De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De teloorgang van het hervormd apostolaat

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De teloorgang van het hervormd apostolaat

Tien stellingen van dr. K. Blei

9 minuten leestijd

'Als Christus-belijdende geloofsgemeenschap gesteld in de wereld om Gods beloften en geboden voor alle mensen te betuigen, vervult de Kerk, delend in de aan Israël geschonken verwachting van het Koninkrijk Gods haar apostolaire opdracht in het bijzonder in haar gesprek met Israël, door het werk der zending, door de verbreiding van het Evangelie en de voortdurende arbeid aan de kerstening van het volksleven in de zin der Reformatie.'

Zo formuleerde de Hervormde Kerk in 1951 haar apostolaire opdracht in artikel VIII van de kerkorde. Dit artikel ging aan artikel X aangaande het belijden vooraf. De kerk zou al gaande in de wereld belijdende kerk zijn. De volgorde van artikel VIII en artikel X stond onder discussie. Moest de kerk niet juist tegen de achtergrond van wat ze beleed haar apostolaire roeping vervullen? Moest de kerk dus niet eerst formuleren wat ze belijdt en daarna hoe ze van haar belijden in de wereld getuigenis aflegt?

Bij het afscheid van dr. K. Blei als secretaris generaal van de hervormde synode, afgelopen zaterdag in de Utrechtse Jacobikerk, ging het nog weer eens over het apostolaat, met name over de teloorgang ervan. Dr. Blei had tien stellingen geformuleerd. Vorige week nam ds. J. Maasland in zijn Persschouw een aantal ervan over. Hiernaast zijn ze alle afgedrukt. In één daarvan wordt met zoveel woorden gezegd, dat het apostolaatsdenken is weggevallen. Zelf spraken we in ander verband enkele jaren geleden van het bankroet van het apostolaat, zoals dat in 1951 kerkordelijk gestalte kreeg. Hieronder neem ik enkele momenten op, die in de discussie afgelopen zaterdag naar voren kwamen.

Gemeenteopbouw

In de eerste stelling zegt Blei, dat nadruk op gemeenteopbouw, die hij bijvoorbeeld waarneemt in de concept-kerkorde voor een verenigde kerk, een verschuiving betekent ten opzichte van de hervormde kerkorde, die rondom de apostolaatsgedachte is opgebouwd. Op zich is het veelzeggend dat Blei zegt, dat de kerkorde om het apostolaat en niet om het belijden is opgebouwd. Mogen gemeenteopbouw en apostolaat echter tegenstellingen zijn? Het zou kunnen zijn, dat in dit bezwaar, dat Blei formuleert, juist wel eens het manco van de kerkorde van 1951 aan het licht zou kunnen komen. Het apostolaat werd om zo te zeggen uitbesteed aan de kerk als instituut, dat daarvoor tal van apostolaire instituten in het leven riep, met Kerk en Wereld als centrum. Ging het apostolaire bezig zijn van de kerk in de wereld de zorg om de gemeente niet overschaduwen? Terwijl gemeenten zelfs meer en meer gingen inkrimpen werd een topzwaar apostolair instituut gehandhaafd, dat vaak op gespannen voet stond met de gemeente.

Dr. Blei herinnerde in zijn toespraak, waarin hij de stellingen nader uitlegde, aan de discussie, die hij enkele jaren geleden met mij in deze kolommen voerde, toen ik op de jaarvergadering van de Gereformeerde Bond in verband met de kerkelijke schaalvergroting, aandacht vroeg voor kleinschaligheid. Dat had toen niets met het apostolaat van doen. Wel had het te maken met zicht op de gemeente. De kerk is daar, waar de gemeente is. Voor het getuigenis van de kerk naar buiten zijn levende kernen, levende gemeenten onmisbaar. Dr. Blei beaamde dat ook wel. Maar de gemeente lijkt, in verband met het apostolaat, toch niet zijn eerste zorg te zijn.

Het zou echter wel eens kunnen zijn, dat evangelisatorische arbeid, die vanuit de plaatselijke gemeente wordt opgezet, meer betekenis heeft voor het Koninkrijk Gods dan een groot en groots opgezet instituut, waar meer aandacht is voor maatschappelijke en politieke structuren dan voor de individuele mens en diens geestelijk welzijn.

Uiteenlopend

In zijn zesde stelling zegt dr. Blei, dat de apostolaatsgedachte in de eerste jaren na de Tweede Wereldoorlog op uiteenlopende wijze is vertolkt door mensen als Kraemer, Van Ruler, Miskotte en Hoekendijk.

Het is hier niet de plaats om die uiteenlopende visies nader uit te werken. In de Jacobikerk heb ik echter herinnerd aan de uiteenlopende visies van K. H. Miskotte en A. A. van Ruler.

Miskotte, de doorbraaktheoloog, die uitging van het zogeheten 'Gebot der Stunde' (Gebod van het uur), dat in de politiek centraal moest staan en op grond waarvan christenen met socialisten in de Partij van de Arbeid samen gingen.

En A. A. van Ruler, de theocraat, die uitging van de heerschappij van Christus over alle leven, die door de kerk, tot in het politieke leven toe, moest worden uitgezegd: Alles moet Hem eren (Psalm 33). Miskotte en Van Ruler verschilden, zo bleek bijvoorbeeld bij de opstelling van het geschrift Fundamenten en perspectieven van belijden, fundamenteel inzake het zicht op de overheid en de (christelijke) politiek.

De doorbraak bleek al spoedig te zijn verzand. De Protestants Christelijke Werkgemeenschap in de Partij van de Arbeid was geen lang leven beschoren. Teleurgesteld hebben velen, die het ideaal van de doorbraak huldigden, van deze partij afgehaakt. Is daar vandaag nog enige inbreng (mogelijk) vanuit het Evangelie zoals in de jaren direct na 1951 met veel idealisme werd beoogd? Recent kwam de heer P. de Visser, gewezen kamerlid voor de PvdA (nog één van de doorbraakmensen van het eerste uur), in Hervormd Nederland tot de verzuchting, dat het met de PvdA 'niks' meer was en zei hij (in sociaal opzicht) dichter bij een partij als het GPV te staan dan bij de huidige PvdA.

De theocratische visie van Van Ruler, die de belijdenis van artikel 36 van de Nederlandse Geloofs Belijdenis niet opgaf, heeft het langer uitgehouden, liever: had, bijbels en confessioneel gezien, waardevaster papieren.

Protesten

Dr. Blei gaf in zijn rede aan, dat niet ieder in de jaren rondom 1951 meeging met de toen aangedragen apostolaatsgedachte. Het was voornamelijk een zaak van 'de middenorthodoxie'. Telkens weer werd uit de rechterflank van de kerk betoogd, dat het apostolaat het belijden naar achteren drong en dat, terwijl de kerk bedoelde de wereld in te gaan, 'de wereld' de kerk, met name de apostolaire stukken en activiteiten van de kerk ging bepalen. Het bijbels getuigenis was in het apostolaat, dat in de zestiger en zeventiger jaren steeds sterker politiek werd gekleurd, vaak ver te zoeken. Dat mondde uit in twee protestbewegingen: de Open Brief van dr. W. Aalders, ds. G. Boer e.a. in 1968 en Het Getuigenis van prof. dr. G. C. van Niftrik, dr. W. Aalders, prof dr. H. Jonker e.a. in 1971. Dr. Blei herinnerde zelf ook aan die protesten. Het mag evenwel opvallend heten, dat uitgerekend prof. dr. A. A. van Ruler, die dr. Blei mede tot de grondleggers van de apostolaatsgedachte rekent, uiteindelijk bij Het Getuigenis uitkwam, dat fundamenteel kritisch inging tegen de concretisering van de apostolaatsgedachte in de kerkelijke praktijk: de maatschappij kritische (messiaanse) theologie.

In 1951 bleek er inderdaad al sprake te zijn van uiteenlopende lijnen. In de loop der jaren gingen die lijnen steeds verder uiteen, om niet te zeggen dat ze uiteindelijk elkaar-kruisende lijnen werden.

Actueel

Er is toch echter geen enkele reden, dat de kerk het apostolaat nu zou opgeven? Integendeel, zoals de apostelen de wereld werden ingezonden, is de kerk ook vandaag geroepen tot het getuigenis in de wereld, zowel in het gesprek met Israël als in de zending en naar volk en overheid toe. De vraag is alleen hóé de kerk aan haar apostolaire roeping gestalte zal geven. De roeping van de kerk in deze is toch niet afhankelijk van getalssterkte van de kerk, van meerderheids-of minderheidspositie? Die wordt toch bepaald door de hartstocht vanwege de Verzoening door Christus aangebracht op het Kruis van Golgotgha?

We herinnerden in de Jacobikerk in deze aan Kolossensen 2, waarin Paulus schrijft, dat Christus op het kruis enerzijds het handschrift, dat tegen ons was, heeft uitgewist, en anderzijds de machten heeft overwonnen. Zal de kerk uit deze machtige belijdenis niet onopgeefbaar haar roeping weten om met Paulus uit te roepen 'wij bidden u van Christuswege, laat u met God verzoenen' en uit te zeggen, dat de machten in deze wereld niet het laatste woord hebben? Hebben deze twee zijden van Christus Koningschap echter het naoorlogse apostolaat bepaald?

Mag hier dan nu overigens gesproken worden van het einde van de 'Grote Verhalen'? Later in de gedachtenwisseling vroeg prof. dr. J. Muis wanneer dat, wat Paulus in Colossensen 2 zegt, zichtbaar zal worden. Op de grote dag van de Messias betoogde hij. Maar die grote dag is toch al begonnen met Kruis en Opstanding, dè Grote Dag in de geschiedenis? Hoe klein de kerk ook wordt ('in de ogen der mensen', art. 27 N. G. B.), ze zal zich voor dit getuigenis, voor dit écht Grote Verhaal toch niet en nooit mogen schamen? De vraag is daarbij echter wel hóé de Verzoening wordt beleden. Belijdt de kerk de 'Verzoening door voldoening', door de bloedstorting van de Middelaar? En zo ja - want ook die klassieke leer der Verzoening wordt telkens weer bestreden - is de uitwerking daarvan dan algemeen of vraagt die om bekering van mensen? En daarom ben ik dan toch ook weer terug bij de gemeente. Daar vindt de dienst der verzoening plaats, in de prediking van het Evangelie. De gemeente is werkplaats van de Heilige Geest. Daar wordt toch het vuur ontstoken voor apostolaat, waarin hartstocht van de kerk zichtbaar wordt voor het verlorene en voor de wereld in al haar noden.

Christelijk?

In de laatste stelling zegt dr. Blei, dat het er de kerk niet '(uitsluitend) om gaan moet (gelukkig: dus óók wél? ) om een samenleving, waarin weer zoveel mogelijk bewuste, innerlijk overtuigde gelovigen rondlopen' . Moet het echter niet de bewogenheid van de kerk zijn, dat een mens buiten Christus geen Leven kent.

Maar als Blei daaraan toevoegt, dat het ons evenmin om een samenleving moet gaan, die nog 'een christelijk stempel' draagt, stel ik als vraag - hoezeer de realiteit er verre van is - 'zou er iets op tegen zijn? ' Is er iets op tegen als er christelijke tekenen zijn? Is er dan - om een actueel voorbeeld te noemen - iets op tegen wanneer het randschrift van de nieuwe Europese munt aan God herinnert? Dr. Blei vreesde - niet ten onrechte - dat Gods Naam wordt neergehaald bij verkeerd gebruik van geld. Maar andersom kan toch juist ook de Godsnaam op de munt mens en samenleving herinneren aan het rentmeesterschap voor Gods Aangezicht?

Zou de kerk niet juist in een geseculariseerde samenleving, waarin zozeer aan het licht treedt welke heilloze gevolgen het leven zonder God heeft, dienen uit te stralen, dat het leven met Christus en een leven naar Zijn geboden heil-zaam is?

Nadruk op 'menselijkheid' in de samenleving alleen - ik zeg alléén - is toch te mager? Christus alleen! Moet dat niet de grondtoon van het apostolair getuigenis zijn? Geen apostolaire grootspraak of triomfalisme. Maar wel de sprake aangaande de grote en enige Naam, met als centrum de Triomf van de Opstanding.

Zo zijn de apostelen de wereld ingezonden. Voor die waarheid uitkomen is altijd plicht, zelfs als men haar miskent, zei Groen van Prinsterer.

Het zou hèt teken van de theocratie in de eindtijd kunnen zijn om dit getuigenis weer tot voor koningen en overheid te moeten uitzeggen en dit getuigenis met de dood te moeten bekopen, zei Van Ruler.

N.B. Zie voor de stellingen het artikel Een pleidooi voor nuchter pastoraat

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De teloorgang van het hervormd apostolaat

Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's