De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Verkondiging en communicatie (1)

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Verkondiging en communicatie (1)

Prediking

11 minuten leestijd

Op 15 januari 1.1. hield dr. W. Verboom voor de hervormde classis Gouda een lezing over het thema 'Prediking: Verkondiging en communicatie'. We plaatsen deze lezing in drie achtereenvolgende afleveringen. Red.

Inleiding

Op maandag 23 december jl. werd in de nieuwbouwwijk De Zuidplas in Waddinxveen een nieuw kerkgebouw, de Morgenster, in gebruik genomen. Op een gegeven moment bracht de nestor van de kerkenraad de kanselbijbel binnen. Hij betrad de preekstoel en opende daar voor het eerst de Bijbel. Vervolgens las hij de woorden uit 2 Petrus 1:19: En wij hebben het profetisch woord, dat zeer vast is en gij doet wel dat gij daarop acht hebt, als op een licht, schijnende in een duistere plaats, totdat de dag aanlicht en de morgenster opgaat in uw harten.'

Persoonlijk vond ik dat gebeuren het belangrijkste moment van de opening. Het openen van de kanselbijbel en het voorlezen van deze woorden waren een symbolische vertolking van het centrale van het kerkgebouw en het hart van het gemeenteleven, namelijk de prediking van het Woord van God.

Nu leek het zo te zijn dat eerst het kerkgebouw er was, en dat daarna het Woord binnenkwam, maar in werkelijkheid was het andersom. Het Woord van God werd al een tijdlang in een school verkondigd, waardoor een gemeente gevormd werd en pas daarna werd het nieuwe kerkgebouw geopend. De juiste volgorde was dus: eerst de prediking van het Woord, dan de gemeente en dan het kerkgebouw.

Vanavond willen we nadenken over de prediking als het hart van het gemeenteleven. In een vorige classicale vergadering is het onderwerp prediking ook al aan de orde geweest. Toen heeft prof. Den Duik de twee aspecten van de prediking: het verhaal en het betoog behandeld. Ik wil proberen vanavond weer enkele andere aspecten van de prediking te belichten, zoals uit de titel blijkt, namelijk de prediking als verkondiging en als communicatie.

1. De prediking

In de Bijbel lezen we herhaalde malen dat er iemand door God geroepen wordt om een bepaalde boodschap van God aan mensen te brengen. Dat is prediken op zijn kortst gezegd. Te denken valt bijvoorbeeld aan Johannes de Doper. We lezen van hem: Er was een mens van God gezonden, wiens naam was Johannes. Deze kwam tot een getuigenis om van het Licht te getuigen.' (Joh. 1 : 6 en 7a)

Prediken moeten we zien in het perspectief dat God zich aan mensen openbaart. Dat doet Hij in de Bijbel allereerst rechtstreeks, zoals aan Abraham, Mozes, Elia en anderen. Vervolgens doet Hij dat in tweede instantie door middel van het gesproken Woord. Dan ook door het geschreven Woord. Mensen hebben het Woord van God op Schrift gesteld. Weer anderen hebben die Schriften gelezen, geluisterd naar de boodschap ervan en weer aan een kring van mensen doorgegeven. Dat is zo doorgegaan. De prediking waarover wij het vanavond hebben past in dit patroon. Wij hebben de Geschriften van de Bijbel ontvangen (art. 5 NGB) en geloven daarin het Woord van God te horen. God heeft zich daarin aan ons geopenbaard. En ook nu roept en gebruikt God mensen om dat Woord aan anderen bekend te maken.

Dat hele gebeuren vanaf de openbaring van God aan mensen tot en met de prediking van het Woord nu komt van boven, van Gods kant. God zet het allemaal in werking en houdt het in beweging. Hij roept ook in onze tijd door Zijn Geest mensen die gaan luisteren naar de boodschap van de Schriften en ze worden als predikers door de Geest naar een verhoogde plek in de kerk gebracht, de preekstoel en daar ontvouwen ze door middel van hun woorden de Schriften. Zo geven zij het Woord van God door.

Dat is de prediking, waarover we het vanavond hebben.

Vanouds wordt in de reformatorische kerken die prediking in twee delen onderscheiden, namelijk het uitleggen van de Schriften en het toepassen ervan. Bij het eerste gaat het er om te ontdekken: wat staat er nu precies, wat heeft God toen en toen en daar en daar gezegd. Bij het tweede gaat het er om: wat bedoelt de Heere God met dat Woord, met die tekst voor ons mensen van vandaag. Wie wil Hij voor ons zijn, wat doet Hij voor ons, wat wil Hij met ons en van ons enzovoorts. De tweedeling is helder, al zullen we de beide delen niet mogen scheiden, maar ze als een tweeluik onderscheiden.

Verder vindt de prediking plaats in de ruimte van de gemeente, de verbondsgemeente, die bijeenvergaderd is rondom het geopende Woord, zondags in de kerkdienst. God heeft die gemeente bijeenvergaderd en gaat daarmee door en doet dat door Zijn Woord. Prediken is dus geen toespraak in het wilde weg, maar ze heeft een adres, namelijk de gemeente, die door het Woord in het aanzijn is geroepen. Zulk prediken is een heel existentieel gebeuren. Het heeft iets van wat de engel in de kerstnacht deed. Hij zei: Zie ik verkondig u grote blijdschap. Dat Woord trof de herders diep in hun existentie. De Heilige Geest maakte dat dat Woord daad was. Het Woord geschiedde. God zelf was tegenwoordig. In de prediking vandaag gebeurt naar mijn overtuiging nog hetzelfde. Het prediken van het Woord is het dynamisch geschieden van het Woord van God temidden van de gemeente. Het wekt het geloot in de harten. Het bekeert en vernieuwt mensen. Het bouwt de gemeente.

2. Prediking als verkondiging

De prediking heeft verschillende aspecten. Maar het eigenlijke, het belangrijkste kenmerk van de prediking is dat ze verkondiging is. Je kunt een hele hoop kanten van de prediking opnoemen, zoals dat ze een godsdienstige uiteenzetting, een religieus verhaal, een geloofsexpressie enz. is, maar het wezenlijke is de verkondiging. In de Bijbel wordt de prediking daarom ook als een kèrugma gezien of een proclamatie. Woorden die de notie van de verkondiging aangeven. Ik citeer nu Dingemans: 'In het bekende artikel van G. Friederich in Kittels Woordenboek over kèrussein (prediken) wordt dit nieuwtestamentische begrip omschreven als proclameren, zoals een (Romeinse) heraut de boodschap en de bevelen van zijn heer (...) met exousia (=gezag) afkondigde. In zijn woorden klonk het woord van zijn heer. Op het moment van de proclamatie werd de bepaling van de heerser van kracht en ging de aangekondigde nieuwe toestand in. Onafhankelijk van de persoonlijke mening van de heraut. Hij had slechts te zorgen, dat de proclamatie zo volledig en precies mogelijk werd overgebracht. En voor de hoorders ging de nieuwe toestand in, zodra ze de boodschap hadden gehoord en aanvaard.' (1991, 36). Overgebracht op de prediking zegt de reformator Bullinger: 'De prediking of proclamatie van het Woord is zelf Woord van God. Wanneer de predikant het Woord zo zuiver mogelijk doorgeeft, verliest het niet zijn oorspronkelijke goddelijke kracht: in de woorden van de predikant klinkt het Woord van God direct en onmiddellijk.' (38)

Ik denk dat we hier wel met de nodige voorzichtigheid moeten formuleren. Het mag natuurlijk niet zo zijn dat er een vereenzelviging van het woord van de predikant en het Woord van God plaatsvindt. Het woord van de prediking is instrument, zelfs heel gebrekkig instrument, om het Woord van God zelf tot klinken te brengen.

Het is denk ik verhelderend wanneer we eens gaan kijken naar een bepaalde preek uit de Bijbel om enkele kenmerken van de verkondiging op het spoor te komen. Dan denk ik aan de preek die Petrus heeft gehouden op het Pinksterfeest in Jeruzalem, zoals we daarover lezen in Handelingen 2. Het eerste watje dan opvalt in die preek is dat Petrus met een bepaalde volmacht spreekt. Er staat met nadruk dat Petrus daar staat met de elven en in die hoedanigheid zijn stem verheft. Petrus 'met de el­ven' is een uitdrukking voor de apostelen. Zij zijn de gezondenen, met de opdracht en de volmacht om het Woord van Christus te brengen. Pinksteren betekent in dit verband dat de Heilige Geest beslag legt op mensen en hen zo vervult met de woorden en daden van Christus dat zij die moeten doorgeven. Christus spreekt ten diepste zelf, door zijn Geest en doet dat door middel van Petrus en de elven. Zo staat de mens Simon daar, een zwakke en tot vallen geneigde gelovige, als een petra, een rots, in het krachtveld van de Geest en spreekt met apostolisch gezag.

Die notie heeft de prediking nog. Er zit een stuk gezag in de prediking. Het gezag van Christus Zelf. Het is het gezag dat de prediker heeft niet omdat hij ervoor geleerd heeft of iets dergelijks, maar omdat hij gezondene, omdat hij drager van een ambt is. In het klassiek gereformeerde bevestigingsformulier van de predikant wordt onder woorden gebracht wat ik bedoel. Tot de gemeente wordt gezegd: 'Gedenkt dat God Zelf u door Zijn dienaar aanspreekt en bidt. Neemt dan het Woord aan, hetwelk hij u, volgens de Heilige Schrift, zal verkondigen, niet als des mensen woord, maar (gelijk het waarlijk is) als Gods Woord.' Deze volmacht creëert een tegenover ten opzichte van de hoorders. Het ene moment staat Petrus gewoon tussen de mensen in als één van hen, het andere moment staat hij als representant van Christus tegenover hen. Al spreken we hiermee hoge woorden uit, toch is het denk ik nog zo in de prediking. Als een predikant op de preekstoel staat, dan staat die persoon daar niet om namens de gemeente iets te zeggen, maar om namens Christus tot die gemeente te spreken. Het Woord moet de gemeente aangezegd worden. Je ziet dat bij Petrus heel duidelijk. Hij spreekt de hoorders aan met: 'Gij Israëlitische mannen'. En verderop: 'U hebt Jezus de Christus gekruisigd.' Petrus zegt het de mensen aan wat zij misdreven hebben. Maar hij zegt ze ook aan wat God voor hen gedaan heeft in Christus Jezus, waardoor er verzoening en vernieuwing is. En even verderop zegt hij ze ook aan dat ze zich moeten bekeren en zich moeten laten dopen.

Dat moment van tegenover heb je als kerkganger nodig. Ik merk dat zelf als ik als hoorder in de kerk zit. Als de prediker alleen maar zegt wat we er als mensen van vinden, dan voegt dat niets toe aan wat ik zelf al had bedacht, maar als hij mij het Woord van God aanzegt, als iemand die tegenover mij staat, dan plaatst hij mij in een nieuwe werkelijkheid.

Nu moeten we met die volmacht ook weer meteen oppassen. Die mag niet te veel met de persoon van de prediker verbonden worden. Of met de toga of de hele entourage en de sfeer in de kerkdienst. Nee, die volmacht hangt samen met de inhoud van de boodschap die de prediker brengt. Dat zien we opnieuw aan de preek van Petrus. In die preek komen de Schriften ter sprake, in het bijzonder de profetie van Joel.

Het gezag zit in die Schriften. Daarin spreekt God. De volmacht, het gezag, het tegenover in de prediking hangt dus onmiddellijk samen met de inhoud van Schriften. Petrus is intermediair van het Woord dat God in de Schriften spreekt. Maak dat gezag even los van de Schriften en de prediker is een dictator in plaats van dienaar. Dat wordt nog duidelijker als we in die preek van Petrus zien om Wie het ten diepste gaat in de Schriften., Het gaat om Jezus Christus, die gekruisigd was, maar door God was opgewekt uit de dood, die ten hemel was gevaren en nu Zijn Geest uitstort. Het gezag van de prediking rust in het gezag van de Schrift en dat gezag rust weer in het gezag van de levende Christus. Christus Zelf stelt Zich tegenwoordig in de prediking van Petrus. Hij is het eigenlijke subject van de prediking.

En is dat nog niet zo, als het gaat om onze prediking? De prediker heeft dan alleen volmacht wanneer Christus Zelf in de prediking present is in de ontvouwing van de Schrift, want die zijn het die van Hem getuigen. Prediking is levenwekkend, door het scheppende Woord van Christus, maar ze is levensbedreigend, als ze van Christus wordt losgemaakt. Een dodelijk gevaar.

Daarom is prediking ten diepste Christusprediking. Het is uitzeggen wat God in Jezus Christus heeft gedaan, zijn woorden en daden worden verkondigd. Die hebben ook vandaag geldingskracht. En vanuit het centrum: Jezus Christus en Zijn heil, moet de inhoud van de prediking uitwaaieren over alle terreinen van het leven. Vanuit het centrum Jezus Christus dient de hele Schrift gepredikt te worden, (sola scriptura is tot scriptura) Met als centrale motor: de vernieuwende kracht van de Geest, waardoor mensen niet langer buiten het heil blijven staan, maar door geloof en bekering gaan leven met God tot Zijn eer, zoals God het bedoeld had toen Hij ze schiep.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Verkondiging en communicatie (1)

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's