Jeugd en kerk (3)
Gemeente als gemeenschap
Het derde kernwoord is tevens een kerkwoord. Gemeenschap. Communio gaat hand in hand met unio. Neem de unio weg en de communio vervalt. Communicatie vindt plaats binnen een bepaald kader, binnen de begrenzing van de gemeente. De gemeente als gemeenschap van en aan Christus en daarmee, alle individualisme ten spijt, de gemeenschap van christenen onderling. Daar wordt bij uitstek de Sprake van het Woord gehoord. Daar vallen de grote en hoge woorden over God en Zijn Zoon. Daar vallen de woorden over zonde en genade. Daar waar mensen heilig solidair zijn. Daar waar geen 'meer' of 'minder' is. Daar waar de Geest 'hoog' en 'laag' heeft genivelleerd tot het niveau van de zondaar, de misser van elk doel. Daar communiceren we in klare taal de woorden van de door God ontmaskerde tsaddiek en cultuurmens Paulus: 'Er is niemand rechtvaardig, ook niet één. Er is niemand die verstandig is. Er is niemand die God zoekt'. In deze ontmoetingsruimte van het Verbond ontmoet de wijze de dwaze. Daar staat de slaaf en verslaafde oog in oog met de vrije en bevrijde. Daar begroet de oudere de jongere. Daar ontfermt de rechtvaardige zich over de goddeloze. U noemt ze maar zoals u ze noemen wilt. Slechts in deze gemeenschapsruimte zijn ze of worden ze die ze zijn. Slechts hier komt het doel voor doelmissers in zicht. Slechts hier komt de mens in al zijn majesteit en misère tot zijn bestemming.
Gelijk dringt zich de vraag aan ons als leden van deze unieke gemeenschap op of er in onze gemeenschappen nog plek is voor deze radicale nivellering. Bieden kerk en gemeente nog werkelijk asiel aan ontheemde jonge en oude zoekers of lopen ze noodgedwongen de kerk letterlijk en figuurlijk voorbij om dat het er zo koud, zo kil en gemeenschapsloos is?
'k Zal proberen u te illustreren wat ik bedoel. Onlangs preekte ik in een kerk van kathedrale afmetingen. Buiten was het koud en mistig. Op aandrang van de nodigende kerkklok traden drie letterlijke en geestelijke zwervers het warme kerkgebouw binnen. Ze vielen niet zozeer op omdat ze op de eerste bank waren gaan zitten, maar veel meer omdat heel hun uitstraling getuigde van een zoekend leven. Zoekend tot in de vuilnisbakken van onze luxe cultuur. Wat een treffer! Laat nu toch net de overbekende gelijkenis van het verloren schaap aan de orde zijn! Voor mijn gevoel en naar mijn idee had ik ze al! Wat is God toch goed als Hij het aldus bestierde, zo mijmerde ik vol dankbaarheid. Ik las met zo'n dictie uit het Evangelie dat naar mijn mening deze kwijtgelopen mensen de goede Herder met het verloren schaap op de schouders wel moesten zien. Gekomen bij de zinsnede: 'Alzo is er blijdschap in de hemel over één zondaar die zich bekeert', voegden de voorwerpen van mijn vermeende liefde en inspanning de daad bij het woord en maakten zij rechtsomkeert. Juist op dat ultieme moment keerden zij zich letterlijk van de kerk af. Immers, ze waren weer warm genoeg om hun zwerftocht door de straten van het leven te hervatten...!
Hoe te raken?
Een ontgoochelende dominee las verder. A wiser and a sadder man. Was er dan toch geen communio waarin zij zich thuis konden voelen? Was de warmte van.het Woord hen dan toch te kil en te koud? Was de kerk alleen maar warm en ontbrak het aan zinderende gloed van de gemeente? Ik leg u deze zaken voor als een existentiële zorg die door al mijn botten huivert. O God, waarom mislukken mijn stappenplannen, mijn methodes en methodiekjes? Waarom lukt het me zelfs niet meer met het naakte, ontklede Woord? Hoe raak ik ooit de zoekgeraakte refo, de kwijtgeraakte gabber, de verloren kakker? Waar blijft de vervulling van Uw belofte: 'In die Ure...' ? Ik besef dat u mijn toonzetting te zwartwit vindt. Ik vermoed dat u de gulden middenweg node mist. Dat zij zo. Ik word gaandeweg steeds meer de onmogelijkheid gewaar om nog één jongere, van wat staat of kwaliteit ook, te raken. Toch gaan we verder. Omdat God God is. Omdat Christus het verlorene zoekt. Omdat de Geest bijeenbrengt wat niet bijeen hoort. Toen en nu. Ongedacht en onverwacht. Buiten mijn patronen en denkwijzen. Vaak vol donkere majesteit. Nochtans.
Gezin als gemeenschap
Nadat we nagedacht hebben over het belang van de christelijke gemeente als plek van gemeenschap willen we tot slot nog wijzen op een gemeenschapsvorm waarvan wij in de baaierd van deze tijd extra aandacht moeten besteden. Ik bedoel de 'ecclesiola in ecclesia', het kerkje in de kerk, de gemeente in de gemeente. Kortweg, het gezin. Het gezin mag weer. Het is zelfs trendy om er over te spreken. Tot op het politieke niveau. We laten ons echter niet dicteren door de modieuze en tendentieuze norm van de dag, maar door Gods Woord als bron van gezag.
De God van het Verbond moet weer 'thuis' komen. Ik zeg het met schroom. Thuis. In de huizen. In de gezinnen. Al te lang hebben we Hem, Die de hemel als Zijn 'thuis' heeft, uit onze huizen verdrongen. Wie het verstaan wil, die verlaat het: God is met heimwee vervuld. Weh nach Heim. Hij kent geen gepassioneerd verlangen om onder ons te zijn op de plek waar we thuis zijn en waar we ons thuis voelen. Al te lang heeft de christelijke gemeente zich erbij neergelegd dat er geen 'thuis' is voor God onder ons. Wij hebben Hem, als het ware, de deur gewezen. Geen plaats. Het lijkt alsof wij de Heere opgesloten hebben in Zijn hemel. Ver van ons alledaagse leef en beweeg. Weg van de oerbasis van het bestaan. Weg uit het gezin. Over Godsverduistering gesproken! Plak me nu niet te snel het etiket op van regelneef, moraalridder of zedemeester. We moeten wel stekeblind zijn als we niet op alle fronten bemerken dat de kwaal van vervreemding van God en elkaar mede zijn oorsprong vindt in deze oercel van kerk en samenleving. De kerk heeft een hernieuwde taak in de gezinsvorming van allen die aan haar hoede, mitsgaders haar kaartenbak zijn toevertrouwd. Met opzet gaven wij aan het begin van deze lezing een wijde definitie van het begrip jeugd. Wij betrokken daarin ook de jong-volwassenen. De gezinsstichters. Bij uitstek de kerk als familia dei zal haar leden en randleden weer hebben voor te leven en voor te houden wat het geheimenis van werkelijke gemeenschap is. De kerk en haar voorgangers moet de basis weer leren waar het basaal om dient te gaan in de omgang met God en elkaar. Bij uitnemendheid in het gezin zal temidden van de vele goden die ene Naam weer hebben te klinken. In Woord en daad. In handel en wandel. Leven met een doel, het doel, dat is doelbewust, zal weer geleerd moeten worden aan de basis. Daar gaan als eerste de Schriften open. Daar wordt de primaire gemeenschap gesticht. Daar is de bakermat van de gemeente. Daar is de wortelgrond van de genade. Daar wil de Heere wonen en werken. Waar liefde woont. Waar geborgenheid is. Waar vertrouwen is. Daar woont Hijzelf, daar wordt Zijn heil verkregen. En het leven tot in eeuwigheid. Aandacht voor de jeugd vanuit de kerk is aandacht en liefde voor het gezin. Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst. Kan niet beter en met meer recht gesteld worden: wie de ouders heeft, heeft de toekomst? Zal de gemeente in haar jeugdwerk dan niet allereerst en vooral aandacht hebben te besteden aan de jong-volwassenen? Zij zijn toch de eerst aangewezenen om de kinderen in contact te brengen met God en Christus. Moeder en vader zijn toch de eersten die het kind aan de hand nemen om naar de kerk te gaan? En als de ouders hen niet of niet meer daarheen leiden, wie neemt hen dan bij de hand? En waarheen worden ze dan gebracht? Hebben we ook als kerk niet al te verachtelijk gedacht en gesproken over het imitatie-karakter van de opvoeding?
Zelf kiezen?
'Het moet uit hen zelf komen! Ze moeten zelf kiezen', zo luidde onze nieuwe opvoedingsmethodiek. Authenticiteit en oorspronkelijkheid werden grondwoorden uit de vemieuwe godsdienstpedagogiek. Het resultaat heeft de kerk tastbaar voor handen. De praktijk bevestigt slechts wat de theologie ons bij monde van Paulus voorhoudt: 'Er is niemand die God zoekt'. Kaartenbakkinderen incluis. Niemand! Andere goden hebben in deze vrije-keus en laisser-faire atmosfeer het vacuüm opgevuld. De beeldreligie die de beslotenheid en geborgenheid van de kleine leefgemeenschap doorbreekt, herhaalt religieuze en godsdienstige woorden. Vanaf het huisaltaar oreerde onlangs een pseudo-religieuze sekteleider voor duizenden jongeren en ouderen 'Ronaldo, de uitverkorene is Lourdes op twee benen. Wie de kans krijgt hem aan te raken, te kussen of te omhelzen, heeft het eeuwige leven. Deze FC - er is een halfgod. Laat de kaalgeschoren schedel van deze godenzoon ons beeld en symbool zijn'. Het Hooglied hertaald! Intussen staart de Jezus van de oude vertrouwde zondagsschoolplaatjes ons aan. Hij heeft het op voorhand verloren. Deze Verlosser lijkt 'the loser', want toen wij Hem aanzagen was er gestalte noch heerlijkheid aan Hem. Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht. Hij was veracht en de onwaardigste onder de mensen, een Man van smarten en verzocht in krankheid; en een ieder verborg het aangezicht voor Hem; Hij was veracht en wij hebben Hem niet geacht'. En intussen laten wij onze kinderen kiezen...!
Verachte Mens
Is er nog een plek voor deze verachte en geminachte Mens in onze primaire leefgemeenschappen? Hoe zullen mijn kinderen ooit iets in Hem en Zijn dienst en dienstbaarheid gaan zien als zij Hem nog nooit in mijn leven als ouder hebben ontwaard? Organiseer wat u wilt, zet op poten wat u wilt, zet kerkdeuren wagenwijd open, maar waar Christus nog nooit in de kleine gemeenschap van het gezin is gezien, hoe zal dan ooit een sterveling Hem kunnen ontmoeten in de grote gemeenschap van de gemeente.
't Wordt tijd dat we ophouden, dan kunnen we weer beginnen waar God begint en als Hij begint kunnen wij wel ophouden...!
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 19 juni 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's