De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Te midden van de schare in de gezindheid van de Meester

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Te midden van de schare in de gezindheid van de Meester

16 minuten leestijd

In verband met de ontwikkelingen inzake het verenigingsproces van de kerken, hield ds. D. J. Budding te Waarder een lezing voor zijn kerkenraad. Wij ontvingen de tekst ter plaatsing in ons blad. Vanwege het feit dat de inhoud één geheel vormt, nemen we het ook in één keer op in kleinere letter. Red.

Na de zondeval is er de onophoudelijke strijd tussen slangenzaad en vrouwenzaad. 'Ik zal vijandschap zetten...'

Deze strijd vinden we heel de Bijbel door. Ze wordt openbaar bij Kaïn en Abel, Jakob en Ezau, David en Saul, enz.

Overal waar God mensen tot Zijn kinderen maakt, waar Hij Zijn kerk bouwt, is er het woeden van de satan en hen die hem toebehoren. Die strijd is dus altijd zichtbaar in de kerk, de zichtbare kerk.

Gods kinderen schijnen daarbij altijd de zwaksten te zijn. Abel werd gedood, Jakob moest vluchten.

De zichtbare kerk schijnt in haar uitwendige gedaante doorgaans meer beheerst te worden door het slangenzaad dan door het vrouwenzaad.

De profeten in Israël hadden meestal een eenzame positie. De zichtbare kerk was meestal diep in verval. Denk b.v. aan het tienstammenrijk. Maar toch zond de HEERE Zijn dienstknechten en vergaderde Hij Zijn volk. Zelfs in de droeve dagen van Elia waren in het tienstammenrijk nog zevenduizend die hun knieën voor Baal niet gebogen hadden.

De komst en de plaats van Christus

De Heere Jezus kwam in een vijandige wereld. Hij kwam in Zijn kerk. Hij is gekomen tot het Zijne, maar de Zijnen hebben Hem niet aangenomen. Toch kwam Hij. Nog maar twaalf jaar oud, was Hij al in de tempel, ja veel eerder. Hij werd er als Zuigeling de Heere voorgesteld. Het 'huis van Zijn Vader'. Dat huis wat door de priesters tot een moordenaarskuil gemaakt was. Hij ging naar gewoonte op in de synagoge. Daar hadden de Farizeeën het meestal voor het zeggen. Hun leer was te vergelijken met de roomse leer. Zie, wat Paulus daarover in zijn brieven schrijft. Later leerde Paulus al die dingen schade en drek achten om de uitnemendheid der kennis van Christus.

De Heere Jezus was dagelijks bij hen lerende in de tempel. Onder de priesters overheersten de Sadduceeën. Zij loochenden een leven na dit leven en het bestaan van geesten en engelen. Toch was de Heere met hen in gesprek. Hoeveel vijandschap en tegenstand Hij ook had. Hij bleef met hen en getuigde tegen hen. Hij voegde Zich niet bij enige groep of sekte.

Hij was ook innerlijk bewogen met de schare en leerde hen vele dingen. Zo stond de Heere Jezus in een diep vervallen, onzuivere kerk. Zo leefde Hij onder een volk, dat was als schapen zonder herder.

Uiteindelijk is Hij door en in die kerk gekruisigd.

De kerk, de levende kerk zal altijd de voetstappen moeten drukken van haar Meester. Want een dienstknecht is niet beter dan zijn heer.

Dat de kerk op aarde altijd een onzuiver karakter zal hebben maakt de Heere Jezus Zelf duidelijk in de gelijkenis van het onkruid tussen de tarwe. Ook de apostel Paulus wijst erop dat het nodig is dat er ketterijen onder ons zijn, opdat degenen die oprecht zijn openbaar worden.

Wij zien dan ook in de brieven, dat de gemeenten waar de apostelen aan schrijven vele gebreken vertonen. Onder hen werden vele wantoestanden aangetroffen en was er ook veel valse leer. Er was sprake van ontucht, bloedschande, twist, tweedracht, partijschappen. Er waren er die de opstanding loochenden. Er waren er die de wet weer wilden invoeren als de weg der zaligheid.

Hoezeer de apostelen hier ook tegen waarschuwden, zij hebben nooit opgeroepen tot afscheiding. Integendeel, zij roepen op tot eenheid. Zij zochten zelfs geen scheiding van de joden. Zij gingen altijd eerst tot hen, en noemden hen broeders. De scheiding voltrok zich pas als zij uitgeworpen werden.

De geschiedenis van onze kerk

Er zijn tijden geweest in de geschiedenis van Gods kerk van opwekking en reformatie. Er zijn ook tijden van verval en deformatie. Wij zien dat in de bijbelse kerkgeschiedenis. Maar ook na de bijbelse tijden. Zelfs in de Handelingen zien we na het heilige vuur van de eerste dagen al tekenen van verval. Twist over de uitdeling van de gaven. Ananias en Saffira. Dan is er de vervolging. Zo worden de gemeenten verstrooid en worden ze gehoorzaam aan de opdracht van Christus. In de brieven zien wij vaak een beeld van de gemeenten dat verre van ideaal is. Onder de zeven gemeenten van Klein-Azië zijn er die lauw zijn en de naam hebben dat zij leven, maar dood zijn. Toch zijn het gemeenten van Christus. De kerk is altijd een strijdende kerk geweest, met naar verhouding weinig ware gelovigen. Veel onkruid, weinig tarwe. Velen geroepen, weinigen uitverkoren.

De eerste vijftienhonderd jaar van de geschiedenis van de christelijke kerk kenmerkt zich door veel wisseling. Op den duur had het onkruid van valse leer en bijgeloof, de waarheid Gods geheel overwoekerd. Toch zijn er altijd ware kinderen Gods in de kerk geweest. Ook zijn er getrouwe dienaren geweest die hebben gewaarschuwd, vaak tegen de stroom in. De eerste vijftienhonderd jaar had de kerk geen andere belijdenisgeschriften dan de drie katholieke.

De Reformatie is een machtige beweging van Gods Geest geweest, die de landen en volken doorging. Daardoor werd de kerk op vele plaatsen gezuiverd en kwamen hele landen onder beslag van de zuivere leer.

Toch beoogde de Reformatie geen breuk, maar een reformatie van de bestaande kerk. Luther dacht aanvankelijk dat de paus aan zijn zijde zou staan.

De breuk kwam toen de roomse kerk Luther in de ban deed en de leer die naar de godzaligheid is officieel vervloekte (Concilie van Trente, 1544). Daarmee verklaarde de roomse kerk zichzelf officieel tot valse kerk.

Voordat het zover kwam is er heel wat gedaan om die breuk te voorkomen. Het heeft niet zo mogen wezen.

De kerk van de reformatie is in vele brokstukken uiteen gevallen. De breuk werd een repeterende breuk.

Sommige landen kwamen geheel of grotendeels onder invloed van de lutherse reformatie, anderen onder die van Calvijn. Toch kan men de lutherse kerk geen valse kerk noemen. Al zijn er een aantal zaken waar we niet mee kunnen instemmen. De hoofdzaken worden in de lutherse belijdenisgeschriften zuiver vertolkt.

Onder hen zijn talrijke godzalige predikanten en theologen geweest. Dit geldt ook voor een aantal andere denominaties zoals b.v. baptisten.

Onze Hervormde Kerk

De Hervormde Kerk heette aanvankelijk niet Hervormde Kerk. De naam die in en na de Reformatie het meest werd gebruikt was 'Christelijke Gereformeerde Kerk'. De naam 'Hervormd' is pas in het begin van de negentiende eeuw officieel ingeburgerd. Voor die tijd werd veelal gesproken over de 'christelijke gereformeerde religie' of 'onze gereformeerde kerk'. Ook onze vaderlandse kerk is vanaf het begin een strijdende kerk geweest. In de bloeitijd, de tijd van de eerste liefde, waren er velen die hun leven hebben gegeven.

Uit die worsteling om de waarheid is onze kerk ontstaan. Maar die strijd bleef, de fronten veranderden. Strijd tegen een valse leer. Na de synode van Dordt moesten enkele honderden predikanten worden afgezet. Strijd tegen een overheid die de kerk aan banden legde. In vele plaatsen had de overheid een beslissende invloed in het beroepingswerk. Predikanten die waarschuwden tegen de zonden van de overheid, kregen boetes opgelegd.

Strijd tegen wereldgelijkvormigheid. Toen de kerk eenmaal volkskerk was geworden, trad daarmee een groot geestelijk verval in. Onderlinge twist en tweedracht was aan de orde van de dag (lees Brakels Redelijke Godsdienst). Na de synode van Dordt is er eeuwenlang geen nationale synode meer gehouden. Nadere Reformatie bleek nodig. Toch waren de nadere reformatoren vaak als een roepende in de woestijn. Zij klaagden steen en been. De vaderlandse kerk vooral van de 18e eeuw, toont het beeld van diep verval in allerlei opzicht.

Na de Franse tijd brak ook voor de kerk een hele nieuwe tijd aan. De koning werd oppervoogd van de kerk. De staat beheerste de kerk. Het algemeen reglement werd eigenlijk de orde van de kerk. Hoewel de belijdenis nooit officieel afgeschaft is, werd ze wel terzijde geschoven en bewust en opzettelijk niet gehandhaafd.

Dit heeft ertoe geleid dat velen zich van de kerk hebben afgescheiden en de Hervormde Kerk tot een valse kerk verklaarden, omdat de belijdenis niet meer werd gehandhaafd.

De geschiedenis heeft echter geleerd dat afscheiding niet de oplossing is. Het is ook tegen het Woord Gods. Een kerk is dan pas echt een valse kerk als ze de leugen tot waarheid verheft en als ze de dienaren van Christus om der waarheid wil uitwerpt. Zolang God geroepen dienaren in een kerk heeft, die de waarheid Gods recht verkondigen zijn er de kenmerken van de ware kerk en heeft God die kerk niet geheel verlaten, hoe diep het verval ook kan zijn.

Pas in 1951 kwam er een kerkorde, die door een generale synode is vastgelegd. Tot dan was eigenlijk het beruchte algemene reglement nog steeds van kracht. De hervormd-gereformeerden stemden over het algemeen tegen deze kerkorde. Juist vanwege de vele onbijbelse elementen en de zwakke formulering van de grondslag. Opzettelijk is het woord 'in gemeenschap met de belijdenis' gekozen en niet 'in overeenstemming met'. Uit de discussie is duidelijk gebleken dat men de kerk niet aan de belijdenis wilde binden. De huidige belijdenisgrondslag van de kerk is dan ook zeer gebrekkig. In feite wordt er een dynamische vorm van belijden omschreven, die zich beslist niet wil binden aan de letterlijke tekst van de belijdenis.

Dit blijkt ook wel uit de praktijk. In feite is er al sinds het begin van de negentiende eeuw leervrijheid in de kerk. Al enkele eeuwen is het gereformeerde deel in een minderheidspositie en wordt het hoogstens getolereerd.

De synodale uitspraken sinds 1951 zijn grotendeels juist tegen de belijdenis en tegen Gods Woord. Ik denk aan de besluiten over het Schriftgezag, deelname van homo's aan het Heilig Avondmaal, de tweewegenleer, de verzoening.

Toestand

Samengevat, hoe is de toestand nu in de Hervormde Kerk?

- De kerk heeft zich sinds lang van haar grondslag verwijderd, zowel in haar kerkorde als in de synodale uitspraken en kerkelijke praktijk (b.v. vrouw in het ambt).

- Slechts ongeveer eenderde deel van de kerk is hervormd-gereformeerd te noemen. Maar ook dit deel is onderling sterk verdeeld en gepolariseerd. Dit gereformeerde deel bepaalt niet het beleid van de kerk. Het heeft hoogstens een wat remmende werking.

- Er is nog de vrijheid om naar Schrift en belijdenis te spreken en te leven.

- Er is nog de mogelijkheid in alle verbanden te waarschuwen en terug te roepen tot Schrift en belijdenis.

- De Heere roept nog steeds knechten om de zuivere waarheid te verkondigen. Hij bouwt nog hervormde gemeenten. Er worden nog mensen toegedaan. Zeker in gemeenten waar de Schriftuurlijk-bevindelijke waarheid nog verkondigd wordt. Het is duidelijk dat de duivel het juist op die gemeenten gemunt heeft, om die stuk te maken en te verscheuren.

Hoe wordt het straks?

- De belijdenisgrondslag wordt nog losser. In het artikel over het belijden komt een artikel over de Leuenberger Konkordie die op wezenlijke onderdelen in strijd is met de belijdenis. Toch is de formulering zodanig dat niemand zich er in geweten aan gebonden hoeft te voelen. Ook wil de Leuenberger volgens haar eigen formulering geen belijdenisgeschrift zijn. De klassieke gereformeerde belijdenis gaat wel mee in de VPKN. Een beroep erop blijft mogelijk.

- Door de toevloed van ongeveer 700.000 over het algemeen vrijzinnige gereformeerden, wordt de positie van het gereformeerde deel in de kerk ernstig verzwakt.

- Te vrezen is dat de onverdraagzaamheid t.a.v. hen die waarlijk naar Schrift en belijdenis willen leven zal toenemen en de ruimte voor hen kleiner zal worden.

- Een artikel over het huwelijk wordt opzettelijk weggelaten in de kerkorde. Om zo alternatieve samenlevingsvormen ruimte te geven. Toch blijft het mogelijk om te strijden voor het bijbels alleenrecht van het huwelijk.

- Het blijft mogelijk ook in de VPKN te spreken en te leven naar Schrift en belijdenis. Niemand wordt gedwongen dingen te doen of te zeggen die daar tegen zijn. Het blijft mogelijk terug te roepen tot Gods Woord en de gereformeerde belijdenis.

- Er zullen ook in de VPKN knechten en kinderen Gods zijn, die de waarheid Gods recht verkondigen en praktiseren, voorzover wij dat nu kunnen bezien. De kentekenen van de ware kerk zullen in haar (voorlopig) niet geheel ontbreken.

Hoe dient onze houding te zijn?

Onder hen die de gereformeerde waarheid van harte belijden is er sinds de vorige eeuw een tweestrijd.

Er is in de vorige eeuw een beweging ontstaan die alleen in een kerk kan en wil leven, die staat op grondslag van de gereformeerde belijdenis. Omdat de Hervormde Kerk deze grondslag verlaten heeft, hebben zij zich afgescheiden en zijn zij volgens hen teruggekeerd naar de oorspronkelijke gereformeerde kerk.

Er is in de Hervormde Kerk de eeuwen door echter een vrij krachtige stroming gebleven die wil strijden voor de gereformeerde belijdenis in de kerk. Die strijd willen zij blijven volhouden zolang zij om der waarheid wil niet worden uitgeworpen. Deze strijd is niet ongezegend gebleven. Het gereformeerde deel van de kerk is krachtiger dan in de vorige eeuw.

Ook nu is er verdeeldheid onder de gereformeerden belijders in de Hervormde Kerk.

Er hebben zich al enkele predikanten van de kerk afgescheiden, omdat zij samen op weg is en dat proces naar de mens gesproken niet meer te keren is. Zij hebben of een zelfstandige gemeente gesticht (ds. v. d. Sleen) of zoeken aansluiting bij een ander kerkverband (ds. Kort).

Er zijn er die hebben te kennen gegeven dat zij niet meegaan als de Hervormde Kerk opgaat in de VPKN. Zij zullen zich zelfstandig organiseren op basis van de kerkorde van 1951 en die vervolgens gaan omvormen naar de Dordtse kerkorde (Gekrookte Riet).

Ook is er een comité tot behoud van de Hervormde Kerk. Ook zij geven te kennen niet mee te gaan als SoW een feit is. Wat zij dan verder denken te doen is op dit moment niet duidelijk. Bovengenoemden menen alleen hervormd te kunnen zijn als de Hervormde Kerk officieel staat op grondslag van de gereformeerde belijdenis. Zij weigeren echter te erkennen, dat die grondslag in feite reeds lang verlaten is. Ook vergeten zij dat de christelijke kerk ruim vijftienhonderd jaar bestaan heeft, zonder gereformeerde belijdenis.

Ook zouden zij niet in één kerk willen en kunnen zitten met uitnemende knechten en kinderen Gods, wier werk God uitermate heeft gezegend en gekroond (Luther, Bunyan, Spurgeon, Philpot), die de gereformeerde belijdenis en verbondsopvatting niet of niet geheel onderschreven.

Ook onderkennen zij niet voldoende dat de eenheid, ook de zichtbare eenheid een uitdrukkelijk bevel van de Heere is. De kerk is een lichaam en kan en mag in beginsel niet gescheurd worden. Voor zover wij het kunnen bezien, zal het bovenstaande streven resulteren in de vorming van een naar verhouding klein kerkverband van enkele tienduizenden zielen en enkele tientallen gemeenten. Deze formatie zal het karakter krijgen van een klein afgescheiden kerkverband. De onderlinge eenheid en verdraagzaamheid zal binnen die formatie een heel moeilijk punt worden. Het gevaar van een repeterende breuk is niet denkbeeldig.

Deze opstelling zal in de praktijk verwoestend werken. Zij zal tot een scheuring leiden die gemeenten en gezinnen uiteen zal rukken. Te vrezen is, dat veel verbittering, verdachtmaking en onheilig vuur ermee gepaard zal gaan.

Er zijn er ook die sterk de nadruk leggen op de plaatselijke zelfstandigheid van de gemeente en geneigd zijn zich niet af te scheiden van de Hervormde Kerk ook al gaat ze op in de VPKN, zolang de plaatselijk gemeente maar ongemoeid gelaten wordt.

Wat moet onze plaats en weg zijn?

Als ik probeer dit onder woorden te brengen, wil ik er bij opmerken dat dit in de weg van het gebed tot een diepe innerlijke overtuiging is gegroeid.

Ik kan mij het meest vinden in de uitspraak van Putten: 'Wij kunnen niet weg en wij kunnen niet mee'.

Wij kunnen niet mee.

Als de nieuwe kerkorde is aanvaard en het fusiebesluit is genomen, dan moeten wij met alle gemeenten die niet mee kunnen, naar de synode toe duidelijk maken, dat wij niet instemmen met de nieuwe kerkorde, en dat wij haar alleen zullen houden, voorzover ze niet in strijd is met Schrift en belijdenis. Dan zullen wij duidelijk moeten getuigen dat wij als hervormde gemeenten naar Schrift en belijdenis willen leven en prediken en arbeiden in alle verbanden en opzichten.

Ook zullen wij duidelijk moeten maken dat wij in alle verbanden zullen blijven waarschuwen en getuigen tegen alles wat in de kerk niet naar Schrift en belijdenis is en dat wij de kerk blijven terugroepen tot haar aloude grondslag. Zo gaan wij niet mee. Integendeel, wij blijven protestant, wij blijven protesteren, wat de consequenties ook zullen zijn. Als wij daarom worden uitgeworpen, vragen wij om licht en waarheid om de weg te gaan die de Heere dan wil wijzen.

Wij kunnen niet weg

De Hervormde Kerk verdwijnt niet. Zij krijgt wellicht een andere naam en een andere kerkorde. Maar in haar officiële ambtelijke vergaderingen zal zij wellicht het besluit nemen om samen te gaan met de Gereformeerde Kerken en de Evang. Lutherse Kerk.

Wij kunnen niet weg. Wij kunnen en mogen de kerk waarin wij wellicht geboren zijn, waarin wij althans gebracht en geroepen zijn niet verlaten. Ook al gaat ze een heilloze weg. Wij kunnen en mogen ons niet afscheiden, zolang wij nog de mogelijkheid hebben terug te roepen en te waarschuwen.

Het door mij vertolkte standpunt wordt in grote lijn ook ingenomen voor verschillende predikanten van bevindelijke signatuur.

Samuel Rutherford zat in de gevangenis door middel van de kerk van Schotland. De bisschoppelijke hiërarchie was daar hersteld. Hij schreef in zijn onvergetelijke brieven over 'mijn hoerachtige moeder, de kerk van Schotland'. Toch heeft hij er zelfs nooit aan gedacht deze kerk te verlaten.

In de kerk liet hij zich kruisigen net als zijn Meester. Laten wij het kruis niet ontlopen door knus in een clubje van gelijkgezinden te gaan zitten. Wij hebben nog ten bloede toe niet gestreden. Wij zijn mede schuldig aan het diepe verval van de kerk. Laten wij daar zijn en blijven waar Jezus wilde zijn. Te midden van Farizeeën en Sadduceeën, te midden van de schare. En laten we met inneriijke ontferming bewogen, zaaien zolang het ons vergund wordt, in het spoor en de gezindheid van de Meester. En waar Hij Zijn voetstap zet, zullen we het kruis niet ontkomen, zal het aan wonderen niet ontbreken en zal eenmaal de kroon ons wachten.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Te midden van de schare in de gezindheid van de Meester

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's