matth. 5:16).
Leren dienen
Daarom ligt het voor de hand dat wie spreekt over het verband tussen de diakonia van de gemeente en de jeugd van de gemeente vooral spreekt over leren dienen. Onze eerste taak is niet de jeugd in te schakelen bij onze diaconale activiteiten! Wie dat gaat doen, zal al snel merken, dat het dan weer gaat over geld-ophalen en geld-weggeven. En dat zijn maar kleine onderdeeltjes van de echte diakonia.
Nee, onze jeugd zal bij het begin moeten beginnen. Zij moeten leren hoe men in de eerste gemeente met elkaar leefde. Hoe de Here Jezus dat voorgedaan heeft.
Leren hoe je de Here Jezus lief krijgt. Leren hoe je als mensen die vandaag bij Hem willen horen, elkaar echt goed kunt leren kennen. Met welke zorgen de kinderen van de gemeente zitten. Met welke zorgen de jongeren worstelen, en de ouderen, en de alleengaanden, en de langdurig zieken, en de gediscrimineerden. En zo voort. Leren hoe je je zorgen aan elkaar kunt duidelijk maken. En dan hoe je, als dat nodig is, voor elkaar kunt zorgen.
Leren, welke christenen in andere landen onze zorg nodig hebben. En of zij ook iets voor ons kunnen betekenen. Of je ook niet voor kinderen en grote mensen moet zorgen die geen christen zijn. 'Goed doen aan allen', zegt Paulus in Galaten 6 : 10. En hoe je dat dan kunt doen.
Als je wat ouder wordt, kun je leren, waardoor in onze maatschappij eenzaamheid ontstaat, waardoor er armoede ontstaat, waardoor de honger en de onderontwikkeling in de wereld worden veroorzaakt. Welke verantwoordelijkheid wij in ons land en in de grote wereld hebben voor elkaar. Wat barmhartigheid en gerechtigheid inhouden. Hoe dat bijvoorbeeld op je werk in de praktijk kunt brengen.
Diakonia en jeugd betekent een heel leerprogramma. En dit programma roept dringend vragen op als: Van wie kunnen onze jeugd dit alles leren? Waar? Hoe?
Als eerste antwoord hierop kunnen we zeggen dat we dit leren dienen als jong en oud samen moeten doen. Dus niet zeggen als ouderen: Wij weten het en doe het nu maar zoals wij het doen, want dan vergeten we dat juist wijzelf op dit terrein nog zoveel te leren hebben. Juist wij ouderen moeten afleren dat diaconie een zaak is van louter geld en opnieuw aanleren wat zorgen voor elkaar betekent.
Gezin
Dit samen leren begint in het gezin. Het gezin is de natuurlijke plaats waar we met elkaar kunnen luisteren naar de verhalen over delen en dienen in Gods Woord. En waar we het zorgen voor elkaar in de praktijk kunnen brengen. De vragen die hierboven zijn opgesomd, zijn allereerst vragen die we bepreken met elkaar aan de gezinstafel.
U hebt nauwelijks tijd en rust om met elkaar aan tafel te zitten? Besef dan wel dat iedere vorm van gemeenschap, en juist ook die van de christelijke gemeenschap begint met: de tijd nemen voor elkaar. Geen tijd betekent: geen gemeenschap, en dus geen zorg, geen diakonia.
En hierbij dan niet vergeten dat naast de broodschaal voor onszelf ook het gast-aan-tafel-busje voor de ander staat.
Zondagsschool en club
Het samen leren delen en dienen kan ook heel goed worden geleerd op de zondagsschool en op de kinderclub. Ook hier moeten we daarom meer tijd voor elkaar nemen. Wie alleen de bijbelwoorden overbrengt aan de jeugd en daarbij de praktijk van het christelijke samenleven met elkaar niet beoefent, doet het Woord in zijn werking ernstig te kort. Ik zou zeggen: Iets minder bijbelstof vertellen, en iets meer elkaar leren kennen. Zodat je ook voor elkaar kunt zorgen als dat nodig is. Soms is dat nodig, omdat ook onze kinderen soms tekort komen, zelfs elkaar soms discrimineren. In de zorg voor elkaar kunnen de kinderen zien en beleven dat 'geloven' en 'elkaar liefhebben' onlosmakelijk bij elkaar horen.
Daarbij de zorg voor kinderen-ver-weg niet vergeten. Maar dan wel zó dat het geld een bijrol speelt. Denk dan liever aan de diaconale voorbede met (door!) de kinderen.
Wie met een groep kinderen eens iets wil laten beleven van de diakonia in de praktijk kan eens op bezoek gaan in een bejaardentehuis. Oude mensen verlangen er vaak naar om weer eens kinderen te ontmoeten. Als zo'n ontmoeting lukt, dan is dat een stukje wezenlijke diaconale gemeenschapsbeoefening.
Catechisatie
Vooral op de catechisatie leer je wat geloven en gemeente-zijn inhouden. Maar of je het wezenlijke van de diakonia hier ook leert (=beleeft), hangt van diverse factoren af.
Allereerst zal de catecheet ervan doordrongen moeten zijn dat 'leren' meer is dan dat wat uit een boek in een hoofd wordt gebracht. Niet allereerst de stof, maar juist andere onderdelen van het catechese-gebeuren zijn van overwegend belang voor de catechisanten. De herinneringen aan de sfeer en aan de onderlinge relaties dringen vaak meer door in het gevoelsleven van de catechisant dan welke woorden van de catecheet ook. Daarom is het leerzamer om een open, vertrouwenwekkende sfeer te kweken, op basis waarvan de onderlinge relaties kunnen groeien en Christus gestalte kan aannemen in onze groep. Zodoende komen we op de catechisatie dichter bij de werkelijkheid van de eerste christengemeente dan met de les alleen. Ditzelfde geldt voor de diaconale catechisatiebus: Beter dan een volle bus is het dat jongeren hebben ervaren hoezeer de mensen voor wie wij offeren onszelf ter harte gaan. Daarbij is het goed om er eens bij stil te staan, dat de diakonia vooral een zaak is van samen-doen en samen-beleven. Wat let ons om eens als catechese-groep op bezoek te gaan bij een diaconale instelling? Dat zal het praktische element van het diaconale leren zeker kunnen stimuleren.
Jongerenwerk
De jongeren van de gemeente inschakelen bij het diaconaat? Ja zeker, maar dan zó dat we hen in kennis brengen met de wortels van het diaconaat en daarna samen aan het werk gaan. Dus niet zó dat volwassenen zeggen hoe het moet en jongeren alleen uitvoerders zijn. De beste stukjes jeugddiaconaat in de afgelopen jaren waren die stukjes die uit de eigen initiatieven van jongeren zijn voortgekomen en waarbij enkele wijze volwassen geholpen hebben met de opzet en de voortgang ervan. Te denken valt aan:
- Een diaconaal jongeren-weekend, dat is gericht op ontmoeting tussen jongerenvan-de-gemeente met mensen-die-zorgnodig-hebben, zoals daklozen, vluchtelingen of gevangenen.
- Een diaconale jongerengroep, die zich bezig houdt met assistentie van professionele hulpverlening in b.v. een instelling voor gehandicapten. Assistentie die hard nodig is, omdat er steeds meer gaten vallen in de professionele hulp. Helpen dus bij de vrijetijdsbesteding, samen spelletjes doen, samen uitgaan e.d.
- Een diaconaal uitwisselingsproject met jongeren in de derde wereld: jongerenvan-daar komen op bezoek bij jongeren hier. En omgekeerd. Allen die erin betrokken zijn, leren (beleven!) zo wat wereldwijde christelijke gemeenschap betekent. Dat is heel wat dichter bij het wezenlijke van Handelingen 2 dan ons girootje voor de-armen-ver-weg.
Het is verschillende keren gebleken dat jongeren hier niet door ouderen worden ingeschakeld, maar dat jongeren de ouderen hierin vóórgaan in de christelijke gemeenschapsbeoefening. Zodat ouderen van jongeren leren, wat de jongeren zelf eerder hadden geleerd. Bij voorbeeld in Afrika, n.l. hoezeer een sobere levensstijl van groot belang kan zijn voor een gelovig leven.
Op deze wijze kunnen wij als jeugd en volwassenen een bescheiden begin maken met het opnieuw ontdekken en zelf beleven wat men vlak na het Pinksterfeest in Jeruzalem beleefde: leven door de Geest, met het Woord, in echte gemeenschap, en in ootmoedig gebed. Iets kleins wat intens leefde, een soort mosterdzaadje, waaruit zeer veel is gegroeid!
Wie meer wil weten over jeugddiaconaat die kope het nieuwe boekje met deze titel dat deze zomer bij de HGJB verschijnt.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 12 juni 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's