Tot opscherping der onderlinge liefde
'... zij wordt niet verbitterd' 1 Kor. 13 : 5
Met andere woorden: wees niet zo snel aangebrand. Dat is zómaar gebeurd. Om het minste of geringste slaat de vlam erin bij onze oude Adam. Er hoeft ons soms maar een strobreed in de weg gelegd te worden of er komt al een scherpe reactie, hevig-geprikkeld: dat zal ik 'm inpeperen! En dan kan het er heftig aan toegaan. Vleselijk.
Anderen zijn misschien trager tot toorn, minder driftig. Maar dan is er zo dikwijls wel die langdurige verbittering. Een zure opmerking hier, een bits antwoord daar; en als God het niet verhoedt is de sfeer voor jaren verziekt. Dan broeit de wrok. Die ander kan geen goed meer doen. En ook dan komt het scherp te liggen, tussen man en vrouw, in het gezin, in de buurt of in de Gemeente. Zuur als azijn. Hoe anders leert Gods goede Geest door dit Zijn Woord: de ware liefde wordt niet verbitterd. Weet u: dit snijdt zo in m'n vlees.
Want in het leven van alledag komen we maar genoeg tegen om ons over op te winden, terecht of ten onrechte. In de wereld zijn er dingen die een mens ergeren kunnen. En ook in de kerk aan aanleidingen geen gebrek. En dan zou je soms de telefoon willen pakken om iemand eens ongenadig de waarheid te zeggen. Je zou er met de botte bijl op af willen gaan om er op in te hakken. De pen zou je willen pakken om het recht te zetten.
U kent ze wel: mensen die doorgaans als eerste reageren. Want ze hebben weer 's een fout bij de ander ontdekt. En per ingezonden brief spuit men dan, in niet mis te verstane bewoordingen, op-of aanmerkingen om misnoegen te uiten. Soms vraag je je af: wat zit daar achter; wie gaan er schuil achter frequent weerkerende namen in brievenrubrieken waarin lezers kunnen schrijven over wat zij hebben opgemerkt? Zoveel hoofden, zoveel zinnen. En zoveel eigen-zinnigheid. De mens kan zichzelf bij tijden zo belangrijk vinden. De kritiek van 'de luis in de pels' is soms zo scherp, de toon soms zo hard, bijterig, ver-bitter-d. Of men fleemt in zoet-gevooisde teksten. Maar is het uit de aard der liefde? Ik herhaal: wat snijdt dit alles diep in mijn eigen vlees. Waar ook ik geneigd ben om zo fel te reageren (en er niet te goed voor ben om het bij vlagen ook te doen) daar komt dit liefdevolle, maar scherp-afsnijdende woord van Paulus tot me: 'de liefde wordt niet verbitterd'.
Paulus zelf heeft die verbittering aan den lijve ondervonden. Want slechts luttele jaren geleden ging het mis tussen Paulus en zijn ambtsbroeders Barnabas en diens neef Johannes Markus.
Wat was er aan de hand? Johannes Markus (die toch al veel doorstaan had in de dienst des Heeren en die door Gods Geest ook verwaardigd is om het Markus-Evangelie te schrijven), deze jongeman had 'vluchtgedrag' vertoond: op de eerste zendingsreis had hij het er bij laten zitten. Daar zou hij nog meer van horen! Want toen Barnabas later bij Paulus een herkansing voor zijn neef bepleitte (het bloed kroop....) toen wilde Paulus met zo'n 'afvallige' niet weer in zee gaan. Dat verschil van inzicht werd uitgevochten op het scherpst van de snede. Er zijn toen harde woorden gevallen tussen Paulus en Barnabas: 'Er ontstond dan een verbittering (!), alzo dat zij van elkander gescheiden zijn...'
De liefde was bekoeld. Liefdeloos ging men uiteen. (Als de HEERE nu eens zo met ons handelde, in Zijn rechtvaardig-ontstoken toorn over elke misstap van ons...)
Uitleggers hebben dit conflict van alle kanten belicht met allerlei, soms wat psychologiserende, verklaringen: an de ene lag dit en de ander deed dat verkeerd. Het zij zo. Maar communis opinio is toch wel dit: waar er twee kijven... Ze hadden elkaar langer moeten verdragen in liefde! (Ef. 4 : 2). O, het is later wel weer in orde gekomen tussen die drie. Gelukkig. Want zo gescheiden konden ze toch niet voortleven.
Intussen: daarvóór was die verbittering er dan toch maar. Niets menselijks is deze mannen blijkbaar vreemd geweest. Mensen van gelijke bewegingen als ieder ander.
En toch, als 'deze droeve twist, die waarlijk alle gelovigen met schrik moet vervullen' (Calvijn) toen tussen die twee heiligen kon ontbranden, dan mag het ons met zorg vervullen: hoe zullen wij dan de band der liefde en des vredes bewaren? 'O! Hoe groot is het kwaad, dat zelfs de zwakke en armzalige overblijfselen van hoogmoed en hartstocht, die zelfs in Godvruchtige mensen gevonden worden, in de wereld en in de kerk veroorzaken! Geen wonder, dat waar zij heersen, de gevolgen noodlotttig zijn!' onderwijst M. Henry ons in zijn Verklaring.
Laat onder ons dan geen verbittering ontstaan, zodat broeders en zusters van hetzelfde huis (in de grond der zaak één!) gaan scheiden. En vergeet de buitenwacht niet. Wat moet die er van denken als zij zien dat christenen het niet met elkaar onder één dak kunnen harden en elkaar de tent uitvechten? Lees nog 's na: eloof, hoop en liefde; deze drie (ook in Hebr. 10 : 22-25), maar de meeste van deze is de Liefde! (ook in Joh. 13 : 34, 35).
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 26 juni 1997
De Waarheidsvriend | 20 Pagina's