De Waarheidsvriend cookies

Voor optimale prestaties van de website gebruiken wij cookies. Overeenstemmig met de EU GDPR kunt u kiezen welke cookies u wilt toestaan.

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies

Noodzakelijke en wettelijk toegestane cookies zijn verplicht om de basisfunctionaliteit van De Waarheidsvriend te kunnen gebruiken.

Optionele cookies

Onderstaande cookies zijn optioneel, maar verbeteren uw ervaring van De Waarheidsvriend.

Bekijk het origineel

De bediening tot genezing

Bekijk het origineel

+ Meer informatie

De bediening tot genezing

10 minuten leestijd

De lezer heeft vast wel eens gelezen of gehoord van de 'dienst der genezing' of 'bediening tot genezing', ook wel 'dienst van voorbede en handoplegging' genoemd.

Prof. Martien Parmentier, docent kerkgeschiedenis aan de KTU te Utrecht en hoogleraar in de theologie van de charismatische vernieuwing aan de Vrije Universiteit te Amsterdam, en nauw betrokken bij de Charismatische Werkgemeenschap Nederland, schreef er een boek over.

De hoofdlijn van zijn boek is: er moet voor de dienst der genezing ruimte zijn. Ze was er in de eerste christelijke eeuwen, maar ze is in de loop der eeuwen vrijwel verdwenen. Mensen verwachten alles van de dokter. Ze hebben, als het om genezing gaat. God als Schepper en hemelse Vader uit het oog verloren. De charismatische beweging wil de dienst der genezing weer in ere herstellen. Er zijn verschillende mogelijkheden: speciale 'genezingsdiensten', op de zondag of door de weeks. Of de speciale voorbede om genezing, bij voorkeur met handoplegging, in de gewone kerkdienst. En het persoonlijk pastoraat.

In dit boek gaat het vooral over de dienst der genezing. Prof. Parmentier heeft daar persoonlijk, in de Anglicaanse kerk in Engeland en later ook in ons land, de zegen van ondervonden. In zo'n dienst der genezing gaat het er niet om dat mensen plotseling genezen worden. Genezing is een proces, dat z'n tijd nodig heeft, zegt Parmentier. Het gaat er veel meer om dat mensen Gods heil ervaren, en daardoor gesterkt worden in hun relatie tot Hem, tot hun naaste tot zichzelf.

Gebedsgenezing

De dienst der genezing is dus wat anders dan gebedsgenezing. Door 'gebedsgenezers' als Hermann Zaiss, Osborn e.a. zijn heel wat pastorale fouten gemaakt, zegt Parmentier. Bijvoorbeeld dat niet op het gebed genezen betekent dat men te weinig of geen geloof heeft. Dat heeft veel zieken opgezadeld met een schuldgevoel. Gebedsgenezers hadden zich op z'n minst kunnen afvragen of het ook aan hen zelf zou kunnen liggen dat iemand niet genezen werd. Of er werd gesuggereerd dat mensen voor wie gebeden was hun medicijnen konden weggooien, wat niet alleen medisch onverantwoord was, maar ook een theologische blunder: alsof God die medicijnen niet zelf in Zijn schepping heeft gelegd. Of men ging van de gedachte uit dat, als je het de Heere God maar lastig genoeg maakt, je op genezing kon rekenen. Maar zo eenvoudig ligt het niet.

In de charismatische beweging (Parmentier spreekt van charismatische vernieuwing) ligt de nadruk niet in de eerste plaats op lichamelijke genezing. Het gaat veel meer om de gehele mens, in zijn samenhang van lichaam en ziel.

Innerlijke genezing

Parmentier spreekt van 'innerlijke genezing', een begrip dat de charismatische vernieuwing al jarenlang kent en dat wil zeggen dat mensen geholpen worden innerlijke blokkades (angst, twijfel, gekwetst zijn) te overwinnen door hun vertrouwen op God en op Jezus Christus te stellen. Dat gebeurt zowel door gebruik te maken van de moderne psychologische inzichten als door het pastoraal gesprek en door gebed. Wie die weg bewandelt, wordt altijd gezegend, zegt Parmentier, hoewel moet worden afgewacht, wanneer en in hoeverre. Het kan daadwerkelijk lichamelijke genezing ten gevolge hebben of een proces van genezing op gang brengen. Maar daar gaat het niet in de allereerste plaats om. Het gaat erom dat God iemands hart aanraakt. Dat kan genezend werken, maar dat kan ook aanvaarding en vrede geven wanneer de ziekte blijft.

Heel belangrijk bij dat alles is dat het gebed plaatsvindt in een liefdevolle gemeenschap. En dat is vooral de christelijke gemeente.

Namen

Parmentier noemt een aantal namen: Agnes Sandford, Ruth Carter (zuster van president Carter), die de techniek van de 'geloofs verbeelding' introduceerde: tijdens het gebed over een bepaalde herinnering wordt Jezus gevraagd de herinnering 'binnen te gaan' en deze een wending te geven, een techniek die veelvuldig binnen de charismatische vernieuwing wordt toegepast. En dr. K. J. Kraan, die aan de wieg stond van het pastoraal centrum 'Oase' en onder andere cursussen voor 'charismatische pastoraat' opzette.

Ook is er een hoofdstuk over voorbeelden van de dienst der genezing in de oude kerk en een hoofdstuk met gebeden voor zieken uit de traditie van de kerk.

Scheppingsgaven

Heel fundamenteel is wat Parmentier zegt, dat er genezende krachten in de schepping, en eigenlijk (verborgen) in elk mens, liggen. Anderen zeiden dat al vóór hem, maar Parmentier werkt dat nader uit. Door onze gebeden worden die genezende krachten geactiveerd, zegt hij, en daardoor kan verbetering en genezing intreden. Sommige mensen blijven bij die verborgen scheppingskrachten staan, bijvoorbeeld in de alternatieve geneeswijzen. Parmentier wijst dat niet af, maar hij ziet zelf liever naar God, die de Schepper is van die genezende krachten. Hij zegt: Sommige mensen kunnen bepaalde gaven hebben, bijvoorbeeld de gave van het magnetisme, maar wij zoeken het hoger: de magnetiseur geeft de zieke een behandeling, de voorbidder brengt de zieke voor het aangezicht van God; de magnetiseur 'strijkt' met zijn handen en slaat na een behandeling zijn handen af, de charismatische vernieuwing vindt dat niet verenigbaar met de van God komende genezende kracht en zegt: genezing komt helemaal van God. Bovendien: in de dienst der genezing gaat het nooit om de bedienaar, zoals in het magnetisme; het is de christelijke gemeente of gemeenschap die samenkomt, en de nadruk ligt op God.

Andere religies

Dat er genezende krachten in de schepping liggen betekent voor Parmentier ook een openheid voor genezingen in andere religies. De scheppingskrachten zijn namelijk in ieder mens aanwezig, zegt hij, dus ook in andere religies. Alleen bij de christen, die van Gods genade en Gods Geest weet, worden ze tot charismata. Hij vindt echter dat de dienst der genezing (vanzelfsprekend!) wel oecumenisch kan plaatsvinden, maar niet inclusief andere religies. Dat zou vaagheid en onduidelijkheid in de hand werken en daar is niemand mee gediend.

Wonderen?

Als de genezende scheppingskrachten schuilen in ieder mens, betekent dat dat de zieke, die om voorbede vraagt, eigenlijk alles zelf 'heeft' om in de krachtstroom te gaan staan en dat de voorbidders niet meer doen dan de kraan openzetten, zegt Parmentier. Ik heb daar mijn vragen over. Is er dan wel ruimte voor wonderen? Of is God aan Zijn scheppingsgaven gebonden? Parmentier meent het laatste. Hij zegt: Ik zie niet in waarom God in zou grijpen in de processen die Hij zelf in de schepping gelegd heeft. Wonderen betekenen volgens hem, dat dat zo door mensen wordt 'ervaren' . Ik moet zeggen dat dat mij erg tegenvalt. De charismatische vernieuwing wil toch de nadruk leggen op de Heilige Geest? Doet de Heilige Geest niet meer dan alleen maar krachten wakker maken die er in de mens zijn? Ik vind dat wel wat mager. Zoals Parmentier het stelt gaat God schuil achter psychische processen die in de mens aanwezig zijn.

Zo worden ook de wonderen van Jezus tot een heel menselijk gebeuren. Parmentier zegt: Jezus is een uniek mens, onder het beslag van de Geest van God. Als Hij wonderen doet, zijn dat werken van een unieke charismaticus. Wij mogen Hem navolgen; de geestelijke gaven zijn niet voorbehouden aan Jezus' God-zijn, maar is iets voor Zijn en ons aller mens-zijn.

Demonen

Parmentier gelooft ook niet dat we meéfen denken aan het bestaan van persoonlijke boze machten of demonen. Daarmee zit hij op een andere lijn dan bijvoorbeeld dr. W. C. van Dam (in diens boek 'Demonen eruit in Jezus' naam') en dr. K. J. Kraan. Hij valt de gereformeerde deputaten voor het contact met de Charismatische Vernieuwing bij, die stellen dat bezetenheid, zoals die in de evangeliën voorkomt, een tijdgebonden interpretatie is van wat wij geestesziekte noemen. Wel wil hij met de zieke meebuigen en doen alsof de demonen bestaan, want, zegt hij, 'demonen' zijn minstens uitdrukkingen van reële problemen en daarom kun je ze ook het beste als demonen aanspreken en uitdrijven.

Ik moet zeggen dat ook dat mij tegenvalt. Het is eerlijk om te zeggen dat wij in onze tijd met demonen niet goed raad weten. Maar dat wil niet zeggen dat we de werkelijkheid van demonen en machten, zoals die vanuit het Evangelie tot ons komt, ontkennen.

Ziekenzalving

Belangwekkend is wat Parmentier zegt van de ziekenzalving: deze speelde in de eerste christelijke eeuwen geen grote rol. We vinden in die tijd geen beroep op Jacobus 5 met het oog op genezing. Er is wel diverse keren sprake van handoplegging. niet van zalving. Doordat het accent meer en meer gelegd werd op de geestelijke effecten van de zalving ontstond in de loop der eeuwen het 'laatste oliesel' aan stervenden, en dat was juist niet de bedoeling, zegt Parmentier (terecht). Ondanks wat hij zegt, blijf ik toch zitten met de tekst uit Jacobus 5, waarin duidelijk wel sprake is van het zalven van zieken.

Macro-structuren

Parmentier wil de dienst der genezing niet alleen richten op de individuele zieken, hij wil het ook veel breder zien en denken aan machten in het grote geheel van de wereld, zoals: de groeiende kloof tussen rijk en arm, oorlog, honger en om-echt. Daarvoor, zegt hij, moet in de bediening tot genezing ook ruimte zijn, in de verkondiging en in de voorbode.

Vragen

Ik heb het boek van Parmentier met veel belangstelling gelezen. Ik moet echter zeggen dat ik heel wat vragen overhoud. Is het niet te mager als Parmentier enerzijds zegt dat God geneest en dat hij dat aan de andere kant m.i. terugneemt door te zeggen, dat God dat doet door de scheppende krachten die Hij in de schepping gelegd heeft? Is (voor)bidden alleen maar krachten losmaken die al in de mens zitten? Zelfs zegt Parmentier, dat men ook kan denken, dat het allemaal suggestie is, en hij meent dat die suggestie voor een groot deel juist is, in ieder geval een goede suggestie.

Ik denk ook aan wat hij zegt over de Geest-christologie, waarin Jezus wordt gezien als een uniek mens met geestesgaven, welke geestesgaven evenzeer in elk mens kunnejt zijn. Wordt Jezus zo niet teveel (of helemaal) in het mens-zijn getrokken? Evenmin deel ik de Schriftvisie van Parmentier als hij bijvoorbeeld de zondeval afwijst als historische gebeurtenis. Heeft het ook niet met zijn Schriftvisie te maken dat hij alle ruimte wil geven aan (praktiserende) homoseksuele mannen en lesbische vrouwen, die 'genoeg geleden hebben van fundamentalistische bijbellezers? ' Zijn dat de opvattingen van de charismatische vernieuwing? Dan heb ik daar erg veel moeite mee.

Voorbede

Ik weet niet of we aparte genezingsdiensten moeten houden. Ik pleit ervoor dat de voorbede voor zieken (in de meest ruime zin) een goede plaats heeft in de gewone kerkdienst. Laten we de voorbede in de eredienst niet onderschatten. Daarbij is het goed dat de zieken met naam en toenaam genoemd worden.

Ik pleit er ook voor, dat de gemeente een helende gemeenschap is, die daadwerkelijk met de zieken meeleeft. Daarbij mag er m.i. ruimte zijn voor vormen als handoplegging en zegening, vormen waaraan wij in de loop der tijd arm geworden zijn.

N.a.v. Martien Parmentier, Heil maakt heel; de bediening tot genezing, uitg. Meinema, 168 blz., ƒ 27, 50.

Deze tekst is geautomatiseerd gemaakt en kan nog fouten bevatten. Digibron werkt voortdurend aan correctie. Klik voor het origineel door naar de pdf. Voor opmerkingen, vragen, informatie: contact.

Op Digibron -en alle daarin opgenomen content- is het databankrecht van toepassing. Gebruiksvoorwaarden. Data protection law applies to Digibron and the content of this database. Terms of use.

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's

De bediening tot genezing

Bekijk de hele uitgave van donderdag 3 juli 1997

De Waarheidsvriend | 16 Pagina's