De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Christelijke media en de kerken

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Christelijke media en de kerken

11 minuten leestijd

's Zondags gaan wij naar de kerk. Doordeweeks lezen velen het RD, maar luisteren of kijken ook naar de EO. Wat gebeurt hier nu eigenlijk? Hoe werken de invloeden?

1. Meer dan een omroep

1. In Hilversum zijn christenen op het front bezig: met het oude Evangelie in de moderne tijd. Hier vindt de vertaalslag plaats tussen het hoge Woord en de moderne cultuur, waarover wij theologiseren. Maar een 'lekenprediker' als Henk Binnendijk doet het en haalt de kastanjes voor ons uit het vuur. Leven wij mee? En: zijn wij zelf ook aan het front bezig: in het meest geseculariseerde landje ter wereld! Of... houden wij de meest verbrokkelde kerk overeind?

2. Hier aan het front gebeurt iets. Hier waait de wind meer dan op menige kerkelijke vergadering! Men trekt zalen vol mensen, die de kerkelijke shibboleths achter zich lieten, terwijl wij in de kerken machteloos neerzitten bij oude breuken (COGG) en bang zijn voor nieuwe (SoW). Als toegift op de frontsituatie beleeft men bij de EO de oecumene van het hart. Van hier waait ook een evangelische wind de kerken binnen. Als dit de wind van de Geest is, waait Hij wel vrij door onze muren heen! Velen ervaren die als een zoele zuidenwind.

Zeker, in de plaatselijke gemeente gebeurt het onvervangbare: de wekelijkse boodschap in de blijvende gemeenschap. Daarom houden wij ambt en instituut hoog. Maar staat de deur echt open? Is de drempel niet te hoog? Heeft het geestelijk leven werfkracht?

De EO is inderdaad 'meer dan een omroep' : zij doet aan prediking, aan een soort 'catechese' (theologische leergangen, jongerenwerk), aan echt pastoraat (groot nazorgapparaat o.l.v. een predikant), apostolaat (zij komt via de tv binnen waar de kerk allang niet meer binnenkomt) en zelfs diaconaat (EO metterdaad). De EO doet dus bijna alle taken van de kerk - door de aard van het medium zelfs uitgebreider en beter dan de kerken kunnen! Dat medium wordt in deze tijd zelfs meer dan andere organisaties 'ankerpunt' voor de mensen, zeggen sociologen. Ja, de EO is naar buiten het gezicht van de kerk geworden! Meer dan de nog verdeelde reformatorische partijen. De EO blijkt zelfs 'aanspreekpunt ' te worden voor de seculiere media. Als de wereld wil weten: wat vinden de christenen? gaat men naar de EO! Een dominee is voorzitter! En hoe! Dan denk ik: het lijkt wel een kerk! Alleen: de sacramenten ontbreken. Natuurlijk is de EO geen kerk en wil zij dat ook helemaal niet wezen. Sociologen spreken van 'parakerk'. De EO zelf voelt zich 'verlengstuk' van de kerk(en). Zij gaat zorgvuldig om met het kerkelijk achterland, stimuleert trouw aan eigen kerk, geeft voorgangers een spreekbuis. Persoonlijk ben ik dankbaar, dat ik eens mocht spreken op zo'n EO-familiedag. In typerende context: een grote Jaarbeurshal in Utrecht. Met radio en tv erbij! Dan proefje het dynamische gebeuren. Maar de omroep selecteert de sprekers en 'mijn' kerkenraad kwam daar niet aan te pas.

Maar intussen raakt dit de kerk direct! Communicatie van het Evangelie is haar taak. Maar juist het omgekeerde gebeurt: de EO beïnvloedt het kerkelijk klimaat. Er is door de Gereformeerde Gezindte een evangelische wind gaan waaien. Je merkt het als predikant: hier halen jongeren vaak juist hun inspiratie vandaan.

Ik zou hier willen pleiten voor het Barnabas-model. Als de apostelen in Jeruzalem bij geruchte vernemen wat er spontaan buiten Israël in een wereldstad gaande is, wat doen ze dan? Ze sturen Barnabas erheen. Kan dit initiatief-zonder-ambten uit God zijn? 'En Barnabas, daar aangekomen en de genade Gods ziende, werd verblijd. En hij vermaande hen allen met een voornemen des harten bij de Heere te blijven' (Hand. 11 : 26). 'Leken' deden wat ambtsdragers lieten liggen... Barnabas had er een 'antenne' voor. 'Want hij was een goed man, vol van de Heilige Geest.' En hij bemoedigt die jonge kerk. Hij gaat er zelf werken: haalt Paulus en vanhier - niet van Jeruzalem - beginnen de zendingsreizen!

Dat is het: antenne uitsteken, erbij willen zijn (al hebben we onze handen vol en al is het ver van huis), ervan willen leren; stimuleren, participeren en zo nodig corrigeren.

2. Meer dan een krant

Grepen de 'evangelischen' - daarin wel gevolgd door 'open' reformatorischen - naar de moderne media, radio en tv (EO, 1970), de meer 'gesloten' reformatorischen grepen naar het klassieke medium: de krant. Naast het Nederlands Dagblad het Reformatorisch Dagblad (RD, 1971). Hier bestond al een dwarsverbinding in de politiek (SGP). Reformatorische scholen volgden. De krant maakte nu de mini-zuil compleet. Het ging (niet tegen de EO, maar net als daar) tegen dezelfde cultuuromslag van de jaren '60. Men vreesde 'de wereld in huis'. Intussen brengt ook het RD - net als het journaal - 'de wereld in huis': maar dan het wereldgebeuren. Refojoumalisten zwerven uit, naar politiek Den Haag, maar ook naar de brandhaarden in de wereld. Een op eigen groep gepromoveerde politicoloog kreeg de leiding. Het was ook een stukje emancipatie. Ook hier gebeurt wat - minder zichtbaar. Zo werden de 'bevindelijk-gereformeerden' geconfronteerd met de grote wereld-vragen. Geïsoleerde groepen raken op de hoogte, en dat relativeert de muren. Ook hier dus een zekere verbroedering. De krant biedt zelfs zicht op de wereldkerk (vindt b.v. geestverwanten in... China!). Ook hier iets van 'oecumene van het hart', - bevindelijk dan. Maar ook hier geen oecumene van kansel of Tafel. We doen bijna alles samen, behalve... naar de kerk gaan.

Zoals de EO 'meer dan een omroep' werd, werd het RD 'meer dan een krant'. Een vertrouwd familieblad, met pagina 2 weer vol kerknieuws, en dat dagelijks: daar kan geen kerkelijk weekblad tegenop. Plus 'reformatorische' commentaren, recensies en bijlagen met opiniërende artikelen: daar kan geen maandelijks leerhuis tegenop. Er stak in de Gereformeerde Gezindte dus ook een '(na)reformatorische' wind op. Sommigen ervaren die wind als een koude noordenwind, die het water van de hof bevriest tot een zuil.

Ook hier geen misverstand: de objectieve voorlichting wordt geprezen, de redactie van de krant gaat veelal zorgvuldig om met het lastig-verdeelde kerkelijk achterland, wil trouw aan eigen kerk niet ondermijnen, geeft voorgangers een spreekbuis. Maar de krant zelf selecteert, de zaak zelf blijft buiten de kerkelijke agenda. Ook hier blijft waar: in de plaatselijke gemeente gebeurt het eigenlijke: de bediening van het Woord en de sacramenten. Daar kan geen krant tegenop. Daarom houden wij ambt en instituut hoog. (Of ondermijnen wij die onbedoeld zelf door een veelheid van instituten? ) En zonder de kerken zijn de christelijke organisaties ondenkbaar. Maar ook hier gebeurt het omgekeerde: de krant beïnvloedt het klimaat in de kerken van gereformeerde signatuur, er is onmiskenbaar een speciale 'refo'-invloed! Je merkt het als predikant aan jong en oud. Hier wordt veel jeugd degelijk gevormd. Deze jeugd kent de gescheiden kerken beter dan de 'eigen' kerk! Zó interkerkelijk groeit deze jeugd op. Maar er worden toch weer grenzen getrokken: alleen andere grenzen, soms dwars door bestaande kerken en modaliteiten: middels dagelijks commentaar, selectie van scribenten, advertentiebeleid, enz. Recensies werken bijna als censuur Een kerkelijk hoogleraar schreef in een maandblad dat hij zich door de krant (een recensie van zijn publicatie, maar door iemand van eigen kerk)... onder tucht gezet voelde.

Persoonlijk heb ik niet te klagen. Integendeel: ik heb mogen spreken bij het 25-jarig bestaan van het RD. In typerende context: niet een jaarbeurs, maar de aula van een grote refo-school in Apeldoorn, bij het orgel. Ook onvergetelijk. Ik heb toen zelf gepleit voor het profetische Wachterambt: signaleren, bij gevaar op de bazuin blazen (maar ook goed nieuws doorgeven!), het wereldgebeuren doorlichten (en de rol van de kerk daarin nog meer belichten!). Ook hier kan een bijbels model helpen, ditmaal uit het O.T. Als sommige oudsten buiten het heiligdom gewoon in de legerplaats van het volk gaan profeteren, zegt de jonge leider Jozua: meneer Mozes, verbiedt het! Maar die oude leider liet ze begaan en verzuchtte: 'Och, of al het volk des Heeren profeten ware en de Heere Zijn Geest gave' (Numeri 11).

3. Minder dan een kerk?

De kerk zelf bestond natuurlijk al eeuwen vóór de media verschenen. Zij is van alle tijden en alle plaatsen. God zij geprezen. En in tijden van nood - in de oorlog, toen de media werden gelijkgeschakeld - bleef zij in leven. Zo gaat dat nog in dictaturen elders. Bijbels gezien: Volk van God, lichaam van Christus, tempel van de Geest. Niet van de wereld, wel gezonden in de wereld. De enige 'synode' die het N.T. kent - Hand. 15 - was bezig met... zending, jonge kerken en eenheid. Ter navolging! Terwijl 'Rome' veel aan 'missie' deed, kwam de Reformatie aan zending niet toe: ja, zij achtte het bevel al vervuld... Pas later begonnen genootschappen ermee. Kerken lieten de zaak aan hen over. Inmiddels hebben ze nu ontdekt, dat het bevel de kerk zelf betreft. En zij werken nu ook wereldwijd. Wij ook. Er gebeurt daar wat! Maar of de 'laatkomer' er nu echt in gekomen is? ! of de zending thuis echt doorwerkt in het kerkelijk beleid? ! Let op: net bij de gevoelige knelpunten (liturgie, SoW, enz.) blijft de zending buiten beeld! Zij valt net onder een andere 'bond' of 'deputaatschap'. In de zending zijn we allang voor een 'alomvattende benadering': dan stuurt de kerk niet alleen theologen, maar ook artsen, onderwijzers, technici, enz. Maar thuis? Daar zijn we bang op andere dan kerkelijke terreinen te komen...

Na de Afscheiding ontstond er de dwarsverbinding van het christelijke onderwijs. Prachtig. Maar zo hebben we dat als kerk ook weer uitbesteed. En we raakten de greep op het christelijk onderwijs kwijt. In het refo-onderwijs krijgen we die maar zeer ten dele terug. Functieverlies van de kerk(en).

M.i. gebeurt zoiets nu weer bij de christelijke media. Ja, 'we hebben een Woord voor de wereld', maar dat doet nu de EO wel. Ja, wij moesten een wachter op Zions muren zijn, maar dat doen SGP en RD wel. Functieverlies van de kerk(en). Sterker nog: de kerkelijke 'leiders' kunnen zelfs de greep op het kerkelijk klimaat verliezen. Hoe wij zuider-of noorderwind ook taxeren, wij hebben er als kerken weinig invloed op. Zij doorwaaien intussen wel onze hoven. Is het de wind van de Geest? Het is elk geval Zijn - door ons verdeelde - hof. Maar wie doet er wat aan, als onverhoopt de wind uit een verkeerde hoek - arminiaans of hypercalvinistisch - gaat waaien?

Wij zitten er als Gereformeerde Gezindte wat tussen. Ik vind dat zelf geen ramp, maar een uitdaging. Sterker, wij als hervormd-gereformeerden verkeren zelfs in een driestromenland: de 'oecumenischen' in eigen kerk zijn er ook nog. Dat zouden wij bijna vergeten. Daarom kunnen wij Trouw, de NCRV en de IKON ook niet negeren. Wereldwijd gezien zijn er alleen Oecumenicals en Evangelicals. Reformatorischen zijn een randverschijnsel. Christenen zijn in deze wereld 'burgers' of 'pel­grims', en wij? 'pioniers', zegt Polderman. Ze zijn 'mondig' of 'zondig', en wij? bondig, zegt Veerman. Grijs gebied? Ik heb vooral in Amsterdam ontdekt: in de stad ben je geen fort, wij staan op een kruispunt en hebben als enigen lijnen naar drie circuits tegelijk. Daar kun je van leren, daar kun je ook het eigene inbrengen.

De media brengen het wereldgebeuren thuis. Dat heeft gevolgen voor de kerk. Je ziet wereldleiders en wereldlijders - bij de koffie. Dit raakt aan ons Voorzieningheidsgeloof. Wie geen tv heeft, merkt het via de krant of aan het moderne onderwijs, het Europese bedrijfsleven. Wie reist niet buitenslands? Wij predikanten mogen daarom nooit tijdloos preken of theologiseren. De Schrift zelf is al niet tijdloos, maar ook de tijd dringt er toe. Christenen staan daarin profetisch, priesterlijk en koninklijk. Dominees ook. Dat is geen nieuwlichterij, dat deed de kerkvader Augustinus al: na de val van Rome sprak en schreef hij over de Eeuwige Stad. Of laten we dat commentaar ook over aan de media? Weer een functieverlies van de kerk. Zij zou de media juist moeten voeden. Zij zou - met haar langere adem - kunnen voorkomen dat de media achter het laatste nieuws aanhijgen. Ook niet bij de waan van de dag te leven.

Bij het functieverlies van de kerk hoort - tenslotte - ook het ontbreken van het kerkelijk opzicht. Zo'n christelijke organisatie heeft wel haar eigen opzicht: een eigen Raad van Toezicht en Advies. Ze oefent dus tucht over zichzelf. Evangelische of reformatorische tucht, al naar gelang. Begrijpelijk: we zijn gewaarschuwd door de vrije val van algemeen-christelijke organisaties... En: welke kerk zou dat moeten doen? Maar hier klopt weer iets niet. Niet christelijke media moeten opzicht en tucht oefenen over de kerk maar omgekeerd. Doch helaas, die kerk is verdeeld: de 'grote kerk' doet weinig aan tucht, de 'gescheiden kerken' meer, maar verbrokkeld. Zijn media meer dan media geworden, de kerken zijn dan minder dan kerk geworden. Door de verdeeldheid laten de kerken - onbewust - een gat vallen. Is het dan vreemd dat christelijke organisaties dat gat vullen? Maar wie voelt dat nog zo? Wie heeft nog het rechte zicht? 'Weet gij niet, dat de heiligen de wereld oordelen zullen? '

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's

Christelijke media en de kerken

Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1997

De Waarheidsvriend | 20 Pagina's