Torenspitsen-Gemeenteflitsen
WOERDEN (1)
Om u een goede indruk te geven van de kerkgeschiedenis en de kerkgebouwen van hervormd Woerden, hebben we twee bekwame gidsen gevraagd om een 'rondleiding'. De gemeenteflitsen laat onze oud-predikant dr. J. Haitsma (Boskoop) zien, terwijl de torenspitsen bekeken worden door ouderling G. de Klerk. Beiden hebben hierover ook al eerder gepubliceerd. Wie dan ook na lezing van deze rubriek meer over hervormd Woerden wil weten, verwijzen we graag naar onderstaande boeken:
- dr. J. Haitsma, Hoofdstukken uit de geschiedenis van de hervormde (gereformeerde) kerk van Woerden van 1593 t/m 1963 (uitgave Zuijderduijn, Kerkplein 1, 3441 BG Woerden, 1978);
- dr. J. Haitsma, Fragmenten uit de geschiedenis van de hervormde (gereformeerde) gemeente van Woerden rondom en in de Franse tijd (uitgave Stichts-Hollandse Historische Vereniging te Woerden, Blekerijlaan 14, 3447 GR Woerden, 1996);
- G. de Klerk, De geschiedenis en restauratie van de Petruskerk te Woerden (uitgave Kerkvoogdij van de Hervormde Gemeente Woerden, Kerkplein 5, 3441 BG Woerden, 1984).
Terwijl we ons nu middels hun bijdragen (met dank!) laten rondleiden, is 't goed om ook onze harten ootmoedig opwaarts te verheffen, tot in de hemel, waar Jezus Christus is, de Koning van de Kerk, onze Voorspraak, Die eeuwig leeft!
Drs. J. H. Schrijver en ds. H. Markus
Gemeenteflitsen
Woerden heeft meer dan één kerk met een torenspits. We zullen ons beperken tot de Petruskerk. De gemeente van Christus die in de kerk samenkomt, bestond al in de vroegste middeleeuwen. Ze kwam er eerst bijeen als een rooms-katholieke, ongeveer tot 1570, daarna ongeveer 20 jaar als een lutherse en dan tot heden toe als een gereformeerde oftewel hervormde gemeente. Van die gemeente, zoals ze als rooms-katholieke, daarna als lutherse er samenkwam en tot nu toe als gereformeerde of hervormde, men kan ook zeggen als calvinistische, er samenkomt, zullen we een aantal flitsen laten zien. Van die gemeente in haar rooms-katholieke gedaante geven we één flits. We zien dan de figuur van Jan de Bakker, die de mis bedient en een protestantse prediking geeft. De lezer zal weten dat hij in 1525 in Den Haag is verbrand. Door de strenge plakkaten van Karel V heeft die protestantse prediking hoogstens ondergronds doorgewerkt. Pas nadat Filips II de hoge heerlijkheid van Stad en Land van Woerden aan de in naam lutherse hertog Erik van Brunswijk in 1558 in pand had gegeven, kon het protestantisme zich weer openbaren en wel in de priester Cornells Wolfaertsz. van der Laer, die min of meer luthers werd. In 1566 kwam het zover, op aandrang van een aantal burgers, dat het stadsbestuur de leer der Augsburgse Confessie, de lutherse dus, als de officiële leer van de stad proclameerde. Van der Laer kreeg toen in de 70-jaren een strenge lutheraan als collega naast zich. Joh. Saliger uit Antwerpen. Beide predikanten hebben de gemeente buitengewoon gesterkt toen Filips II in 1575/'76 de stad weer met geweld aan zich wilde onderwerpen en naar rooms-katholicisme terug wilde brengen. Hetgeen hem echter niet gelukte. Daarna kreeg Saliger als collega naast zich Vredelandt, die geheel eensgeestes met hem was. Later mochten ze echter niet meer in de Petruskerk preken omdat ze wegens een bepaalde lutherse visie op de overheid de afzwering van Filips II resoluut en openlijk afkeurden. Daarna kwam hier de niet minder felle lutheraan Ligarius en de meer gematigde Coninxbergen. Deze voelde sinds 1586 steeds meer voor de gereformeerde religie. Dat gaf veel spanningen tussen hem en Ligarius en dus ook in de gemeente. Ligarius werd wegens zijn felheid in 1591 verbannen. In zijn plaats kreeg de inmiddels geheel gereformeerd denkende Coninxbergen de gereformeerde Boxhorn tot collega en nu werd de gemeente ook gereformeerd. Maar die overgang ging ook weer met spanningen gepaard. Daar was bijv. de kwestie van het lutherse altaar. Er waren er die zich daaraan verschrikkelijk ergerden. Ze wilden direct een gereformeerde avondmaalstafel. Zelfs Johan van Oldenbarneveld is er aan te pas gekomen. Hij spoorde beide partijen aan tot een gematigd optreden. Degenen die voluit luthers wilden blijven, kwamen voortaan in een schuilkerk samen.
Gereformeerden en luthersen, zonen van hetzelfde huis, trokken van toen af dus gescheiden op. Aanvankelijk voelden de gereformeerde synoden heel goed, dat zo iets toch niet mocht. Zo sprak de synode, die in 1604 in Woerden gehouden werd, de hoop uit dat de tijd komen moge dat de gewenste unie tussen de beide kerken 'sal begonnen worden', zoals die 'reeds in Polen en Rusland gekomen en vernieuwd is'. Een 70 jaren later begon in Woerden zich iets daarvan te openbaren toen tengevolge van oorlogsomstandigheden de luthersen een enkele maal in de Petruskerk weer hun diensten hielden. En toen deze kerk door brand grotendeels onbruikbaar was geworden, en de lutherse hersteld was, kwam de gereformeerde synode veertien dagen in de lutherse kerk bijeen.
We geven nu een aantal flitsen uit de gereformeerde of calvinistische of zoals het na 1800 steeds meer ging heten, hervormde tijd der gemeente.
Allereerst een flits uit de tijd van de remonstrantse en contra-remonstrantse twisten. Een van de beide predikanten die hier toen 'stonden' - tot aan 1946 had de gemeente twee predikantsplaatsen, tot 1968 drie en daarna vier - , was de bekende Petrus Cupus. Deze was remonstrants. Hij had veel aanhang in de gemeente. Maar er waren ook contra-remonstranten. Dat gaf weer veel spanningen. Op het eerste predikantenbord in de Petruskerk kan men lezen dat hij door de Dordtse synode van 1618/'19 is afgezet. Eveneens zijn collega Petrus de Briequigni.
Andere theologische stromingen gingen eveneens Woerden niet voorbij. We zullen ook enkele flitsen hiervan laten zien. Het rationalisme kwam op. Dr. Balthazar Bekker schreef in de tweede helft van de zeventiende eeuw zijn boek 'De betoverde wereld'. Daarin bestreed hij o.a. dat de duivel door toverij, hekserij en ook verleiding op de mensen in kon werken. Een Woerdense catechisant bleek deze mening te zijn toegedaan en werd daarom van het avondmaal afgehouden. Een andere stroming was het mysticisme. Deze werd o.a. gepropageerd door de boekjes van ene Anthoinette Bourignon, die beweerde dat kerk en ambt niet nodig zijn. De Geest werkt rechtstreeks op de mensen in. Zij was de bruid van de Heilige Geest en als zodanig kreeg zij openbaringen en daarom moest haar stem gehoorzaamd worden. Sommigen verdedigden zulke gedachten in Woerden. Ze werden gecensureerd. Verwant met deze stroming was en is het spiritualisme, dat wel heel duidelijk uitkwam in de bewering van iemand die zei (in 1726) dat hij liever nooit aan het avondmaal ging omdat 'hij evenwel konde zalig worde'. Deze persoon werd eveneens gecensureerd.
Dat er ook predikanten waren die een tik van het rationalisme hadden, blijkt uit het voorstel van ds. Van Nottelen in 1677 om het avondmaal niet meer op het kerstfeest te houden. Dat was nl. in de beroemde Dordtse kerkorde als 'stichtelijk' (= opbouwend) aanbevolen. Waarom wilde ds. Van Nottelen dat nu niet meer? Eén van de argumenten was: 'Dan moet men twee weldaden gedenken die elkaars tegenovergestelde zijn, nl. de geboorte en de dood van Christus'. Wij zeggen: Hoe is het mogelijk dat een gereformeerde kerkenraad voor dit argument gezwicht is. Kwam Jezus juist ook niet om onze schuld te boeten?
We vernamen reeds dat er soms spanningen waren in de gemeente van Christus te Woerden. Min of meer chronisch zijn ze er geweest tussen de voetiaanse en coccejaanse modaliteit - vroeger sprak men van richting - . Woerden heeft ze bijna twee eeuwen gekend. Ze kwamen vooral uit in het beroepingswerk en waren ook vaak verbonden met politieke visies. Vooral in de achttiende eeuw was het dan de strijd tussen patriotten en prinsgezinden. De eersten waren meest coccejaan, de tweeden voetiaan. Vele flitsen zouden van die spanningen en strijd te geven zijn. Maar er is gelukkig nooit een officieel uiteengaan van beiden geweest. Daar is zelfs niet aan gedacht. Ook was er vaak een spanning tussen kerkenraad en vroedschap eveneens met name in het beroepingswerk. Want wegens de nauwe verbinding van kerk en staat moest de vroedschap de beroepen goedkeuren. Nu was die vroedschap wel gereformeerd, maar het kwam voor dat de vroedschap coccejaans was en de kerkenraad voetiaans. Ook het omgekeerde was soms het geval. En dan stokte het beroepingswerk.
Van dat beroepingswerk geven we één flits. Aan het eind van de achttiende eeuw waren er twee voetiaanse predikanten. Eén ervan was de zeer bevindelijke M. Chr. Vos. De andere was ds. P. Buit. Toen Vos naar Zuid-Afrika vertrokken was, in 1793, wilde de kerkenraad opnieuw een voetiaan, maar de patriottische vroedschap een coccejaan. Deze blokkeerde elk beroep van een voetiaan. Maar de kerkenraad wilde ook niet toegeven. Het werd een volkomen patstelling. Maar wat gebeurde er? Als in een flits zette plotseling de vroedschap begin 1795, toen de Fransen in ons land gekomen waren, de hele kerkenraad af en liet die door coccejanen vervangen. Deze nieuwe kerkenraad benoemde nu een coccejaans en patriottisch gezind man. Jacobus Albertus van Waenen, die tot aan 1813 Buit als collega had en tot aan zijn eigen emeritaat in 1828 de voetiaan D. A. Detmar. De laatste is bekend geworden door zijn publicaties. De eerste heeft zich zeer verdienstelijk gemaakt door zijn manuscripten, waarvan er vele bewaard zijn gebleven en o.a. een rijke bron zijn voor onze kennis van de Franse tijd in Woerden. Ze bestaan o.a. uit preken, waaruit blijkt dat hij even gereformeerd was als Detmar, zeer uitvoerige notulen van de kerkenraad, ook minutieuze verslagen van de hulp aan de slachtoffers van de moordpartij die de Fransen vlak voor hun vertrek uit Woerden in november 1813 aanrichtten.
Nu een flits van een oecumenisch gebeuren in Woerden in 1817. Het derde eeuwfeest der Hervorming is toen door gereformeerden en luthersen gezamenlijk gevierd. Drie diensten zijn op een zondag in de Petruskerk gehouden, 's Morgens ging Van Waenen voor, 's middags de lutherse Andres, 's avonds Detmar. Zangkoren waren ingeschakeld en muzikanten tot zelfs uit Utrecht toe. Van Waenen heeft dit alles zeer uitvoerig beschreven in een manuscript dat ondergetekende op een wonderlijke wijze in handen kreeg en dat zich thans in het kerkelijk archief bevindt.
Uit de negentiende eeuw geven we verder een enkele heel korte flits. De Afscheiding heeft in Woerden niet veel gevolgen gehad. Eén afgescheidene is nogal bekend geworden, de latere kruisdominee Abraham Flier. Met de Doleantie zijn meerderen meegegaan. Zelfs waren er in de kerkenraad die er eveneens aanvankelijk toe bereid waren. Maar uiteindelijk wees de kerkenraad haar af. Een tweede korte oecumenische flits geven we uit 1841. De lutherse gemeente was toen vacant. Ook hervormde predikanten uit de omgeving vervulden in deze toen vrijzinnige gemeente een groot aantal diensten. Ook de beide hervormde plaatselijke predikanten Broekman en Sanders namen elk tweemaal een beurt waar.
We komen tot onze eeuw. In de vorige eeuw was de Confessionele Vereniging opgericht en in het begin van deze eeuw de Gereformeerde Bond. Als principieel verschil tussen beide zouden we kunnen zeggen dat de Confessionele Vereniging een onbekrompen en ondubbelzinnige binding aan de drie Formulieren van Enigheid wilde en de Gereformeerde Bond een strikte binding, meer overeenkomstig het aan weinigen bekende ondertekeningsformulier, vastgesteld door de Dordtse synode van 1618/19 in haar 153e zitting. In de praktijk kwam het verschil hierop neer: al of niet de gezangenbundel van 1805 en latere jaren. Ook in Woerden werd een afdeling van de Gereformeerde Bond opgericht. Maar de kerkenraad bleef zeer overwegend confessioneel. Veel onaangename spanningen zijn er tussen 'confessionelen en bonders' geweest. Meerderwaardigheidsgevoelens waren er aan beide kanten. Vooral de markante ds. De Lange, die van 1913 tot 1941 in Woerden 'stond', werd door 'bonders' niet zo gewaardeerd, terwijl hij voor confessionelen juist dé man was. De kerkenraad bleef tot 1951 overwegend confessioneel. Maar de stemmingen die in dat jaar gehouden werden, brachten aan het licht dat de 'bond' veel meer sympathisanten had dan de kerkenraad had gedacht. Toen kwam er dan ook een soort omwenteling, een kerkenraad die overwegend 'bonds' was. Er werd toen tevens een bondspredikant beroepen, de bekende ds. L. Kievit, die veel mensen trok en ook in kerkpolitiek opzicht een verstandig man was. Zijn opvolger was ds. C. Graafland, nu professor, die door iedereen graag gehoord werd, evenals ds. Fred. J. Broeyer in de 30-er jaren. Zelfs op tweede feestdagen was bij hen de kerk vol. Ook zijn opvolgers waren milde mannen. Van confessionele zijde werd ook verstandig opgetreden.
Bij de volgende zesjaarlijkse stemmingen werden de verhoudingen steeds meer genormaliseerd. Momenteel is het zo, dat er in Woerden vier wijkgemeenten zijn, twee met een 'confessionele', twee met een 'bonds'kerkenraad. In alle wijkgemeenten is de kerkgang goed, ik meen zelfs zeer goed. Zelf denk ik met grote vreugde aan héél mijn Woerdense tijd terug. Maar de wens van de Woerdense synode van 1604 is nog steeds niet vervuld.
Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt
voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen,
vragen, informatie: contact.
Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing.
Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this
database. Terms of use.
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's
Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1997
De Waarheidsvriend | 16 Pagina's