De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

Provinciale Friese vereniging van vrienden der waarheid

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

Provinciale Friese vereniging van vrienden der waarheid

Een beknopte geschiedenis

12 minuten leestijd

Evangelisatieverenigingen in Nederland
Vanaf de jaren '50 van de vorige eeuw werden in Nederland tal van evangelisatieverenigingen opgericht. Een aantal daarvan had een bovenplaatselijk karakter. Te noemen zijn de Evangelische Maatschappij en de Nederlandsche Evangelisch-protestantse Vereeniging die althans in de beginjaren van hun bestaan primair roomskatholieken wilden bekeren tot het protestantse geloof; de Vereeniging tot Heil des Volks die vooral ongelovigen met het evangelie wilden bereiken; en de Vereeniging 'Vrienden der Waarheid' en de Confessionele Vereeniging, die in de eerste plaats het herstel van de Nederlandse Hervormde Kerk beoogden.

De eerste van de verenigingen die binnen de Nederlandse Hervormde Kerk opkwamen voor de oude leer ontstond in 1853 in Rotterdam. Nog in datzelfde jaar kwamen in 's-Gravenhage de vereniging 'Hebt de waarheid en den vrede lief' en in Amsterdam de Vereeniging ter handhaving en verdediging van de leer en de Regten der Nederduitsche Hervormde Kerk tot stand. Deze drie verenigingen vormden al snel een samenwerkingsverband. Ook in Friesland verenigden de rechtizinnigen zich, en wel op 29 augustus 1854 in de Provinciale Vereeniging van Vrienden der Waarheid. Deze vereniging gebruikte als eerste de naam Vrienden der Waarheid. In 1856 gingen de verenigingen in Rotterdam en 's-Gravenhave met andere in Zuid-Holland samen in de Provinciale Vereeniging van Vrienden der Waarheid in Zuid-Holland. Een laatste samensmelting vond plaats in 1863 toen alle Waarheidsvrienden zich verenigden, op de Friese na, in de Vereeniging van Vrienden der Waarheid in Nederland.

Van de aanvang af vonden de Waarheidsvrienden in Nederland het uitzenden van evangelisten van groot belang. Zij moesten optreden om 'door eenvoudige en klare voorstelling der waarheid het volk te wijzen op de oordelen Gods welke in de Kerk van Nederland zoozeer zijn te zien; om tot gebed en verootmoediging op te wekken; om den band van eenheid onder de broeders te bevorderen; om getuigenis af te leggen tegen de leervrijheid en de verkrachting van de door God ons geschonken regten'. Kende de Confessionele Vereniging evangelisten met een vaste standplaats, de Vrienden der Waarheid kozen voor reizende evangelisten.

Na ruim dertig jaar zeer actief te zijn, achtte het hoofdbestuur van de Vereeniging Vrienden der Waarheid in Nederland het doel bereikt. Verschillende hervormde gemeenten waren toen in Doleantie gegaan, een belangrijk oogmerk van de vereniging. Na de Doleantie is de vereniging alleen nog blijven bestaan om aangegane verplichtingen na te komen, geldelijke middelen tot ondersteuning van arme kerken te verzamelen en hulp te verlenen bij de regeling van spreekbeurten. In 1934 overleed de laatste persoon die door de vereniging werd ondersteund, zodat de Waarheidsvrienden in Nederland ophielden te bestaan. De Provinciale Friese Vereniging van Vrienden der Waarheid bestaat evenwel nog steeds. Na een lange en bijzondere geschiedenis!

Vrucht van het Friese Reveil

De Provinciale Friese Vereniging van Vrienden der Waarheid kwam voort uit het Friese Reveil. De geestelijke opwekking in Friesland is door dr. G. A. Wumkes in het Fries beschreven in zestien korte biografieën, welk standaardwerk inmiddels ook in een Nederlandse vertaling beschikbaar is. Wumkes beschrijft 'de ontwaking van nieuw leven in ons gewest' tegen de achtergrond van onvrede met de prediking van de voorgangers. De meeste predikanten hadden in Groningen gestudeerd. Daardoor was Friesland theologisch gezien in meerderheid van de Groningerrichting, waardoor het met de handhaving van de ware leer slecht gesteld was. Sommige gemeenteleden waren echter ook niet tevreden met de verkondiging van de orthodoxe predikanten die er waren: men wilde méér. Oefenaars hadden veel aanhang. Een en ander leidde tot de vorming van afgescheiden gemeenten, vooral sinds 1834.

Wumkes beschrijft 'de ontwaking van nieuw leven in ons gewest' als een meer kerkelijke vroomheidsbeweging. De leer van de representanten ervan kwam voor een groot deel overeen met die van de conventikel-groepen die in de Afscheiding samenvloeiden. Het ging de Reveil-mensen niet alleen om de rechte leer, maar ook om de levende vroomheid. In het geloofsleven was men methodistisch; men kende een innige gebedspraktijk. In de kerk waren onderwerpelijke predikers zeer geliefd. Men had er verre reizen voor over om hen te horen. Het belangrijkste verschil tussen degenen die met de Afscheiding meegingen en de vertegenwoordigers van het Friese Reveil betrof de visie op de kerk. De Reveil-mensen waren in het algemeen sterk tegen separatistische tendensen gekant. Hun kerkelijke trouw bleek vooral in de nadagen van het Reveil, toen de Doleantie opkwam. Met de bevindelijke vroomheid hing een pessimistische visie op wereld en leven samen. De wereld zag men als een poel van zonde. Het alledaagse bestaan met z'n soms zo oppervlakkige vertier vond men bedenkelijk.

De achtergrond van het Friese Reveil is moeilijk te bepalen. Wumkes suggereert, dat de beweging in het begin van de negentiende eeuw is ontstaan. Maar er lopen ook lijnen van het Friese Reveil naar het piëtisme van de zeventiende en achttiende eeuw. De Reveil-personen lazen veel 'oude schrijvers'. Ook bestudeerden zij de geschriften van Engelse puriteinen. Uiter­ aard werd het Friese Reveil ook door het Hollandse gevoed. Er waren echter ook belangrijke verschillen tussen het Friese en het Hollandse Reveil. In Holland was het een beweging van aanzienlijken. Het werd bepaald door aristocraten; het stedelijk patriciaat speelde een grote rol. In Friesland was het meer een volksbeweging. We komen vooral vertegenwoordigers van de middenstand tegen: boeren, handelaren en ambachtslieden. Naast deze leken waren er veel predikanten die meededen, in tegenstelling tot de situatie in Holland. Tenslotte: mogelijk hebben psychologische factoren een rol gespeeld bij de opkomst van het Friese Reveil. Er is gewezen op de sterke emotionaliteit van het Friese volkskarakter.

Oprichting en organisatie

In de loop der jaren ging het Friese Reveil een steeds kerkelijker koers varen. Voorwerpelijke predikanten trokken het volk meer en meer los uit de vaak ziekelijke zucht tot het bevindelijk ervaren van de waarheid. De onderwerpelijke prediking die in de kringen van oefenaars en ook bij de ouderen van het Reveil grote invloed had gehad, moet op den duur meer buiten dan binnen de Hervormde Kerk gezocht worden. Met deze koerswijziging begon ook een proces van bewustwording van de Friese orthodoxie. Dat leidde tot concentratie en organisatie van rechtzinnige groeperingen.

Op 19 augustus 1854 komen Friese vrienden bijeen om een Amsterdams rekest aangaande een predikantsbenoeming te steunen. Besloten wordt om dat niet plaatselijk maar provinciaal te doen. Met het oog daarop wordt op 29 augustus een nieuwe vergadering belegd. Behalve over het Amsterdamse adres wordt ook gesproken over misstanden in de Hervormde Kerk. Het plan wordt geopperd om een vereniging te stichting van getrouwen aan Gods Woord, die de misstanden in de kerk willen bestrijden. De daad bij het woord voegend, kiezen de aanwezigen meteen een voorlopig bestuur. Dat bespreekt op 21 september een concept-reglement, dat aangenomen wordt. Hierna komt de oprichting van plaatselijke afdelingen, ressorten genaamd, aan de orde. Het doel van die ressorten zal zijn: de samenbinding van alle rechtgelovigen die niet te ver van elkaar wonen. Aanvankelijk is er niet veel animo voor toetreding tot de vereniging. Maar bij de eerste Algemene Vergadering, gehouden op 29 augustus 1855, blijkt, dat er 1903 leden, verenigd in 55 ressorten, zijn. De Provinciale Friese Vereeniging der Waarheid ging uit van Jezus Christus als de Weg, de Waarheid en het Leven. Zij aanvaardde de bijbel als Gods onfeilbaar Woord en was dus tegen de historische kritiek van moderne zijde. In Friesland werkte de vereniging binnen de Hervormde Kerk. Zij kon dus teruggrijpen op de oude leer van die kerk. Zij keerde zich ook tegen de Afscheiding, al troffen de leden daar veelal geestverwanten aan. Dit uitgangspunt werd door de Afgescheidenen sterk aangevochten, maar de vereniging hield voet bij stuk. Dat bleek definitief in de brochure 'Scheiden? ' uit 1867. Ook in de tijd van de Doleantie zijn de leiders van de Waarheidsvrienden in de Hervormde Kerk gebleven, hoewel individuele leden dr. A. Kuyper wel volgden.

De organisatie van de Waarheidsvrienden is van het begin af duidelijk omschreven geweest. De opbouw was democratisch. De leden kozen afgevaardigden, die op hun beurt de hoofdcommissie kozen. Als leden werden toegelaten alleen zij die tot de 'Nederduitsche Gereformeerde Kerk' behoorden. Zij moesten verklaren 'zonder enig voorbehoud, de leer van Gods Heilig Woord, gelijk die uitgedrukt is in de Nederduitsche Geloofsbelijdenis en den Heidelbergschen Catechismus, te houden voor de eenige waarheid ter zalighed'. In de vereniging werden onderscheiden: gewone leden, correspondenten, afgevaardigden en leden van de hoofdcommissie. Het jaarlijkse hoogtepunt vormde de Algemene Vergadering te Leeuwarden. Na enkele inleidingen en besprekingen werd in de namiddag een bidstond gehouden, sinds 1819 gebeurde dat voorafgaande aan de bijeenkomst.

Aanvankelijk en nieuwe activiteiten

Een van de eerste activiteiten die de Waarheidsvrienden ondernemen, is het houden van bidstonden. Van het gebed verwachten ze wonderen van bekering en kerkherstel. De bidstonden slaan geweldig aan. Op 13 oktober 1855 komen 1000 mensen de zaal waar ds. Felix een bidstond houdt, niet in: er zijn al 1000 personen aanwezig en er kan niemand meer bij. Sinds 1859 wordt een provinciale gebedsdag gehouden. Dan wordt op één dag, op dezelfde tijd, overal in de provincie meegebeden.

Daarnaast komen de Waarheidsvrienden in de ressorten bijeen om de bijbel en de belijdenisgeschriften te bestuderen. Zo wordt ook het onderlinge contact bevorderd. Een andere activiteit is het verzenden van rekesten en petities. Een voorbeeld: het ressort IJlst stuurt via de algemene vergadering een rekest aan de koning pm handhaving van de wet op de sabbathheiliging van 1815. Tenslotte moet het 'Kerkelijk Maandblad' genoemd worden. De inhoud van het blad heeft tot doel de geestelijke toerusting van de lezers. In 1865 wordt het veranderd in het 'Kerkelijk Weekblad' dat later orgaan van de Confessionele Vereniging zal worden. In 1887 worden de mededelingen geplaatst in 'De Banier' en sinds 1891 in 'De Gereformeerde Kerk', het orgaan van de Confessionele Vereniging. In dit blad, nu het 'Hervormd Weekblad' geheten, worden de verantwoordingen van de Waarheidsvrienden nog steeds gepubliceerd.

Het werk van de Waarheidsvrienden kenmerkt zich van 1854 tot 1860 door innerlijke bezinning. In deze tijd vallen vooral de bidstonden en de activiteiten in de ressorten. Later begint het praktische reveil te komen. In dat licht moet het 'Kerkelijk Maandblad' gezien worden. Daarnaast komt colportage op gang. Onder de titel 'vliegende blaadjes' worden traktaatjes verspreid, tevens worden bijbelse almanakken uitgegeven. Onder nevenactiviteiten valt de steun aan het zendingswerk en het christelijk onderwijs. Ook op maat­ schappelijk terrein ontplooit men initiatieven. Voor steun aan evangelisaties toont de hoofdcommissie enige aarzeling, omdat separatisme daarmee aangewakkerd kan worden.

Samenvattend stelt J. W. Oudendag: 'De betekenis van de "Waarheidsvrienden" voor het geestelijk leven in Friesland is moeilijk te overschatten. Door haar activiteiten is een belangrijke rechtzinnige groepering in Friesland in de Hervormde Kerk gebleven tot aan de Doleantie. Het is zeer waarschijnlijk dat velen de kerk zouden hebben verlaten als de "Waarheidsvrienden" hun zegenrijke werk niet hadden gedaan. Hierdoor hebben zowel Modemisme als Afscheiding als sektarisme aan invloed in Friesland ingeboet. Kuyper vindt in deze groep vele aanhangers. Zo kan hij dank zij het werk van deze vereniging in Friesland een grote steun krijgen. Niet alleen de aanhangers van de Doleantie, ook de Hervormde Kerk heeft veel te danken aan de "Waarheidsvrienden", een deel blijft namelijk in de Hervormde Kerk. De laatste groep zal steeds meer invloed krijgen, vooral als het floreenstelsel is opgeheven. Dan kan ook in Friesland de Hervormde Kerk zich ontplooien tot de volkskerk in de trant van Hoedemaker. Verder dankt de Hervormde Kerk een groot aantal goede predikanten aan de vereniging, die door haar financiële steun in staat zijn gesteld de studie voor predikant te voltooien'.

Het fonds 'Zaak des Heren'

De vorige zin duidt op wat in de loop der jaren misschien wel het belangrijkste werk van de Waarheids vrienden geweest is: de ondersteuning van jongelieden die zich wilden voorbereiden op het predikantschap in de Hervormde Kerk, door middel van het fonds 'Zaak des Heren'.

In een bijbelse almanak klinkt de oproep: 'Geef ons geld, wij zullen bekwame jongelieden tot predikant opleiden'. Doel is: predikanten opleiden voor de dienst in de Hervormde Kerk. Daarom moeten de studenten aan de rijksuniversiteiten studeren. Welke van de universiteiten zij kiezen, wordt hun vrij gelaten. Meestal wordt die van Utrecht als de minst slechte gekozen. De jongelingen die steun wensen, moeten duidelijk roeping gevoelen om predikant te worden en ze moeten ongeveer 18 a 20 jaar oud zijn. Hun vooropleiding zullen ze van verschillende predikanten krijgen. Dit mislukt. Daarom worden scholen ingeschakeld. Er zijn maar weinig gegevens over het aantal studenten dat ondersteund is. In 1861 ging het om zeven. Maar Oudendag stelt: 'Wat moet er bij de "Waarheidsvrienden" een grote offerbereidheid zijn geweest, om deze stroom studenten te blijven steunen in de loop der jaren. Welk een bewogenheid om het lot der rechtzinnige prediking in de Hervormde Kerk, spreekt hieruit. Wat moet de vreugde groot geweest zijn toen in 1862 de eerste student als predikant afstudeerde'.

In 1880 sticht Kuyper de Vrije Universiteit. De leden van de hoofdcommissie en de afgevaardigden zijn overwegend tegen die universiteit. Mogelijk omdat zij het reglement van het fonds strikt willen nale­ ven, mogelijk omdat zij voorvoelen, dat een nieuwe afscheiding ophanden is. Hoe dan ook zij: vanaf die tijd zijn er grote spanningen onder de Waarheidsvrienden, er is sprake van verdeeldheid. Een deel van de leden gaat met de Doleantie mee, een ander deel blijft in de Hervormde Kerk. De confessionele Vereniging neemt dan de taak van de Waarheidsvrienden over. Uiteindelijk bestaat de vereniging alleen nog omwille van 'Zaak des Heren'. Met de gelden wordt een tehuis voor gymnasiale studie gesticht, eerst in Amersfoort, sinds 1892 in Kampen. Op deze wijze trachten de Waarheidsvriènden hun uitgangspunt 'minvermogende jongelieden van goede aanleg en duidelijke zin tot predikant in de Nederlandsche Hervormde Kerk' ook na de Doleantie gestalte te geven. Een bijzondere band met Friesland is er dan - na 1894 - niet meer.

De Provinciale Friese Vereniging van Vrienden der Waarheid bestaat nog steeds. Zij beheert een fonds dat enige financiële steun verleent in de vorm van een boekentoelage voor jonge mensen die zich voorbereiden op het predikantschap in de Nederlandse Hervormde Kerk. Zij dienen dat te doen aan een theologische faculteit van een van de universiteiten in ons land. Maar ook studenten van de Nederlandstalige Theologische Faculteit in Brussel ontvangen steun.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

Provinciale Friese vereniging van vrienden der waarheid

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's